De EMDR-sessies (deel 3)

Een aantal jaar geleden schreef ik over het proces van mijn EMDR behandeling. (Zie Deel 1 en deel 2) Spoiler: ik bleek nog niet klaar te zijn voor de behandeling, mede gezien ik het mij niet kon veroorloven om nog meer studievertraging op te lopen. Vervolgens schreef ik een paar maanden terug de EMDR Survivalgids, gericht aan mensen die net als ik ook (wederom) met EMDR zouden gaan starten en misschien wat tips konden gebruiken. Inmiddels lijk ik aan het einde gekomen te zijn van mijn huidige EMDR behandeling. Het leek mij passend om een deel 3 te schrijven ter afronding.


(In dit artikel zal ik regelmatig wat schematherapie termen noemen. Wil je meer over deze therapie weten en de termen leren kennen, bekijk dan deze blog die ik erover schreef.)

Aanloopfase

Opnieuw een EMDR behandeling aangaan vond ik erg spannend. Vooral gezien de vorige keer dat mijn therapeut en ik met EMDR gestart waren, ik te bang was dat mijn studie eronder zou lijden; we waren net begonnen met EMDR en ik merkte dat ik mij emotioneel instabiel voelde, ook tijdens lesdagen op mijn opleiding. Dus ik besloot te stoppen en nam mij voor dat zodra ik afgestudeerd was, ik dan de tijd en de ruimte zou creëren om een EMDR behandeling te kunnen volgen. Het liep iets anders, gezien ik tijdens mijn afstuderen last kreeg van burn-outachtige klachten. Ik was elke dag de hele dag door vermoeid, kreeg paniekaanvallen, vage lichamelijke klachten en was vaak angstig. Ik weet dan ook niet meer zo goed hoe ik het allemaal precies heb gedaan, maar ik heb mijn diploma gehaald.
Gelukkig had ik naast dat ik nog steeds wekelijkse psychotherapie kreeg, redelijk op tijd hulp ingeschakeld bij o.a. de huisarts en daardoor kalmerende medicijnen en mensendieck therapie gekregen (waar ik ontspanningsoefeningen leerde), die ervoor hebben gezorgd dat ik (in ‘overlevingsstand’ weliswaar) mijn afstudeertaken kon uitvoeren.
Wonderbaarlijk genoeg lukte het af te studeren, gezien ik bijvoorbeeld super suf, warrig en chaotisch van de oxazepam (kalmerend medicijn), mijn scriptiepresentatie heb moeten houden om paniekaanvallen te voorkomen. Ook was het enorm belangrijk voor mij dat ik bij mijn diploma-uitreiking kon zijn, gezien ik mijn middelbare school diploma-uitreiking wegens een zware depressie heb moeten missen. Deze diploma-uitreiking verliep afgezien van gezonde zenuwen en dankzij de zo-nodig medicatie, voor mij gelukkig heel rustig en was het inderdaad een hele fijne en bijzondere ervaring!
Ook was het een moment om er met mijn vriend en vriendinnen bij stil te staan dat het ondanks alle tegenslagen, mij toch was gelukt. Dankzij hen, de bijzondere speech van mijn docent tijdens de uitreiking, maar ook mijn therapeut die dit benadrukte, kon ik het op mij in laten werken dat het inderdaad een best knappe prestatie was waar ik trots op mocht zijn (ondanks mijn interne criticus, ook wel bekend als de Dictator).
#afstuderenmeteendepressieenpaniekaanvallen. #missionaccomplished

Er volgt overigens binnenkort nog een blog over het afstuderen als hulpverlener.

Afstuderen - hoe ik dacht dat het zou gaan (stijgende lijn)
en hoe het uiteindelijk ging (kronkelende lijn).
Een visuele samenvatting van mijn afstuderen, zelf getekend met Photoshop. (Ja, dat moet ik er nadrukkelijk bij benoemen; ik heb heel lang over die semi-rechte lijn gedaan.)


Terwijl ik in de zomervakantie ruimte voor een EMDR behandeling zou vrijhouden, bleek dit niet nodig, want ik zat noodgedwongen thuis. De paniekaanvallen en lichamelijke klachten hielden aan waardoor het überhaupt nauwelijks lukte om iets buiten de deur te ondernemen, laat staan te solliciteren op een baan. De theorie was dat spanningen vooral in mijn lijf waren gaan zitten. De kortdurend klinische traumabehandeling voor complexe PTSS die mijn therapeut en ik voor ogen hadden, leek hierdoor goed op mijn situatie aan te sluiten gezien er een fysieke component bij deze behandeling zou zijn. Door intensief sporten zou er naast aandacht voor het hoofd (EMDR en exposure), ook aandacht zijn voor het lichaam.
Helaas werd ik bij aanmelding bij deze instelling al snel afgewezen. De reden die gegeven werd aan de telefoon was vaag. Uiteindelijk, na nogmaals contact opnemen en om verduidelijking te vragen, bleek dat deze instelling alleen mensen met complexe PTSS met trauma’s gelinkt aan geweld, een heftig ongeluk of seksueel misbruik behandelt. Ik kwam niet in aanmerking omdat mijn trauma’s voornamelijk gelinkt zijn aan iets dat ‘emotionele verwaarlozing’ heet. (zie deze blog voor uitleg over wat emotionele verwaarlozing precies is.)

In eerste instantie was ik erg verdrietig en teleurgesteld. Ik denk vooral gezien ik mij nu al lange tijd zo rot voelde en thuis zat; ik hoopte dat de behandeling er voor zou zorgen dat de klachten zouden afnemen en ik daardoor weer wat meer kwaliteit van leven zou krijgen. Ook had ik nu ongeveer 10 jaar de diagnose complexe PTSS en het uitzicht op deze behandeling gaf hoop dat ik eindelijk van deze klachten af zou raken, maar deze hoop verdween na de afwijzing als sneeuw voor de zon. Vervolgens was ik boos, gezien er om onduidelijke redenen onderscheid werd gemaakt in het soort trauma wat wel of niet behandeld werd bij deze instelling. En dat dit niet specifiek vermeld was op de website. Wanneer er staat ‘gespecialiseerd in complexe PTSS’, zou je verwachten dat dan alle soorten complexe PTSS behandeld wordt. Ook bij een kortdurende intensieve klinische behandeling.
Natuurlijk zou het niet helpen om in deze boosheid en frustratie te blijven hangen, dus ging ik over op het steken van mijn energie in het accepteren van de situatie, om vervolgens een ander plan van aanpak te bedenken met mijn therapeut. Op zoek naar nieuwe hoop.

Plan EMDR (2.0)

Een van de problemen die we moesten zien te tackelen, was dat ik van de vorige EMDR sessies nog wist, dat het behandelen van mijn trauma’s bij mij veel gevoelens van eenzaamheid, verdriet en angst zouden oproepen. Dit is te verklaren gezien dit de gevoelens zijn die ik had tijdens de nare situaties die ik vroeger doormaakte.
Bij een klinische traumabehandeling, zou ik omringd zijn door mensen na de eerste heftigste sessies. Bij een behandeling van max. 1 keer per week, zou ik 7 dagen moet overbruggen en zou ik vaak alleen thuis zijn gezien mijn vriend fulltime wisseldiensten werkt. Toen ik stopte met de vorige keer EMDR, was dat vooral omdat ik het niet trok om zo lang te wachten tot de volgende sessie en ondertussen (in mijn eentje) te moeten dealen met al die heftige gevoelens. Dit moest ik vroeger immers ook en zo zijn de trauma’s überhaupt ontstaan.

Mijn therapeut vroeg mij of ik ideeën had. Ik durfde het bijna niet voor te stellen, maar ik opperde om tijdelijk 2 keer per week EMDR te gaan doen. Zo hoefde ik de helft van de tijd te overbruggen naar de volgende sessie. Ze vond dit een goed idee. Gelukkig kon zij hiervoor ook tijd vrij maken in haar agenda, hoewel ik mij direct schuldig voelde over het zoveel tijd innemen van haar en van andere cliënten.
Hoe dan ook, het probleem was er deels nog; ik zou o.a. ’s avonds nog regelmatig alleen thuis zijn. Mijn therapeut stelde voor mijn vriend uit te nodigen om ook samen met hem een plan van aanpak af te spreken. Ook koos ik vriendinnen uit aan wie ik zou vragen om mijn ‘support squad’ (zie EMDR survivalgids) te vormen. Vooral de avonden van de dagen waarop ik EMDR had gehad, zou ik hen vragen langs te komen zodat ik niet alleen hoefde te zijn. Ook zij stemden in en ook hierover was ik verbaasd. Mijn vriendinnen zijn namelijk over het algemeen heel druk en hebben weinig tijd om af te spreken, maar ze zeiden eigenlijk alle drie: ‘Komt goed! Desnoods neem ik mijn werk/scriptie mee en ga ik aan jouw bureau werken’.
Echt heel erg lief en fijn!

