De december dingen

Het is al best lang geleden dat ik wat heb geschreven voor mijn blog, dus werd het weer eens tijd. Het is December. Dé maand waarin heel Nederland terugblikt op het afgelopen jaar. Niet alleen het journaal of de caberatiers, maar ook veel individuen schrijven via social media over hoe hun persoonlijke jaar was. In sommige gevallen zelfs hoe het afgelopen decennium verlopen is, want we naderen een heel getal, namelijk: 2020.
Zelf word ik een beetje verdrietig als ik denk aan terugblikken. Ik heb immers niet de dingen bereikt die ik had willen bereiken. Sterker nog; ik zit sinds de zomer van 2018 al ziek thuis. Ook word ik komend jaar 30. Yikes…

Maar, inmiddels zie ik gelukkig ook de dingen die ik wel bereikt heb. Nu daar nog vooral op zien te focussen.

Hello 2020

Hoe ik het had bedacht

Toen ik in de zomer van 2018 mijn diploma uitreiking had, had ik al flink last van burn-out klachten. Gelukkig lukte het om mijn uitreiking bij te wonen en voor het eerst in mijn leven zo’n ceremonie mee te maken waarin mijn diploma werd overhandigd. Ik bedacht dat als ik die zomer genoeg rust zou nemen, ik in het najaar dan wel een intensieve EMDR-behandeling zou kunnen volgen die al tijden op de planning stond wegens het nog hebben van cPTSS klachten. Daarna zou ik in de zomer van 2019 al wel aan het werk zijn in de ggz als SPH’er/ggz-agoog. Ik zou in mijn rol als voltallig werknemer in plaats van stagiaire meer vertrouwen krijgen in mijn kunnen en het gevoel hebben dat mijn harde werken tijdens mijn studie nu beloond werd, door groeien in mijn carrière en ergens een waardevolle bijdrage aan te kunnen leveren.

Buiten mijn werk om, zou ik mij ook veel beter voelen; ik zou grotendeels hersteld zijn van mijn psychische klachten en meer energie hebben om te kunnen genieten van het leven. Ik zou therapie dus niet meer nodig hebben en al uit therapie zijn gegaan.
Misschien zou ik bijvoorbeeld ook een mooie verre reis hebben gemaakt met mijn vriend en/of een tof muziekfestival hebben bezocht en wellicht zou ik inmiddels al steeds meer toe zijn aan het starten van een gezin.

Maar ja, nogmaals, dit liep dus anders. Spoiler: ik zat vooral thuis en ondernam weinig. Verwacht dus vooral geen spannend verhaal. 😅
Het jaar 2019 is voor mij vooral een jaar geweest van verwachtingen bijstellen.

Hoe het anders liep

Ik volgde inderdaad een intensieve EMDR-behandeling, maar het idee was om dit bij een instelling te volgen gespecialiseerd in cPTSS klachten, die tegelijk aandacht zouden hebben voor mijn lichamelijke stressklachten tijdens de behandeling. Helaas bleek er echter geen instelling te bestaan die cPTSS klachten behandelen die zijn ontstaan door emotionele verwaarlozing; ik werd afgewezen en viel ook bij andere instellingen steeds buiten de boot. Vrijwel alle cPTSS behandelingen blijken gericht op mensen die oorlog, (seksueel) geweld of een ernstig ongeluk hebben meegemaakt. Ook lijkt er geen eenduidige definitie te zijn voor complexe PTSS, omdat alleen ‘reguliere’ PTSS in de DSM V (het handboek dat in de psychiatrie gebruikt wordt om te diagnosticeren) staat beschreven. Voor mij is complexe PTSS dat mijn trauma’s verweven zijn met mijn persoonlijkheid door o.a. emotionele verwaarlozing in mijn jeugd. Dit zijn bijvoorbeeld bepaalde opvattingen over mezelf als: ‘ik ben een slecht mens’, waardoor ik nog steeds in het dagelijks aanloop tegen bijvoorbeeld veel onzekerheid en zelfkritiek wegens een laag zelfbeeld. Dit heeft niet alleen invloed op mijn persoonlijk functioneren, maar ook beroepsmatig functioneren; ik heb bijvoorbeeld telkens het idee dat ik faal, ook wanneer dit niet zo is. Bij het verder brainstormen, kwamen mijn vrijgevestigde therapeut en ik tot de conclusie dat een nog resterende optie zou zijn om reguliere EMDR te volgen, maar dan een intensieve, op maat gemaakte variant, met schematherapie elementen. (Lees verder hoe dat ging in dit blog) Het duurde dus even voordat dit allemaal georganiseerd en opgestart was, waardoor ik in december/januari pas echt kon starten met de behandeling.
Het EMDR-traject heeft wel veel geholpen; ik word inmiddels veel minder getriggerd door bijvoorbeeld ambulances en sirenes en heb nog nauwelijks nachtmerries en herbelevingen!
Helaas had ik nog wel steeds last van andere klachten…

Het jaar 2018, maar ook grotendeels 2019, stonden voor mij – naast het bijstellen van mijn verwachtingen – vooral in het teken van uitzoeken waarom ik mij dagelijks zo beroerd bleef voelen. Toen ik afstudeerde en last had van de paniekaanvallen, dacht ik dat ik oververmoeid was en de zomervakantie hard nodig had om bij te komen. Ik nam die zomer dan ook genoeg rust; ik moest wel, want ik kon nauwelijks wat ondernemen door vage lichamelijke klachten. Helaas bleven de klachten echter ook na de zomer, waardoor solliciteren voor een baan er echt nog niet in zat…

De klachten varieerden van paniekaanvallen (ineens zonder concrete aanleiding erg duizelig en misselijk voelen, in zweet uitbreken), tot een lamme linkerarm en pijn op de borst. Dit bleek gelukkig een borstbeenontsteking naast de paniekaanval symptomen, maar je kunt je misschien voorstellen hoe angstaanjagend het is als je dat nog niet weet. Het zijn bij toeval soortgelijke symptomen als bij een hartinfarct. Een borstbeenontsteking kan o.a. ontstaan door een verkeerde houding of door veel hyperventileren, volgens mijn huisarts.
Ook had ik last van mijn gebit, maar de tandarts kon niets vinden. Dit bleek te komen door spanning in mijn kaken; ik lijk overdag mijn kaken op elkaar te klemmen wanneer ik gespannen ben. Die pijn straalt dan door naar mijn tanden. Ook kreeg ik pijn bij mijn hals, in mijn oor, in mijn hoofd (wat bleek te komen door slechte samenwerking tussen mijn ogen), in mijn buik… Ik heb in ieder geval veel tijd doorgebracht bij de huisarts. Soms verliet ik de praktijk met een diagnose of verwijzing, maar vaker met alleen tranen, een gevoel van machteloosheid en schaamte en het idee dat het allemaal tussen mijn oren zat.

De huisarts legde uit dat de niet te verklaren klachten waarschijnlijk voortkomen vanuit stress en spanning en dat ik de term ‘SOLK’ maar eens moest opzoeken. SOLK staat voor Somatisch Onvoldoende verklaarde Lichamelijke Klachten. Hiermee wordt bedoeld dat er lichamelijk klachten zijn die al langer bestaan en waarbij met een medisch onderzoek geen ziekteoorzaak gevonden is(Centrum voor SOLK, 2015). Toen ik de term had opgezocht kwam ik erachter dat het iets is wat dus vaker voorkomt bij mensen. Wat erg hielp, want ik kreeg het gevoel dat ik de klachten inbeeldde, terwijl dat dus niet het geval is bij SOLK; de klachten zijn echt, alleen de oorzaak is onduidelijk/onbekend.

- Bij 30-50% van mensen bij huisarts is sprake van SOLK. - Bij 40-60% van mensen bij specialist is sprake van SOLK. - Half miljoen Nederlanders heeft ernstige SOLK. - 2,2 x hogere medische consumptie dan gemiddelde patiënt. (Multidisciplinaire richtlijn SOLK en Somatoforme Stoornissen, Trimbos, 2010) - Grote lijdensdruk. - Forse belemmeringen sociale relaties en werkverzuim. - Frequent terugkerende patiënten op spreekuur huisarts, dikke patiëntendossiers, veelvuldig bezoek alternatieve genezers (ook daar onvoldoende resultaat)!! CENTRUM VOOR SOLK.
Bron: Centrum voor SOLK, via Google.

