Hoopsensitiviteit

Hi! Het is alweer een tijd geleden sinds mijn laatste blog en inderdaad, zo begin ik vrijwel elke blogpost. Zoals in het kopje ‘over’ in het menu staat, schrijf ik alleen maar wanneer ik wat te vertellen heb en de laatste maanden is dat heel weinig geweest.
Ik ben gaan schrijven omdat het voor mezelf hielp om al ‘struggelend’ met allerlei klachten mijn gedachten te ordenen en verbanden te leggen. Dit ben ik openbaar gaan doen, omdat ik tegelijk anderen wil helpen en ik merkte dat ik in ieder geval voor anderen kon bijdragen in herkenning bieden en uitleg geven over hoe ik de dingen ervaar, wat de theorie daarover zegt en bijvoorbeeld ook wat mij helpt. Vooral in de laatste paar blogs (die na de EMDR-survivalgids), merkte ik dat ik steeds minder te bieden had aan anderen. Ik had namelijk nog niet echt had gevonden wat mij helpt en zat volop in een soort ‘wanhoops-modus’. Dit zorgde ervoor dat ik – en daarmee ook mijn schrijven – nogal in het negatieve bleven hangen en er alleen een soort spuien overbleef. Hier ergerde ik mezelf zo ontzettend aan, dat ik maar ben gestopt met schrijven. Ook op Twitter merkte ik dat ik weinig positiefs te melden had elke keer en ook trok ik me (in stilte) heel erg de narigheid van anderen aan.
De reden dat ik nu toch dit inleidende stukje schrijf, staat eigenlijk al in de titel; ik heb wat hoop hervonden.

Opgroeien met therapie

Als je mij al langer volgt, weet je dat ik al sinds mijn jeugd ‘in therapie’ zit. Niet iets waar ik trots op ben, sterker nog: mijn hele jeugd lang heb ik mij hiervoor geschaamd, maar ik wist ook dat ik het nodig had om ‘beter’ te worden. Ik denk nu ook oprecht dat ik het zonder therapie niet had gered; in therapie kreeg ik als kind/tiener de ondersteuning maar ook een stukje opvoeding dat ik anders nooit had gehad, maar wel hard nodig had.
Als twintiger – en al een stuk sterker in mijn schoenen, maar helaas nog steeds niet ‘beter’ – leerde ik tijdens mijn studie dat je herstelt van psychische klachten. Dit betekent dat je er in de meeste gevallen mee leert leven, in plaats van dat, zoals dat vaak gaat bij lichte fysieke klachten, dat je geneest of beter wordt. Dus bij psychische klachten gaan de klachten niet altijd helemaal weg en in sommige gevallen worden ze ook niet minder, maar je kunt er in veel gevallen wel goed mee leren omgaan zodat je er minder last van gaat ondervinden in het dagelijks leven.
Nu ik trouwens zelf een afgestudeerd (sociaal pedagogisch) hulpverlener ben, merk ik dat ik mij als hulpverlener onbewust ook heb gevormd naar de therapeuten die ik zelf heb gekend tijdens mijn carrière als cliënt. Blijkbaar heb ik mij kunnen vinden in hun werkwijze; soms hoor ik mezelf als hulpverlener dingen zeggen die ik hen tegen mij ook wel eens heb horen zeggen. Los daarvan heb ik als hulpverlener ook regelmatig van cliënten gehoord: ‘Dat zei mijn behandelaar ook al’. Verder kwam ik er tijdens mijn opleiding achter dat ik een sterk analytisch vermogen blijk te hebben en hoor ik vaak van anderen dat ik mijn gedachten en gevoelens goed kan verwoorden en een goed ontwikkeld reflectievermogen heb. Soms denk ik daarom wel eens grappend bij mezelf: misschien ben ik zowel persoonlijk, als beroepsmatig een ‘product’ van de psychotherapie. Ik ben er immers mee opgegroeid.

30 jaar en midden in het leven

Inmiddels ben ik 30 jaar. En helaas nog steeds in therapie.
Wees niet bang, ik zal niet zoals in mijn vorige blog spuien over het mislukte streven om ‘uit therapie’ te gaan of een betaalde baan te hebben voor mijn 30e. Het zit blijkbaar in mijn aard om de lat heel hoog voor mezelf te leggen en zo ook met mijn herstelproces. Blijkbaar laat zoiets zich niet afdwingen. Dus zelfs niet als je heel erg gemotiveerd bent en elke week elke therapie sessie gretig bijwoont om extra hard aan je herstel te werken.

Toen mijn psychotherapeute – voor mij vrij onverwacht – aankondigde dat het goed zou zijn om de (wekelijkse) therapie bij haar te gaan afbouwen, raakte ik in paniek en leerde een harde les: blijkbaar zegt de kwantiteit aan sessies niet veel over de mate of het tempo van het herstel.
Ze legde uit dat haar behandelrepertoire op was geraakt en zijzelf in ieder geval het vertrouwen in mij had dat ik met alle handvatten die ik in de loop der jaren aangereikt had gekregen, zelfstandig verder zou moeten kunnen. Ondanks dat ik best een goede vertrouwensband met mijn therapeute had opgebouwd, lukte het mij maar niet om haar hierin te vertrouwen. Mijn gevoel gaf iets totaal anders aan: natuurlijk had ik ontzettend veel geleerd in therapie en ben ik grotendeels hersteld van diverse klachten (waar ik natuurlijk enorm blij mee ben), maar de afgelopen jaren had ik er ook weer klachten bijgekregen. Zo herstelde ik van meerdere depressies en ben ik inmiddels al een paar jaar depressie-vrij, heb ik mijn trauma’s meer verwerkt, kreeg ik een wat steviger zelfbeeld, maar toen de depressieve gedachten afnamen kreeg ik ineens hele angstige gedachten ervoor in de plaats. De stress, angst en paniek hebben er toen zelfs bijna voor gezorgd dat ik niet kon afstuderen. Op Twitter stelde een psychotherapeute mij een keer gerust, door te laten weten dat het bij haar cliënten vaker voorkomt dat depressieve gedachten vervangen worden door angstige gedachten en je het eigenlijk zou kunnen zien als een onderdeel van het herstelproces. Dus eigenlijk vooruitgang!

Het jammere is alleen dat deze vooruitgang mij bleef belemmeren in mijn leven op de rit krijgen; de angst zorgde voor lichamelijke klachten en andersom zorgden de lichamelijke klachten weer voor angst. Gevolg: ik was op een gegeven moment zo angstig, paniekerig en gestrest dat ik aan huis gekluisterd zat; bang om buitenshuis onwel te worden en diep van binnen ook bang om ondertussen on-gediagnosticeerd ernstig ziek te zijn. Ik bleek last te hebben van SOLK en ontwikkelde een gegeneraliseerde angststoornis.
Je kunt je voorstellen dat de COVID-19 pandemie een jaar later, dan ook niet bepaald meehelpt. Ergens kan ik de angsten wel plaatsen, want mijn beide ouders werden ineens plotseling ernstig ziek (huidkanker en een herseninfarct) en heb de nasleep van hun ziekte van dichtbij meegemaakt. Nadat mijn moeder was overleden, bleek ook dat ik PTSS had ontwikkeld door het meemaken van nare en heftige situaties tijdens haar ziekbed. Dus de angst voor ziekte, pijn en lijden komt ook weer niet helemaal uit de lucht vallen.
De therapie EMDR heeft mij overigens goed geholpen om mijn trauma’s beter te verwerken; ik heb nog nauwelijks herbelevingen, flashbacks of nachtmerries, maar helaas is de angst voor ziekte, pijn en lijden gebleven.
Hoe dan ook; ik merkte dat therapie volgen mij nog hoop gaf. De running-therapeute die mij hielp om door middel van bewegen van mijn psychosomatische klachten/hyperalertheid af te helpen, zei op een gegeven moment: ‘Klinkt alsof je óók gewoon iemand bent die oplossingsgericht is’.
Dit was voor mij echt een hele fijne opmerking gezien anderen met wie ik over mijn moeite om therapie af te bouwen had gepraat, mij ook onbedoeld wel het gevoel gaven dat ik afhankelijk van therapie zou zijn. Dit terwijl ik zelf het gevoel had doelgericht bezig te zijn en gemotiveerd te werken aan mijn herstel. Dat herstel was er nog niet. Lag dat dan aan mij? Ondanks alle inzet en motivatie?

MHN

Nu is de term ‘afhankelijk’ voor mij altijd een soort triggerwoord (bijna een scheldwoord) geweest, wat mij slecht ligt gezien ik het grootste gedeelte van mijn leven het gevoel had dat ik anderen (mijn ouders, vrienden, familie, iedereen) tot last was. Afhankelijk van anderen zijn, staat voor mij gelijk aan anderen tot last zijn. Ik streefde er als kind dan ook al naar om zoveel mogelijk onafhankelijk te zijn; ‘verlating/instabiliteit’ en ‘emotionele geremdheid’ in schematherapie termen. Dit betekende zoveel mogelijk alles alleen doen en oplossen, geen hulp vragen, emoties tonen of laten merken dat je ergens moeite mee hebt enz. Normen en waarden die ik ook erg van huis uit heb meegekregen. Afhankelijk zijn is dus ‘verkeerd’ en wanneer iemand mij afhankelijk noemt, hoor ik vooral dat ik het ‘verkeerd’ doe, anderen tot last ben en er beter niet kan zijn.
Ironisch genoeg heb ik in al die jaren therapie o.a. moeten leren dat je wel om hulp moet vragen wanneer het zelf niet lukt en dat emoties uiten gezonder voor je is dan ze op te kroppen.

De waarheid is natuurlijk dat ik inderdaad onbewust afhankelijk van therapie was, want het gaf mij enorme houvast door de (onjuiste) overtuiging: ‘zo lang ik therapie volg, werk ik aan mijn herstel en zal ik dus herstellen’. Het gaf dus een groot gevoel van controle over de situatie, hoe slecht het ook met mij ging. Er is nog hoop dat de situatie zal verbeteren, want ik volg therapie. In dezelfde gedachtegang was er ook de overtuiging: geen therapie = geen herstel. Het ging er bij mij maar niet in dat ik verder zou gaan herstellen zonder behandeling voor bijvoorbeeld de angsten. Ik voelde me steeds meer moedeloos, wanhopig en somber. Het idee van afbouwen was voor mij heel verwarrend. Ook raakte ik dus het (valse) gevoel van controle dat ik had kwijt en namen daardoor de angsten en paniek juist toe: Hoe ga ik het leven met zulke hevige gevoelens van angst en paniek volhouden? En hoe gaat het mij lukken om wel werk te kunnen volhouden en mee te draaien in de maatschappij als dit mij tot nu toe nog steeds elke keer niet lukt? En hoe ga ik ooit mijn kinderwens vervullen, als ik nu al niet eens het dagelijks leven voor elkaar krijg met alleen de verantwoordelijkheid en zorg voor mezelf?
Ik heb juist hulp gevraagd, zodat ik uiteindelijk weer onafhankelijk kan worden en heel basaal gezegd: lekker mijn leven kan gaan leiden. Wat is er mis met mij dat mij dit nog steeds niet lukt ondanks jarenlange therapie?


Aan mezelf werken

Gelukkig was mijn therapeute niet van plan om heel erg snel te gaan afbouwen en gelukkig kon zij mij nog wel hulp bieden in de vorm van online modules voor paniek, angst en psychosomatische/SOLK klachten. Hier ben ik dan ook veel mee bezig gegaan. Dankzij de running therapie leek mijn lichaam weer wat meer hersteld te zijn van de stress (gereset, noemde de running-therapeute het ook wel). Ook had ik weer een wat betere conditie, waardoor ik mij goed genoeg voelde om (vrijwilligers-)werk te gaan zoeken. Omdat ik dit al twee keer eerder zelf had geprobeerd en het telkens stuk liep, besloot ik hulp te zoeken bij het re-integreren. Ik vond hulp in de vorm van een re-integratie traject met een loopbaancoach bij een stichting gespecialiseerd in mensen aan het werk te helpen, bij of na psychische klachten. Dankzij dit traject en deze coach, is het mij gelukt om uit te zoeken wat voor werk bij mij past (op dit moment) en wat ik nodig heb om dit werk te kunnen volhouden. Dit bleek een werkplek te zijn met o.a. gedeelde verantwoordelijkheid, een fijne gelijkwaardige werksfeer en niet te veel werkdruk. Ook heb ik het nodig om heel langzaam te kunnen opbouwen, om zo de stress van weer gaan werken na 2 jaar thuiszitten zoveel mogelijk te kunnen beperken en ook om langzaam weer te wennen aan werkdagen van 8 á 9 uur.

