Mijn persoonlijkheid is ziek

Een persoonlijkheidsstoornis. Het woord op zich vind ik bijna klinken als een belediging. Alsof je zegt: je persoonlijkheid is gestoord. Niet ‘gek’ dus dat er omtrent deze psychische aandoening stigma en ook veel zelfstigma heerst. Het was voor mezelf dan ook alsof ik een klap in mijn gezicht kreeg toen ik voor het eerst las en hoorde dat ik voldeed aan deze diagnose. Toch zegt het woord wel wat het voor mij betekent: mijn persoonlijkheid is ziek.

Psychopathologie
Bij de opleiding Sociaal Pedagogische Hulpverlening krijgen we in het tweede studiejaar het vak ‘Psychopathologie’. In mijn studieboek voor dit vak staat over persoonlijkheid en persoonlijkheidsstoornissen het volgende:

“We hebben allemaal bepaalde gedragsstijlen en manieren om met anderen om te gaan. Sommigen van ons zijn ordelijk, anderen slordig. Sommigen geven voorkeur aan solitaire hobby’s, anderen zijn socialer. Sommigen zijn volgers, anderen zijn leiders. Sommigen lijken immuun voor afwijzing door anderen, terwijl anderen sociale initiatieven mijden omdat ze bang zijn voor kritiek. Als gedragspatronen echter zo inflexibel of maladaptief (niet passend bij leeftijd/ontwikkeling) worden dat ze aanzienlijk persoonlijk lijden veroorzaken, of wanneer ze het sociale of beroepsmatige functioneren van de betrokkene belemmeren, kunnen ze als persoonlijkheidsstoornissen worden aangemerkt.” (Nevid, Rathus, & Greene, 2013)

personality-testOok komen de verstoorde persoonlijkheidstrekken of -kenmerken volgens het boek tegen de adolescentie of vroege volwassenheid aan het licht en blijven gedurende het grootste deel van het volwassen leven bestaan.
Een persoonlijkheidsstoornis mag echter voor het 18e levensjaar niet vastgesteld worden, ook al kunnen er in sommige gevallen bij kinderen en zelfs kleuters al kenmerken worden waargenomen. Volgens de cijfers (uit 2013) vertoont in Nederland ongeveer 13% van de  bewoners tekenen van één of meer persoonlijkheidsstoornissen (Nevid, Rathus, & Greene, 2013).

Oorzaak
Er bestaat geen eenduidige oorzaak voor het ontstaan van een persoonlijkheidsstoornis. Dit komt doordat meerdere factoren meespelen. Wellicht heb je wel eens gehoord van de termen nature en nurture. Hiermee wordt bedoeld: is het aangeboren of tot stand gekomen door omgevingsfactoren? Bij een persoonlijkheidsstoornis spelen deze factoren ook een rol en hebben een wisselwerking.

  • Aanleg: uit onderzoek is gebleken dat sommige persoonlijkheidsstoornissen erfelijke factoren kunnen hebben. Daarnaast zijn er bepaalde kenmerken die iedereen al heeft vanaf zijn/haar geboorte. Dit wordt ook wel temperament genoemd. Voorbeelden hiervan zijn: verlegen, impulsief, extravert enz.
  • Omgeving: omgevingsfactoren die een rol kunnen spelen bij het ontstaan van een persoonlijkheidsstoornis zijn negatieve ervaringen en problemen in de vroegere gezinssituatie, maar ook (cultureel)maatschappelijke omgevingsfactoren.

Wat dat betreft, is het krijgen van een persoonlijkheidsstoornis een soort van loterij waarvoor je niet eens een lot hoeft te kopen. Sterker nog, je zou het kunnen zien dat het lot voor je bepaalt of je wel of geen persoonlijkheidsstoornis ontwikkelt. Gelukkig kan therapie er voor zorgen dat je door de persoonlijkheidsstoornis niet meer vastloopt op bepaalde gebieden in je leven.