Vervolgens begon de zoektocht, want met lichamelijke klachten waar je geen grip op krijgt, bleek alleen psychotherapie niet genoeg. Ik volgde dus eerst een intensief EMDR traject op maat in de hoop dat het naast de (c)PTSS klachten, het ook de lichamelijke stressklachten zou verminderen. Helaas gebeurde dit niet. Vervolgens heb ik ook mensendieck en psychosomatische fysiotherapie geprobeerd, wat enigszins hielp om de paniekaanvallen beter te kunnen hanteren en aan te voelen komen, maar de meer ongrijpbare klachten zoals hevige hoofdpijn, maagklachten, pijn op de borst en andere pijnklachten bleven.
Ondertussen bleef ik de huisarts bezoeken, want tja, een nieuwe klacht kon net zo goed wél iets lichamelijks zijn. Hier was mijn huisarts het overigens mee eens gelukkig en soms bleek dat dus ook het geval, zoals bij de verwijzing naar een oogarts voor de hoofdpijn.
Juist wanneer de klachten geen oorzaak leken te hebben werd ik nóg angstiger. Het hielp ook niet dat ik via social media en andere kanalen enge verhalen bleef horen over mensen die plotseling ernstige ziektes bleken te hebben. Ik ging mezelf steeds meer een hypochonder voelen naarmate de angst toenam en ging mij hierdoor ook nog ontzettend schamen voor deze angsten.

Strip

Dokter: "Ik heb goed nieuws: u heeft helemaal niets!"
Patiënte: "Dat niets zo'n pijn kan doen..."

Gelukkig bleef mijn huisarts (en ook de andere huisartsen binnen de praktijk) geduldig en begripvol. En gelukkig namen ze elke keer mijn klachten serieus en werd ik bij elke nieuwe klacht onderzocht. Zo had ik een keer iets hards gevoeld in mijn borst. Gezien er heel veel kanker in verschillende vormen voor is gekomen binnen allebei de kanten van mijn familie, waarvan 4 familieleden – waaronder mijn moeder – zijn overleden, raakte ik nu helemaal angstig. Ook bleek mijn moeders zus ooit borstkanker te hebben gehad, dus ik werd direct verwezen voor een mammografie. Uiteindelijk werd dit vanwege mijn relatief jonge leeftijd een echo (gelukkig maar want dit was niet pijnvrij geweest met een borstbeenontsteking), maar gelukkig was er niets te zien op de echo en was de zwelling misschien wel onderdeel van de ontsteking bij mijn borstbeen.
Ik realiseerde me dat mijn angst heel erg voortkomt vanuit de ervaring van mijn moeders ziekte van dichtbij te hebben meegemaakt en vooral het stuk waar ik haar zag lijden door pijn tot ze overleed. In deze zin leken de angsten toch voor te komen vanuit deze traumatische tijd.

It's not the future you are afraid of. It's the fear of the past repeating itself that haunts you.

Angstig leven

Het ging er steeds meer op lijken dat mijn angst de lichamelijke klachten in stand houden. Vooral angst voor pijn lijden of na een lang ziekbed komen te overlijden, maar ook angst voor andere dingen die in het leven kunnen gebeuren. Dit terwijl ik eerder in mijn leven echt niet zoveel angsten had als nu. Ik ben echt een angsthaas geworden het laatste jaar en erger me dan ook heel vaak aan mezelf.

Uiteindelijk besefte ik me, dat ik deze angsten altijd wel heb gehad, maar mijn depressies deze angsten heel goed konden dempen. Gezien ik vanaf kinds af aan vaker depressief ben geweest en daardoor eigenlijk altijd weinig zin en vertrouwen had in wat het leven te bieden heeft, had ik daarmee ook een coping. Als het van jou toch allemaal niet hoeft, maakt het niet uit wat er gebeurt. Die nonchalance door mijn suïcidale gedachten, zorgden ervoor dat ik niet angstig hoefde te zijn, want stel dat ik morgen onder een auto zou komen, dan was ik toch gelijk van al mijn problemen af. Prima. Ik kom er dus nu pas achter dat ik als kind nooit heb geleerd om op een gezonde manier met angsten om te gaan. Zelfs niet de existentiële angsten die iedereen wel herkent en bij het leven horen.

Dankzij jarenlange therapie en het fijne leven dat ik samen met mijn vriend heb opgebouwd, raakte ik heel langzaam van mijn depressies af en kreeg ik steeds meer zin in het leven. Tegelijk werd ik dus onbewust ook ineens heel angstig, want wat wil ik eigenlijk van het leven? Vroeger dacht ik dat ik nooit de 30 zou halen. Mijn broer heeft immers nooit de 20 gehaald. Het was op de een of andere manier een soort gegeven voor mij dat ik maar kort zou leven door de depressies. En nu word ik over 4 maanden al 30 jaar oud…
Naast dat ik het gevoel heb niet precies te weten wat ik verder wil in het leven (ik hoefde immers eerst nooit verder te kijken dan 30), is het ook maar heel onzeker wat ik kan halen uit het leven, want er kan van alles gebeuren waardoor het allemaal niet lukt. Ik heb bijvoorbeeld een sterke kinderwens en mijn beste vriendin is net voor het eerst moeder geworden. Door dit van dichtbij mee te maken bij haar en hoe zwaar de eerste maanden zijn met een pas geboren baby, zal ik misschien ook mijn verwachting moeten bijstellen dat ik dit zelf ooit ga kunnen. Vooral als ik nog zoveel last heb van allerlei klachten; ik was vroeger zelf een KOPP-kind (kind van een ouder met psychische problemen) en heb gewerkt met KOPP-kinderen. Moet ik wel het risico nemen dat mijn eigen kind misschien ook KOPP-problematiek ontwikkelt? Kan mijn partner dit wel aan?

Als ik dit zo typ klinkt het ook wel ontzettend suf en vol doemscenario’s, want er kan altijd wat gebeuren in het leven, daar doe je niets aan, maar het is wel echt wat onbewust in mijn hoofd gebeurt, waardoor ik de laatste tijd last heb van allerlei verschillende angsten. Ik woon bijvoorbeeld in een flat en wanneer ik vanuit mijn appartement boven mij mensen hoor rennen (op de galerij), denk ik gelijk: ‘O nee, er is brand, ik moet ook gaan rennen’. Terwijl de kans groter is dat het kinderen zijn die al spelend en rennend richting de lift rennen. Alleen daar denk ik dan weer niet gelijk aan. Tegen de tijd dat ik dat heb bedacht, voel ik de adrenaline al door mijn lijf gieren en zijn al mijn spieren weer gespannen. Hoe vaker dit gebeurt, hoe meer vage pijnklachten ik weer krijg. Het is dus onderhand een vicieuze cirkel geworden.

Het lastige was dat er de laatste weken ook wat heftige dingen in mijn omgeving gebeurden. Goede vrienden van mijn schoonfamilie kwamen plotseling om in een heftig auto-ongeluk, een ander familielid in mijn schoonfamilie blijkt kanker te hebben (al is het nog onduidelijk wat voor vorm en waar precies) en mijn schoonmoeder werd vorige week onwel en moest per ambulance naar het ziekenhuis gebracht worden.
Gelukkig is het familielid stabiel en voelt diegene zich goed ondanks de diagnose. Verder bleek het met mijn schoonmoeder achteraf allemaal mee te vallen. Toch voelde het even alsof mijn angsten werkelijkheid werden; dat mensen waar ik veel om geef plotseling (ernstig) ziek worden. Ik ben bang dat het verleden zich steeds zal blijven herhalen en ik steeds dierbaren in mijn omgeving blijf verliezen. Dit is natuurlijk niet zo, maar in alle emotie kostte het mij veel moeite om die angst als irreëel te blijven zien.
Daarnaast heb ik ook een paar weken terug een uitvaart moeten bijwonen, gezien de opa van mijn vriend (op een mooie leeftijd) overleed. Sinds het overlijden van mijn moeder zijn bepaalde plekken zoals ziekenhuizen en uitvaartcentra een bron van PTSS triggers, waardoor ik helaas weer een aantal dagen last heb gehad van beelden en enkele herbelevingen ondanks het recente EMDR-traject. Ik heb me dan ook gerealiseerd dat ik voor dit soort situaties altijd wel kwetsbaar zal blijven en hier in de toekomst maar rekening mee moet houden, naast de normale emoties die de gebeurtenissen oproepen.
Toch ben ik blij dat het ondanks de beelden e.d. het toch is gelukt om de uitvaart bij te wonen en mijn schoonfamilie tot steun te zijn.
Het blijft helaas nog even een moeilijke tijd omdat er nog zoveel onzekerheid heerst rondom het schoonfamilielid dat nog ziek is, maar ook hier moet ik net als de rest van de familie toch proberen om van het positieve uit te gaan. De diagnose kanker heeft namelijk gelukkig niet in alle gevallen een slechte afloop.