Inmiddels heb ik zo’n werkplek gevonden. Gezien ik er tijdens mijn laatste jaar studeren achter kwam dat ik een jeugdhulpverlener wil worden, besloot ik voor nu te gaan werken in een kinderdagverblijf. Dit omdat een kinderdagverblijf voor mij minder een gevoel van veel verantwoordelijkheid en werkdruk met zich mee brengt, dan het ggz-werkveld. Ook leek de structuur van een KDV mij fijn, om mij goed te kunnen focussen op het opbouwen van werkuren, maar ook om hier alvast wat werkervaring op te doen.
Ondanks corona waren er veel vacatures en ondanks dat ik op dit moment niet heel aantrekkelijk ben als werknemer doordat ik niet volop kan beginnen, was ik toch aantrekkelijk genoeg als werknemer om tussen twee kinderdagverblijven te mogen kiezen. Dit was voor mij wel een troost gezien ik het solliciteren op mijn eerste echte baan toch wat anders voor mij had gezien… Natuurlijk ben ik ook super dankbaar dat ik de kans heb gekregen bij deze werkplek om langzaam te mogen opbouwen! Ik ben nu begonnen met twee keer per week 4 uur te werken en wil dit uitbreiden tot ik twee volle dagen (9 uur) kan werken. Op dat moment zal mijn vrijwilligerscontract omgezet worden in een 0-urencontract.
Twee volle dagen van 9 uur klinkt misschien al wat overmoedig, maar er zijn bij kinderdagverblijven over het algemeen geen halve diensten mogelijk, dus is dit voor nu mijn streven.

Helaas heeft mijn gezondheid zowel fysiek als mentaal al een aantal keer roet in het eten gegooid qua werk. Gezien de coronamaatregelen, psychosomatische klachten én hooikoorts, heb ik mij in de eerste twee maanden werken, al twee keer (verplicht) ziek moeten melden om mij te laten testen door verkoudheidsklachten. Gelukkig waren de testen allebei de keren negatief. Nadat ik pas weer een week aan het werk was, zetten de klachten zich ineens weer door tot een fikse griep (geen corona dus gelukkig) en heb ik ruim twee weken ziek thuis gezeten. Volop in angst ook, want veel alleen thuiszitten met mijn gedachten helpt net zo min om angst te voorkomen als mij fysiek beroerd voelen. Ik kon op een gegeven moment mijn gedachten niet meer relativeren, raakte steeds vaker en sneller in paniek en kwam erachter dat hyperventileren bij ‘volle holtes’ voor extra benauwdheidsklachten zorgt, oftewel ook nóg meer paniek door het gevoel minder goed te kunnen ademen.

Pfff. Ik word al weer moe van mezelf en mijn angsten als ik hierover schrijf. Ook merk ik dat er weer schaamtegevoelens opkomen. Mijn partner is vrijwel altijd heel steunend, maar hij vond het ook wel heel moeilijk om met mijn angsten en paniek om te gaan. Voor mij zijn die gevoelens op het hoogtepunt alles overheersend; ik raak erdoor overspoeld en zo beïnvloed ik onbedoeld ook mijn omgeving. Hij heeft dan ook ineens te dealen met mijn heftige gevoelens van angst en paniek en vindt het lastig als ik op die momenten niet meer kan relativeren. Alles wat hij zegt, hoe goed bedoeld ook, voelt dan alsof hij mij of de situatie niet begrijpt, terwijl ik juist degene ben die alles door een ‘angst-kleurige’ bril zie. (Ben overigens benieuwd hoe zo’n bril eruit zou zien.)
Achteraf, als ik die bril weer af heb kunnen zetten door te kalmeren, zie ik dan ook pas in hoe stom sommige angstgedachten waren. Toch was ik op het moment zelf echt overtuigd!

Dit soort animaties helpen mij weer kalmeren tijdens een paniekaanval of wanneer ik verkeerd ademhaal. Deze komt uit de Calm app; een meditatie app met veel functies waar je een abonnement voor moet afsluiten, maar ook met enige gratis functies zoals deze. Downloaden is gratis.

Het was dan ook heel lastig om na de griep weer te gaan werken, gezien die klachten voor mij directe angsttriggers waren; lichamelijke klachten ervaren geven mij direct gevoelens van angst en/of paniek. De angst had helaas ook heel hoog kunnen oplopen, doordat ik nog niet zo heel goed weet wat ik kan doen als de angst op z’n hoogst is, maar ook door het gebrek aan afleiding bij ziek thuis zitten. Gelukkig is het gelukt om na 2 weken ziek zijn weer mijn angsten te doorbreken (het was zo hoog opgelopen dat ik moeite had om überhaupt naar buiten te gaan) en aan het werk te gaan.
Het ging goed in de zin van dat ik weer afleiding had, het werk kon volhouden en er plezier aan beleefde. Tegelijk – en hier schaam ik me echt heel erg voor – merkte ik op een bepaald moment dat ik angstig werd van een huilend kind wiens snot uit zijn neus liep. Natuurlijk heb ik hem wel getroost, maar probeerde tegelijkertijd wel het snot te vermijden uit angst om weer ziek te worden. Gelukkig is die angst inmiddels weer afgenomen, ondanks dat we inmiddels in de tweede golf zijn aanbeland en ik in de hoofdstad werk. De week daarop heb ik gewoon weer kindjes opgetild ongeacht of er snot uit hun neus liep. Dat is immers mijn werk. Mijn angst lijkt echt afhankelijk van mijn eigen gezondheidsklachten; als ik mij niet fit en verkouden voel (kan ook komen door SOLK klachten), schiet de angst (en de vermijding) pijlsnel omhoog.
Langzaam maar zeker krijg ik gelukkig steeds meer inzicht in mijn angsten, dus hopelijk kom ik er ook steeds meer achter wat mij helpt om er meer grip op te kunnen krijgen, zodat het niet meer zo hoog hoeft op te lopen.



Puzzelstukjes
Inmiddels ben ik mij dus bewust van mijn denkfout/onjuiste overtuiging dat therapie de enige manier is om ooit van mijn klachten te herstellen. Met dat inzicht in mijn achterhoofd, ben ik alsnog hard aan de slag gegaan met de online (zelfhulp-)modules voor angst, paniek en psychosomatische klachten. De gemaakte oefeningen bespreek ik in de inmiddels maandelijkse therapiesessies met mijn therapeute en hoor dan van haar terug dat ik goed bezig ben. Daar probeer ik dan weer op te vertrouwen; dat als ik zo door ga, het beter zou moeten worden. Niet volledig hersteld dus, maar beter dan nu.

Mijn therapeute benoemde een paar maanden geleden toen ik vertelde over een situatie waarin ik een verwarde buurvrouw aantrof, dat ik waarschijnlijk een bepaalde gevoeligheid heb waarmee ik dit soort situaties eerder signaleer dan anderen.
Ik zag een mevrouw op de parkeerplaats die spullen van de grond raapte en ging naar haar toe om te helpen. Ze nam de spullen aan, maar bleef er onhandig mee staan in plaats van ze in haar tas op te bergen en klonk verward. Dus ik probeerde vervolgens te achterhalen of ik familie van haar kon bellen, maar haar mobiel was nergens te vinden en alles wat ze zei was onsamenhangend, behalve: ‘Ik voel me zo raar’. Mijn vriend vond het lang duren, dus kwam ook kijken en signaleerde met zijn ‘medische blik’ vervolgens toen dat zij mogelijk een herseninfarct gehad kon hebben. We besloten een ambulance te bellen, ondanks dat een andere buurvrouw deze mevrouw weer naar haar woning terug wilde brengen om haar daar achter te laten. De ambulance nam haar uiteindelijk ook mee naar het ziekenhuis.
Mijn vriend zei later: ‘Wat goed dat jij toch naar haar toe bent gegaan, want ik wilde in eerste instantie snel naar huis om te studeren voor mijn tentamen en had aan het begin helemaal niet door dat er iets ernstigs aan de hand met haar was.”
Ik zelf ook niet, maar er was wel iets in mij dat mij het gevoel gaf dat ik haar moest helpen, ondanks mijn sociale fobie, ondanks mijn vriend die haast had en ondanks dat ik niet te dichtbij haar wilde komen wegens de corona maatregelen.
Later kregen we een kaartje van de zoon van deze mevrouw om ons te bedanken waarin hij schreef dat het zonder onze hulp heel slecht met haar af had kunnen lopen. Het klonk dus alsof ze er inderdaad slecht aan toe was, maar na de opname in het ziekenhuis het gelukkig weer beter met haar ging en kon gaan revalideren.

Doordat mijn therapeute het met betrekking tot deze situatie had over een bepaalde ‘gevoeligheid’, schoot me te binnen dat toen ik een tiener was, een eerdere therapeut naar aanleiding van de uitslag van een psychologisch onderzoek mij wel eens had voorgelegd of ik mezelf in hoogsensitiviteit/hooggevoeligheid herkende. Ik weet nog dat ik mij toen wel in sommige dingen herkende, maar toen ik er meer over las, er niet zo mee uit de voeten kon. Als ik op internet opzocht wat het nou precies was kwam ik op zulke zweverige websites terecht met vlindertjes, watervallen en andere natuurtaferelen, die mij een erg hoog Yomanda/Hyves-glitterplaatjes-vibe gaven. Je begrijpt: ik ben niet zo comfortabel met spiritualiteit en eigenlijk ook niet met GIF-afbeeldingen met glitters. Op de een of andere manier had ik hoogsensitiviteit in mijn hoofd weggezet als pseudo-psychologie; een mode-term uit een periode waarin iedereen ineens hooggevoelig was en ik echt niet bij wilde horen. Misschien ben ik een psychologie-hipster en voelde ik mij te goed voor zulke populaire psychologie.

Toen ik hier weer aan moest denken, ben ik uit nieuwsgierigheid opnieuw gaan googlen en vond vervolgens dit krantenartikel uit het Parool. De titel luidt: ‘Hoogsensitiviteit? Daar is niets spiritueels aan’. Dat greep natuurlijk direct mijn aandacht. Ik vond dit keer erg veel herkenning in het artikel, met name in het stuk over werk van een man die na een werkdag door alle prikkels al totaal uitgeput raakt. Zou dat ook bij mij de reden kunnen zijn dat ik een burn-out kreeg van niet eens zo overmatig veel werken/studeren? Ook herkende ik het negatieve beeld dat hangt aan iemand die (over-)gevoelig is: ‘janken om alles’. Mijn hele leven lang huil ik al snel; een zielige film, een mooi lied, als iemand lieve dingen over mij zegt, onverwachte kritiek ontvangen, iemand anders die huilt of iets verdrietigs vertelt of wanneer ik in een verhitte discussie met mijn vriend ben geraakt (en mijn argumenten vervolgens niet zo veel indruk meer maken door al het gehuil).

Ik erger mij hier altijd al groen en geel aan, maar het lukt mij maar niet om minder snel te huilen. Soms wilde ik dat ik een soort tuinsproeier was en mezelf op de situatie kon instellen. In het openbaar: stand ‘mist’; er is water maar verdampt al voor het de grond raakt, dus het valt niet zo op. En dan alleen thuis: stand ‘waterval’; let it all out. De optie om de kraan vervolgens weer in een keer dicht te draaien zou dan ook fijn zijn.

Hoe dan ook, ik probeerde vervolgens nog meer op te zoeken over hoogsensitiviteit om o.a. mijn hypothese over mijn burn-out te kunnen bevestigen, maar vond op internet weinig duidelijke websites. (Nog steeds knap ik snel af op natuurplaatjes. Ik vind de natuur mooi hoor! Maar op de een of andere manier word ik blijkbaar heel kritisch/allergisch als het veelvuldig op een website afgebeeld wordt.)

Ter illustratie (sorry).
(bron: gifplaatjes.nl)

Puzzelstukjes

Uiteindelijk besloot ik het boek ‘Hoogsensitiviteit professioneel bekeken’, door Annek Tol te bestellen. Dit boek is geschreven door een hoogsensitieve hulpverlener, voor hulpverleners om inzicht en handvatten te geven over hoe om te gaan met hoogsensitieve cliënten (in de ggz). Gezien ik mogelijk zelf een hoogsensitieve hulpverlener ben, die vaak ook nog eens goed gaat op de duidelijkheid en gestructureerdheid van wetenschappelijk onderbouwde (studie-)boeken, leek dit mij een goede keuze.
In het boek stond ergens dat voor hoogsensitieve mensen die al jaren lang therapie gehad hebben, de realisatie dat zij hoogsensitief zijn voor hen vaak maakt dat de puzzelstukken ineens op de juiste plek vallen. Ik hou er niet van een cliché te zijn, maar dat was precies het gevoel wat ik had na het lezen van dit boek. Niet alleen heeft dit boek voor mij bevestigd dat ik hoogstwaarschijnlijk inderdaad hoogsensitief ben, maar het heeft er ook voor gezorgd dat ik ineens anders naar mezelf kan kijken. Zowel mijn geschiedenis als het heden en mijn mogelijkheden voor de toekomst, als ook mijn klachten/belemmeringen en mijn talenten/kwaliteiten.
Ik voelde mij mijn hele leven al anders dan anderen en ook vaak ook wel een tikkeltje wereldvreemd. Dit heb ik altijd toegeschreven aan de heftige gebeurtenissen zoals het overlijden van mijn broer, het lange ziekbed van mijn moeder en ook vanaf jongs af aan al depressief te zijn geweest. Ik had waarschijnlijk gewoon andere dingen aan mijn hoofd dan anderen. Zou hoogsensitiviteit er dan misschien ook mee te maken kunnen hebben?
Na het boek te hebben gelezen en te hebben laten bezinken, legde ik het voor aan mijn therapeut. Zou ik inderdaad hoogsensitief kunnen zijn? Ze antwoordde: “Ik denk dat daar zeker wat in zit. Vandaar dat toen je over die situatie met jouw buurvrouw vertelde, ik al jouw gevoeligheid benoemde”.