Diagnose
Volgens de DSM IV (Diagnostic and Statistical Manual of Mental Disorders), zijn er 10 verschillende soorten persoonlijkheidsstoornissen. In de nieuwste uitgave van de DSM, de DSM V uit 2013, is het één en ander gewijzigd wat betreft de indeling en classificatie van persoonlijkheidsstoornissen. Om het beknopt te houden, zal ik in dit artikel hier niet te veel op in gaan. (Voor meer informatie over de veranderingen in de DSM V, klik hier.)
De verschillende soorten persoonlijkheidsstoornissen zijn ingedeeld per cluster:

Cluster A: Mensen die vooral gekenmerkt worden door vreemd en excentriek gedrag, die vaak een teruggetrokken bestaan leiden. Hieronder vallen de paranoïde, schizoïde en schizotypische persoonlijkheidsstoornissen.

Cluster B: Mensen die sterk emotioneel en onvoorspelbaar reageren en daarmee juist op de voorgrond treden. Hieronder vallen de antisociale, borderline, theatrale en narcistische persoonlijkheidsstoornissen.

Cluster C: Mensen die in het dagelijks leven zeer angstig en onzeker zijn. Hieronder vallen de ontwijkende, afhankelijke en dwangmatige persoonlijkheidsstoornissen.

Bron: Nederlandse Vereniging voor Psychiatrie

Borderline?
Zoals ik al in de inleiding benoemde, vond ik het een schok om de diagnose persoonlijkheidsstoornis te krijgen en bijna kwetsend. Het wordt ook wel heel persoonlijk wanneer therapeuten een oordeel vellen over je persoonlijkheid. Zo voelde het tenminste.
Ik was 19 jaar (zie foto boven dit artikel) en opgenomen in een kliniek voor jongeren met een vermoedelijke persoonlijkheidsstoornis. Nu hoor ik je denken: dan had je het toch kunnen zien aankomen? Dat dacht ik achteraf ook. Ik denk dat het destijds langs me heen is gegaan als verwarde en depressieve puber. Bovendien had ik nog weinig idee wat een persoonlijkheidsstoornis precies is. Het kwam eigenlijk pas ter sprake tijdens een psychodrama bijeenkomst. Een groepsgenoot uit mijn therapiegroep zei toen iets in de trant van: “We zitten toch in deze therapiegroep omdat we borderline hebben?” Toen dit niet volledig ontkend werd door de therapeuten, sloeg het nieuws in de groep in als een bom. De therapeuten speelden hierop in door voor te stellen de volgende groepspsychotherapie in het teken te laten staan van psycho-educatie over de borderline persoonlijkheidsstoornis. Daarin zouden de therapeuten (o.a. aan de hand van de DSM IV) ons uitleggen wat deze stoornis inhoudt. Deze bijeenkomst duurde niet lang, want al gauw liepen de eerste groepsgenoten weg. Ik kan alleen maar gissen waarom, maar ik had het idee dat ze het te confronterend vonden. “Als jullie verder nog vragen hebben hierover, kunnen jullie die altijd aan ons stellen”, werd de overblijvers verteld.

tumblr_mslxxyEuYk1sc9mmso1_500

Uit de film: ‘Girl Interrupted’

Mijn eerste reactie na het krijgen van de diagnose was om het eerst volgende weekend gelijk van alles hierover te gaan opzoeken in de bibliotheek. Met name over de borderline persoonlijkheidsstoornis. Dit voelde veiliger dan het vragen aan mijn behandelaar, omdat ik me denk ik vooral erg schaamde. Ik denk dat ik dan ook wilde weten of het echt zo erg was als dat het klonk.

Mijn conclusie toen: ja. Mijn conclusie nu: nee.