Wat te doen aan SOLK

Op een gegeven moment had mijn vrijgevestigde psychotherapeut het idee dat haar ‘behandelrepertoire’ op was en mij niet meer kon helpen bij mijn overgebleven klachten. Iets wat best logisch is, want zij is immers niet gespecialiseerd in lichamelijke klachten en ik had van haar in de tussentijd al veel psychotherapie, schematherapie en EMDR mogen krijgen die mij in andere opzichten veel verder in mijn herstel hebben gebracht.
Toch riep dit bij mij heel wat gevoelens op vanuit mijn angst, namelijk dat ik was ‘uitbehandeld’; een hopeloos geval waar het nooit meer mee goedkomt. Dit werd versterkt door het feit dat mijn therapeute steeds meer begon over therapie afbouwen. De timing van het vaker hebben over therapie afbouwen terwijl ik mij al zo ellendig voelde, versterkte de angst dat zij het opgaf en er niets meer te doen is aan mijn overgebleven klachten. Ik zou vanaf nu een waardeloos leven moeten lijden met elke dag pijntjes en ongemakken, waardoor ik vrijwel niets kan ondernemen en dat zou ik dus niet volhouden. Omdat ik al bijna 1,5 jaar last heb van deze klachten (wat al eindeloos voelt), zat ik er erg doorheen en kon ik niet meer rationeel naar de situatie kijken. Ik kreeg toch weer last van depressieve gedachten; elke dag thuis zitten en mij fysiek beroerd voelen, trok ik mentaal niet meer. Als ik zo nog jaren verder moet leven, wíl ik niet meer leven.
Tegelijk was ik bang dat mijn therapeute vond dat ik mij aanstel; dat ik prima zou moeten kunnen verder leven met deze klachten en dat ik onterecht nog onder de klachten lijd. Zoiets als; andere mensen hebben het pas moeilijk, jij hebt geen recht om het moeilijk te hebben. Iets wat vaker in mijn jeugd tegen mij gezegd is, waardoor ik soms nog (onbewust) in dit ‘minderwaardigheids-schema’ schiet.
Natuurlijk wil ik uiteindelijk afbouwen, maar wel pas als mijn leven met de psychische klachten dragelijk is. Ik had verwacht dat we het pas over afbouwen zouden gaan hebben als ik zelf het gevoel had zonder therapie te kunnen. Het was mijn einddoel en iets waar ik naar uitkeek om wanneer het goed genoeg met mij ging te kunnen zeggen; ‘ik denk dat ik nu wel zonder kan’. Iets wat ik in deze situatie natuurlijk niet bepaal voel gezien de lichamelijke klachten, waar ik tot nu toe maar niet vanaf kom, een psychische oorzaak lijken te hebben.

Met behulp van veel gesprekken met mijn omgeving en mijn therapeut, lukte het uiteindelijk weer mezelf te herpakken. Mijn therapeut stelde me gerust dat we echt niet abrupt zouden stoppen met therapie en dat we echt nog aan de slag gaan met overgebleven klachten waar zij mij nog wel bij kan helpen. Ze verzekerde me dat het therapie afbouwen geen vast proces is, als in; nog 10 sessies en dan stoppen we. Maar dat het een proces en fase is waarin ik zal gaan oefenen zonder therapie en daardoor langzaam meer vertrouwen ga krijgen in dat ik ook zonder kan. Iets wat ik inmiddels steeds vaker ervaar, ondanks de afgelopen periode met een hoop nare gebeurtenissen. Wel bleef ik mij naar voelen over het afbouwen, om de manier waarop het gestart is en dat ik er zelf totaal nog niet mee bezig was; ik zat volop in een ‘ik voel me ellendig en wil er wat aan doen’-modus. Therapie was het enige wat mij het gevoel gaf grip te hebben op de situatie. Uiteindelijk bleek het een grote denkfout van mij te zijn; ik dacht hoe intensiever de therapie, hoe sneller en beter ik van mijn klachten af raak.
Ik ging het wat meer begrijpen toen mijn therapeute de uitleg gaf dat ik voor psychotherapie begrippen, al vrij lang therapie krijg. Dit had ik nooit geweten; ik had het idee dat psychotherapie altijd een behandeling was van meerdere jaren, waardoor ik blijkbaar een verkeerd beeld had gevormd van hoe een psychotherapie-traject werkt en hoe het afbouw-proces zou gaan.
De hele situatie gaf mij het gevoel heel afhankelijk van therapie te zijn, terwijl ik dat in wezen niet meer zo ben als dat ik dat wel was als kind. Op mijn 14e kreeg ik voor het eerst therapie en had ik door een beperkt netwerk en instabiele thuissituatie therapie echt nodig, omdat ik alleen daar de steun en begeleiding kreeg die ik nodig had op mijn leeftijd (met depressieve klachten, persoonlijkheidsproblematiek en trauma’s). De laatste jaren zag ik therapie alleen nog als het middel om te bereiken dat ik uiteindelijk op eigen kracht verder kan, maar wel wanneer ik daar echt klaar voor was. Namelijk, met minder klachten, zodat het dagelijks leven dragelijker zou zijn. Nogmaals, dit was een jaar van verwachtingen bijstellen, want er bestaat een kans dat ik nooit helemaal van sommige van mijn klachten af raak. In dat geval zou therapie blijven krijgen natuurlijk ook zinloos zijn.


Hoe dan ook, uiteindelijk bespraken mijn therapeut en ik dat het ook goed zou zijn om inderdaad naar andere mogelijkheden te kijken wat betreft de lichamelijke klachten. Zij opperde een consult bij een van haar collega’s. Ik stemde in. Dit bleek iemand te zijn die veel werkt met SOLK-klachten (deels ook in een ziekenhuis) en verder lichaamsgerichte CGT geeft, in combinatie met yin yoga of running therapie. Uit dit consult is uiteindelijk gekomen dat ik een keer met haar mocht kennismaken, waarna al snel bleek dat zij mij zelf wel zou kunnen helpen.

Een paar gesprekken en wat vragenlijsten verder, ga ik 2 januari inderdaad starten met een lichaamsgerichte CGT/running therapie traject bij deze therapeute. Dit gaf mij frisse moed en hoop dat het toch goed kan komen, iets wat ik de laatste tijd erg nodig had.
Zij kon mij overigens uitleggen aan de hand van de ‘window of tolerance theorie’ dat wanneer mensen, zoals bij een burn out, langere tijd zich in de hyperarousal bevinden (zie dit blog met uitleg hierover), ze ook terecht kunnen komen in een zogeheten hyperfreeze. Dat betekent dat je lichaam zich zo lang in een staat van paraatheid bevindt, dat dit een soort van de nieuwe basis modus wordt. In de hyperarousal maakt je lichaam zich als het ware klaar om te vechten of te vluchten, in mijn geval dus ook wanneer er geen daadwerkelijk gevaar dreigt, maar door de angst voelt het wel zo. Omdat je lichaam zich hiervoor klaar maakt, activeert het bepaalde delen in je lichaam, maar deactiveert het ook bepaalde delen van je lichaam. Zo is het bekend dat je spijsvertering minder goed werkt in stressvolle situaties, want dat helpt je toch niet om te vechten of vluchten. Ook gaat je weerstand omlaag, omdat je lichaam energie spaart voor de directe dreiging, griepvirussen e.d. doen er dan even niet toe.
In de hyperfreeze sta je dus eigenlijk dagelijks in de overlevingsstand tussen de hyperarousal en de window in, in plaats van in de normaalstand (binnen de window dus).
Hierover kon ik niet echt artikelen vinden als bron, dus het kan zijn dat ik het verkeerd navertel, maar dit is hoe ik het dus zelf van deze therapeute heb begrepen en heb onthouden. Dus ik hoop dat het een beetje klopt. Het klinkt in ieder geval wel logisch en het verklaart goed waarom die vage klachten bij mij zo lang aanhouden.

De bedoeling van de therapie wordt om door te wandelen, joggen, hardlopen, maar ook te zitten (rust nemen), door middel van mijn hartslag te bepalen wanneer ik rust nodig heb. Tijdens die rust moet mijn lichaam zich weer leren herstellen naar de normaalstand. Dus door intervallen met activiteit en rust, moet mijn lichaam dit weer beter gaan leren herkennen en zich hier ook weer aan gaan aanpassen, zodat ik écht weer kan gaan ontspannen. Tegelijk bouw ik weer conditie op, want deze is erg achteruitgegaan gezien ik door de klachten niet meer goed durfde te bewegen. Wat ook begrijpelijk is, gezien de klachten bij bewegen erger werden en ik hier geen grip op had. De hartslag meter zou hierbij moeten helpen in het begin. Wanneer ik binnen de groene zone zit, gaat het prima en wanneer ik bij oranje rood kom, moet ik rust nemen. Op een gegeven moment leer ik hierin ook experimenteren is de bedoeling. Dus ik moet het weer gaan aandurven om grenzen te verleggen, maar niet over mijn grenzen te gaan. Dat wordt de uitdaging. Daarna moet ik ook de hartslag meter gaan afbouwen, dus zelf weer leren aanvoelen waar mijn echte grenzen liggen en wat mijn lichaam nodig heeft.