Veel voelend

Bron

Kort samengevat: de term hoogsensitiviteit is in de jaren negentig geïntroduceerd door het Amerikaanse psychologenkoppel Elaine en Art Aron en lijkt te gaan over diepgaande informatieverwerking in de hersenen. Op dit moment gaan onderzoekers ervanuit dat niet-HSP’s (highly sensitive person), een soort filter hebben in het informatieverwerkingssysteem. Deze gefilterde informatie wordt verwerkt in de hersenen, dus de hypothese is dat dit filter bij HSP’s ontbreekt; er komt meer informatie binnen, die allemaal moet worden verwerkt. Wat er hier precies gebeurt moet nog onderzocht worden, maar onderzoek laat al wel zien dat de hersenen van HSP’s informatie grondiger en nauwkeuriger verwerken (Psychologie Magazine, 2020).

Wat het meeste opvalt bij HSP’s, zegt Annek Tol, is de sensitieve waarneming: het vermogen om veel en gedetailleerd waar te nemen, zich te verbinden met de waarneming en dit diepgaand te ervaren en te verwerken (met intense emoties als logisch gevolg). Minder bekende maar eveneens opvallende eigenschappen van HSP zijn volgens haar ook: creatief denken, verbanden zien tussen de vele waarnemingen die men doet, behoefte hebben om de context te blijven begrijpen, samenhang ervaren, extreme rechtvaardigheidsgevoelens, loyaliteit, zorgzaamheid naar andere mensen en verantwoordelijkheid voelen voor de omgeving en de wereld als geheel (Tol, 2014).

Dit zijn eigenschappen die ervaren kunnen worden als positieve principes, maar toch blijken er problemen te ontstaan, juist als gevolg van deze sensitieve aard. Het is daarom lastig om hoogsensitiviteit als fenomeen te plaatsen binnen de hulpverleningspraktijk. Het is een waarde, een aard, een eigenschap, maar geen ziekte en dus geen diagnose. Toch kan het zijn dat mensen er in bepaalde omstandigheden ziek van worden, maar je kunt de gevoelige aard niet genezen (Tol, 2014). Annek Tol heeft dit boek geschreven, om hulpverleners te begeleiden zodat zij uiteindelijk de hulp kunnen bieden die voor hoogsensitieve cliënten van wezenlijk belang is. (Echt een aanrader voor hulpverleners dus! Maar ook als je als HSP interesse hebt in hoe HSP te plaatsen is binnen de GGZ.)

Ook zegt Annek:
Veel mensen die zich niet bewust zijn van hun gevoeligheid, raken snel overprikkeld wat zich na langere tijd uiteindelijk kan uiten in (chronische) vermoeidheid en stressklachten. Ook pik je makkelijk energieën op als je hooggevoelig bent en kun je goed mensen lezen, waardoor je soms wel eens voelt dat er iets met iemand is voordat diegene dat zelf bijvoorbeeld weet. Of iets over iemand weet wat je eigenlijk niet kan weten of het (onbewust) overnemen van de emoties van een ander. Ook is er een andere manier van denken bij hoogsensitieve mensen, namelijk: ‘een holistisch denkbeeld’. Dat betekent dat je denkt vanuit het idee dat alles met elkaar verbonden is of met elkaar te maken heeft, waardoor je snel verbanden kunt leggen. Ongeveer 20% van de samenleving wordt geschat hoogsensitief te zijn (Tol, 2014).

De website Hoogsensitief.NL vat het als volgt samen:

“Kenmerken van hoogsensitieve volwassenen:

– Sfeer in een ruimte aanvoelen
– Begaan met het lot van anderen
– Eigen belang op tweede plek
– Moeite met veranderingen in dagplanning
– Rechtvaardigheid hoog in het vaandel
– Veel piekeren
– Ongewoon zelfkritisch
– Snel geraakt door muziek of kunst

Hoogsensitieve volwassenen raken snel (fysiek of emotioneel) uitgeput bij overprikkelende situaties. Ze kunnen door emoties overvallen worden. Juist het onderdrukken van die gevoelens veroorzaakt weer nieuwe emoties. Een ander punt dat veel hoogsensitieve volwassenen lastig vinden is hun zelfkritiek. Het eindeloze gepieker kost energie en ondermijnt het zelfvertrouwen” (Hoogsensitief.nl, 2020).

Herkennen en accepteren

Bron

Het voelt heel gek om mij nu in zoveel kenmerken van hoogsensitiviteit te herkennen, terwijl ik de term dus al veel eerder had gehoord en mij er toentertijd niet heel erg in herkend heb.
In de laatste zin van het bovenstaande citaat staat bijvoorbeeld mijn ‘Dictator‘ perfect omschreven; mijn irritante zelfcriticus die tijdens therapie een naam kreeg.

In het boek van Annek Tol schrijft zij:
“Ik maak vaak mee dat HSP in hun jeugd of erg lastig zijn (boos, driftig, heftig) of al jong hun mond zijn gaan houden. Er is geen of weinig eigenwaarde op dit sensitieve gebied, dus is het onzichtbaar. Mensen laten hun eigen ideeën en gevoelens helemaal niet meer zien. Als mensen eenmaal bezig gaan met thema hoogsensitiviteit, merken ze pas hoe verweven dit ‘verstoppen’ vaak is met hun hele leven en hoeveel invloed dit eigenlijk heeft. Pas dan beseffen mensen hoezeer ze in alles gericht zijn geraakt op aanpassen. De eerste reactie is niet: ‘Hoe komt dit op mij over, wat wil ik, wat vind ik daarvan?’, daar staan mensen al helemaal niet meer bij stil. Ze zijn hun gave om goed te kunnen luisteren in gaan zetten om te begrijpen hoe de buitenwereld het ziet. Ze verzamelen standpunten van iedereen en stellen hun eigen standpunt uit. Het eerste wat in ze opkomt, is dus niet meer hun eigen reactie van binnenuit, maar: ‘Wat is de bedoeling, wat willen ze van me, als ik het zo doe, komt het dan goed over, hoe hoor ik me te gedragen?’, enzovoort” (Tol, 2014).

Zelf val ik onder de categorie: ‘heel jong hun mond gaan houden’. In eerdere blogs heb ik vaker geschreven over dat ik mij als kind al heb aangeleerd om mij aan anderen aan te passen om aan andermans verwachtingen te kunnen voldoen. En ook dat ik moeite had om een eigen mening te vormen als tiener, omdat ik altijd eerst afwachtte wat een ander ergens van vond, om mij vervolgens hier bij aan te kunnen sluiten.
Nu pas realiseer ik me dat hoogsensitief zijn (en ouders die een gevoelig kind probeerden hard te maken voor de grote boze buitenwereld) waarschijnlijk een grote rol hebben gespeeld in het ontwikkelen van een laag zelfbeeld en het hebben van identiteitsproblemen.

Ik leerde dat gevoelig zijn niet goed is en dat veel mensen zich hieraan irriteren, waaronder mijn ouders zelf. Waarschijnlijk hebben mijn ouders helemaal niet door gehad dat ik gevoelig ben en/of dat mijn gevoeligheid aangeboren is en dus niet echt afgeleerd kan worden. Dus opmerkingen als: “Joh, maak je niet druk” of “Doe niet zo moeilijk” of “Niet zo janken”, hebben mij vooral geleerd dat ik mij anders moest voordoen. Stoerder, dapperder en nuchterder dan ik daadwerkelijk ben. Dit probeerde ik dan ook, soms succesvol, vaak niet. Dan werd ik boos op mezelf en voelde ik me een mislukkeling.
(Zie ook dit Engelstalige blog over emotionele verwaarlozing bij HSP kinderen of mijn eigen blogpost over emotionele verwaarlozing)
Nog steeds heb ik moeite mijn gevoeligheid te accepteren en schaam ik mij snel, zoals dus bijvoorbeeld voor snel huilen in situaties. Toch heb ik mij gerealiseerd dat mijn gevoeligheid altijd een punt van irritatie zal blijven voor sommige mensen. Net zoals mensen die snel een oordeel, mening of ongevraagde feedback klaar hebben, altijd in mijn allergie zullen blijven. Zij voelen voor mij namelijk onveilig en geven mij het gevoel dat ik niet ‘oké’ ben zoals ik ben. Daarom is het belangrijk dat ik in ieder geval zelf het gevoelig-zijn accepteer, want er zullen toch altijd mensen zijn die altijd hun mening klaar hebben en je het gevoel geven dat je niet oké bent, wanneer je gewoonweg anders in elkaar zit dan zij zelf. Het heeft dus geen zin om mij hier nog iets van aan te trekken en mij te proberen aan te passen, want het is nooit goed genoeg en ik heb tevergeefs mijn hele leven lang geprobeerd te veranderen en mij aan te passen, maar daar werd ik alleen maar gefrustreerd en ongelukkig van.

Bron

Kwaliteiten versus klachten

Wat ook een groot onderdeel van het acceptatie proces schijnt te zijn, vooral als je in de ggz bent behandeld voor klachten, is het gaan erkennen van de kwaliteiten/talenten die je als HSP hebt.
Hoogsensitiviteit kan benaderd worden vanuit de visie dat het een gave is: HSP kunnen de meest complexe situaties snel doorhebben, goed aanvoelen wat er nodig is, nuances aanbrengen, creatief denken, en vaak zijn de meest uitzonderlijke talenten afkomstig van de HSP. Toch gebeurt het wel dat zowel HSP zelf als de hulpverlening het benaderen vanuit het gevoel iets te mankeren: men meent dat HSP een gebrek hebben aan een ‘normaal’ aanpassingsvermogen, stressgevoelig zijn, snel vermoeid, zich niet kunnen afsluiten, alles te serieus nemen, overal problemen zien en altijd andere behoeften hebben. Hoogsensitiviteit wordt dus nogal eens vanuit de problemen aangevlogen. Veel mensen denken dan ook dat ze van die gevoeligheid af moeten. Of ze krijgen te horen dat ze die hoeveelheden aan informatie moeten negeren, omdat ze er anders ziek van worden. Het klinkt zo logisch, dat je ook als hulpverlener in eerste instantie denkt vanuit dit principe (Tol, 2014).

Annek Tol heeft in haar boek een aantal kwaliteiten en klachten die bij HSP veel voorkomen op een rijtje gezet. De klachten komen voort uit de hulpvragen en oplossingen die HSP zochten, die haar coachpraktijk bezochten of deelnamen aan haar trainingen.

Kwaliteiten van de HSP

– Sterk empathisch vermogen
– Creativiteit in het breedste zin van het woord. HSP zijn mindmappers en snelle creatieve denkers. Ze denken out of the box.
– Snel overzicht hebben en ‘zien’ wat er nodig is in bedrijven en processen.
– Sterke intuïtie, invoelingsvermogen, alles overal en tegelijkertijd aanvoelen. Eerder patronen/trends waarnemen. Eerder voorvoelen of iets goed gaat of niet,. Bedachtzaamheid.
– Inzicht en overzicht in vaak complexe systemen. Zien hoe alles met alles samenhangt. Door getailleerde en intense waarnemingen kunnen putten uit een groot raamwerk van verbanden.
– Houden van intellectuele uitdagingen, creatieve uitdagingen, vernieuwingskracht. Nemen vaak geen genoegen met een gemiddeld resultaat.
– Een hoge mate van bewustzijn en authenticiteit.
– Liefdevol, consciëntieus, rechtvaardig en loyaal.

Waar lopen HSP tegenaan?