Ten eerste schrok ik ervan dat er blijkbaar iets mis was met mijn persoonlijkheid. Het voelde alsof mijn karakter, identiteit en binnenwereld bekritiseerd werd. En dat terwijl ik me van binnen al een ‘slecht mens’ voelde. Ten tweede maakten woorden als ‘manipulatief’, ‘drank-/middelenmisbruik’, ‘veel wisselende seksuele contacten’ en ‘impulsiviteit’, dat ik mezelf toen niet erg in de borderline PS kon herkennen. Wat dachten die therapeuten wel niet van me! Ook las ik (in gedateerde boeken) dat je niet kunt genezen van zo’n persoonlijkheidsstoornis.
Gelukkig heeft mijn coördinerend behandelaar destijds dit beeld wat ik van de borderline PS kunnen bijstellen. Voor mij was het belangrijkste wat ze zei, dat volgens recente onderzoeken is gebleken dat met de juiste behandeling de persoonlijkheidsstoornis na verloop van tijd niet meer voor een belemmering hoeft te zorgen in het dagelijks leven. Helemaal genezen blijft gezien de complexiteit van de stoornis lastig, maar je kunt er in ieder geval geen last meer van ondervinden. Ook werd in dat gesprek duidelijk dat ik niet helemaal aan de diagnose borderline PS voldeed, omdat ik o.a. inderdaad eerder het tegenovergestelde van impulsief was en ik wel zorgde dat ik uit de buurt bleef van drank, drugs en seks. Daarnaast ging ik trouwens nog wel meer dingen uit de weg. Dat was dan ook het punt dat mijn behandelaar mij voorlegde of ik me misschien herkende in de ontwijkende persoonlijkheidsstoornis.

Mijn persoonlijkheidstrekken
Volgens mijn vriend heb ik een ‘lieve persoonlijkheidsstoornis’.
Volgens de meest recente DSM classificatie, heb ik op AS II een persoonlijkheidsstoornis NAO (niet anderzins omschreven), met trekken van een borderline persoonlijkheidsstoornis en ontwijkende persoonlijkheidsstoornis.
Het komt erop neer dat mijn borderline PS trekken bestaan uit: identiteitsproblemen, in goed/fout denken m.b.t. mezelf en hoogoplopende spanningen.
De ontwijkende PS trekken die ik herken zijn: angst voor sociale situaties, de neiging sociale situaties te vermijden, angst om te falen in sociale situaties/opleiding/relaties.

Stigma
In de eerste instantie had ik dus veel moeite met de diagnose persoonlijkheidsstoornis (NAO). Ik schaamde me ervoor en was bang dat als ik zou vertellen dat ik ‘borderline trekken’ heb, mensen in mijn omgeving een heel ander beeld van mij zouden krijgen. En die ‘ontwijkende trekken’ dan? Tsja, daar merkt de omgeving in ieder geval niet zo veel van. Mensen met een borderline PS staan vaak bekend als manipulatief, agressief en worden gezien als één van de moeilijkste doelgroepen. Over de ontwijkende persoonlijkheidsstoornis hoor je eigenlijk niet zo veel, wat misschien wel passend is bij deze stoornis; het vermijden en terugtrekken uit sociale situaties.
Beide persoonlijkheidsstoornissen hebben in ieder geval te maken met weinig controle hebben over emoties. Bij de borderline PS komt dit echter meer naar de omgeving toe tot uiting (externaliserend) en bij de ontwijkende PS speelt de onrust zich vooral van binnen af en trekt iemand zich juist eerder terug uit de omgeving (internaliserend).

logo-in-de-ggzÉén van de nadelen van een diagnose, is dat het hokjes-denken bevordert. Voldoe je volgens de DSM aan de criteria van een bepaald ziektebeeld? Dan ben je ineens een ‘autist‘, ‘ADHD’er‘ of ‘borderliner‘. Een hele groep verschillende unieke mensen worden daardoor in de psychiatrie gegeneraliseerd en over één kam geschoren, waardoor hun eigen identiteit met bijbehorende kwaliteiten en positieve eigenschappen meer naar de achtergrond geschoven worden. Hierdoor ontstaat zelfs binnen instellingen en onder hulpverleners stigma op bepaalde psychische aandoeningen, zoals o.a. de borderline PS. Op mijn opleiding tijdens supervisie hoorde ik bijvoorbeeld: “Gister had ik echt veel moeite met een patiënt, echt zo’n typische borderliner is dat.”
Mijn nekharen gingen overeind staan. Was dat hoe de stagiaires tijdens mijn opname ook over mij praatten bij supervisie? Mensen zijn niet hun ziekte!
Ook tijdens de lunchpauze op mijn stageplek in een psychiatrisch ziekenhuis hoorde ik hulpverleners weleens zulke ongenuanceerde opmerkingen maken. Ik vroeg me op dat soort momenten altijd af hoe ze het zelf zouden vinden als er op zo’n manier over hen gepraat zou worden.