Hopelijk heb ik als ik weer een beetje kan vertrouwen op mijn lichaam en mij weer sterker en fitter ga voelen, ook al minder last van de overige angsten, maar zo niet, dan hoop ik dat ik ook daar binnenkort nog vanaf kom.

Mijn omgeving en werk

Just because you can't see it or understand it, doesn't mean it doens't excist.

Het duurde voor mij erg lang voor ik echt ging begrijpen wat mijn klachten precies zijn, hoe ze ontstaan en hoe ik er vanaf kan komen. Ondertussen moest ik telkens veel afspraken afzeggen. Ik begon aan vrijwilligerswerk omdat ik dacht dat het mij zou helpen weer een ‘werkconditie’ op te bouwen, dus dat het mij zou helpen met re-integreren als starter, maar helaas moest ik mij zó vaak op het laatste moment ziek melden door de klachten…
Normaal gesproken als je je niet zo lekker voelt, kijk je even aan hoe het gaat en ga je in de meeste gevallen met eventueel wat pijnstilling, toch naar je werk. Bij mij zorgden de klachten voor paniek en de paniek weer voor klachten, wat maakte dat ik zelfs met een paracetamolletje alsnog kotsmisselijk, duizelig en/of met veel pijn of maagklachten op bed lag of op de wc zat. Dit was lastig uit te leggen aan mijn vrijwilligerswerk, al ben ik altijd heel eerlijk geweest over mijn klachten. Dus afgelopen jaar heb ik tot twee keer aan toe helaas al moeten stoppen toen ik pas net was begonnen met vrijwilligerswerk. Ik snap ook dat het voor anderen lastig te begrijpen is, ik snapte het zelf immers amper. En vrijwilligerswerk is natuurlijk vrijwillig, maar niet vrijblijvend.

Naast vrijwilligerswerk, merkte ik ook dat sommige mensen in mijn directe omgeving moeite hadden met het begrijpen van mijn situatie. Wanneer ik vrijwilligerswerk gevonden had, hoorde ik opmerkingen als ‘o gelukkig ga je weer wat doen, dat thuiszitten is ook niets’. Nu was ik het daar volkomen mee eens, want van thuiszitten worden de meeste mensen écht niet vrolijk, ik dus ook niet. Alleen voelde ik toch ook een beetje een oordeel verstopt in dat zinnetje. Ik merkte dat sommige mensen zich maar moeilijk konden inleven in waarom ik thuiszat. Mijn klachten hadden immers geen diagnose, dus het zou allemaal wel meevallen. Het leek alsof ze vonden dat ik thuis zitten wel prettig vond en het wel makkelijk vond om niet te werken. Zelf had ik dit oordeel ook ergens; ik voelde me zwak en lui, terwijl ik nooit iemand ben geweest die de kantjes ervan loopt. Ik ben juist perfectionistisch, wil het graag goed doen en heb veel doorzettingsvermogen.
Plus, hard werken is in deze maatschappij zelfs een soort statussymbool, zelfs als het de gezondheid schaadt. Ook moet je maar gewoon doorgaan als je je niet goed voelt en al helemaal geen hulp accepteren, want het is pas knap als je het allemaal zelf doet. Ook gaan we vaak veel te laat naar de huisarts, want ‘ik piep niet zo snel’.
Dit zijn dingen die ik vaak zie en hoor in mijn omgeving en waar ik onbewust ook aan wil voldoen. Dat dit niet lukt en dat het zelfs niet lukt mee te komen met de dagelijkse dingen zoals (betaald) werk volhouden, maakt dat ik mij voel als een mislukkeling, terwijl ik ergens weet dat bovenstaande opvattingen ook niet goed zijn voor je mentale en fysieke gezondheid. Dat ik (buiten mezelf om) steeds meer begrijp waarom mensen met een beperking zich uitgesloten voelen binnen deze prestatiegerichte maatschappij.

Hoe dan ook, de huisarts moest mij steeds helpen herinneren dat mijn klachten wél echt waren en dat ze inderdaad heel vervelend kunnen zijn.
Elke keer wanneer het stuk liep met vrijwilligerswerk, werd ik bevestigd in mijn faalangst. Ik bleef immers falen; het wilde maar niet lukken om mij niet ziek te voelen.
De klachten hebben mij ook tot het inzicht gebracht, dat de burn-out, of hoe je het ook wilt nemen, altijd al sluimerde. Daar bedoel ik mee, dat zover ik me kan herinneren, ik al snel (lichte) lichamelijke klachten en stress kreeg bij spannende situaties, die voor de meeste mensen niet spannend zijn. Zoals als kind een brood moeten kopen bij de bakker, maar ook als volwassene tijdens een stage pauze houden en sociale interactie moeten aangaan met collega’s. Ik kon ook dan ineens misselijk of duizelig worden, oftewel een lichte versie van de paniekaanvallen die ik de laatste jaren heb ervaren. De onzekerheid en faalangst hebben mij altijd veel energie gekost en veel stress gebracht. Ik hoop dan ook dat wanneer ik ga werken, ik wat meer zelfvertrouwen ga krijgen zodat ik meer energie kan stoppen in het werk in plaats van mijn angst en onzekerheid verbergen.

Ik besefte mij overigens dat ik wellicht hulp nodig heb bij het re-integreren, naast een behandeling voor mijn lichamelijke klachten. Als starter re-integreren blijkt namelijk een hele klus; ik ben nog steeds ziek dus geen een werkgever staat te springen om mij aan te nemen, ik heb afgezien van stages nog geen werkervaring en ik heb zelf momenteel nog weinig idee van wat ik aan kan qua werk en wat dus realistisch is in mijn situatie. Ik heb mij daarom aangemeld bij een organisatie (los van het UWV) die mij willen gaan helpen bij het vinden van (betaald) werk en re-integreren. Er is helaas een wachtlijst, dus ik ben eind januari, begin februari pas aan de beurt, maar dat geeft me aan de andere kant ook tijd om eerst aan mijn klachten te werken met het running therapie/CGT traject.
Intussen probeer ik aan te sterken om weer vrijwilligerswerk te kunnen doen om hier vast langzaam mee te kunnen starten, maar wellicht wil ik nu te veel, te snel. Iets waar ik telkens tegenaanloop. Wederom; verwachtingen bijstellen.

Don’t look back, look now

The only time you should look back, is to see how far you've come.

Voordat ik terechtkwam bij de lichaamsgerichte therapeut, heb ik het kort met mijn huidige therapeut nog gehad over ACT: een vorm van therapie dat is gebaseerd op mindfulness. Ik heb zoals je misschien in mijn blogs hebt gemerkt, namelijk sterk de neiging om terug te blikken en vooruit te kijken. Dit hoeft niet perse slecht te zijn, maar in mijn geval zorgt het ervoor dat ik te veel terugkijk op nare gebeurtenissen of te kritisch ben naar mezelf in het reflecteren op situaties (de Dictator). Óf heel angstig word van de toekomst, omdat het me onzeker maakt omdat ik niet wat er gaat gebeuren of juist te veel verwacht en makkelijk teleurgesteld/terneergeslagen raak wanneer het anders loopt dan ik had gewild.
Een voorbeeld van dit laatste; ik had dus gehoopt een betaalde baan te hebben en therapie volledig afgebouwd te hebben voor mijn 30e. Niet gelukt, geen ramp, maar wel balen omdat ik deze verwachting had.

Bij ACT richt je je op het focussen op het hier-en-nu, wat ik dus goed zou kunnen gebruiken. Het is dus niet zo dat ik deze therapie ga volgen binnenkort, maar ik probeer er wel zelf wat meer mee bezig te zijn. Zo probeer ik ook nu te kijken naar wat er NU allemaal wél goed gaat, in plaats van wat er niet goed gaat (wat dus genoeg is als je leest wat ik tot nu toe allemaal heb geschreven in dit blog). Ik probeer mezelf weer een beetje terug te vinden; de versie die krachtiger, positiever (en gezelliger) is dan ik de afgelopen 1,5 jaar was. Wie weet helpt dit lijstje maken hierbij.