– Ernstige vermoeidheid, soms zonder dat ze het zelf doorhebben.
– Terugkerende patronen van stress, ziekte en uitval.
– Hoofdpijnen, prikkelbare darm, allergieën, prikkelbaarheid, stress, burn-out (heel vaak), CVS (chronischevermoeidheidssyndroom), MCS (Multiple Chemical Sensitivity).
– Steeds tegen de eigen grenzen oplopen.
– Het gevoel niet te voldoen in de wereld, tekortschieten, zich ‘gek’ voelen.
– Frustratie omdat ze niet gezien worden.
– Zichzelf kwijt zijn, geen herkenning vinden, zich niet thuis voelen, zich onbegrepen voelen of de wereld niet begrijpen.
– Perfectionisme.
– Vaak meer inzicht hebben en creatiever zijn dan de omgeving (en de meerderen), die dit vervolgens niet wil inzien.
– Overaanpassing, onzekerheid, sterke overlevingsmechanismen.
– Zich vaak ‘leeggezogen’ of ‘overspoeld’ voelen.
– Last ervaren van buren, geluiden, collega’s, geuren, drukte, geweld (en de oordelen daarover, overtuigingen van zichzelf of de ander).
– Relatieproblemen, gezinsproblemen als gevolg van vermoeidheid en overaanpassing.
– Kinderen: vaak AD(H)D-achtig gedrag (in tegenstelling tot ADHD lost dit zich op door de omgeving aan te passen)
– Angststoornissen, controleverlies of extreme controle (willen) houden.
– De pijn van de wereld voelen, in de knoei komen met de eigen principes van harmonie en verbinding.
– Niet tegen oneerlijkheid, machtsspelletjes, oneigenlijke hiërarchie en onrechtvaardigheid kunnen” (Tol, 2014).

Toen Annek Tol trainingen gaf bij steunpunten in de ggz, merkte ze dat bij cliënten die zowel binnen klinieken als ambulant behandeld werden, hoogsensitiviteit als verklaringsmodel voor klachten, een ander licht wierp op hun ziektegeschiedenis en -ervaringen. Mensen bleken, na meer geleerd te hebben over hun hoogsensitiviteit, anders aan te kijken tegen hun hun psychiatrische geschiedenis en de opbouw en (herkomst) van hun klachten. Psycho-educatie gaf meer begrip/logica voor zichzelf en het ontstaan van hun klachten. Het gaf hen passendere handvatten om actie te ondernemen en verandering in hun situatie te bewerkstelligen. En het belangrijkste: het zorgde voor een positiever zelfbeeld (Tol, 2014).

Niet meer ziek of niet ziek geweest?

Bij mezelf merk ik ook dat ik een aantal diagnoses die ik in mijn lange carrière als cliënt gehad heb, nu in een ander daglicht zie.

Een voorbeeld van zo’n diagnose: in de kliniek voor klinische psychotherapie waar ik in mijn tienerjaren 6 maanden lang was opgenomen, werd een persoonlijkheidsstoornis NAO bij mij vastgesteld met o.a. borderline trekken. Nu ik weet dat ik hoogsensitief ben, denk ik oprecht dat het heftige gevoelsleven die zij omschreven, eerder te wijten valt aan HSP zijn, dan een borderline persoonlijkheidsstoornis (BPS) Ook het zwart-wit denken waar ik mij in herkende bij de BPS, zou ik nu veel sneller schalen onder HSP omdat dit vooral gaat over denken in goed en fout; vanuit een sterk gevoel van rechtvaardigheid of moraal.
De persoonlijkheidsstoornis is overigens al een paar jaar in remissie (dat betekent vermindering of verdwijning van ziekteverschijnselen) volgens mijn therapeut, maar nog steeds ervaar ik emoties heel heftig en ben ik nog steeds redelijk moralistisch. Het zijn blijkbaar aspecten die bij mijn persoonlijkheid horen, niet verstoord/gek/verkeerd zijn en ook niet weg zullen gaan. Wél heb ik dankzij therapie bijvoorbeeld al veel beter leren omgaan met de heftige emoties; wanneer ik een heftige emotie ervaar word ik er niet meer zo door overspoeld en ben ik mij er meer bewust van, waardoor ik beter rationeel kan blijven handelen in situaties zonder dat de emotie het overneemt. Ik ervaar de heftige emoties dus nog wel, maar het belemmert mij niet meer zo als vroeger. Toentertijd sloeg ik helemaal dicht en dissocieerde ik zelfs bij heftige emoties, hier heb ik dus wel terecht hulp voor nodig gehad gezien het zorgde voor psychische problemen.
Het omgaan met emoties is overigens ook vaak onderdeel van trainingen voor omgaan met hoogsensitiviteit.

Nu ik dus met een andere blik kijk naar mijn geschiedenis in de ggz met verschillende ziektebeelden die mij zijn toegeschreven, snap ik ook ineens waarom ik na jaren lange therapie nog steeds het gevoel dat ik niet kan meekomen in deze maatschappij: ik ben blijkbaar vooral anders en niet (meer) ziek. Ik heb dus geen therapie meer nodig (behalve voor de angststoornis), maar vooral een aangepaste levensstijl.
Het beeld dat ik in mijn vorige blog ‘De december dingen’ schetste: een verre reis maken, een muziekfestival bezoeken, het liefste een voltijd baan…, zijn waarschijnlijk dingen die niet zo snel voor mij zijn weggelegd doordat het gewoonweg niet zo in mij zit. Hoe graag ik dat misschien ook zou willen.

Een festival bezoeken, heel af en toe een avondje stappen of een verre reis zal ik heus nog wel een paar keer kunnen doen in de toekomst, maar ik zal er geen gewoonte van kunnen maken omdat het mij te veel kost, in vergelijking met wat het mij uiteindelijk oplevert. Gelukkig heb ik een partner die ook niet zo veel waarde hecht aan dit soort dingen. Soms ben ik wel eens bang dat ik hem tot last ben of hem tegenhoud omdat de dingen mij soms zo moeilijk afgaan. Ik leg het hem wel eens voor en dan blijkt maar weer dat we goed bij elkaar passen, want dat gevoel heeft hij helemaal niet. Samen een verre reis maken heeft geen haast en van dat geld kun je immers zat leuke dingen doen dichter bij huis, zoals: dagjes/weekendjes weg of ons appartement opknappen. Heerlijk praktisch, mijn vriend.


Annek zegt verder:

“Niet iedereen slaagt erin een evenwicht te vinden tussen de verwachtingen van de maatschappij en de eigen behoeften. Veel mensen hebben zich te lang en te veel aangepast aan wat zij denken dat de wereld van hen vraagt. Zij putten zich uit in een poging het leven net zo te leven als iedereen, maar brengen zichzelf daarmee in feite in een langdurig overspannen situatie. Veel hoogsensitieven raken daarom steeds verder ‘overprikkeld’ en ontwikkelen lichamelijke, psychische of psychosomatische klachten als ze daar geen rem op zetten. Klachten van hoogsensitieven hebben vaak te maken met een uit balans geraakt stresssysteem. Belangrijke is dan ook om de eigen aard meer te onderkennen, om ‘weer gevoelig te worden’ voor de eigen (hoog)gevoeligheid, zichzelf opnieuw te leren waarderen, bewuster om te gaan met de energie en een levensstijl te creëren die bij mensen past. Veel HSP zijn vergevorderd op de Cirkel van Overprikkeling. Terugkerend onderdeel van de training is daarom inzicht te verkrijgen in ieders patroon van overprikkeling en stressopbouw” (Tol, 2014).

Klik hier om meer te weten te komen over de Cirkel van Overprikkeling (document nu nog in de maak)

Als ik dat beeld dus los laat en mezelf ga zien als een persoon dat net wat anders in elkaar steekt dan anderen (en waar niets mis mee mis), dan voelt dat gelijk heel anders. Wanneer ik mijn omgeving zo kan inrichten dat het bij mij past, in plaats van mezelf proberen aan te passen in een omgeving dat niet op mij afgestemd is, kan ik daar waarschijnlijk prima in functioneren. Dus waarom probeer ik dan mezelf nog steeds in een positie te forceren waarin ik telkens vastloop? Ik zie hierbij ook een beeld voor me van een kindje dat volhardend een vierkant blokje in een driehoekig gat probeert te rammen. Blijkbaar is er 30 jaar voor nodig geweest om voor mij te beseffen dat een vierkant nooit ineens een driehoek zal worden (en dat je dat ook niet van het vierkant mag verwachten, want dan zal het vierkant altijd het gevoel blijven houden te falen). En elke vorm is oké zoals het is. #bodypositivity #mindpositivity #hadikalverteldoverholistischdenken?

Bron

Kwaliteiten

Toen ik zo net wat oude blogs doorlas op mijn site, is het bijna alsof ik het boek van Annek Tol er naast kan houden; veel onderwerpen waar ik over heb geschreven, blijken achteraf wel een link te hebben met HSP.

Zo schreef ik bijvoorbeeld wel eerder dat ik merkte dat ik tijdens mijn opname in de eerder genoemde kliniek, een scherp afgestelde antenne had voor bepaalde dingen. Op de een of andere manier wist ik bijvoorbeeld dingen van groepsgenoten, die mij niet verteld waren. Zonder dat ik het zelf door had, benoemde ik in mijn eerste week bijvoorbeeld de reden dat een groepsgenoot niet bij een therapie programma was, terwijl ik hem nog nauwelijks kende of had gesproken. Toen diegene er op aangesproken was en in de groep vertelde waarom hij er niet bij was, zei hij precies wat ik eerder al had genoemd als reden. Hij was dan ook heel verbaasd toen anderen zeiden dat ik dat al had gezegd. Zelf wist ik toen ook niet uit te leggen hoe ik dit wist.
Verder had ik af en toe het idee dat de sociotherapeuten boos op mij waren. Wanneer ik heel soms vroeg of dit klopte (in therapie leerde ik dit soort gedachten te checken bij anderen), bleek dat dit niet het geval was. Uiteindelijk bleken de betreffende sociotherapeuten niet goed in hun vel te zitten door persoonlijke omstandigheden, zoals een verbouwing of een recent verlies van een familielid. Ik voelde dus wel goed aan dat er iets speelde bij anderen, maar interpreteerde het heel vaak verkeerd door het persoonlijk op te vatten vanuit mijn angst voor boosheid/afwijzing van anderen.
Later in mijn behandeling tijdens een nazorg groepstherapie, vertelde een groepsgenoot over haar weekend. Ze benoemde alle activiteiten die zij had gedaan. Groepsgenoten en de psychiater reageerden met: “Klinkt als een leuk weekend.” Ze wilden toen al naar de volgende gaan. Ik voelde mij boos worden dat zij niets door hadden en vroeg bijna op sarcastische toon: “maar was het ook een leuk weekend?”, waarop zij in huilen uitbarstte en heel suïcidaal bleek te zijn. Ook hier wist ik dat dit speelde, zonder dat ik het echt kon weten.

Ook handelde ik wel eens vanuit een soort instinct wanneer er iets gebeurde, zonder dat ik er eerdere ervaring mee had. Bijvoorbeeld wanneer er iemand flauwviel mij over diegene ontfermen en hulp halen of bij iemand gaan zitten die in een herbeleving/dissociatie zat en vervolgens rustig en geruststellend blijven praten tot diegene weer in het hier-en-nu was.
Er was ook een situatie waarin ik toevallig op de juiste tijd op de juiste plek was binnen de kliniek en zonder er bij na te denken een mogelijke suïcidepoging van een groepsgenoot stopte.
Deze ervaringen hebben uiteindelijk ervoor gezorgd dat ik besloot hulpverlener te worden; het zorgen/hulpverlenen leek van nature in mij te zitten. Ook gaf het mij een groot gevoel van nut of waarde; hoe slecht het ook met mij zelf ging, ik kon er in ieder geval nog voor anderen zijn. (Hoewel je echt eerst zelf verder in je eigen herstelproces moet zijn voordat je optimaal kunt hulpverlenen, is mijn ervaring.)

Bron


Verder herken ik mij erg in het holistisch denken en snel verbanden kunnen leggen. In gesprek merk ik wel vaker dat mensen mijn gedachtegang niet kunnen volgen, terwijl er voor mij dan wel degelijk logica in zit. Ik kan voor hen rare sprongen maken, terwijl de onderwerpen voor mij dan echt met elkaar te maken hebben. Los daarvan merk ik ook dat ik tijdens mijn studie snel verbanden kon leggen tussen theorie en praktijk, waardoor ik mij prima voor kon stellen hoe een interventie of methodiek ingezet wordt, zonder hier al te veel voorbeelden voor nodig te hebben. Ik haalde vrijwel altijd goede cijfers met verslagen schrijven, omdat ik hierin vaak theorie moest koppelen aan mijn stage praktijk. Zo ook met reflectieverslagen. Misschien is het schrijven hiervan ook wel gemakkelijker wanneer je gevoelig bent en dicht bij je emoties staat en van nature heel veel nadenkt over van alles (en dus ook over jezelf en je handelen).
Waarschijnlijk is zo ook mijn blog tot stand gekomen door deze manier van denken; verbanden leggen tussen theorie over de psyche/psychiatrie en mijn eigen ervaringen/waarnemingen.