Verder wilden we enigszins de behandeling van de instelling nabootsen, waarbij er intensief gesport zou worden na de sessies. Helaas was dit niet gelukt te organiseren, gezien ik wegens de lichamelijke klachten en paniekaanvallen/hyperventileren beperkt was in het bewegen en op korte termijn niets heb kunnen vinden wat hierbij zou aansluiten. Ik durfde niet zonder (professionele) begeleiding of in mijn eentje te gaan sporten uit angst mijn klachten erger te maken en uit angst voor hyperventilatie. Na een paar keer een stuk fietsen in de buurt was ik namelijk een paar keer flauwgevallen. Toen ik thuis (lichte) fitnessoefeningen deed, kreeg ik last van hyperventilatie en viel ik ook bijna flauw. Ik was bang dat dit bij het sporten na EMDR ook zou kunnen gebeuren. Normaal gesproken kan ik mij makkelijker over dit soort angsten heen zetten, maar onder andere door de toenemende lichamelijke klachten, was ik nog angstiger geworden en lukte het ook niet meer zo goed deze angsten te relativeren. Lange tijd had ik geen idee waardoor ik zo angstig was geworden, maar op Twitter zag ik een tweet voorbijkomen van Iva Bicanic die het EMDR congres 2019 bijwoonde. Zij citeerde professor Bernet Elzinga en toen ik dit citaat las, herkende ik daarin een mogelijke verklaring voor mijn angsten:

"Als een kind opgroeit met gevaar, dreiging en onvoorspelbaarheid dan zal het brein zo geprogrameerd worden dat het daarop kan anticperen. later kan dat brein zich tegen je keren", zegt prof Bernet Elzinga tijdens #EMDR2019 congres

Oftewel; het zou kunnen dat ik steeds last heb van allerlei irreële angsten, doordat mijn brein anticipeert op dreiging en gevaar en dat deze anticipatie zorgt voor angsten. En dat mijn lichaam daar dus ook op reageert en ik daardoor onbewust telkens gespannen ben en pijn ervaar (door o.a. gespannen spieren).

Hierop volgend werden ook ‘take-home-messages’ gepresenteerd, waarvan vooral nummer 2 mij persoonlijk erg aansprak. Het zien van mijn (irreële angsten) als gevolg van een ‘overbezorgde moeder’-brein, maakt het al iets makkelijker deze angsten/adviezen in de wind te slaan/te relativeren.

Hoe dan ook, mijn vriend en vriendinnen hadden geen tijd om met mij structureel na een EMDR sessie te gaan sporten, dus ik sprak met mijn therapeut af dat ik dan maar zo veel mogelijk zou gaan wandelen na een sessie; dan was ik toch in beweging en was de kans op hyperventilatie kleiner door de lichte intensiteit.

Wat betreft de behandeling zelf, stelde mijn therapeut voor om EMDR met schematherapie te gaan combineren. Ik heb dus de mazzel gehad dat mijn vrijgevestigde psychotherapeut zowel geschoold/bevoegd is in het geven van EMDR, als in het geven van schematherapie. Zelf merkte ik ook dat bij bepaalde beelden, ook bepaalde schema’s aan de orde zijn, die juist die gevoelens van eenzaamheid, verdriet en angst oproepen. Het idee was om de beelden met EMDR te behandelen en wanneer nodig, ook schematherapie interventies in te zetten zoals imaginatie. (Voor uitleg en informatie over imaginatie zie dit blogartikel.) De imaginatie was mijn eigen voorstel, gezien ik daar eerder al veel aan had gehad.

Omdat het niet helemaal een regulier EMDR-traject is (zoals die ik eerder heb gehad), noem ik dit traject in mijn blog voor het gemak EMDR (2.0).

Voor meer over een traumabehandeling met EMDR en het schemamodusmodel, zie dit artikel in het vaktijdschrift ‘Gedragstherapie’ door Annemieke Driessen en Linda Hummel. (De doelgroep van dit tijdschrift zijn (cognitief) gedragstherapeuten, dus het is een vrij technisch verhaal vol vaktermen)

Het EMDR (2.0) traject

We spraken af dat we eerst alle beelden zouden inventariseren die nog veel spanning oproepen. Gezien mijn herbelevingen vooral gaan over mijn moeders ziekbed en haar overlijden, waren de beelden ook voornamelijk beelden van situaties rondom haar ziekte en overlijden. Ik vond het lastig te bepalen welke beelden precies het heftigste waren, dus uiteindelijk besloten we de beelden op chronologische volgorde te behandelen met de EMDR; dus in de volgorde waarin ze hebben plaatsgevonden.

De eerste sessie vond ik enorm spannend, maar het bleek achteraf best wel mee te vallen. Expres hadden we een beeld behandeld dat het minst heftig voelt (het lukte wel om dit beeld te kiezen), om ‘in te komen’. Ik merkte dat ik na de sessie niet overstuur naar huis ging en dat het beeld tijdens de EMDR qua heftigheid best wel snel gezakt was (op een schaal van 0 tot 10). Dit zorgde ervoor dat ik al minder angstig werd voor het aangaan/ondergaan van de rest van de behandeling en het gaf vertrouwen dat de EMDR in ieder geval op dit beeld al redelijk goed aansloeg.

De tweede sessie was al een stuk heftiger. We namen een iets heftiger beeld en al snel vloeiden er tranen (bij mij dan). Toen we stopten was het beeld nog niet helemaal naar 0 gezakt qua spanning, maar we moesten toch stoppen. Ik merkte tijdens deze sessie dat ik net als bij de vorige keren EMDR mijn hoofd op sommige momenten ineens blanco werd. Wanneer mijn therapeut vroeg: ‘Wat komt er op?’, moest ik dan ook antwoorden met: ‘Niets, mijn hoofd is even blanco; ik voel en denk even niets meer.’ Gelukkig kon zij hierop anticiperen door bijvoorbeeld even terug te gaan naar het oorspronkelijke beeld (i.p.v. de associaties die opkomen) of ging zij ander soort vragen stellen.
Een paar jaar terug had mijn therapeut al uitgelegd dat ik dan terecht kom in het zogenaamde ‘reptielenbrein’, oftewel onderin de window of tolerance (zie voor meer informatie hierover deze blog). Het wordt ook wel ‘dissociëren’ genoemd en is bij mij een onbewuste manier van coping wanneer ik heftige gevoelens of situaties ervaar, zodat ik deze tijdelijk niet hoef te voelen.
Toch was het beeld dus nog niet helemaal gezakt toen we door de tijd heen zaten, dus gaf ze aan dat ze het heel vervelend vond, maar dat we moesten stoppen. Net als de vorige sessie rondden we af doordat zij aan mij vroeg wat ik als positief had ervaren deze sessie. Dit moest ik dan in gedachten houden terwijl ik weer door het volgen van haar vingers werd afgeleid. Ik merkte dat dit ‘positief afsluiten’ al goed hielp en dat ik mij dit niet van de vorige keren EMDR kon herinneren.
Ze benadrukte dat ik contact met haar moest opnemen als het thuis niet ging. Dit was gelukkig niet nodig.

De opeenvolgende sessies verliepen ongeveer hetzelfde. Er waren regelmatig momenten dat mijn hoofd blanco werd. Ik vond het dan ook steeds lastig te bepalen of het beeld nou echt gezakt was qua spanning of dat ik alleen tijdelijk niets voelde. Mijn therapeut gaf aan dat als ik geen spanning meer voelde bij een beeld, dat we dan volgens het protocol ervan uit konden gaan dat het beeld gezakt is. Dus als ik niets meer voelde erbij moest ik het een 0 geven en dan zouden we verder gaan met een volgend beeld. Als ik tussen de sessies door bijvoorbeeld toch weer last zou krijgen van het beeld, zouden we het opnieuw gaan behandelen. Mijn therapeut legde uit dat het ook wel voorkomt dat de EMDR doorwerkt tussen de sessies door, dus dat het best kan zijn dat het beeld ondertussen is gezakt in heftigheid ten opzichte van de vorige sessie

Ook gebeurde het wel tijdens de EMDR dat ik juist nog steeds spanning voelde bij een beeld, maar dat het gewoon niet wilde zakken en ik bleef ‘hangen’ in dezelfde associaties bij het beeld. Dit was bijvoorbeeld zo bij een beeld waarin ik als 17-jarige dissocieerde toen mijn moeder met een ambulance werd opgehaald. Ik ben naar mijn kamer gelopen en deed alsof het niet gebeurde. Ik herinner me dat ik de tv in mijn kamer had aangezet en ernaar keek, maar niets zag. Wel heb ik nog even uit het raam gekeken en zag mijn moeder de ambulance ingeladen worden, met een paar buren om haar heen. Ik bleef alleen thuis achter en ben uiteindelijk in mijn kledingkast gekropen, net als ik deed toen ik klein was en angstig was.
Wat mij vooral nog steeds raakte aan dit beeld is dat ik ontzettend angstig was en mij onveilig voelde en dat ik eigenlijk nergens en bij niemand terecht kon. Dit voelde ik nog steeds heel heftig als ik aan dit beeld dacht.