De kunst voor hulpverleners is denk ik om behalve de problemen van een cliënt (waar in de hulpverlening vaak de focus op ligt), ook de unieke persoonlijkheid, interesses en talenten van iemand te kunnen (blijven) zien en aanspreken. Een mens-tot-mens benadering in plaats van hulpverlener-patiënt. Wanneer collega’s tijdens mijn stage klaagden over hoe moeilijk  het was om te werken met een bepaalde patiënt, probeerde ik hen voor te leggen: “Kun je nagaan hoe moeilijk het voor die persoon zelf moet zijn om met deze ziekte door het leven te gaan.” of “Wat verdrietig dat diegene het zó ontzettend zwaar heeft dat hij/zij geen andere manier weet om die gevoelens te uiten. Heftig ook dat diegene in zijn/haar jeugd niet de mogelijkheid heeft gehad om dit te leren.”

Acceptatie
Inmiddels heb ik me redelijk bij het feit neergelegd dat mijn persoonlijkheid ziek is.
Wanneer je kijkt naar de factoren die bijdragen aan het ontstaan van een persoonlijkheidsstoornis, is het bijna logisch dat ik er éé857c1d95bba915a45e043c95aaeae807n ontwikkeld heb;
ik kom niet bepaald uit een warm nest, ik maakte traumatische ervaringen mee in mijn jeugd en dan was ik ook nog eens een vrij gevoelig kind. Daarnaast hebben ook allebei mijn ouders een moeilijke jeugd gehad waardoor zij zelf beschadigd zijn geraakt en mij tijdens mijn ontwikkeling niet hebben kunnen geven wat ik nodig had. Door het op deze manier te bekijken, schaam ik mij minder voor de diagnose persoonlijkheidsstoornis. Ik had immers geen invloed op het ontwikkelen van deze ziekte.

Het feit dat ik me af en toe wat wereldvreemd voel, is dan ook niet gek. Sommige dingen die voor mijn vriend bijvoorbeeld heel vanzelfsprekend zijn, zijn voor mij volkomen nieuw of vreemd. Ik heb feitelijk bepaalde stukken ontwikkeling gemist of overgeslagen en ben dat nu nog steeds als het ware aan het inhalen door middel van therapie en oefenen in de praktijk; het dagelijks leven.

Het is soms dan ook best lastig om te leven met een persoonlijkheidsstoornis. Vooral het feit dat het mij op dit moment nog steeds belemmert op sociaal gebied en tijdens mijn studie. Ook het gevoel geen controle te hebben over (heftige) emoties en hierdoor overspoeld raken is soms erg zwaar en kan ook erg gênant zijn. Desondanks heb ik door de jaren heen dankzij therapie al veel vooruitgang geboekt, maar mede door de persoonlijkheidsstoornis (en depressie) wil ik die vooruitgang nog wel eens vergeten.
Toch heb inmiddels al twee jaar een stabiele relatie, woon ik al een jaar samen, volg ik een voltijd sociale (!) HBO studie, haal ik goede cijfers, zing ik in een band en spreek ik geregeld af met vrienden. Verder zet ik mij in om stigma in de psychiatrie te bestrijden door middel van het schrijven over mijn eigen ervaringen.

Al met al ben ik dus zo gek nog niet, maar dat is heel persoonlijk natuurlijk…

Bronnen:
Nevid, J. S., Rathus, S. A., & Greene, B. (2013). Psychiatrie een inleiding. Amsterdam: Pearson.
Nederlandse Vereniging voor Psychiatrie