Wat betreft verantwoordelijk voelen voor de omgeving en de wereld als geheel;
ik kan mij heel erg gebeurtenissen in de wereld aantrekken, dus kijk ik over het algemeen nooit naar het journaal en scan ik altijd eerst krantenkoppen voor ik besluit een artikel te lezen om zo toch nog een beetje bij te kunnen blijven. In de huidige Coronatijd vermijd ik in z’n algeheel nieuwsberichten en sommige sociale media, om niet al te veel geconfronteerd te worden met al het leed in de wereld en het leed van anderen, gezien ik dan ontzettend verdrietig, somber of angstig kan raken. Het duurt dan ook vaak even voordat ik dat gevoel weer kwijt raak.

Altijd maar moe

Bron

Op dit moment ben ik elke dag moe. Een week geleden moest ik zelfs voor het eerst eerder naar huis van werk, omdat ik bewegende vlekken voor mijn ogen zag en duizelig werd. De vlekken trokken even later weer weg, maar het duizelig zijn en het wazig zien niet waardoor ik mij letterlijk en figuurlijk niet meer kon focussen op de kinderen. Ik kon dus niet anders dan eerder stoppen, want zo had niemand wat aan mij.
Eenmaal thuis werd het niet veel beter dus heb ik vooral op bed gelegen. Ook de dagen daarna bleef ik moe, dus nam ik contact op met mijn loopbaancoach die vervolgens aan gaf dat dit normaal is voor mijn situatie. “Soms begin je met re-integreren en ben je de eerste weken heel erg moe en soms gaat het de eerste weken juist heel goed en komt de vermoeidheid er later pas uit wanneer het zich heeft opgestapeld. Bij jou lijkt het tweede aan de hand te zijn”, legde ze uit. Ik had net een week een uur langer gewerkt, dus zelfstandig besloten om al met een uur op te bouwen, maar mijn loopbaancoach adviseerde na deze klachten toch sterk om weer terug te gaan naar het oude aantal uur.

En ik maar denken dat ik de eerste weken ook al best heel moe was, maar niet zo moe als nu inderdaad. Oké, dan is dat niet anders en moet ik hier gewoon doorheen, denk ik. Tegelijk zal ik in mijn achterhoofd moeten houden dat wanneer de vermoeidheid met een aantal weken nog steeds niet weg gaat, ik misschien moet overwegen om de lat nóg lager te leggen en voorlopig toch halve dagen te blijven werken. Helaas is dat op mijn huidige werkplek niet mogelijk, dus zal ik helaas weer wat anders moeten gaan zoeken. Voor nu in ieder geval dus nog de moeite waard om te blijven proberen!

Gezien ik in het boek van Annek Tol ook redelijk wat had gelezen over HSP en werk, vroeg ik mijn loopbaancoach of zij hier misschien ook een en ander vanaf weet. Ze gaf aan dat ze wel wat weet, maar niet zo veel en daarom ook erg geïnteresseerd is in het boek dat ik heb gelezen. Wel kon ze mij eventueel in contact brengen met een collega die zich heeft gespecialiseerd in neurodiversiteit bij werk. Ze gaf aan dat HSP bij hen onder neurodiversiteit valt en deze collega mij dus vast meer kan vertellen. Inmiddels heb ik voor volgende week een beeldbelafspraak staan bij deze collega en ben erg benieuwd of zij mij bijvoorbeeld handvatten of tips kan bieden, mocht de vermoeidheid ook veroorzaakt worden door het HSP zijn. (In dat geval zal ik dit blog zeker aanvullen!)
Veel HSP lijken namelijk moeite te hebben met energie verdelen. Hier zegt Annek Tol over:

Veel HSP worstelen met vermoeidheidsklachten. Sommigen voelen zich uitgeput. Relatief veel HSP die de training volgen zijn burn-out geweest en anderen beschermen zichzelf dusdanig dat ze nog maar een heel beperkt leven hebben.
Dilemma’s zorgen er vaak voor dat mensen niet luisteren naar zichzelf of de signalen die hun lichaam hun geeft. Voortdurend zijn er redenen waarom mensen uiteindelijk niet doen wat ze eigenlijk wensen of wat goed zou zijn voor ze.

Voorbeelden:
Ze zijn moe, maar gaan niet slapen; ze willen even niets, maar moeten nog zo veel; eigenlijk wil men minder uren werken, maar dat betekent dat er minder te besteden is; ze zitten eigenlijk vol, maar de ander wil zijn verhaal nog kwijt…


HSP lijken sneller over hun persoonlijke grenzen heen te gaan dan anderen en hebben zelfs vaak geen idee waar die grenzen liggen. Ze schamen zich veel eerder om nee te zeggen en houden dit heel lang vol, tot ze klachten krijgen waar ze niet meer omheen kunnen.
Iedereen heeft ‘favoriete’ dilemma’s die maken dat ze stelselmatig over hun grenzen gaan. Ze hangen samen met praktische zaken, loyaliteit, normen over zichzelf of overtuigingen over de wereld. Deze komen in de training allemaal aan bod. Elk dilemma is namelijk ook een aanknopingspunt waarop verandering kan volgen (Tol, 2014).”

Voor mij voelde het altijd erg als falen dat ik een burn-out kreeg, omdat het zo lastig te plaatsen was. Bij veel mensen hoor je dat zij langdurige conflicten op het werk hadden of stelselmatig overwerkten of te veel aan taken op zich namen. Klinkt dan best logisch, toch?
Bij mij was dit echter allemaal niet aan de hand; ik had een fijne stageplek waar ik zelfs mocht blijven werken als vrijwilliger (met een vergoeding) tot ik mijn diploma zou behalen, waarna ik bevoegd zou zijn en daarom waarschijnlijk een contract zou krijgen. Tijdens het afstuderen werd het vrijwilligerswerk echter te zwaar dus stopte ik hier tijdelijk mee (was de bedoeling), maar na het afstuderen werden mijn klachten eigenlijk alleen maar erger en lukte – wat voor vrijwilligerswerk dan ook – ineens niet meer.
‘Je grenzen aanvoelen’ is zo’n abstract iets. Bij mij lijken ze altijd al veel dichterbij te liggen dan bij anderen, wat mij óók heel vaak een gevoel van falen geeft. In het verleden heb ik mijn grenzen ook best wel kunnen verleggen, maar in het verleden heb ik dan ook altijd wel psychische klachten gehad. Na, of tijdens een voltijd stage heb ik ook vaker een depressie gekregen. Achteraf gezien had zo’n depressie ook wel veel overlap met burn-out verschijnselen…
Zou het kunnen dat ik al die tijd al over mijn grenzen ben gegaan en veel last had van de ‘overprikkeling’ waar ze het bij HSP vaak over hebben?
Wellicht kom ik hier na volgende week achter of misschien wel helemaal niet en blijft het bij speculeren…


Hoopvolle toekomst

Het belangrijkste wat het lezen over HSP mij gaf, is hoop voor de toekomst. De mededeling dat therapie afgebouwd zou worden, zorgde ervoor dat ik die hoop (onterecht) verloor. Nu ik kan plaatsen wat maakt dat ik nog niet optimaal kan functioneren in mijn dagelijks leven, maar ook wat ik daar aan zou kunnen doen, heb ik die hoop weer teruggevonden. Er zijn blijkbaar meer mensen die nog tegen dezelfde dingen aanlopen als ik in hun leven en veel van deze mensen hebben uiteindelijk een manier gevonden om hier zo mee om te gaan, dat zij prima kunnen functioneren.
Dat ik nu mezelf als HSP beschouw betekent niet dat ik ineens een ander persoon ben. Het betekent dat ik nog altijd dezelfde persoon ben, maar die onlangs een mogelijke verklaring heeft gevonden waarom ze zich altijd anders voelde de anderen en met sommige dingen niet zo makkelijk mee kon komen met anderen. Het zorgt er ook voor dat ik nu eindelijk kan accepteren dat ik nooit zo zal worden als anderen en dat dat oké is. Doordat ik nu weet wat mij precies anders maakt en dat daar niets mis mee is, kan ik mezelf veel meer accepteren voor wie ik ben. Lezen over HSP heeft mij doen inzien dat het nutteloos is om mij te blijven meten aan anderen, want ik steek blijkbaar anders in elkaar dus moet sommige dingen ook anders doen dan anderen. In plaats van dat ik mezelf probeer te passen in deze maatschappij, ga ik het anders aanpakken; ik zoek of creëer een plek in de maatschappij die juist bij mij past.
Als ik mij namelijk niet vergelijk met anderen of heersende normen/verwachtingen vanuit deze prestatiegerichte maatschappij, blijkt dat ik namelijk al best een ‘rijk’ leven leid.

Als ik kijk naar zingeving en daarbij: een succesvolle carrière, veel sociale activiteiten met grote vriendengroepen en verre reizen weglaat, blijkt dat ik ondertussen ook best wel veel voldoening haal uit het fijne, rustige leven met mijn partner samen. Voor anderen van mijn leeftijd misschien saai of ‘burgerlijk’, maar voor ons al een aantal jaar een fijn, liefdevol leven, wat goed bij ons past. Afgezien van mijn studentenwoning heb ik weinig meegekregen van het ‘studentenleven’; ik ging vrijwel nooit naar feestjes, ging heel zelden uit in een club of naar een kleinschalig festival. Ik hield niet persé van drinken, had niet veel interesse in experimenteren met drugs en ook daten vond ik maar gedoe. Als ik er over nadenk ben ik dan ook blij dat ik desondanks mijn huidige vriend heb ontmoet en ik inmiddels ook in een levensfase zit dat ik met dat alles niets meer hoef. Op de een of andere manier had ik in mijn twintiger jaren het gevoel dat ik afwijkend was, omdat ik met dat soort dingen niet zo veel had. Eens in de zoveel tijd een avondje uit met vrienden vind ik overigens nog best leuk, maar ik trek het gewoonweg niet om dit vaker te doen.
Veel van mijn vrienden zijn inmiddels ook gesetteld en sommigen van hen hebben inmiddels zelfs al kinderen. Ik vind qua leefstijl nu ook veel meer aansluiting bij hen.
Sommige mensen vinden het vrijgezellenbestaan of het studentenleven nog steeds fantastisch en dat is ook helemaal prima. Live and let live! Ik ben alleen blij dat ik nu het gevoel niet meer heb dat er iets mis met mij is en het leven dat ik nu leid eindelijk ‘passend’ lijkt bij mijn leeftijdsfase, wat dat ook wil zeggen…

Overigens zijn mijn vriend en ik dol op honden en eigenlijk kwamen we er door de eerste corona lockdown gek genoeg achter, dat we normaliter al vaker thuis zijn dan wij in eerste instantie dachten. Dus na veel onderzoek, goed nadenken, lang wikken en wegen hebben we uiteindelijk de beslissing genomen om ons in te schrijven op een wachtlijst voor een puppy! Ze wordt komend voorjaar verwacht en zal een welkome toevoeging aan ons gezin en leven zijn. Het lijkt mij zo fijn om voor een hond te kunnen zorgen en fijn gezelschap in huis te hebben.


Wat mij ook een voldoend gevoel geeft, is nieuwe dingen creëren, zoals decoratie voor in huis haken/macrameeën/borduren, fotograferen, gitaar spelen, zingen, (liedjes) schrijven of tekenen en schilderen. Ik heb gemerkt dat het belangrijk voor mij is dat ik mijn creativiteit kwijt kan en hier ook een ander blij mee te maken, door bijvoorbeeld iets te maken naar de wens van een ander, cadeau te doen of gewoonweg het resultaat te delen met anderen.
En ook al ben ik (nog) niet aan het werk als hulpverlener, ik kan alsnog veel voldoening halen uit zorgen voor de kinderen op het kinderdagverblijf. Wanneer ik onverwachts een knuffel of kus krijg van de kinderen smelt ik zowat weg, dus ik krijg er ook nog eens veel voor terug (afgezien van ook veel training in geduld bewaren). 🙂

Beetje bij beetje begin ik dus toch dichterbij het dagelijks leven te komen dat ik graag voor mij zou zien. Met minder angst en paniek en met meer vermogen en energie om alles (vooral werk, naast een huishouden) vol te kunnen houden, zou ik er eigenlijk al zijn!
In dat geval: geen probleem, dat ‘uit therapie’. 😉

Bron

Bronnen:

Hoogsensitief.nl. (2020). Opgeroepen op september 27, 2020, van Hoogsensitief.NL: https://hoogsensitief.nl/volwassenen/

Psychologie Magazine. (2020). hoogsensitief. Opgeroepen op oktober 20, 2020, van Psychologie Magazine: https://www.psychologiemagazine.nl/thema/hoogsensitief/

Tol, A. (2014). Hoogsensitiviteit professioneel gezien, Sensitiviteit als verklaring onder psych(osmat)ische klachten. Amsterdam: Boom Uitgevers Amsterdam.