Doordat ik tijdens de EMDR nog steeds dezelfde nare gevoelens en gedachten bleef associëren, gebruikte mijn therapeut een andere interventie. Ze vroeg mij wat ik nodig had. Toen ik hier niet uit kwam, vroeg ze mij waar ik heen wilde gaan. Als 17-jarige bleef ik regelmatig na schooltijd rond mijn middelbare school hangen, omdat ik mij daar prettig voelde en er vaak tegenop zag om naar huis te gaan. Dit herinnerde ik mij ineens weer, dus ik gaf aan dat ik naar school zou willen gaan. Mijn therapeut vroeg mij voor mij te zien dat ik op school was. In gedachten rende ik zo hard als ik kan het huis uit (zoals ik vroeger ook wel eens echt deed als ik overstuur was). Toen ik voor mij zag dat ik op school was aangekomen en in mijn eentje in de aula zat, leidde zij mij weer af met het vingerzwaaien.

Afbeelding van ClaudiaTremblay via Etsy.com
…Zei de gezonde volwassene, tegen het kwetsbare kind.

Gek genoeg, voelde ik mij nu een stuk veiliger, terwijl ik alleen maar voor mij had gezien dat ik in mijn eentje in de aula zat. Het was voor mij op de een of andere manier een veilige plek. Toch vroeg mijn therapeut of ik het niet fijn zou vinden om iemand bij mij te hebben. Waarschijnlijk omdat zij wist dat ‘er alleen voor staan’ zo centraal stond in mijn trauma’s. Ik vond het lastiger te bedenken wie ik nodig zou hebben, dan waar ik wilde zijn, want er was destijds immers niemand die er voor mij kon zijn en ik mij veilig genoeg bij voelde. Vervolgens vroeg mijn therapeut mij om als het ware uit het beeld te stappen en er als ‘gezonde volwassene’ van een afstand naar te kijken. Ik keek nu in gedachten als 28-jarige naar mijn 17-jarige zelf die bij het raam stond te kijken hoe haar moeder in de ambulance werd geladen. Mijn therapeute vroeg: ‘Wat zou je willen doen als volwassene?’.
Ik – die het nog steeds moeilijk vond zichzelf als kind in gedachten te troosten (want verdiende ze het wel?) – zag ineens voor me hoe ik als 28-jarige mijn 17-jarige uit mijn ouderlijk huis begeleidde en meenam naar mijn huidige woning. Ik zette haar in deze fantasie neer op mijn bank, zette een kop thee voor haar neer met een bakje chocola ernaast, nam haar op de bank in mijn armen en trok een warm plaid over ons heen terwijl ik haar troostte en zei dat het wel goed zou komen. Terwijl ik dit voor me zag volgde ik weer de vingers en merkte vervolgens dat het beeld in één keer aanzienlijk was gezakt qua spanning.
Voor mij een heel bijzonder moment ondanks dat het natuurlijk niet in realiteit heeft plaatsgevonden. Maar het lukte dus ook voor het eerst om mild te zijn naar mezelf als kind en haar zelfs te troosten. Toen ik later die week gitaar speelde, kwam er ook ineens een tekst in mij op waardoor dit moment in lied-vorm vastgelegd is. (Mijn eerste zelfgeschreven lied en het gaat over EMDR; typisch Lyka.)

Verder was het inderdaad ontzettend helpend om één voor één de leden van mijn support squad over de vloer te hebben. We hebben gepraat, gekookt, Netflix gekeken en bank gehangen. Ik ben en was mijn vriendinnen ontzettend dankbaar dat ik niet alleen hoefde te zijn! Na een week of 3 merkte ik al dat ik weer beter alleen thuis kon zijn en dit dan ook weer wilde proberen.
Mijn vriend verdient overigens ook credits voor alle kopjes koffie en thee die hij voor mij maakte en alle huishoudelijk taken die hij zonder mopperen voor mij overnam. Ook was het voornamelijk zijn arm om mij heen als ik thuis toch last had van huilbuien of herbelevingen.
Naast mijn vriend en vriendinnen, ben ik ook mijn therapeut heel erg dankbaar dat zij zoveel tijd en energie in deze behandeling heeft willen steken – met dus een heel positief resultaat als gevolg! In mijn geval was mezelf aanmelden bij een vrijgevestigde psychotherapeut het best wat ik had kunnen doen voor mijn herstel. Zij kon mij een behandeling op maat bieden, waar veel instellingen vaker lijken te werken aan de hand van ‘one-size-fits-all’ behandelingen. (Dus zorgverzekeraars, maak het vrijgevestigde therapeuten niet te moeilijk; ze zijn heel erg waardevol!)

You can't choose your family. But you can choose your therapist.

Na EMDR (2.0)

Naast de eerdergenoemde interventies, hebben we tijdens EMDR (2.0) ook wel eens een sessie een imaginatie oefening gedaan (schematherapie interventie) in plaats van EMDR. Op deze verschillende manieren hebben we alle beelden behandeld die we vooraf hadden geïnventariseerd.
We hebben ongeveer twee maanden, twee keer per week EMDR (of schematherapie, of allebei) gedaan. Het was dus erg intensief, maar uiteindelijk ook heel waardevol: sinds het EMDR-traject heb ik geen één herbeleving meer gehad, heb ik bijna geen nachtmerries meer gehad (over mijn moeder of het verliezen van dierbaren) en kan ik meer ontspannen rondlopen in een ziekenhuis – al zal ik daar nooit voor mijn plezier komen, maar goed, wie wel? Het kijken van ziekenhuisseries en het zien en horen van een ambulance roepen nog wel enige spanning op, maar al stukken minder dan eerst en dus goed te behappen! (Bovendien kan ik natuurlijk best leven zonder ziekenhuisseries, al baal ik dat ik nog steeds geen Grey’s Anatomy meer kan kijken, wat een van mijn lievelingsseries was voordat mijn moeder terminaal ziek werd. Voor de kenners: mijn moeder kreeg dezelfde ziekte als het personage Izzie.)

Ook qua schema’s leek er één en ander te verschuiven. Hiermee bedoel ik dat in schematherapie termen, bepaalde modi in kracht lijken afgenomen zoals o.a. mijn interne criticus: de Dictator. We besloten dan ook hierop te voortborduren door na het afronden van de EMDR verder te gaan met schematherapie.
Ik kreeg de opdracht om een brief aan mijn moeder te schrijven, gezien de Dictator vooral lijkt voort te komen vanuit haar stem van vroeger; ik leek het nooit goed genoeg te doen en ze had vrijwel altijd kritiek. Ik realiseerde me dat het voelde alsof mijn zelfbeeld is blijven hangen op het moment dat zij overleed; dat het beeld wat ik van mezelf gevormd had, nog steeds was gebaseerd op hoe mijn moeder mij zag als 17-jarige en mij in tekst naliet in haar dagboek. De woorden ‘egoïstisch’ en ‘onverantwoordelijk’ voerden hierin de boventoon. Dit terwijl andere mensen in mijn omgeving mij toen, maar ook zeker nu, heel anders zouden omschrijven.

Toen ik aan de brief begon moest ik de neiging onderdrukken om de bekende eerste regels van het refrein van het lied ‘De Vlieger’ te typen.Toen dit lukte en ik vanuit mijn gevoel (vooral boosheid) een paar zinnen had opgeschreven, kwam de rest vanzelf. Ik heb aan een stuk door getypt en het luchtte enorm op. De conclusie van de brief was dat ik het beeld wat zij van mij had ga loslaten, want het was toen én nu niet kloppend. Als mijn vriend, vrienden en vriendinnen mij goed vinden zoals ik ben, mag en wil ik dat zelf ook zo gaan zien .

Omdat het schrijven van deze brief zo hielp om uit te kunnen spreken wat ik niet meer tegen mijn moeder kan zeggen omdat zij er niet meer is, kreeg ik hierna nóg een briefopdracht. Ik moest vanuit mijn ‘gezonde volwassene’ een brief schrijven aan mijn ‘kwetsbare kind’. Een opdracht die ik stukken moeilijker vond, omdat ik geen idee had in wat voor vorm ik dit zou kunnen schrijven. Ook merkte ik dat mijn Dictator in de weg ging zitten bij het schrijven. Uiteindelijk ben ik gaan schrijven aan mezelf in tweede persoon enkelvoud. Een conclusie uit deze brief en kenmerkend voor waar ik sta in mijn therapieproces, werd:

Jouw verdriet komt voort uit het verleden (wat er allemaal niet is geweest), uit het heden (wat er nog steeds niet is) en uit de toekomst (wat er nooit zal zijn).
Dit is rouw en je bent nog steeds bezig om dit een plek te geven. Je merkt dat je het verleden al wel los kunt laten, maar dat vooral het stuk toekomst je het meeste verdriet bezorgt; wat er nooit zal zijn. Dit komt omdat je nog bezig bent om uit te zoeken hoe je jezelf de dingen kunt bieden die je nodig hebt, om zo wat er nooit zal zijn te kunnen vervangen met dingen die er wel kunnen zijn.
Wat het gevolg van emotionele verwaarlozing voor mij als volwassene op dit moment nog betekent.