De afgelopen 10 jaar heb ik wel:
– een intensieve klinische psychotherapie jeugdbehandeling van ruim een jaar afgerond;
– tijdens deze behandeling de opleiding Social Work gestart;
– jaar 1 van deze voltijd hbo-opleiding ondanks tegelijk de voltijd behandeling nog volgen, met een dikke voldoende afgerond;
– voor het eerst op mezelf gaan wonen;
– een boosterbehandeling voor anorexia nervosa in een eetstoorniskliniek afgerond;
– een gezond BMI gekregen ondanks nog steeds schommelingen in gewicht door de jaren heen;
– zowel gestopt met automutilatie, als mezelf wegen;
– opnieuw met een hbo-opleiding gestart, dit keer SPH aan een andere hogeschool;

na een auditie aangenomen bij een soort vooropleiding van een gerenommeerde musical-opleiding (helaas uit onzekerheid gelijk gestopt, maar door de auditie komen was voor mij destijds genoeg);
– bijna mijn propedeuse cum laude behaald;
– 2 studieblokken tegelijk gedaan om mijn propedeuse op tijd te kunnen halen, omdat ik het laatste studieblok van mijn propedeuse heb moeten missen om voor mijn vader te kunnen zorgen die moest revalideren van een herseninfarct;
– op tijd mijn propedeuse behaald én jaar 2 dankzij enkele herkansingen;
– het honours programma ingeruild voor het traject binnen de opleiding waarmee je als professional je eigen ervaringskennis leert ontwikkelen en inzetten;
– verliefd geworden op een hele leuke man en hem ook verliefd op mij laten worden;

– gitaar leren spelen (m.b.v. YouTube bij gebrek aan een docent);
– een voltijdstage op één maand na bijna afgerond, ondanks slechte stagebegeleiding en doelgroep die niet bij mij paste.
– gaan samenwonen met die leuke man in mijn studentenwoning van 23m2;

– een akoestisch bandje begonnen als zangeres, samen met een gitarist en toetsenist;
– hersteld van een zware depressie en opleiding opnieuw opgepakt, minor uit 4e jaar bijna in één keer afgerond;

werd geïnterviewd door de FOLIA over het verhaal dat ik schreef, gebaseerd op mijn klinische opname in de jeugdpsychiatrie;
– voor het eerst opgetreden met mijn bandje;
– vanuit Rome per trein naar Florence en Venetië gereisd met vriendlief, ondanks het hebben van paniekklachten;
– meegewerkt aan de muziektheatervoorstelling ‘Vind je het gek?!’ over psychische kwetsbaarheid van theatermaakster Nynka Delcour;
– derdejaars voltijd stage opnieuw gestart, dit keer in de jeugd-ggz preventie hoek;
– derdejaars voltijd stage behaald met dikke voldoende, plus ik mocht na mijn stage blijven werken onder het mom van vrijwilliger, tot ik mijn diploma zou halen en kon solliciteren;
– een appartement gekocht samen met nog steeds diezelfde leuke man;

– werd geïnterviewd door een journaliste van VICE over mijn blog en mijn missie om psychische kwetsbaarheid meer bespreekbaar te maken.
– scriptie in één keer met een voldoende behaald (over als professional je eigen ervaringskennis inzetten);
– het 4e en laatste jaar van mijn opleiding afgerond ondanks burn-out klachten en eerdere studievertraging/gezondheidsproblemen, met als laatste cijfer een 9;
– met behulp van lotgenoten op social media een EMDR Survivalgids geschreven die dagelijks nog steeds ingezet en gelezen wordt door traumatherapeuten en mensen die EMDR gaan volgen;
– zelf een intensief EMDR-traject afgerond;

– voor het eerst een lied geschreven;
– een vrijwilligersplek gevonden als ervaringsdeskundige, waar ook nog ruimte is voor herstel;
– langzaam gestart met volledig therapie afbouwen voor het eerst sinds mijn 14e;

– voor het eerst opgetreden als singer-songwriter en een eigen nummer live gespeeld;
– een babyshower mogen organiseren voor mijn beste vriendin;
– niet opgegeven met blijven zoeken naar wat helpt om van de SOLK af te komen…


wordt vervolgd in 2020.

Ik hoop dat jullie in deze periode ook kunnen kijken naar wat je allemaal wél hebt. Zelf vind ik dit dus best moeilijk, maar als het lukt blijkt het gelukkig vaak meer te zijn dan je in eerste instantie denkt…

Merry Everything 
&
Happy Always

Liefs,
Lyka


De EMDR-sessies (deel 3)

Een aantal jaar geleden schreef ik over het proces van mijn EMDR behandeling. (Zie Deel 1 en deel 2) Spoiler: ik bleek nog niet klaar te zijn voor de behandeling, mede gezien ik het mij niet kon veroorloven om nog meer studievertraging op te lopen. Vervolgens schreef ik een paar maanden terug de EMDR Survivalgids, gericht aan mensen die net als ik ook (wederom) met EMDR zouden gaan starten en misschien wat tips konden gebruiken. Inmiddels lijk ik aan het einde gekomen te zijn van mijn huidige EMDR behandeling. Het leek mij passend om een deel 3 te schrijven ter afronding.


(In dit artikel zal ik regelmatig wat schematherapie termen noemen. Wil je meer over deze therapie weten en de termen leren kennen, bekijk dan deze blog die ik erover schreef.)

Aanloopfase

Opnieuw een EMDR behandeling aangaan vond ik erg spannend. Vooral gezien de vorige keer dat mijn therapeut en ik met EMDR gestart waren, ik te bang was dat mijn studie eronder zou lijden; we waren net begonnen met EMDR en ik merkte dat ik mij emotioneel instabiel voelde, ook tijdens lesdagen op mijn opleiding. Dus ik besloot te stoppen en nam mij voor dat zodra ik afgestudeerd was, ik dan de tijd en de ruimte zou creëren om een EMDR behandeling te kunnen volgen. Het liep iets anders, gezien ik tijdens mijn afstuderen last kreeg van burn-outachtige klachten. Ik was elke dag de hele dag door vermoeid, kreeg paniekaanvallen, vage lichamelijke klachten en was vaak angstig. Ik weet dan ook niet meer zo goed hoe ik het allemaal precies heb gedaan, maar ik heb mijn diploma gehaald.
Gelukkig had ik naast dat ik nog steeds wekelijkse psychotherapie kreeg, redelijk op tijd hulp ingeschakeld bij o.a. de huisarts en daardoor kalmerende medicijnen en mensendieck therapie gekregen (waar ik ontspanningsoefeningen leerde), die ervoor hebben gezorgd dat ik (in ‘overlevingsstand’ weliswaar) mijn afstudeertaken kon uitvoeren.
Wonderbaarlijk genoeg lukte het af te studeren, gezien ik bijvoorbeeld super suf, warrig en chaotisch van de oxazepam (kalmerend medicijn), mijn scriptiepresentatie heb moeten houden om paniekaanvallen te voorkomen. Ook was het enorm belangrijk voor mij dat ik bij mijn diploma-uitreiking kon zijn, gezien ik mijn middelbare school diploma-uitreiking wegens een zware depressie heb moeten missen. Deze diploma-uitreiking verliep afgezien van gezonde zenuwen en dankzij de zo-nodig medicatie, voor mij gelukkig heel rustig en was het inderdaad een hele fijne en bijzondere ervaring!
Ook was het een moment om er met mijn vriend en vriendinnen bij stil te staan dat het ondanks alle tegenslagen, mij toch was gelukt. Dankzij hen, de bijzondere speech van mijn docent tijdens de uitreiking, maar ook mijn therapeut die dit benadrukte, kon ik het op mij in laten werken dat het inderdaad een best knappe prestatie was waar ik trots op mocht zijn (ondanks mijn interne criticus, ook wel bekend als de Dictator).
#afstuderenmeteendepressieenpaniekaanvallen. #missionaccomplished

Er volgt overigens binnenkort nog een blog over het afstuderen als hulpverlener.

Afstuderen - hoe ik dacht dat het zou gaan (stijgende lijn)
en hoe het uiteindelijk ging (kronkelende lijn).
Een visuele samenvatting van mijn afstuderen, zelf getekend met Photoshop. (Ja, dat moet ik er nadrukkelijk bij benoemen; ik heb heel lang over die semi-rechte lijn gedaan.)


Terwijl ik in de zomervakantie ruimte voor een EMDR behandeling zou vrijhouden, bleek dit niet nodig, want ik zat noodgedwongen thuis. De paniekaanvallen en lichamelijke klachten hielden aan waardoor het überhaupt nauwelijks lukte om iets buiten de deur te ondernemen, laat staan te solliciteren op een baan. De theorie was dat spanningen vooral in mijn lijf waren gaan zitten. De kortdurend klinische traumabehandeling voor complexe PTSS die mijn therapeut en ik voor ogen hadden, leek hierdoor goed op mijn situatie aan te sluiten gezien er een fysieke component bij deze behandeling zou zijn. Door intensief sporten zou er naast aandacht voor het hoofd (EMDR en exposure), ook aandacht zijn voor het lichaam.
Helaas werd ik bij aanmelding bij deze instelling al snel afgewezen. De reden die gegeven werd aan de telefoon was vaag. Uiteindelijk, na nogmaals contact opnemen en om verduidelijking te vragen, bleek dat deze instelling alleen mensen met complexe PTSS met trauma’s gelinkt aan geweld, een heftig ongeluk of seksueel misbruik behandelt. Ik kwam niet in aanmerking omdat mijn trauma’s voornamelijk gelinkt zijn aan iets dat ‘emotionele verwaarlozing’ heet. (zie deze blog voor uitleg over wat emotionele verwaarlozing precies is.)