De december dingen

Het is al best lang geleden dat ik wat heb geschreven voor mijn blog, dus werd het weer eens tijd. Het is December. Dé maand waarin heel Nederland terugblikt op het afgelopen jaar. Niet alleen het journaal of de caberatiers, maar ook veel individuen schrijven via social media over hoe hun persoonlijke jaar was. In sommige gevallen zelfs hoe het afgelopen decennium verlopen is, want we naderen een heel getal, namelijk: 2020.
Zelf word ik een beetje verdrietig als ik denk aan terugblikken. Ik heb immers niet de dingen bereikt die ik had willen bereiken. Sterker nog; ik zit sinds de zomer van 2018 al ziek thuis. Ook word ik komend jaar 30. Yikes…

Maar, inmiddels zie ik gelukkig ook de dingen die ik wel bereikt heb. Nu daar nog vooral op zien te focussen.

Hello 2020

Hoe ik het had bedacht

Toen ik in de zomer van 2018 mijn diploma uitreiking had, had ik al flink last van burn-out klachten. Gelukkig lukte het om mijn uitreiking bij te wonen en voor het eerst in mijn leven zo’n ceremonie mee te maken waarin mijn diploma werd overhandigd. Ik bedacht dat als ik die zomer genoeg rust zou nemen, ik in het najaar dan wel een intensieve EMDR-behandeling zou kunnen volgen die al tijden op de planning stond wegens het nog hebben van cPTSS klachten. Daarna zou ik in de zomer van 2019 al wel aan het werk zijn in de ggz als SPH’er/ggz-agoog. Ik zou in mijn rol als voltallig werknemer in plaats van stagiaire meer vertrouwen krijgen in mijn kunnen en het gevoel hebben dat mijn harde werken tijdens mijn studie nu beloond werd, door groeien in mijn carrière en ergens een waardevolle bijdrage aan te kunnen leveren.

Buiten mijn werk om, zou ik mij ook veel beter voelen; ik zou grotendeels hersteld zijn van mijn psychische klachten en meer energie hebben om te kunnen genieten van het leven. Ik zou therapie dus niet meer nodig hebben en al uit therapie zijn gegaan.
Misschien zou ik bijvoorbeeld ook een mooie verre reis hebben gemaakt met mijn vriend en/of een tof muziekfestival hebben bezocht en wellicht zou ik inmiddels al steeds meer toe zijn aan het starten van een gezin.

Maar ja, nogmaals, dit liep dus anders. Spoiler: ik zat vooral thuis en ondernam weinig. Verwacht dus vooral geen spannend verhaal. 😅
Het jaar 2019 is voor mij vooral een jaar geweest van verwachtingen bijstellen.

Hoe het anders liep

Ik volgde inderdaad een intensieve EMDR-behandeling, maar het idee was om dit bij een instelling te volgen gespecialiseerd in cPTSS klachten, die tegelijk aandacht zouden hebben voor mijn lichamelijke stressklachten tijdens de behandeling. Helaas bleek er echter geen instelling te bestaan die cPTSS klachten behandelen die zijn ontstaan door emotionele verwaarlozing; ik werd afgewezen en viel ook bij andere instellingen steeds buiten de boot. Vrijwel alle cPTSS behandelingen blijken gericht op mensen die oorlog, (seksueel) geweld of een ernstig ongeluk hebben meegemaakt. Ook lijkt er geen eenduidige definitie te zijn voor complexe PTSS, omdat alleen ‘reguliere’ PTSS in de DSM V (het handboek dat in de psychiatrie gebruikt wordt om te diagnosticeren) staat beschreven. Voor mij is complexe PTSS dat mijn trauma’s verweven zijn met mijn persoonlijkheid door o.a. emotionele verwaarlozing in mijn jeugd. Dit zijn bijvoorbeeld bepaalde opvattingen over mezelf als: ‘ik ben een slecht mens’, waardoor ik nog steeds in het dagelijks aanloop tegen bijvoorbeeld veel onzekerheid en zelfkritiek wegens een laag zelfbeeld. Dit heeft niet alleen invloed op mijn persoonlijk functioneren, maar ook beroepsmatig functioneren; ik heb bijvoorbeeld telkens het idee dat ik faal, ook wanneer dit niet zo is. Bij het verder brainstormen, kwamen mijn vrijgevestigde therapeut en ik tot de conclusie dat een nog resterende optie zou zijn om reguliere EMDR te volgen, maar dan een intensieve, op maat gemaakte variant, met schematherapie elementen. (Lees verder hoe dat ging in dit blog) Het duurde dus even voordat dit allemaal georganiseerd en opgestart was, waardoor ik in december/januari pas echt kon starten met de behandeling.
Het EMDR-traject heeft wel veel geholpen; ik word inmiddels veel minder getriggerd door bijvoorbeeld ambulances en sirenes en heb nog nauwelijks nachtmerries en herbelevingen!
Helaas had ik nog wel steeds last van andere klachten…

Het jaar 2018, maar ook grotendeels 2019, stonden voor mij – naast het bijstellen van mijn verwachtingen – vooral in het teken van uitzoeken waarom ik mij dagelijks zo beroerd bleef voelen. Toen ik afstudeerde en last had van de paniekaanvallen, dacht ik dat ik oververmoeid was en de zomervakantie hard nodig had om bij te komen. Ik nam die zomer dan ook genoeg rust; ik moest wel, want ik kon nauwelijks wat ondernemen door vage lichamelijke klachten. Helaas bleven de klachten echter ook na de zomer, waardoor solliciteren voor een baan er echt nog niet in zat…

De klachten varieerden van paniekaanvallen (ineens zonder concrete aanleiding erg duizelig en misselijk voelen, in zweet uitbreken), tot een lamme linkerarm en pijn op de borst. Dit bleek gelukkig een borstbeenontsteking naast de paniekaanval symptomen, maar je kunt je misschien voorstellen hoe angstaanjagend het is als je dat nog niet weet. Het zijn bij toeval soortgelijke symptomen als bij een hartinfarct. Een borstbeenontsteking kan o.a. ontstaan door een verkeerde houding of door veel hyperventileren, volgens mijn huisarts.
Ook had ik last van mijn gebit, maar de tandarts kon niets vinden. Dit bleek te komen door spanning in mijn kaken; ik lijk overdag mijn kaken op elkaar te klemmen wanneer ik gespannen ben. Die pijn straalt dan door naar mijn tanden. Ook kreeg ik pijn bij mijn hals, in mijn oor, in mijn hoofd (wat bleek te komen door slechte samenwerking tussen mijn ogen), in mijn buik… Ik heb in ieder geval veel tijd doorgebracht bij de huisarts. Soms verliet ik de praktijk met een diagnose of verwijzing, maar vaker met alleen tranen, een gevoel van machteloosheid en schaamte en het idee dat het allemaal tussen mijn oren zat.

De huisarts legde uit dat de niet te verklaren klachten waarschijnlijk voortkomen vanuit stress en spanning en dat ik de term ‘SOLK’ maar eens moest opzoeken. SOLK staat voor Somatisch Onvoldoende verklaarde Lichamelijke Klachten. Hiermee wordt bedoeld dat er lichamelijk klachten zijn die al langer bestaan en waarbij met een medisch onderzoek geen ziekteoorzaak gevonden is(Centrum voor SOLK, 2015). Toen ik de term had opgezocht kwam ik erachter dat het iets is wat dus vaker voorkomt bij mensen. Wat erg hielp, want ik kreeg het gevoel dat ik de klachten inbeeldde, terwijl dat dus niet het geval is bij SOLK; de klachten zijn echt, alleen de oorzaak is onduidelijk/onbekend.

- Bij 30-50% van mensen bij huisarts is sprake van SOLK. - Bij 40-60% van mensen bij specialist is sprake van SOLK. - Half miljoen Nederlanders heeft ernstige SOLK. - 2,2 x hogere medische consumptie dan gemiddelde patiënt. (Multidisciplinaire richtlijn SOLK en Somatoforme Stoornissen, Trimbos, 2010) - Grote lijdensdruk. - Forse belemmeringen sociale relaties en werkverzuim. - Frequent terugkerende patiënten op spreekuur huisarts, dikke patiëntendossiers, veelvuldig bezoek alternatieve genezers (ook daar onvoldoende resultaat)!! CENTRUM VOOR SOLK.
Bron: Centrum voor SOLK, via Google.

Vervolgens begon de zoektocht, want met lichamelijke klachten waar je geen grip op krijgt, bleek alleen psychotherapie niet genoeg. Ik volgde dus eerst een intensief EMDR traject op maat in de hoop dat het naast de (c)PTSS klachten, het ook de lichamelijke stressklachten zou verminderen. Helaas gebeurde dit niet. Vervolgens heb ik ook mensendieck en psychosomatische fysiotherapie geprobeerd, wat enigszins hielp om de paniekaanvallen beter te kunnen hanteren en aan te voelen komen, maar de meer ongrijpbare klachten zoals hevige hoofdpijn, maagklachten, pijn op de borst en andere pijnklachten bleven.
Ondertussen bleef ik de huisarts bezoeken, want tja, een nieuwe klacht kon net zo goed wél iets lichamelijks zijn. Hier was mijn huisarts het overigens mee eens gelukkig en soms bleek dat dus ook het geval, zoals bij de verwijzing naar een oogarts voor de hoofdpijn.
Juist wanneer de klachten geen oorzaak leken te hebben werd ik nóg angstiger. Het hielp ook niet dat ik via social media en andere kanalen enge verhalen bleef horen over mensen die plotseling ernstige ziektes bleken te hebben. Ik ging mezelf steeds meer een hypochonder voelen naarmate de angst toenam en ging mij hierdoor ook nog ontzettend schamen voor deze angsten.

Strip

Dokter: "Ik heb goed nieuws: u heeft helemaal niets!"
Patiënte: "Dat niets zo'n pijn kan doen..."

Gelukkig bleef mijn huisarts (en ook de andere huisartsen binnen de praktijk) geduldig en begripvol. En gelukkig namen ze elke keer mijn klachten serieus en werd ik bij elke nieuwe klacht onderzocht. Zo had ik een keer iets hards gevoeld in mijn borst. Gezien er heel veel kanker in verschillende vormen voor is gekomen binnen allebei de kanten van mijn familie, waarvan 4 familieleden – waaronder mijn moeder – zijn overleden, raakte ik nu helemaal angstig. Ook bleek mijn moeders zus ooit borstkanker te hebben gehad, dus ik werd direct verwezen voor een mammografie. Uiteindelijk werd dit vanwege mijn relatief jonge leeftijd een echo (gelukkig maar want dit was niet pijnvrij geweest met een borstbeenontsteking), maar gelukkig was er niets te zien op de echo en was de zwelling misschien wel onderdeel van de ontsteking bij mijn borstbeen.
Ik realiseerde me dat mijn angst heel erg voortkomt vanuit de ervaring van mijn moeders ziekte van dichtbij te hebben meegemaakt en vooral het stuk waar ik haar zag lijden door pijn tot ze overleed. In deze zin leken de angsten toch voor te komen vanuit deze traumatische tijd.

It's not the future you are afraid of. It's the fear of the past repeating itself that haunts you.

Angstig leven

Het ging er steeds meer op lijken dat mijn angst de lichamelijke klachten in stand houden. Vooral angst voor pijn lijden of na een lang ziekbed komen te overlijden, maar ook angst voor andere dingen die in het leven kunnen gebeuren. Dit terwijl ik eerder in mijn leven echt niet zoveel angsten had als nu. Ik ben echt een angsthaas geworden het laatste jaar en erger me dan ook heel vaak aan mezelf.

Uiteindelijk besefte ik me, dat ik deze angsten altijd wel heb gehad, maar mijn depressies deze angsten heel goed konden dempen. Gezien ik vanaf kinds af aan vaker depressief ben geweest en daardoor eigenlijk altijd weinig zin en vertrouwen had in wat het leven te bieden heeft, had ik daarmee ook een coping. Als het van jou toch allemaal niet hoeft, maakt het niet uit wat er gebeurt. Die nonchalance door mijn suïcidale gedachten, zorgden ervoor dat ik niet angstig hoefde te zijn, want stel dat ik morgen onder een auto zou komen, dan was ik toch gelijk van al mijn problemen af. Prima. Ik kom er dus nu pas achter dat ik als kind nooit heb geleerd om op een gezonde manier met angsten om te gaan. Zelfs niet de existentiële angsten die iedereen wel herkent en bij het leven horen.