Uit Therapie

Hoewel ik dus nog steeds hard aan de slag ben in therapie, zijn we voor het eerst ook nadrukkelijk aan het toewerken naar het ‘uit therapie’ gaan. Toen ik afstudeerde, voelde het alsof ik mijn leven al wat meer op de rit heb ondanks dat ik mij fysiek beroerd voelde van alle lichamelijke klachten die ik kreeg.
Mijn therapeut en ik zijn gaan evalueren wat ik allemaal al heb behaald en konden concluderen dat dit best veel is vergeleken met waar ik stond toen ik bij haar in therapie begon. Ik heb een relatie durven aangaan, het is gelukt deze relatie in stand te houden, ik heb een huis gekocht met mijn vriend en heb een hbo-opleiding kunnen afronden, ondanks de nodige tegenslagen. Naast deze dingen is er ook een hoop in mijn binnenwereld gebeurd. Zoals mijn therapeut het afgelopen week mooi zei: ‘je bent meer jezelf geworden’ en ik ben het er zo mee eens.
Toen mijn therapeut vooraf het EMDR-traject begon over eventueel afronden van therapie raakte ik volkomen in paniek; ik voelde me al erg emotioneel instabiel door de trauma’s en het voelde alsof ik nu de veiligheid van therapie zou verliezen, waardoor ik overspoeld werd door het onveilige gevoel dat ik vroeger had en het ‘er alleen voor staan’. Door mijn angsten voelde het nu alsof ik alle veiligheid zou gaan verliezen.
Een aantal weken later, toen we hierop terugkwamen en ik mijn therapeut uitleg gaf over wat er bij mij gebeurde op dat moment, gaf ze aan dat ze het wellicht verkeerd getimed had om het hierover te hebben. Hoe dan ook, inmiddels voel ik geen paniek meer en vind ik het een spannend, maar juist ook een fijn idee om te denken aan afronden van therapie. Het werd in mijn hoofd al een soort van streven om voor mijn 30e (ik word volgende week 29 jaar) een baan te hebben en therapie te hebben afgerond, omdat mij dit een heel fijn vooruitzicht lijkt!
Ongeacht of dit lukt, vind ik het in ieder geval belangrijk dat ik een baan kan volhouden en niet zoals na eerdere (voltijd) stages last krijg van burn out-achtige klachten en binnen een jaar al moet stoppen. Dit wordt dan ook één van de laatste therapiedoelen voor de komende tijd.

Verder heb ik nog steeds lichamelijke (pijn-)klachten, dus het lijkt erop dat er nog steeds spanning in mijn lichaam zit. Dit probeer ik momenteel te verhelpen met behulp van een psychosomatisch fysiotherapeut. Omdat ik zo weinig in contact ben met mijn lichaam en voornamelijk in mijn hoofd zit, proberen we dit contact weer te herstellen door het doen van bepaalde oefeningen. Ik leer dan mijn lichaam weer aan te voelen, bewust te worden van deze spanning en uiteindelijk hoe ik kan voorkomen dat ik pijnklachten krijg van bijvoorbeeld onbewust aangespannen spieren. Tijdens de psychotherapie leer ik dan weer mijn emoties te uiten en vooral de emoties te accepteren en ze ‘er te laten zijn’. Wanneer ik emoties onderdruk (zoals ik dit van mijn ouders heb aangeleerd), lijken de emoties ook in mijn lichaam te gaan zitten. Langzaam aan zit hier ook vooruitgang in, dus ik hoop binnenkort eindelijk van de lichamelijke kwaaltjes af te zijn!
Er zijn verder ook nog wel enkele angsten waar ik iets mee moet, gezien ik nu bijvoorbeeld niet durf te reizen naar het buitenland. Dit terwijl ik graag wat meer van de wereld zou willen zien.

Ik heb ook niet het idee dat ik binnen een jaar, of überhaupt, nooit meer last zal hebben van mijn schema’s of andere klachten, maar wel dat ik met de inzichten en tools die ik in therapie geleerd heb hier beter mee om zal kunnen gaan. Dit betekent bijvoorbeeld dat ik dan geen therapeut meer nodig heb voor deze inzichten/steun/handvatten, maar ik mezelf deze steun kan geven en mij kan laten steunen door mijn omgeving. Ook kan ik denken ‘het komt wel goed’, in plaats van in paniek te raken met mijn ‘overbezorgde moeder-brein’ en in doemscenario’s te gaan denken.
Verder is het dus voornamelijk belangrijk dat ik zoals hierboven beschreven ga leren hoe ik mezelf de dingen kan bieden, die er anders nooit zullen zijn.

Overmorgen heb ik overigens een kennismakingsgesprek voor nieuw vrijwilligerswerk, zodat ik langzaam aan kan gaan re-integreren. Wie weet kan ik als dit goed gaat hier blijven werken als vaste kracht, gezien het werk ook goed aansluit bij mijn diploma… *fingers crossed*

Hoe het verder gaat met mijn website ‘Uit Therapie’ als ik daadwerkelijk uit therapie gegaan ben, weet ik overigens nog niet. Maar tot die tijd zal ik net als nu blijven schrijven over het fenomeen uit therapie gaan. 🙂

Liefs,

Lyka


Schematherapie

Wie mij op Twitter volgt, weet dat ik al een tijd lang schematherapie krijg. Wanneer gevraagd wordt wat dat precies voor therapie is, vind ik dit lastig uit te leggen. Alleen al omdat er tientallen schema’s en modi zijn. Ook duurde het even voordat ik deze therapie zelf wat beter ging snappen.
Schematherapie is zo nu en dan wel kort in eerdere blogartikelen naar voren gekomen, zoals bij De Dictator & ik en De dictator in mijn hoofd. In dit blogartikel zal ik eindelijk proberen uit te leggen wat schematherapie is en hoe het werkt. Ook zal ik daarbij wat delen over mijn eigen (individuele) schematherapie behandeling. 

repeat

Het ontstaan
Schematherapie is een vorm van psychotherapie dat in de jaren negentig in Amerika ontwikkeld is door psycholoog Jeffrey Young. Hij merkte dat de patronen waarin zijn cliënten in hun even steeds weer vastlopen, terug te voeren waren naar ervaringen in hun jeugd. Hij legde 18 verschillende schema’s vast, die ontstaan zijn in de jeugd en je in je verdere leven telkens blijven belemmeren. Young stelde dat het ontstaan van schema’s samenhangen met de vijf basisbehoeften. Deze basisbehoeften zijn:

  • onafhankelijkheid en zelfstandigheid;
  • vrijheid om je behoeften en emoties te uiten;
  • spontaniteit en plezier;
  • duidelijke grenzen;
  • een veilige band met andere mensen.

Love - Alexander Milov

‘Love’ – Alexander Milov

Volgens Young moeten al deze behoeften in je jeugd voldoende vervuld worden voor een gezonde emotionele ontwikkeling. Overigens, wanneer er niet aan deze behoeften is voldaan in de jeugd, hoeft er geen opzet in het spel te zijn. Sommige ouders doen bijvoorbeeld uit liefde juist alles voor hun kind, waardoor ze bijvoorbeeld de basisbehoefte zelfstandigheid en grenzen niet kunnen vervullen. Andere ouders hebben bijvoorbeeld zelf de basisbehoeften niet ervaren in hun jeugd, waardoor bepaalde schema’s wellicht worden overgedragen van ouder op kind. Ook is het mogelijk dat ouders tegelijkertijd liefdevol, als erg veeleisend zijn.

De schema’s & modi
In de schematherapie wordt gewerkt met de begrippen schema’s en modi.
Een schema is de manier waarop mensen zichzelf, de ander en de wereld om hen heen waarnemen. Het zijn als het ware overtuigingen die op basis van vroegere situaties (in de kindertijd) zijn vastgelegd in het geheugen. Modi zijn een combinatie van schema’s en gedragingen, die op een bepaald moment actief aanwezig zijn; gemoedstoestanden/houding waarin iemand kan schieten, wanneer oude gevoelens door een bepaalde situatie worden opgeroepen.
Young omschreef in eerste instantie 18 schema’s. Daarvan zijn 16 te onderzoeken door middel van vragenlijsten. Tijdens het schrijven van dit artikel merkte ik dat er nóg meer schema’s en modi bestaan. Sommigen zijn echter nog niet voldoende onderzocht of echt aangenomen als ‘officiële’ schema’s en modi. Er zouden dus therapeuten kunnen zijn die schema’s en modi aanhouden waar de ene therapeut wel mee werkt en de andere niet, wat op zich niet erg is, maar wel onduidelijk.