In eerste instantie was ik erg verdrietig en teleurgesteld. Ik denk vooral gezien ik mij nu al lange tijd zo rot voelde en thuis zat; ik hoopte dat de behandeling er voor zou zorgen dat de klachten zouden afnemen en ik daardoor weer wat meer kwaliteit van leven zou krijgen. Ook had ik nu ongeveer 10 jaar de diagnose complexe PTSS en het uitzicht op deze behandeling gaf hoop dat ik eindelijk van deze klachten af zou raken, maar deze hoop verdween na de afwijzing als sneeuw voor de zon. Vervolgens was ik boos, gezien er om onduidelijke redenen onderscheid werd gemaakt in het soort trauma wat wel of niet behandeld werd bij deze instelling. En dat dit niet specifiek vermeld was op de website. Wanneer er staat ‘gespecialiseerd in complexe PTSS’, zou je verwachten dat dan alle soorten complexe PTSS behandeld wordt. Ook bij een kortdurende intensieve klinische behandeling.
Natuurlijk zou het niet helpen om in deze boosheid en frustratie te blijven hangen, dus ging ik over op het steken van mijn energie in het accepteren van de situatie, om vervolgens een ander plan van aanpak te bedenken met mijn therapeut. Op zoek naar nieuwe hoop.

Plan EMDR (2.0)

Een van de problemen die we moesten zien te tackelen, was dat ik van de vorige EMDR sessies nog wist, dat het behandelen van mijn trauma’s bij mij veel gevoelens van eenzaamheid, verdriet en angst zouden oproepen. Dit is te verklaren gezien dit de gevoelens zijn die ik had tijdens de nare situaties die ik vroeger doormaakte.
Bij een klinische traumabehandeling, zou ik omringd zijn door mensen na de eerste heftigste sessies. Bij een behandeling van max. 1 keer per week, zou ik 7 dagen moet overbruggen en zou ik vaak alleen thuis zijn gezien mijn vriend fulltime wisseldiensten werkt. Toen ik stopte met de vorige keer EMDR, was dat vooral omdat ik het niet trok om zo lang te wachten tot de volgende sessie en ondertussen (in mijn eentje) te moeten dealen met al die heftige gevoelens. Dit moest ik vroeger immers ook en zo zijn de trauma’s überhaupt ontstaan.

Mijn therapeut vroeg mij of ik ideeën had. Ik durfde het bijna niet voor te stellen, maar ik opperde om tijdelijk 2 keer per week EMDR te gaan doen. Zo hoefde ik de helft van de tijd te overbruggen naar de volgende sessie. Ze vond dit een goed idee. Gelukkig kon zij hiervoor ook tijd vrij maken in haar agenda, hoewel ik mij direct schuldig voelde over het zoveel tijd innemen van haar en van andere cliënten.
Hoe dan ook, het probleem was er deels nog; ik zou o.a. ’s avonds nog regelmatig alleen thuis zijn. Mijn therapeut stelde voor mijn vriend uit te nodigen om ook samen met hem een plan van aanpak af te spreken. Ook koos ik vriendinnen uit aan wie ik zou vragen om mijn ‘support squad’ (zie EMDR survivalgids) te vormen. Vooral de avonden van de dagen waarop ik EMDR had gehad, zou ik hen vragen langs te komen zodat ik niet alleen hoefde te zijn. Ook zij stemden in en ook hierover was ik verbaasd. Mijn vriendinnen zijn namelijk over het algemeen heel druk en hebben weinig tijd om af te spreken, maar ze zeiden eigenlijk alle drie: ‘Komt goed! Desnoods neem ik mijn werk/scriptie mee en ga ik aan jouw bureau werken’.
Echt heel erg lief en fijn!

Verder wilden we enigszins de behandeling van de instelling nabootsen, waarbij er intensief gesport zou worden na de sessies. Helaas was dit niet gelukt te organiseren, gezien ik wegens de lichamelijke klachten en paniekaanvallen/hyperventileren beperkt was in het bewegen en op korte termijn niets heb kunnen vinden wat hierbij zou aansluiten. Ik durfde niet zonder (professionele) begeleiding of in mijn eentje te gaan sporten uit angst mijn klachten erger te maken en uit angst voor hyperventilatie. Na een paar keer een stuk fietsen in de buurt was ik namelijk een paar keer flauwgevallen. Toen ik thuis (lichte) fitnessoefeningen deed, kreeg ik last van hyperventilatie en viel ik ook bijna flauw. Ik was bang dat dit bij het sporten na EMDR ook zou kunnen gebeuren. Normaal gesproken kan ik mij makkelijker over dit soort angsten heen zetten, maar onder andere door de toenemende lichamelijke klachten, was ik nog angstiger geworden en lukte het ook niet meer zo goed deze angsten te relativeren. Lange tijd had ik geen idee waardoor ik zo angstig was geworden, maar op Twitter zag ik een tweet voorbijkomen van Iva Bicanic die het EMDR congres 2019 bijwoonde. Zij citeerde professor Bernet Elzinga en toen ik dit citaat las, herkende ik daarin een mogelijke verklaring voor mijn angsten:

"Als een kind opgroeit met gevaar, dreiging en onvoorspelbaarheid dan zal het brein zo geprogrameerd worden dat het daarop kan anticperen. later kan dat brein zich tegen je keren", zegt prof Bernet Elzinga tijdens #EMDR2019 congres

Oftewel; het zou kunnen dat ik steeds last heb van allerlei irreële angsten, doordat mijn brein anticipeert op dreiging en gevaar en dat deze anticipatie zorgt voor angsten. En dat mijn lichaam daar dus ook op reageert en ik daardoor onbewust telkens gespannen ben en pijn ervaar (door o.a. gespannen spieren).

Hierop volgend werden ook ‘take-home-messages’ gepresenteerd, waarvan vooral nummer 2 mij persoonlijk erg aansprak. Het zien van mijn (irreële angsten) als gevolg van een ‘overbezorgde moeder’-brein, maakt het al iets makkelijker deze angsten/adviezen in de wind te slaan/te relativeren.

Hoe dan ook, mijn vriend en vriendinnen hadden geen tijd om met mij structureel na een EMDR sessie te gaan sporten, dus ik sprak met mijn therapeut af dat ik dan maar zo veel mogelijk zou gaan wandelen na een sessie; dan was ik toch in beweging en was de kans op hyperventilatie kleiner door de lichte intensiteit.

Wat betreft de behandeling zelf, stelde mijn therapeut voor om EMDR met schematherapie te gaan combineren. Ik heb dus de mazzel gehad dat mijn vrijgevestigde psychotherapeut zowel geschoold/bevoegd is in het geven van EMDR, als in het geven van schematherapie. Zelf merkte ik ook dat bij bepaalde beelden, ook bepaalde schema’s aan de orde zijn, die juist die gevoelens van eenzaamheid, verdriet en angst oproepen. Het idee was om de beelden met EMDR te behandelen en wanneer nodig, ook schematherapie interventies in te zetten zoals imaginatie. (Voor uitleg en informatie over imaginatie zie dit blogartikel.) De imaginatie was mijn eigen voorstel, gezien ik daar eerder al veel aan had gehad.

Omdat het niet helemaal een regulier EMDR-traject is (zoals die ik eerder heb gehad), noem ik dit traject in mijn blog voor het gemak EMDR (2.0).

Voor meer over een traumabehandeling met EMDR en het schemamodusmodel, zie dit artikel in het vaktijdschrift ‘Gedragstherapie’ door Annemieke Driessen en Linda Hummel. (De doelgroep van dit tijdschrift zijn (cognitief) gedragstherapeuten, dus het is een vrij technisch verhaal vol vaktermen)

Het EMDR (2.0) traject

We spraken af dat we eerst alle beelden zouden inventariseren die nog veel spanning oproepen. Gezien mijn herbelevingen vooral gaan over mijn moeders ziekbed en haar overlijden, waren de beelden ook voornamelijk beelden van situaties rondom haar ziekte en overlijden. Ik vond het lastig te bepalen welke beelden precies het heftigste waren, dus uiteindelijk besloten we de beelden op chronologische volgorde te behandelen met de EMDR; dus in de volgorde waarin ze hebben plaatsgevonden.