Dankzij jarenlange therapie en het fijne leven dat ik samen met mijn vriend heb opgebouwd, raakte ik heel langzaam van mijn depressies af en kreeg ik steeds meer zin in het leven. Tegelijk werd ik dus onbewust ook ineens heel angstig, want wat wil ik eigenlijk van het leven? Vroeger dacht ik dat ik nooit de 30 zou halen. Mijn broer heeft immers nooit de 20 gehaald. Het was op de een of andere manier een soort gegeven voor mij dat ik maar kort zou leven door de depressies. En nu word ik over 4 maanden al 30 jaar oud…
Naast dat ik het gevoel heb niet precies te weten wat ik verder wil in het leven (ik hoefde immers eerst nooit verder te kijken dan 30), is het ook maar heel onzeker wat ik kan halen uit het leven, want er kan van alles gebeuren waardoor het allemaal niet lukt. Ik heb bijvoorbeeld een sterke kinderwens en mijn beste vriendin is net voor het eerst moeder geworden. Door dit van dichtbij mee te maken bij haar en hoe zwaar de eerste maanden zijn met een pas geboren baby, zal ik misschien ook mijn verwachting moeten bijstellen dat ik dit zelf ooit ga kunnen. Vooral als ik nog zoveel last heb van allerlei klachten; ik was vroeger zelf een KOPP-kind (kind van een ouder met psychische problemen) en heb gewerkt met KOPP-kinderen. Moet ik wel het risico nemen dat mijn eigen kind misschien ook KOPP-problematiek ontwikkelt? Kan mijn partner dit wel aan?

Als ik dit zo typ klinkt het ook wel ontzettend suf en vol doemscenario’s, want er kan altijd wat gebeuren in het leven, daar doe je niets aan, maar het is wel echt wat onbewust in mijn hoofd gebeurt, waardoor ik de laatste tijd last heb van allerlei verschillende angsten. Ik woon bijvoorbeeld in een flat en wanneer ik vanuit mijn appartement boven mij mensen hoor rennen (op de galerij), denk ik gelijk: ‘O nee, er is brand, ik moet ook gaan rennen’. Terwijl de kans groter is dat het kinderen zijn die al spelend en rennend richting de lift rennen. Alleen daar denk ik dan weer niet gelijk aan. Tegen de tijd dat ik dat heb bedacht, voel ik de adrenaline al door mijn lijf gieren en zijn al mijn spieren weer gespannen. Hoe vaker dit gebeurt, hoe meer vage pijnklachten ik weer krijg. Het is dus onderhand een vicieuze cirkel geworden.

Het lastige was dat er de laatste weken ook wat heftige dingen in mijn omgeving gebeurden. Goede vrienden van mijn schoonfamilie kwamen plotseling om in een heftig auto-ongeluk, een ander familielid in mijn schoonfamilie blijkt kanker te hebben (al is het nog onduidelijk wat voor vorm en waar precies) en mijn schoonmoeder werd vorige week onwel en moest per ambulance naar het ziekenhuis gebracht worden.
Gelukkig is het familielid stabiel en voelt diegene zich goed ondanks de diagnose. Verder bleek het met mijn schoonmoeder achteraf allemaal mee te vallen. Toch voelde het even alsof mijn angsten werkelijkheid werden; dat mensen waar ik veel om geef plotseling (ernstig) ziek worden. Ik ben bang dat het verleden zich steeds zal blijven herhalen en ik steeds dierbaren in mijn omgeving blijf verliezen. Dit is natuurlijk niet zo, maar in alle emotie kostte het mij veel moeite om die angst als irreëel te blijven zien.
Daarnaast heb ik ook een paar weken terug een uitvaart moeten bijwonen, gezien de opa van mijn vriend (op een mooie leeftijd) overleed. Sinds het overlijden van mijn moeder zijn bepaalde plekken zoals ziekenhuizen en uitvaartcentra een bron van PTSS triggers, waardoor ik helaas weer een aantal dagen last heb gehad van beelden en enkele herbelevingen ondanks het recente EMDR-traject. Ik heb me dan ook gerealiseerd dat ik voor dit soort situaties altijd wel kwetsbaar zal blijven en hier in de toekomst maar rekening mee moet houden, naast de normale emoties die de gebeurtenissen oproepen.
Toch ben ik blij dat het ondanks de beelden e.d. het toch is gelukt om de uitvaart bij te wonen en mijn schoonfamilie tot steun te zijn.
Het blijft helaas nog even een moeilijke tijd omdat er nog zoveel onzekerheid heerst rondom het schoonfamilielid dat nog ziek is, maar ook hier moet ik net als de rest van de familie toch proberen om van het positieve uit te gaan. De diagnose kanker heeft namelijk gelukkig niet in alle gevallen een slechte afloop.


Wat te doen aan SOLK

Op een gegeven moment had mijn vrijgevestigde psychotherapeut het idee dat haar ‘behandelrepertoire’ op was en mij niet meer kon helpen bij mijn overgebleven klachten. Iets wat best logisch is, want zij is immers niet gespecialiseerd in lichamelijke klachten en ik had van haar in de tussentijd al veel psychotherapie, schematherapie en EMDR mogen krijgen die mij in andere opzichten veel verder in mijn herstel hebben gebracht.
Toch riep dit bij mij heel wat gevoelens op vanuit mijn angst, namelijk dat ik was ‘uitbehandeld’; een hopeloos geval waar het nooit meer mee goedkomt. Dit werd versterkt door het feit dat mijn therapeute steeds meer begon over therapie afbouwen. De timing van het vaker hebben over therapie afbouwen terwijl ik mij al zo ellendig voelde, versterkte de angst dat zij het opgaf en er niets meer te doen is aan mijn overgebleven klachten. Ik zou vanaf nu een waardeloos leven moeten lijden met elke dag pijntjes en ongemakken, waardoor ik vrijwel niets kan ondernemen en dat zou ik dus niet volhouden. Omdat ik al bijna 1,5 jaar last heb van deze klachten (wat al eindeloos voelt), zat ik er erg doorheen en kon ik niet meer rationeel naar de situatie kijken. Ik kreeg toch weer last van depressieve gedachten; elke dag thuis zitten en mij fysiek beroerd voelen, trok ik mentaal niet meer. Als ik zo nog jaren verder moet leven, wíl ik niet meer leven.
Tegelijk was ik bang dat mijn therapeute vond dat ik mij aanstel; dat ik prima zou moeten kunnen verder leven met deze klachten en dat ik onterecht nog onder de klachten lijd. Zoiets als; andere mensen hebben het pas moeilijk, jij hebt geen recht om het moeilijk te hebben. Iets wat vaker in mijn jeugd tegen mij gezegd is, waardoor ik soms nog (onbewust) in dit ‘minderwaardigheids-schema’ schiet.
Natuurlijk wil ik uiteindelijk afbouwen, maar wel pas als mijn leven met de psychische klachten dragelijk is. Ik had verwacht dat we het pas over afbouwen zouden gaan hebben als ik zelf het gevoel had zonder therapie te kunnen. Het was mijn einddoel en iets waar ik naar uitkeek om wanneer het goed genoeg met mij ging te kunnen zeggen; ‘ik denk dat ik nu wel zonder kan’. Iets wat ik in deze situatie natuurlijk niet bepaal voel gezien de lichamelijke klachten, waar ik tot nu toe maar niet vanaf kom, een psychische oorzaak lijken te hebben.

Met behulp van veel gesprekken met mijn omgeving en mijn therapeut, lukte het uiteindelijk weer mezelf te herpakken. Mijn therapeut stelde me gerust dat we echt niet abrupt zouden stoppen met therapie en dat we echt nog aan de slag gaan met overgebleven klachten waar zij mij nog wel bij kan helpen. Ze verzekerde me dat het therapie afbouwen geen vast proces is, als in; nog 10 sessies en dan stoppen we. Maar dat het een proces en fase is waarin ik zal gaan oefenen zonder therapie en daardoor langzaam meer vertrouwen ga krijgen in dat ik ook zonder kan. Iets wat ik inmiddels steeds vaker ervaar, ondanks de afgelopen periode met een hoop nare gebeurtenissen. Wel bleef ik mij naar voelen over het afbouwen, om de manier waarop het gestart is en dat ik er zelf totaal nog niet mee bezig was; ik zat volop in een ‘ik voel me ellendig en wil er wat aan doen’-modus. Therapie was het enige wat mij het gevoel gaf grip te hebben op de situatie. Uiteindelijk bleek het een grote denkfout van mij te zijn; ik dacht hoe intensiever de therapie, hoe sneller en beter ik van mijn klachten af raak.
Ik ging het wat meer begrijpen toen mijn therapeute de uitleg gaf dat ik voor psychotherapie begrippen, al vrij lang therapie krijg. Dit had ik nooit geweten; ik had het idee dat psychotherapie altijd een behandeling was van meerdere jaren, waardoor ik blijkbaar een verkeerd beeld had gevormd van hoe een psychotherapie-traject werkt en hoe het afbouw-proces zou gaan.
De hele situatie gaf mij het gevoel heel afhankelijk van therapie te zijn, terwijl ik dat in wezen niet meer zo ben als dat ik dat wel was als kind. Op mijn 14e kreeg ik voor het eerst therapie en had ik door een beperkt netwerk en instabiele thuissituatie therapie echt nodig, omdat ik alleen daar de steun en begeleiding kreeg die ik nodig had op mijn leeftijd (met depressieve klachten, persoonlijkheidsproblematiek en trauma’s). De laatste jaren zag ik therapie alleen nog als het middel om te bereiken dat ik uiteindelijk op eigen kracht verder kan, maar wel wanneer ik daar echt klaar voor was. Namelijk, met minder klachten, zodat het dagelijks leven dragelijker zou zijn. Nogmaals, dit was een jaar van verwachtingen bijstellen, want er bestaat een kans dat ik nooit helemaal van sommige van mijn klachten af raak. In dat geval zou therapie blijven krijgen natuurlijk ook zinloos zijn.


Hoe dan ook, uiteindelijk bespraken mijn therapeut en ik dat het ook goed zou zijn om inderdaad naar andere mogelijkheden te kijken wat betreft de lichamelijke klachten. Zij opperde een consult bij een van haar collega’s. Ik stemde in. Dit bleek iemand te zijn die veel werkt met SOLK-klachten (deels ook in een ziekenhuis) en verder lichaamsgerichte CGT geeft, in combinatie met yin yoga of running therapie. Uit dit consult is uiteindelijk gekomen dat ik een keer met haar mocht kennismaken, waarna al snel bleek dat zij mij zelf wel zou kunnen helpen.

Een paar gesprekken en wat vragenlijsten verder, ga ik 2 januari inderdaad starten met een lichaamsgerichte CGT/running therapie traject bij deze therapeute. Dit gaf mij frisse moed en hoop dat het toch goed kan komen, iets wat ik de laatste tijd erg nodig had.
Zij kon mij overigens uitleggen aan de hand van de ‘window of tolerance theorie’ dat wanneer mensen, zoals bij een burn out, langere tijd zich in de hyperarousal bevinden (zie dit blog met uitleg hierover), ze ook terecht kunnen komen in een zogeheten hyperfreeze. Dat betekent dat je lichaam zich zo lang in een staat van paraatheid bevindt, dat dit een soort van de nieuwe basis modus wordt. In de hyperarousal maakt je lichaam zich als het ware klaar om te vechten of te vluchten, in mijn geval dus ook wanneer er geen daadwerkelijk gevaar dreigt, maar door de angst voelt het wel zo. Omdat je lichaam zich hiervoor klaar maakt, activeert het bepaalde delen in je lichaam, maar deactiveert het ook bepaalde delen van je lichaam. Zo is het bekend dat je spijsvertering minder goed werkt in stressvolle situaties, want dat helpt je toch niet om te vechten of vluchten. Ook gaat je weerstand omlaag, omdat je lichaam energie spaart voor de directe dreiging, griepvirussen e.d. doen er dan even niet toe.
In de hyperfreeze sta je dus eigenlijk dagelijks in de overlevingsstand tussen de hyperarousal en de window in, in plaats van in de normaalstand (binnen de window dus).
Hierover kon ik niet echt artikelen vinden als bron, dus het kan zijn dat ik het verkeerd navertel, maar dit is hoe ik het dus zelf van deze therapeute heb begrepen en heb onthouden. Dus ik hoop dat het een beetje klopt. Het klinkt in ieder geval wel logisch en het verklaart goed waarom die vage klachten bij mij zo lang aanhouden.

De bedoeling van de therapie wordt om door te wandelen, joggen, hardlopen, maar ook te zitten (rust nemen), door middel van mijn hartslag te bepalen wanneer ik rust nodig heb. Tijdens die rust moet mijn lichaam zich weer leren herstellen naar de normaalstand. Dus door intervallen met activiteit en rust, moet mijn lichaam dit weer beter gaan leren herkennen en zich hier ook weer aan gaan aanpassen, zodat ik écht weer kan gaan ontspannen. Tegelijk bouw ik weer conditie op, want deze is erg achteruitgegaan gezien ik door de klachten niet meer goed durfde te bewegen. Wat ook begrijpelijk is, gezien de klachten bij bewegen erger werden en ik hier geen grip op had. De hartslag meter zou hierbij moeten helpen in het begin. Wanneer ik binnen de groene zone zit, gaat het prima en wanneer ik bij oranje rood kom, moet ik rust nemen. Op een gegeven moment leer ik hierin ook experimenteren is de bedoeling. Dus ik moet het weer gaan aandurven om grenzen te verleggen, maar niet over mijn grenzen te gaan. Dat wordt de uitdaging. Daarna moet ik ook de hartslag meter gaan afbouwen, dus zelf weer leren aanvoelen waar mijn echte grenzen liggen en wat mijn lichaam nodig heeft.