In dit artikel heb ik er in ieder geval voor gekozen om de schema’s en modi aan te houden die in het handboek voor therapeuten worden genoemd. Voor de overzichtelijkheid zal ik ze niet allemaal op deze pagina behandelen. Dan wordt dit artikel zelfs voor mijn standaard te lang. 😉
In dit document (pdf) kun je de verschillende schema’s en modi met bijbehorende beschrijvingen bekijken.schema

Het doel
Schematherapie is zowel individueel als in een groep mogelijk. Zelf krijg ik individuele schematherapie, dus dat houdt in dat ik één op één gesprekken heb met mijn therapeut. Het belangrijkste verschil tussen groepsschematherapie en individuele schematherapie, is dat de groep bij groepsschematherapie belangrijk kan zijn voor je therapieproces. Doordat je te maken hebt met meerdere personen, zul je sneller tegen je eigen vastgeroeste patronen aanlopen en ermee geconfronteerd worden. Door therapeuten en groepsgenoten zullen er vragen aan je gesteld worden. Ook kunnen de inzichten van anderen, tegelijk jou zelf inzichten geven doordat je jezelf in het verhaal van een ander kunt herkennen. Een groep bestaat meestal uit tussen ongeveer 8-10 deelnemers en 2 á 3 therapeuten. In dit artikel zal ik voor het gemak verder ingaan op individuele schematherapie.

Bij (individuele) schematherapie ga je allereerst samen met je therapeut vaststellen wat je hulpvraag is. De therapie zal namelijk hierop toespitst worden. De ene schematherapie behandeling kan dus overigens erg verschillen met die van een ander. Als je zelf ook schematherapie volgt, kan het dus zo zijn dat je sommige dingen wel en sommige dingen niet herkent uit de omschrijving van mijn eigen schematherapie behandeling later in dit artikel.

Vervolgens inventariseer je samen met je therapeut aan welke schema’s en modi jij voldoet. Het hoofddoel van de therapie is doorgaans om uiteindelijk deze belemmerende schema’s te gaan vervangen door gezonde patronen. Het is hierbij belangrijk dat je de schema’s en modi in jouw leven gaat herkennen op het moment dat zij zich voordoen, zodat je bij het signaleren hiervan kan gaan oefenen met ander gedrag.
Je brengt in therapie om die reden hedendaagse situaties in (waarbij je als het ware vast liep of heftig reageerde), zodat je met de therapeut kunt gaan herleiden met welke schema’s of modi hiermee te maken kunnen hebben. Vervolgens ga je met de therapeut onderzoeken of er een situatie in je jeugd is geweest, wat overeenkomsten heeft met de hedendaagse situatie. Dit helpt om inzicht te krijgen in het ontstaan van het schema en de modi. Dit inzicht zal helpen om te beseffen dat de schema’s en modi niet passen bij de hedendaagse situatie, maar bij de situatie van vroeger. Modi die vroeger waarschijnlijk functioneel waren, zijn in je volwassen leven juist disfunctioneel geworden. Je zult op een gegeven moment gaan herkennen wanneer je in bepaalde modi schiet. Het fijne daarvan is, dat je hierdoor op een gegeven moment zicht krijgt op wat er op dat moment met je gebeurt vervolgens anders kunt gaan handelen, in plaats van handelen vanuit ‘blinde emotie’.

Een ander belangrijk onderdeel van schematherapie, is om het gemis uit de jeugd te herstellen. In therapie kun je in gedachten teruggaan naar toen je een kind was en visualiseren dat jij als volwassene een knuffel geeft aan jezelf als kind. In het Engels wordt ook wel gesproken van je ‘inner child’ en in het Nederlands soms van je ‘kleine ik’. De therapeut kan waar nodig de rol van de ouder overnemen, om alsnog aan onvervulde behoeften te voldoen zoals erkenning geven of grenzen stellen.
In termen van schematherapie, is het dus belangrijk te zorgen voor je gekwetste kind (emotionele behoeften vervullen), het boze kind te temmen (behoeften bevredigen/uitspreken in plaats van direct boos worden) en je blije kind modus te versterken.

Schematherapie is vooral bekend als succesvolle behandeling voor persoonlijkheidsstoornissen. Inmiddels wordt schematherapie ook wel ingezet bij angststoornissen, depressie, eetstoornissen, relatie- en intimiteitsproblemen en verslaving. Ook wordt er inmiddels onderzoek gedaan naar het inzetten van schemagerichte therapie bij volwassen cliënten met autisme en een persoonlijkheidsstoornis (klik hier voor meer info over deze behandeling).
In Psychologie Magazine zegt psychologe Hannie van Genderen die al jaren met schematherapie werkt:

Voor cliënten is het vaak een eyeopener wanneer ze ineens het verband weten te leggen met vroeger. Bijvoorbeeld dat die baas waar je steeds conflicten mee hebt, eigenlijk lijkt op je vader. Ineens begrijp je dan waarom je zo fel op hem reageert. Bovendien werkt schematherapie op een dieper niveau dan veel andere therapieën. Je pakt problemen aan op gevoelsniveau. Door muziek kun je je vrolijk of verdrietig gaan voelen en pas later besef je je bijvoorbeeld dat die muziek gekoppeld is aan een vrolijke of verdrietige periode in je leven. Op dat niveau werkt schematherapie ook: door onbewuste associaties die een grote rol spelen bij je gedachten, je gedrag en je gevoelsleven.”

 

Mijn schema’s
Zoals ik al in eerdere blogs heb genoemd, is er bij mij op mijn 19e persoonlijkheidsproblematiek geconstateerd tijdens een intensieve klinische opname  voor psychotherapie gericht op jongeren met vermoedelijke persoonlijkheidsproblematiek. Ik kreeg destijds de diagnose persoonlijkheidsstoornis NAO (Niet Anderzins Omschreven), met trekken van de borderline persoonlijkheidsstoornis en de vermijdende persoonlijkheidsstoornis.
Tijdens deze opname kwam ik erachter dat ik niet goed wist wie ik zelf was en wat ik eigenlijk leuk vond, omdat ik me altijd aan de ander probeerde aan te passen. Ook werd ik nooit boos, behalve op mezelf. Verder liet ik mensen moeilijk dichtbij komen, wat vriendschappen onderhouden lastig maakte en het hebben van een relatie onmogelijk.

persoonlijkheidsstoornisOp de leefgroep en in de therapiegroep was ik vooral gericht op het helpen van anderen, in plaats van bezig zijn met mijn eigen verhaal in therapie in te brengen (tot de irritatie van groepsgenoten). Ik cijferde mezelf constant weg en vond dat ik geen recht van bestaan had.
Een aantal jaar later, kwam ik in therapie bij mijn coördinerend behandelaar van bovenstaande klinische opname. Zij had als psychotherapeute inmiddels een eigen praktijk en nam mij na een intake wederom aan als cliënt. Het ging al beter met me; ik had een aantal jaar op mezelf gewoond en was inmiddels begonnen met de opleiding SPH, maar ik liep nog steeds tegen een aantal dingen in mijn leven aan. Ik had vervolgens erg veel aan de individuele persoonsgerichte psychotherapie die ik kreeg. Op een gegeven moment durfde ik zelfs een relatie aan te gaan met een hele lieve en leuke jongen, mijn huidige vriend.

Toen ik al een tijdje deze relatie had, leek de persoonlijkheidsproblematiek weer wat meer naar de oppervlakte te komen; op de een of andere gekke manier kon ik bijvoorbeeld steeds lastiger alleen zijn, terwijl ik daar vóór mijn relatie toch sterk de voorkeur voor had! Ook merkte ik dat ik in het contact met mijn vriend ineens heftig emotioneel kon reageren, wat ik niet van mezelf gewend was. Bij onze eerste ruzies kon ik bijvoorbeeld erg overstuur raken omdat ik bang was dat hij het uit zou maken. Of ik kon intens verdrietig raken als hij een plagend grapje maakte als: ‘ja hoor, ik ruim het wel weer op’, wanneer ik iets vergat omdat ik dan oprecht dacht dat hij het meende en hierover boos op mij was.
Ik snapte er niets van. Al gauw besefte ik me wel dat mijn reacties veel heftiger waren dan passend bij de situatie. Natuurlijk is het niet erg als ik iets vergeet op te ruimen; iedereen vergeet wel eens wat! Maar uiteindelijk besefte ik me dat het vroeger mijn ouders waren die erg boos konden worden wanneer ik iets vergat te doen. Van mijn vriend verwachtte ik dezelfde reactie die ik vroeger mijn ouders gekregen zou hebben.

overreacting

Mijn therapeut en ik besloten in therapie schematherapie te gaan doen, omdat deze therapie mij meer inzicht zou kunnen geven over waar deze heftige reacties vandaan komen. Voordat we hiermee begonnen, vroeg zij mij een zelftest te doen zodat we in kaart konden brengen welke modi en thema’s bij mij precies van toepassing zijn. Op schematherapie.nl zijn enkele vragenlijsten te vinden (in excel format) die therapeuten gebruiken, zoals de ‘SMI’.