De eerste sessie vond ik enorm spannend, maar het bleek achteraf best wel mee te vallen. Expres hadden we een beeld behandeld dat het minst heftig voelt (het lukte wel om dit beeld te kiezen), om ‘in te komen’. Ik merkte dat ik na de sessie niet overstuur naar huis ging en dat het beeld tijdens de EMDR qua heftigheid best wel snel gezakt was (op een schaal van 0 tot 10). Dit zorgde ervoor dat ik al minder angstig werd voor het aangaan/ondergaan van de rest van de behandeling en het gaf vertrouwen dat de EMDR in ieder geval op dit beeld al redelijk goed aansloeg.

De tweede sessie was al een stuk heftiger. We namen een iets heftiger beeld en al snel vloeiden er tranen (bij mij dan). Toen we stopten was het beeld nog niet helemaal naar 0 gezakt qua spanning, maar we moesten toch stoppen. Ik merkte tijdens deze sessie dat ik net als bij de vorige keren EMDR mijn hoofd op sommige momenten ineens blanco werd. Wanneer mijn therapeut vroeg: ‘Wat komt er op?’, moest ik dan ook antwoorden met: ‘Niets, mijn hoofd is even blanco; ik voel en denk even niets meer.’ Gelukkig kon zij hierop anticiperen door bijvoorbeeld even terug te gaan naar het oorspronkelijke beeld (i.p.v. de associaties die opkomen) of ging zij ander soort vragen stellen.
Een paar jaar terug had mijn therapeut al uitgelegd dat ik dan terecht kom in het zogenaamde ‘reptielenbrein’, oftewel onderin de window of tolerance (zie voor meer informatie hierover deze blog). Het wordt ook wel ‘dissociëren’ genoemd en is bij mij een onbewuste manier van coping wanneer ik heftige gevoelens of situaties ervaar, zodat ik deze tijdelijk niet hoef te voelen.
Toch was het beeld dus nog niet helemaal gezakt toen we door de tijd heen zaten, dus gaf ze aan dat ze het heel vervelend vond, maar dat we moesten stoppen. Net als de vorige sessie rondden we af doordat zij aan mij vroeg wat ik als positief had ervaren deze sessie. Dit moest ik dan in gedachten houden terwijl ik weer door het volgen van haar vingers werd afgeleid. Ik merkte dat dit ‘positief afsluiten’ al goed hielp en dat ik mij dit niet van de vorige keren EMDR kon herinneren.
Ze benadrukte dat ik contact met haar moest opnemen als het thuis niet ging. Dit was gelukkig niet nodig.

De opeenvolgende sessies verliepen ongeveer hetzelfde. Er waren regelmatig momenten dat mijn hoofd blanco werd. Ik vond het dan ook steeds lastig te bepalen of het beeld nou echt gezakt was qua spanning of dat ik alleen tijdelijk niets voelde. Mijn therapeut gaf aan dat als ik geen spanning meer voelde bij een beeld, dat we dan volgens het protocol ervan uit konden gaan dat het beeld gezakt is. Dus als ik niets meer voelde erbij moest ik het een 0 geven en dan zouden we verder gaan met een volgend beeld. Als ik tussen de sessies door bijvoorbeeld toch weer last zou krijgen van het beeld, zouden we het opnieuw gaan behandelen. Mijn therapeut legde uit dat het ook wel voorkomt dat de EMDR doorwerkt tussen de sessies door, dus dat het best kan zijn dat het beeld ondertussen is gezakt in heftigheid ten opzichte van de vorige sessie

Ook gebeurde het wel tijdens de EMDR dat ik juist nog steeds spanning voelde bij een beeld, maar dat het gewoon niet wilde zakken en ik bleef ‘hangen’ in dezelfde associaties bij het beeld. Dit was bijvoorbeeld zo bij een beeld waarin ik als 17-jarige dissocieerde toen mijn moeder met een ambulance werd opgehaald. Ik ben naar mijn kamer gelopen en deed alsof het niet gebeurde. Ik herinner me dat ik de tv in mijn kamer had aangezet en ernaar keek, maar niets zag. Wel heb ik nog even uit het raam gekeken en zag mijn moeder de ambulance ingeladen worden, met een paar buren om haar heen. Ik bleef alleen thuis achter en ben uiteindelijk in mijn kledingkast gekropen, net als ik deed toen ik klein was en angstig was.
Wat mij vooral nog steeds raakte aan dit beeld is dat ik ontzettend angstig was en mij onveilig voelde en dat ik eigenlijk nergens en bij niemand terecht kon. Dit voelde ik nog steeds heel heftig als ik aan dit beeld dacht.

Doordat ik tijdens de EMDR nog steeds dezelfde nare gevoelens en gedachten bleef associëren, gebruikte mijn therapeut een andere interventie. Ze vroeg mij wat ik nodig had. Toen ik hier niet uit kwam, vroeg ze mij waar ik heen wilde gaan. Als 17-jarige bleef ik regelmatig na schooltijd rond mijn middelbare school hangen, omdat ik mij daar prettig voelde en er vaak tegenop zag om naar huis te gaan. Dit herinnerde ik mij ineens weer, dus ik gaf aan dat ik naar school zou willen gaan. Mijn therapeut vroeg mij voor mij te zien dat ik op school was. In gedachten rende ik zo hard als ik kan het huis uit (zoals ik vroeger ook wel eens echt deed als ik overstuur was). Toen ik voor mij zag dat ik op school was aangekomen en in mijn eentje in de aula zat, leidde zij mij weer af met het vingerzwaaien.

Afbeelding van ClaudiaTremblay via Etsy.com
…Zei de gezonde volwassene, tegen het kwetsbare kind.

Gek genoeg, voelde ik mij nu een stuk veiliger, terwijl ik alleen maar voor mij had gezien dat ik in mijn eentje in de aula zat. Het was voor mij op de een of andere manier een veilige plek. Toch vroeg mijn therapeut of ik het niet fijn zou vinden om iemand bij mij te hebben. Waarschijnlijk omdat zij wist dat ‘er alleen voor staan’ zo centraal stond in mijn trauma’s. Ik vond het lastiger te bedenken wie ik nodig zou hebben, dan waar ik wilde zijn, want er was destijds immers niemand die er voor mij kon zijn en ik mij veilig genoeg bij voelde. Vervolgens vroeg mijn therapeut mij om als het ware uit het beeld te stappen en er als ‘gezonde volwassene’ van een afstand naar te kijken. Ik keek nu in gedachten als 28-jarige naar mijn 17-jarige zelf die bij het raam stond te kijken hoe haar moeder in de ambulance werd geladen. Mijn therapeute vroeg: ‘Wat zou je willen doen als volwassene?’.
Ik – die het nog steeds moeilijk vond zichzelf als kind in gedachten te troosten (want verdiende ze het wel?) – zag ineens voor me hoe ik als 28-jarige mijn 17-jarige uit mijn ouderlijk huis begeleidde en meenam naar mijn huidige woning. Ik zette haar in deze fantasie neer op mijn bank, zette een kop thee voor haar neer met een bakje chocola ernaast, nam haar op de bank in mijn armen en trok een warm plaid over ons heen terwijl ik haar troostte en zei dat het wel goed zou komen. Terwijl ik dit voor me zag volgde ik weer de vingers en merkte vervolgens dat het beeld in één keer aanzienlijk was gezakt qua spanning.
Voor mij een heel bijzonder moment ondanks dat het natuurlijk niet in realiteit heeft plaatsgevonden. Maar het lukte dus ook voor het eerst om mild te zijn naar mezelf als kind en haar zelfs te troosten. Toen ik later die week gitaar speelde, kwam er ook ineens een tekst in mij op waardoor dit moment in lied-vorm vastgelegd is. (Mijn eerste zelfgeschreven lied en het gaat over EMDR; typisch Lyka.)

Verder was het inderdaad ontzettend helpend om één voor één de leden van mijn support squad over de vloer te hebben. We hebben gepraat, gekookt, Netflix gekeken en bank gehangen. Ik ben en was mijn vriendinnen ontzettend dankbaar dat ik niet alleen hoefde te zijn! Na een week of 3 merkte ik al dat ik weer beter alleen thuis kon zijn en dit dan ook weer wilde proberen.
Mijn vriend verdient overigens ook credits voor alle kopjes koffie en thee die hij voor mij maakte en alle huishoudelijk taken die hij zonder mopperen voor mij overnam. Ook was het voornamelijk zijn arm om mij heen als ik thuis toch last had van huilbuien of herbelevingen.
Naast mijn vriend en vriendinnen, ben ik ook mijn therapeut heel erg dankbaar dat zij zoveel tijd en energie in deze behandeling heeft willen steken – met dus een heel positief resultaat als gevolg! In mijn geval was mezelf aanmelden bij een vrijgevestigde psychotherapeut het best wat ik had kunnen doen voor mijn herstel. Zij kon mij een behandeling op maat bieden, waar veel instellingen vaker lijken te werken aan de hand van ‘one-size-fits-all’ behandelingen. (Dus zorgverzekeraars, maak het vrijgevestigde therapeuten niet te moeilijk; ze zijn heel erg waardevol!)