Hopelijk heb ik als ik weer een beetje kan vertrouwen op mijn lichaam en mij weer sterker en fitter ga voelen, ook al minder last van de overige angsten, maar zo niet, dan hoop ik dat ik ook daar binnenkort nog vanaf kom.

Mijn omgeving en werk

Just because you can't see it or understand it, doesn't mean it doens't excist.

Het duurde voor mij erg lang voor ik echt ging begrijpen wat mijn klachten precies zijn, hoe ze ontstaan en hoe ik er vanaf kan komen. Ondertussen moest ik telkens veel afspraken afzeggen. Ik begon aan vrijwilligerswerk omdat ik dacht dat het mij zou helpen weer een ‘werkconditie’ op te bouwen, dus dat het mij zou helpen met re-integreren als starter, maar helaas moest ik mij zó vaak op het laatste moment ziek melden door de klachten…
Normaal gesproken als je je niet zo lekker voelt, kijk je even aan hoe het gaat en ga je in de meeste gevallen met eventueel wat pijnstilling, toch naar je werk. Bij mij zorgden de klachten voor paniek en de paniek weer voor klachten, wat maakte dat ik zelfs met een paracetamolletje alsnog kotsmisselijk, duizelig en/of met veel pijn of maagklachten op bed lag of op de wc zat. Dit was lastig uit te leggen aan mijn vrijwilligerswerk, al ben ik altijd heel eerlijk geweest over mijn klachten. Dus afgelopen jaar heb ik tot twee keer aan toe helaas al moeten stoppen toen ik pas net was begonnen met vrijwilligerswerk. Ik snap ook dat het voor anderen lastig te begrijpen is, ik snapte het zelf immers amper. En vrijwilligerswerk is natuurlijk vrijwillig, maar niet vrijblijvend.

Naast vrijwilligerswerk, merkte ik ook dat sommige mensen in mijn directe omgeving moeite hadden met het begrijpen van mijn situatie. Wanneer ik vrijwilligerswerk gevonden had, hoorde ik opmerkingen als ‘o gelukkig ga je weer wat doen, dat thuiszitten is ook niets’. Nu was ik het daar volkomen mee eens, want van thuiszitten worden de meeste mensen écht niet vrolijk, ik dus ook niet. Alleen voelde ik toch ook een beetje een oordeel verstopt in dat zinnetje. Ik merkte dat sommige mensen zich maar moeilijk konden inleven in waarom ik thuiszat. Mijn klachten hadden immers geen diagnose, dus het zou allemaal wel meevallen. Het leek alsof ze vonden dat ik thuis zitten wel prettig vond en het wel makkelijk vond om niet te werken. Zelf had ik dit oordeel ook ergens; ik voelde me zwak en lui, terwijl ik nooit iemand ben geweest die de kantjes ervan loopt. Ik ben juist perfectionistisch, wil het graag goed doen en heb veel doorzettingsvermogen.
Plus, hard werken is in deze maatschappij zelfs een soort statussymbool, zelfs als het de gezondheid schaadt. Ook moet je maar gewoon doorgaan als je je niet goed voelt en al helemaal geen hulp accepteren, want het is pas knap als je het allemaal zelf doet. Ook gaan we vaak veel te laat naar de huisarts, want ‘ik piep niet zo snel’.
Dit zijn dingen die ik vaak zie en hoor in mijn omgeving en waar ik onbewust ook aan wil voldoen. Dat dit niet lukt en dat het zelfs niet lukt mee te komen met de dagelijkse dingen zoals (betaald) werk volhouden, maakt dat ik mij voel als een mislukkeling, terwijl ik ergens weet dat bovenstaande opvattingen ook niet goed zijn voor je mentale en fysieke gezondheid. Dat ik (buiten mezelf om) steeds meer begrijp waarom mensen met een beperking zich uitgesloten voelen binnen deze prestatiegerichte maatschappij.

Hoe dan ook, de huisarts moest mij steeds helpen herinneren dat mijn klachten wél echt waren en dat ze inderdaad heel vervelend kunnen zijn.
Elke keer wanneer het stuk liep met vrijwilligerswerk, werd ik bevestigd in mijn faalangst. Ik bleef immers falen; het wilde maar niet lukken om mij niet ziek te voelen.
De klachten hebben mij ook tot het inzicht gebracht, dat de burn-out, of hoe je het ook wilt nemen, altijd al sluimerde. Daar bedoel ik mee, dat zover ik me kan herinneren, ik al snel (lichte) lichamelijke klachten en stress kreeg bij spannende situaties, die voor de meeste mensen niet spannend zijn. Zoals als kind een brood moeten kopen bij de bakker, maar ook als volwassene tijdens een stage pauze houden en sociale interactie moeten aangaan met collega’s. Ik kon ook dan ineens misselijk of duizelig worden, oftewel een lichte versie van de paniekaanvallen die ik de laatste jaren heb ervaren. De onzekerheid en faalangst hebben mij altijd veel energie gekost en veel stress gebracht. Ik hoop dan ook dat wanneer ik ga werken, ik wat meer zelfvertrouwen ga krijgen zodat ik meer energie kan stoppen in het werk in plaats van mijn angst en onzekerheid verbergen.

Ik besefte mij overigens dat ik wellicht hulp nodig heb bij het re-integreren, naast een behandeling voor mijn lichamelijke klachten. Als starter re-integreren blijkt namelijk een hele klus; ik ben nog steeds ziek dus geen een werkgever staat te springen om mij aan te nemen, ik heb afgezien van stages nog geen werkervaring en ik heb zelf momenteel nog weinig idee van wat ik aan kan qua werk en wat dus realistisch is in mijn situatie. Ik heb mij daarom aangemeld bij een organisatie (los van het UWV) die mij willen gaan helpen bij het vinden van (betaald) werk en re-integreren. Er is helaas een wachtlijst, dus ik ben eind januari, begin februari pas aan de beurt, maar dat geeft me aan de andere kant ook tijd om eerst aan mijn klachten te werken met het running therapie/CGT traject.
Intussen probeer ik aan te sterken om weer vrijwilligerswerk te kunnen doen om hier vast langzaam mee te kunnen starten, maar wellicht wil ik nu te veel, te snel. Iets waar ik telkens tegenaanloop. Wederom; verwachtingen bijstellen.

Don’t look back, look now

The only time you should look back, is to see how far you've come.

Voordat ik terechtkwam bij de lichaamsgerichte therapeut, heb ik het kort met mijn huidige therapeut nog gehad over ACT: een vorm van therapie dat is gebaseerd op mindfulness. Ik heb zoals je misschien in mijn blogs hebt gemerkt, namelijk sterk de neiging om terug te blikken en vooruit te kijken. Dit hoeft niet perse slecht te zijn, maar in mijn geval zorgt het ervoor dat ik te veel terugkijk op nare gebeurtenissen of te kritisch ben naar mezelf in het reflecteren op situaties (de Dictator). Óf heel angstig word van de toekomst, omdat het me onzeker maakt omdat ik niet wat er gaat gebeuren of juist te veel verwacht en makkelijk teleurgesteld/terneergeslagen raak wanneer het anders loopt dan ik had gewild.
Een voorbeeld van dit laatste; ik had dus gehoopt een betaalde baan te hebben en therapie volledig afgebouwd te hebben voor mijn 30e. Niet gelukt, geen ramp, maar wel balen omdat ik deze verwachting had.

Bij ACT richt je je op het focussen op het hier-en-nu, wat ik dus goed zou kunnen gebruiken. Het is dus niet zo dat ik deze therapie ga volgen binnenkort, maar ik probeer er wel zelf wat meer mee bezig te zijn. Zo probeer ik ook nu te kijken naar wat er NU allemaal wél goed gaat, in plaats van wat er niet goed gaat (wat dus genoeg is als je leest wat ik tot nu toe allemaal heb geschreven in dit blog). Ik probeer mezelf weer een beetje terug te vinden; de versie die krachtiger, positiever (en gezelliger) is dan ik de afgelopen 1,5 jaar was. Wie weet helpt dit lijstje maken hierbij.

De afgelopen 10 jaar heb ik wel:
– een intensieve klinische psychotherapie jeugdbehandeling van ruim een jaar afgerond;
– tijdens deze behandeling de opleiding Social Work gestart;
– jaar 1 van deze voltijd hbo-opleiding ondanks tegelijk de voltijd behandeling nog volgen, met een dikke voldoende afgerond;
– voor het eerst op mezelf gaan wonen;
– een boosterbehandeling voor anorexia nervosa in een eetstoorniskliniek afgerond;
– een gezond BMI gekregen ondanks nog steeds schommelingen in gewicht door de jaren heen;
– zowel gestopt met automutilatie, als mezelf wegen;
– opnieuw met een hbo-opleiding gestart, dit keer SPH aan een andere hogeschool;

na een auditie aangenomen bij een soort vooropleiding van een gerenommeerde musical-opleiding (helaas uit onzekerheid gelijk gestopt, maar door de auditie komen was voor mij destijds genoeg);
– bijna mijn propedeuse cum laude behaald;
– 2 studieblokken tegelijk gedaan om mijn propedeuse op tijd te kunnen halen, omdat ik het laatste studieblok van mijn propedeuse heb moeten missen om voor mijn vader te kunnen zorgen die moest revalideren van een herseninfarct;
– op tijd mijn propedeuse behaald én jaar 2 dankzij enkele herkansingen;
– het honours programma ingeruild voor het traject binnen de opleiding waarmee je als professional je eigen ervaringskennis leert ontwikkelen en inzetten;
– verliefd geworden op een hele leuke man en hem ook verliefd op mij laten worden;

– gitaar leren spelen (m.b.v. YouTube bij gebrek aan een docent);
– een voltijdstage op één maand na bijna afgerond, ondanks slechte stagebegeleiding en doelgroep die niet bij mij paste.
– gaan samenwonen met die leuke man in mijn studentenwoning van 23m2;

– een akoestisch bandje begonnen als zangeres, samen met een gitarist en toetsenist;
– hersteld van een zware depressie en opleiding opnieuw opgepakt, minor uit 4e jaar bijna in één keer afgerond;

werd geïnterviewd door de FOLIA over het verhaal dat ik schreef, gebaseerd op mijn klinische opname in de jeugdpsychiatrie;
– voor het eerst opgetreden met mijn bandje;
– vanuit Rome per trein naar Florence en Venetië gereisd met vriendlief, ondanks het hebben van paniekklachten;
– meegewerkt aan de muziektheatervoorstelling ‘Vind je het gek?!’ over psychische kwetsbaarheid van theatermaakster Nynka Delcour;
– derdejaars voltijd stage opnieuw gestart, dit keer in de jeugd-ggz preventie hoek;
– derdejaars voltijd stage behaald met dikke voldoende, plus ik mocht na mijn stage blijven werken onder het mom van vrijwilliger, tot ik mijn diploma zou halen en kon solliciteren;
– een appartement gekocht samen met nog steeds diezelfde leuke man;

– werd geïnterviewd door een journaliste van VICE over mijn blog en mijn missie om psychische kwetsbaarheid meer bespreekbaar te maken.
– scriptie in één keer met een voldoende behaald (over als professional je eigen ervaringskennis inzetten);
– het 4e en laatste jaar van mijn opleiding afgerond ondanks burn-out klachten en eerdere studievertraging/gezondheidsproblemen, met als laatste cijfer een 9;
– met behulp van lotgenoten op social media een EMDR Survivalgids geschreven die dagelijks nog steeds ingezet en gelezen wordt door traumatherapeuten en mensen die EMDR gaan volgen;
– zelf een intensief EMDR-traject afgerond;

– voor het eerst een lied geschreven;
– een vrijwilligersplek gevonden als ervaringsdeskundige, waar ook nog ruimte is voor herstel;
– langzaam gestart met volledig therapie afbouwen voor het eerst sinds mijn 14e;

– voor het eerst opgetreden als singer-songwriter en een eigen nummer live gespeeld;
– een babyshower mogen organiseren voor mijn beste vriendin;
– niet opgegeven met blijven zoeken naar wat helpt om van de SOLK af te komen…


wordt vervolgd in 2020.

Ik hoop dat jullie in deze periode ook kunnen kijken naar wat je allemaal wél hebt. Zelf vind ik dit dus best moeilijk, maar als het lukt blijkt het gelukkig vaak meer te zijn dan je in eerste instantie denkt…

Merry Everything 
&
Happy Always

Liefs,
Lyka