Omdat ik mijn huidige psychotherapeute dus al lange tijd ken, lukte het om steeds opener over mezelf te zijn en mij steeds meer kwetsbaar op te stellen in therapie. Dit heeft wel even geduurd, omdat het toch lastig is ‘een buitenstaander’ op zo’n manier te vertrouwen dat je zelfs de zaken waar je je het meeste over schaamt – in mijn geval de schaamte voor de disfunctionele patronen en ‘overdreven’ reacties – durft bloot te geven. Het zijn immers niet de meest flatteuze kanten van mezelf en ik wil toch graag dat iedereen mij ziet als een leuk persoon, zelfs een therapeut.
Ik ben nog steeds blij dat het gelukt is haar te gaan vertrouwen, want anders had ze niet zo’n goed beeld van mij en mijn leven kunnen krijgen als zij nu heeft. Zij kon aan de hand van onze gevoerde gesprekken bijvoorbeeld in mijn behandelplan een verhaal over mij uitschrijven, met daarbij de verschillende schema’s en modi die bij mij van toepassing zijn. Het werd een soort korte biografie, die zij vervolgens aan mij voorlegde. Ik weet nog dat ik erg verbaasd was dat het zo erg klopte met hoe ik het zelf voelde. In het verleden heb ik vaker zonder dat ik het zelf door had een ander beeld van mezelf neergezet bij een therapeut (waardoor het was alsof ik verslagen en behandelplannen las over iemand anders), maar nu was het gelukt om mezelf echt te laten zien.
Samen hebben we nog kleine aanpassingen gemaakt en het in mijn eigen woorden gezet, zodat het verhaal voor mij helemaal kloppend was. Dit in kaart brengen van de schema’s en modi heet in vaktermen ‘casusconceptualisatie’. Het verhaal werd toegevoegd aan mijn behandelplan.

Voorbeeld casus ‘Sandra’
Gezien mijn eigen casusconceptualisatie verhaaltje wel heel persoonlijk is, heb ik als alternatief een voorbeeldcasus gebruikt uit een handboek voor therapeuten. Deze casus is fictief, dus Sandra bestaat niet echt; dat zou in verband met privacy natuurlijk niet oké zijn. De volgende kaders uit het boek kunnen je misschien een goed beeld kan geven van hoe schema’s en modi bij iemand in kaart worden gebracht.
Allereerst een korte beschrijving van Sandra en haar achtergrond, dan lastige situaties waar zij tegenaan loopt met de schema’s/valkuilen die daar bij horen en vervolgens de modi waar zij regelmatig in schiet.

casus sandra

Casus Sandra (van Vreeswijk, Broersen, & Nadort, 2008)

casus sandra schemas

Inventarisatie van schema’s van Sandra (van Vreeswijk, Broersen, & Nadort, 2008)

casus sandra modi

Inventarisatie van modi van Sandra (van Vreeswijk, Broersen, & Nadort, 2008)

Mijn casusconceptualisatie
Toen ik mijn casusconceptualisatie voor het eerst doorlas vond ik het naast kloppend, ook erg confronterend; ik merkte zelfs dat ik er somber van werd. Later besefte ik me dat het komt, omdat je vooral geconfronteerd wordt met de dingen waar je tegenaan loopt in je leven. Niet erg leuk dus, maar wel logisch, want een behandelplan geeft natuurlijk aan waar je in therapie aan wilt/gaat werken. Als het een positief verhaal geweest zou zijn, had ik mij moeten afvragen wat ik feelingsüberhaupt te zoeken had in therapie…
Hoe dan ook: het doorlezen van zo’n tekst kan dus best confronterend en zelfs demotiverend zijn. Dit heb ik op een gegeven moment ook uitgesproken in therapie, waarna ik samen met mijn therapeute (los van mijn behandelplan) ook in kaart ben gaan brengen wat er juist wel goed gaat; welke groei ik inmiddels heb doorgemaakt. Gelukkig bleek ik ook vaak te functioneren vanuit de ‘gezonde volwassene modus’. Dit gaf voor mij weer wat meer houvast. Omdat ik nu al langer schematherapie heb gevolgd, zijn in mijn behandelplan inmiddels gelukkig ook de dingen toegevoegd waar ik eerder tegenaan liep, maar nu beter mee om kan gaan.

Het schema wat bij mij het meeste bleek te spelen is ‘emotionele verwaarlozing’. Vandaar dat ik hierover het artikel ‘De Dictator & ik‘ schreef. Eigenlijk is ‘De Dictator’ voor mij eigenlijk een verzamelnaam voor de modi: ‘straffende ouder’ en ‘veeleisende ouder’.
Verder lijkt hij voort te komen uit de schema’s: ‘Meedogenloze normen/overmatig kritisch’, ‘minderwaardigheid/schaamte’, ‘sociale ongewenstheid’ en ‘mislukking’. Geen wonder dus dat hij zo sterk is, maar gelukkig is mijn ‘gezonde volwassene’ inmiddels steeds beter tegen hem opgewassen.
Een tijd geleden schreef ik hoe de Dictator een sterke invloed uitoefende over mijn dag in ‘De dictator in mijn hoofd‘.

Imaginatie oefeningen
Ook heb ik tijdens schematherapie met mijn therapeute gewerkt aan het vervullen van de emotionele behoeften die ik in mijn jeugd tekort ben gekomen. Dit doen we door middel van imaginatie oefeningen. Dat gaat zo:

  • inner childVeilige plek – met je ogen dicht een veilige plek visualiseren en de geluiden, geuren en kleuren hiervan registreren.
  • Recente nare gebeurtenis – een recente nare gebeurtenis tot in detail vertellen; wat deed ik en wat deed de ander?
  • Focussen op gevoel – focussen op het gevoel dat ik in deze situatie had en dit gevoel omschrijven.
  • Verbinding leggen met verleden – proberen te bedenken in welke situatie in mijn jeugd ik eerder dit gevoel had.  (bij voorkeur een situatie waarbij ik jonger dan 10 jaar was)
  • Betekenisvolle gebeurtenis – wanneer ik mij een gebeurtenis uit het verleden heb kunnen herinneren waarin ik een soortgelijk gevoel had, wordt mij gevraagd deze situatie te omschrijven. Wat deed ik en wat deed de ander?
  • Therapeut grijpt in (herschrijven van de ervaring) – de therapeut vraagt mij op een gegeven moment wat ik in deze situatie eigenlijk nodig had, maar doet dit in de tegenwoordige tijd, alsof de situatie in het hier en nu plaatsvindt. Uiteindelijk stapt mijn therapeut als het ware in de situatie, door te vertellen wat zij doet. Zo heeft zij mij bijvoorbeeld gezegd dat zij mij met haar auto naar mijn middelbare school rijdt, omdat ik mij daar als kind veilig voel. Ook spreekt zij mijn ouders wel eens streng toe en legt dan aan hen uit dat zij bijvoorbeeld totaal voorbij gaan aan mijn wensen of gevoel op dat moment. Ze vraagt altijd of er nog iets moet gebeuren in deze situatie of dat het zo voor mij goed is. 
  • Veilige plek – als het inderdaad zo goed is, word mij gevraagd mijn veilige plek weer voor mij te halen.
  • Nabespreken –  tot slot bespreken we hoe ik het vond. Vaak heb ik bijvoorbeeld weer nieuwe inzichten gekregen. Of komt er emotie los omdat ik me als volwassene steeds meer besef hoe ik een bepaald iets gemist heb in mijn jeugd (de emotionele verwaarlozing).

Aan het begin vond ik deze oefeningen erg lastig. Juist gezien de modus ‘onthechte beschermer’, waardoor ik contact vermijd, vooral als het te dichtbij komt. Bij rollenspellen en oefeningen waarbij ik mij iets moet verbeelden/visualiseren, kan ik cynisch worden en mezelf te nuchter vinden voor zo’n zweverige opdracht. Omdat ik dit van mezelf ken, weet ik inmiddels dat hier vooral angst achter zit en ik mezelf wil beschermen voor iets wat ik niet ken.

Ik vond het erg spannend dat mijn therapeute in een situatie uit mijn jeugd zou stappen waarin ik mij erg kwetsbaar heb gevoeld. Als kind had ik overigens vanwege hechtingsproblematiek de neiging mij te gaan hechten aan vrouwelijke figuren (zoals juffen en leraressen) in mijn leven die mij zo nu en dan de steun gaven die ik thuis miste. Daarom was ik ergens ook bang dat ik mij net als vroeger bij docentes, mij nu te veel aan mijn therapeute zou gaan hechten. De uitdaging was dus om haar zowel toe te durven laten, als niet door te schieten in het andere uiterste.
Ik merkte dat ik bij de eerste oefeningen verstarde als zij bij wijze van spreken in de herinnering stapte of dichtbij mij kwam zitten. Gelukkig lukte het na verloop van tijd steeds beter dit toe te laten en merkte ik dat de oefeningen echt effect hadden – hoe ‘zweverig’ ook. Vaak voelde ik me beter na een imaginatie oefening en soms kreeg ik ineens nieuwe inzichten over mijn jeugd doordat er meer herinneringen naar boven waren gekomen.
Op dit moment zie ik mijn therapeute trouwens gelukkig nog steeds – niet meer en niet minder – als een behandelaar die ik vertrouw en waar ik een goede klik mee heb.

Naast imaginatie oefeningen, wordt er bij schematherapie vaker interventies/oefeningen geleend uit andere therapieën. Dit komt omdat schematherapie, net als veel andere therapieën, is gestoeld op cognitieve gedragstherapie. Kort gezegd is dit een therapievorm dat er vanuit gaat dat je gedachten te beïnvloeden zijn en daarmee ook je gevoel en gedrag. Het kan dus voorkomen dat jouw therapeut bijvoorbeeld ook wel een rollenspel inzet of gebruik maakt van een EMDR-interventie.

Zie hier de imaginatie techniek in beeld gebracht door Heleen Grandia.

De gezonde, volwassen Lyka
In mijn laatste behandelplan stond bij mijn diagnose dat mijn ‘persoonlijkheidsstoornis NAO’ in remissie is. Er is volgens mij geen eenduidige definitie van ‘in remissie’, maar het betekent in de psychiatrie ongeveer dat mijn klachten sterk verminderd zijn.
De woordjes ‘in remissie’ zijn voor de zorgverzekeraar het bewijs dat het beter met mij gaat (en dat de therapie dus aanslaat), al heb ik dat zelf natuurlijk al veel eerder ervaren. Ondanks dat schematherapie in het begin erg confronterend was (en enigszins demotiverend), heb ik er al erg veel aan gehad! Ik vind de therapie fijn, overzichtelijk en het geeft mij veel houvast.

Dankzij de inzichten kan ik veel beter met bepaalde situaties omgaan. Wanneer ik heftige emoties op voel komen, besef ik me al snel waar ze vandaan komen, waardoor het lukt om beter met deze emoties om te gaan. In plaats van dat ik bijvoorbeeld erg van streek raak, kan ik nu even kort uithuilen, om vervolgens uit te spreken dat iets mij raakt doordat er een associatie is met een situatie uit mijn jeugd. Dit is niet alleen voor mij fijner, maar ook voor mijn omgeving (waaronder mijn vriend) omdat ook zij overvallen werden door mijn heftige reacties en deze vaak moeilijk konden plaatsen bij de situatie. Wanneer ik het kan uitleggen, geeft het mijn omgeving ook meer rust en is er ook nog eens meer begrip mogelijk, waardoor conflicten bijvoorbeeld niet onnodig groter worden. In schematherapie termen merk ik dat ik in plaats van in de disfunctionele modi te schieten, steeds vaker in de gezonde volwassene modus kan stappen.
Het is waarschijnlijk niet reëel dat ik van alle schema’s/modi af zal komen, maar het is wel mogelijk ervoor te zorgen dat de schema’s of modi niet meer disfunctioneel zijn in mijn dagelijks leven en mij dus stukken minder zullen belemmeren.

De aanhouder wint
AdultingOp Twitter deed ik een oproep: ik vroeg wat er aan bod zou moeten komen over schematherapie in dit artikel. Ik kreeg hier een aantal reacties op.
Wat ik hiervan nog niet aan bod heb laten komen, is dat schematherapie inderdaad hard werken is. Je komt jezelf en je patronen telkens weer tegen en dat is niet alleen confronterend, maar ook zwaar en erg vermoeiend. Wel is het een heel overzichtelijke therapie; de schema’s en modi zullen ervoor zorgen dat je je eigen gevoelens en gedrag beter zult snappen en dat zorgt ook voor meer rust en overzicht in je hoofd. Uiteindelijk zul je zelfs de meest diepliggende schema’s doorbreken, maar dat heeft veel tijd en energie nodig; het ene schema zal hardnekkiger en dieper geworteld zijn dan andere schema’s.

Het is dus – makkelijk gezegd – een kwestie van doorzetten en volhouden; de aanhouder/de gezonde volwassene zal het winnen van de belemmerende patronen.
Vergeet trouwens vooral niet zo nu en dan een blij kind te zijn!

happy kid gif.gif


Ook schematherapie volgen?

Denk je dat schematherapie misschien ook een geschikte therapie voor jou zou kunnen zijn? Overleg dit dan met je behandelaar. Indien je nog geen professionele hulp krijgt, kun je hierover altijd in gesprek gaan met je huisarts of de praktijkondersteuner. Hij of zij kan met jou meedenken en eventueel een verwijzing regelen naar een therapeut in jouw buurt die geschoold is in het geven van schematherapie.
Schematherapie behoort tot gespecialiseerde (tweedelijns) geestelijke gezondheidszorg en wordt daarom vergoed door de zorgverzekeraar. Vraag wel altijd na voor de zekerheid of jouw hulpverlener/instelling is aangesloten bij jouw zorgverzekeraar.

Is er voor jou toch nog iets niet aan bod gekomen of heb je nog vragen? Stel ze gerust in een reactie, per mail of via social media.


Bronnen:
Arntz, A., & Jacob, G. (2011). Schematherapie een praktische handleiding. Amsterdam: Uitgeverij Nieuwezijds.
van Vreeswijk, M., Broersen, J., & Nadort, M. (2008). Handboek Schematherapie. Houten: Bohn Stafleu van Loghum.
https://www.deviersprong.nl/behandelingen/schematherapie/
https://www.schematherapie.nl/wordpress/wp-content/uploads/2014/09/Gieles-J.-Psychologie-Magazine-12-12-schematherapie.pdf
https://www.schematherapie.nl/vragenlijsten/
https://www.schematherapieopleidingen.nl/wp-content/uploads/2016/10/Slides-Fine-Tuning-IR-NL.pdf
https://www.rivierduinen.nl/~/media/_centrum%20autisme/clienten/behandelingen/psychotherapie—volwassenen-autisme—fs—1604.ashx?la=nl-nl
http://www.lkhnederland.nl/onderzoek-naar-psychotherapie-bij-volwassenen-met-autisme-en-comorbide-persoonlijkheidsstoornis

De dictator in mijn hoofd

Na talloze beginsels van nieuwe schrijfsels te hebben weggestopt in het conceptmapje, besluit ik nu een nieuwe poging te doen. Schrijven over hetgeen dat er op het moment (naast de depressie) voor zorgt dat het schrijven (en het dagelijks leven) niet wil lukken: de dictator in mijn hoofd. Hier volgt een verslag van mijn dag om een beeld van hem te kunnen schetsen.

De ochtend
Toen ik vanmorgen wakker werd, was het nog rustig. Het was even spannend toen ik vannacht naar de WC ging, want zodra de dictator ontwaakt begint hij gelijk hele verhalen. Heel irritant en moeilijk te behappen zo op de vroege ochtend zonder mijn eerste kop koffie. Dit keer lukte het gelukkig zonder hem wakker te maken, waardoor ik weer snel in slaap viel en redelijk wat slaap wist te pakken. Niet zoveel als ik zou willen helaas, want het in slaap vallen ging gisterenavond moeizaam. De dictator was op dreef en was niet zo aardig tegen me. Opmerkelijk, voor een dictator.
“Het wil niet zo vlotten met je scriptie, hè? Je hebt je plan van aanpak nog niet eens ingeleverd en de deadline is al geweest. O ja, dat doet me er aan denken dat je dat tentamen van je minor ook nog moet herkansen. Misschien is de deadline voor die herkansing zelfs ook al geweest. Wanneer heb je trouwens voor het laatst een les bijgewoond? Misschien mag je nu de lessen wel niet eens meer bijwonen omdat je te vaak afwezig bent geweest. Heb je daar al over nagedacht?”
Inmiddels dus wel. Dank je wel dictator. Trouwens, als je het niet heel erg vind: ik probeer namelijk te slapen.

“Ja zeg. Het is voor je eigen bestwil hè! Jij wil toch hulpverlener worden? Hoe gaat dat je ooit lukken als het je niet eens lukt om een college bij te wonen?! Door zo’n hulpverlener zou ik als cliënt niet geholpen willen worden hoor. Heb ik straks een afspraak, ligt mijn hulpverlener depressief in bed. Nou, klaar ben je als cliënt. Je klasgenoten en docenten nemen je nu vast ook niet meer serieus nu ze je zo meemaken. Die denken vast ‘nou, ze vertelde wel dat ze het een en ander heeft meegemaakt en die ervaring zou in principe goed ingezet kunnen worden in de beroepspraktijk, maar nu ik weet dat ze nu nog steeds ziek is vind ik het onverantwoord haar nog op te leiden tot hulpverlener. Hoe wil ze anderen gaan helpen als ze haar bed niet uit kan komen?’.”
‘Hou op.’, zei ik hardop. ‘Huh?’, mompelde mijn vriend slaperig. ‘Niks’, mompelde ik terug. Stilte. Eindelijk.
“Je moet wel zorgen dat je nu toch wel eens in slaap gaat vallen, want je hebt morgen een lange dag voor de boeg. Eerst therapie, dan school… Hoe laat heb je eigenlijk therapie?”
Weet ik niet, was ik vergeten op te schrijven kwam ik vanavond achter dus heb mijn therapeute gemaild.
“Jezus, val je dat mens nu al weer lastig met een mail? Hoeveel mails heb je nu wel niet gestuurd de laatste maand?!”
Ja goed, meer dan normaal, maar dat was deze maand toevallig wat meer nodig. Bovendien stuur ik netjes een mail en geen SMS, want straks heeft ze geen werktelefoon en stoor ik haar ’s avonds laat met haar werk.
“Nou poeh, poeh, netjes hoor. Als je gewoon je afspraak goed in je agenda had geschreven, had je haar helemaal niet hoeven storen.”
Goed. Als jij het zegt.
“Oké, als dat jouw houding is. Arme vrouw. Arme vorige therapeuten trouwens die met jou als cliënt zaten opgescheept. Die zijn vast nog steeds opgelucht dat ze van je af zijn… als ze inmiddels zelf niet in therapie zitten.”
‘Stop.’, zei ik hardop. Ik wil slapen, zei ik niet hardop. Mijn vriend legt ondertussen half slapend, maar toch liefdevol zijn hand op mijn bovenarm.
“Je houdt nu zelfs je vriend wakker die straks om 6:00 uur de deur uit moet om de hele dag hard te werken en mensen te verplegen in de psychiatrie. En wat voer jij nou uit in een week? Noem überhaupt maar eens iemand die jij hebt verzorgt of geholpen de afgelopen maand? Ik wed dat je helemaal niets op kunt noemen.”
‘Hou je kut kop!’, mompel ik nijdig en schrik van mijn eigen gevloek. Voorheen vloekte ik heel zelden, maar het lijkt de laatste tijd met een vaart toe te nemen.
‘Het gaat echt niet hè?’, vraagt mijn vriend, die nu inderdaad wakker is. Fuck.
‘Nee.’
‘Dan ga je toch nog even gamen?’
‘Daar raakte ik vanmiddag alleen maar gefrustreerd van.’
‘Doe je toch dat andere spel?’
‘Ga ik doen inderdaad. Je bent lief, ga maar weer slapen.’

Terwijl ik de playstation aanzet, hoor ik de dictator afdruipen. Hij heeft een hekel aan gamen en vindt het maar kinderachtig en zinloos tijdverdrijf. Tijd waarin ik iets nuttigs had kunnen doen. Ik ben het ergens met hem eens, maar sinds mijn vriend zichzelf met kerst een playstation 4 cadeau deed, is het tot nu toe de enige manier die ik heb kunnen vinden om de dictator stil te krijgen.
“Je had er ook voor kunnen kiezen om eens een studieboek te lezen of aan je scriptie te werken.”
Ja, dank je wel voor je input dictator. Ik ben Far Cry 4 al aan het opstarten. Wil je weten wat voor missie ik ga doen? En weg is hij.

Na een kop koffie is het tijd om richting therapie te vertrekken. Mijn therapeute had inmiddels gesmst dat de afspraak om 11:00 uur zou zijn. Toen bleek dat ik 30 minuten ruimer had ingeschat dan het in realiteit zijn en daardoor te laat bij therapie aankwam, merkte ik dat de dictator inmiddels ook was opgestart. Bij aanvang vroeg de therapeute of ik iets wilde drinken. Ik sloeg het aanbod af. Vervolgens merkte ik bij het praten aan de pijn en mijn hese stem, dat ik toch wel meer last had van keelpijn dan ik dacht (een gevolg  van de dagelijkse, soms ook “vocale”, huilbuien).
‘Sorry, ik heb best wel veel last van mijn keel.’
‘Wil je dan toch niet wat water drinken?’
‘Ja, sorry.’
“Zeg dan gelijk dat je wat wil drinken stomme trut. Nu moet ze het weer helemaal gaan halen.”

Desondanks was het in dit geval niet heel erg dat de dictator weer in vorm begon te raken, want tijdens de therapie hebben we het er toch onder andere over gehad hoe ik de dictator minder de ruimte kan geven. Het tegenspreken begon aardig te lukken, maar de afgelopen twee weken leek de dictator wel gas te hebben bijgezet.

De middag
Onderweg naar huis belde mijn vriend op tijdens zijn lunchpauze om te vragen hoe therapie is gegaan. Ik zag namelijk erg tegen de afspraak op en was bang een huilbui te krijgen, aangezien ik al ander halve week elke dag 1 huilbui of meer heb gehad. Nu is huilen bij therapie wel vervelend, maar niet zo heel erg (de dictator vindt van wel), ware het niet dat ik op een gegeven moment ook weer moet kunnen stoppen omdat de volgende cliënt zit te wachten en ik vervolgens met een betraande plofkop over straat moet in het drukke centrum.
Uiteindelijk dus geen huilbui gehad, dat scheelt. Slechts een paar tranen gelaten en redelijk uit mijn woorden kunnen komen op een kleine black-out na.
“Jankerd.”
Bemoei je er niet mee! Zie je? Ik blijf het tegenspreken in ieder geval proberen.
“Wat wil je ervoor? Een medaille?”
Juist. Negeren dan maar.

‘Ik ga maar niet naar school vandaag. Merk dat ik nu alweer erg moe ben en zo in slaap kan vallen. Bovendien ben ik bang dat ik op school een huilbui ga krijgen, dus ik duik zo mijn bed maar weer in’, vertel ik mijn vriend.
‘Snap ik. Doe je goed.’, zegt hij begripvol.
“Lui varken”, oordeelt de dictator.

Terwijl ik inmiddels uitgeteld op bed lag, leek de dictator energie voor tien te hebben. Ik voorzag dat als ik zou gaan proberen te slapen dat óf de dictator me wederom wakker zou houden, óf dat behalve ik, ook de dictator na het middagdutje meer energie zou hebben en mij vannacht wéér wakker zou houden.
Dan maar mezelf wakker en de dictator gedeisd houden; weer gaan gamen.

De avond
Zelfs de dictator lijkt nu toch ook moe te zijn. Niet gek, aangezien hij zelf ook niet heel veel slaap heeft gekregen. Toen ik na het gamen om 00:30 uur weer een poging deed om te gaan slapen, was hij alweer van de partij. Op de momenten dat ik probeer te slapen is hij trouwens ook echt op zijn best. Wellicht is hij nu dan ook zijn energie aan het opsparen om zo direct weer los te gaan.

Tijdens het schrijven is hij natuurlijk ook van de partij geweest. Het heeft niet voor niets 3 uur geduurd voordat het eindelijk af was. Die dictator. Wat zou ik graag van hem af willen. Toch weet ik dat hij ergens ook een waardevolle functie heeft. Jezelf kunnen bekritiseren is op zich een gezonde en wenselijke kwaliteit. Zodra die kritische stem alles behalve mild is, een eigen leven gaat leiden en al een leven lang voor tirannie zorgt, ‘wordt het wel eens tijd dat er een coup gepleegd wordt’, zoals mijn therapeute laatst treffend verwoorde.

Baas in eigen hoofd. De dictator mag dus blijven, al wordt hij dan wel flink gedegradeerd. Moet hij maar lief doen (,zoals Kim Jong-il op het plaatje).

Extra uitleg
Voor wie geen idee heeft waar bovenstaande tekst over gaat, maar bewonderenswaardig genoeg toch bij dit kopje is beland (of gewoon naar beneden heeft gescrold):

Sinds een paar maanden krijg ik individuele schematherapie bij een vrijgevestigde psychotherapeut. Schematherapie is lastig in het kort uit te leggen, dus dat houd je nog te goed. ‘De dictator’ is de naam die ik heb gegeven aan één van de modi, namelijk: ‘de bestraffende ouder’. Het komt erop neer dat ik de ‘bestraffende stem’ van mijn ouders uit mijn jeugd heb geïnternaliseerd en daardoor last heb gekregen van  het schema ‘meedogenloze normen/overmatig kritisch’.
De dictator ben ik dus in feite zelf. Ik hoor dan ook niet echt een stem. Het zijn in feite mijn eigen gedachten en oordelen die mezelf de grond in boren. Op dit punt ben ik me er bewust van dat ik dit doe en wil er graag vanaf, maar het voelt alsof ik er weinig controle over heb en deze gedachten een eigen leven leiden.

Wanneer de dictator wat minder het roer in handen heeft (en de depressie wat is afgenomen), zal ik overigens wat uitgebreider ingaan op het fenomeen schematherapie.

Follow my blog with Bloglovin