You can't choose your family. But you can choose your therapist.

Na EMDR (2.0)

Naast de eerdergenoemde interventies, hebben we tijdens EMDR (2.0) ook wel eens een sessie een imaginatie oefening gedaan (schematherapie interventie) in plaats van EMDR. Op deze verschillende manieren hebben we alle beelden behandeld die we vooraf hadden geïnventariseerd.
We hebben ongeveer twee maanden, twee keer per week EMDR (of schematherapie, of allebei) gedaan. Het was dus erg intensief, maar uiteindelijk ook heel waardevol: sinds het EMDR-traject heb ik geen één herbeleving meer gehad, heb ik bijna geen nachtmerries meer gehad (over mijn moeder of het verliezen van dierbaren) en kan ik meer ontspannen rondlopen in een ziekenhuis – al zal ik daar nooit voor mijn plezier komen, maar goed, wie wel? Het kijken van ziekenhuisseries en het zien en horen van een ambulance roepen nog wel enige spanning op, maar al stukken minder dan eerst en dus goed te behappen! (Bovendien kan ik natuurlijk best leven zonder ziekenhuisseries, al baal ik dat ik nog steeds geen Grey’s Anatomy meer kan kijken, wat een van mijn lievelingsseries was voordat mijn moeder terminaal ziek werd. Voor de kenners: mijn moeder kreeg dezelfde ziekte als het personage Izzie.)

Ook qua schema’s leek er één en ander te verschuiven. Hiermee bedoel ik dat in schematherapie termen, bepaalde modi in kracht lijken afgenomen zoals o.a. mijn interne criticus: de Dictator. We besloten dan ook hierop te voortborduren door na het afronden van de EMDR verder te gaan met schematherapie.
Ik kreeg de opdracht om een brief aan mijn moeder te schrijven, gezien de Dictator vooral lijkt voort te komen vanuit haar stem van vroeger; ik leek het nooit goed genoeg te doen en ze had vrijwel altijd kritiek. Ik realiseerde me dat het voelde alsof mijn zelfbeeld is blijven hangen op het moment dat zij overleed; dat het beeld wat ik van mezelf gevormd had, nog steeds was gebaseerd op hoe mijn moeder mij zag als 17-jarige en mij in tekst naliet in haar dagboek. De woorden ‘egoïstisch’ en ‘onverantwoordelijk’ voerden hierin de boventoon. Dit terwijl andere mensen in mijn omgeving mij toen, maar ook zeker nu, heel anders zouden omschrijven.

Toen ik aan de brief begon moest ik de neiging onderdrukken om de bekende eerste regels van het refrein van het lied ‘De Vlieger’ te typen.Toen dit lukte en ik vanuit mijn gevoel (vooral boosheid) een paar zinnen had opgeschreven, kwam de rest vanzelf. Ik heb aan een stuk door getypt en het luchtte enorm op. De conclusie van de brief was dat ik het beeld wat zij van mij had ga loslaten, want het was toen én nu niet kloppend. Als mijn vriend, vrienden en vriendinnen mij goed vinden zoals ik ben, mag en wil ik dat zelf ook zo gaan zien .

Omdat het schrijven van deze brief zo hielp om uit te kunnen spreken wat ik niet meer tegen mijn moeder kan zeggen omdat zij er niet meer is, kreeg ik hierna nóg een briefopdracht. Ik moest vanuit mijn ‘gezonde volwassene’ een brief schrijven aan mijn ‘kwetsbare kind’. Een opdracht die ik stukken moeilijker vond, omdat ik geen idee had in wat voor vorm ik dit zou kunnen schrijven. Ook merkte ik dat mijn Dictator in de weg ging zitten bij het schrijven. Uiteindelijk ben ik gaan schrijven aan mezelf in tweede persoon enkelvoud. Een conclusie uit deze brief en kenmerkend voor waar ik sta in mijn therapieproces, werd:

Jouw verdriet komt voort uit het verleden (wat er allemaal niet is geweest), uit het heden (wat er nog steeds niet is) en uit de toekomst (wat er nooit zal zijn).
Dit is rouw en je bent nog steeds bezig om dit een plek te geven. Je merkt dat je het verleden al wel los kunt laten, maar dat vooral het stuk toekomst je het meeste verdriet bezorgt; wat er nooit zal zijn. Dit komt omdat je nog bezig bent om uit te zoeken hoe je jezelf de dingen kunt bieden die je nodig hebt, om zo wat er nooit zal zijn te kunnen vervangen met dingen die er wel kunnen zijn.
Wat het gevolg van emotionele verwaarlozing voor mij als volwassene op dit moment nog betekent.

Uit Therapie

Hoewel ik dus nog steeds hard aan de slag ben in therapie, zijn we voor het eerst ook nadrukkelijk aan het toewerken naar het ‘uit therapie’ gaan. Toen ik afstudeerde, voelde het alsof ik mijn leven al wat meer op de rit heb ondanks dat ik mij fysiek beroerd voelde van alle lichamelijke klachten die ik kreeg.
Mijn therapeut en ik zijn gaan evalueren wat ik allemaal al heb behaald en konden concluderen dat dit best veel is vergeleken met waar ik stond toen ik bij haar in therapie begon. Ik heb een relatie durven aangaan, het is gelukt deze relatie in stand te houden, ik heb een huis gekocht met mijn vriend en heb een hbo-opleiding kunnen afronden, ondanks de nodige tegenslagen. Naast deze dingen is er ook een hoop in mijn binnenwereld gebeurd. Zoals mijn therapeut het afgelopen week mooi zei: ‘je bent meer jezelf geworden’ en ik ben het er zo mee eens.
Toen mijn therapeut vooraf het EMDR-traject begon over eventueel afronden van therapie raakte ik volkomen in paniek; ik voelde me al erg emotioneel instabiel door de trauma’s en het voelde alsof ik nu de veiligheid van therapie zou verliezen, waardoor ik overspoeld werd door het onveilige gevoel dat ik vroeger had en het ‘er alleen voor staan’. Door mijn angsten voelde het nu alsof ik alle veiligheid zou gaan verliezen.
Een aantal weken later, toen we hierop terugkwamen en ik mijn therapeut uitleg gaf over wat er bij mij gebeurde op dat moment, gaf ze aan dat ze het wellicht verkeerd getimed had om het hierover te hebben. Hoe dan ook, inmiddels voel ik geen paniek meer en vind ik het een spannend, maar juist ook een fijn idee om te denken aan afronden van therapie. Het werd in mijn hoofd al een soort van streven om voor mijn 30e (ik word volgende week 29 jaar) een baan te hebben en therapie te hebben afgerond, omdat mij dit een heel fijn vooruitzicht lijkt!
Ongeacht of dit lukt, vind ik het in ieder geval belangrijk dat ik een baan kan volhouden en niet zoals na eerdere (voltijd) stages last krijg van burn out-achtige klachten en binnen een jaar al moet stoppen. Dit wordt dan ook één van de laatste therapiedoelen voor de komende tijd.

Verder heb ik nog steeds lichamelijke (pijn-)klachten, dus het lijkt erop dat er nog steeds spanning in mijn lichaam zit. Dit probeer ik momenteel te verhelpen met behulp van een psychosomatisch fysiotherapeut. Omdat ik zo weinig in contact ben met mijn lichaam en voornamelijk in mijn hoofd zit, proberen we dit contact weer te herstellen door het doen van bepaalde oefeningen. Ik leer dan mijn lichaam weer aan te voelen, bewust te worden van deze spanning en uiteindelijk hoe ik kan voorkomen dat ik pijnklachten krijg van bijvoorbeeld onbewust aangespannen spieren. Tijdens de psychotherapie leer ik dan weer mijn emoties te uiten en vooral de emoties te accepteren en ze ‘er te laten zijn’. Wanneer ik emoties onderdruk (zoals ik dit van mijn ouders heb aangeleerd), lijken de emoties ook in mijn lichaam te gaan zitten. Langzaam aan zit hier ook vooruitgang in, dus ik hoop binnenkort eindelijk van de lichamelijke kwaaltjes af te zijn!
Er zijn verder ook nog wel enkele angsten waar ik iets mee moet, gezien ik nu bijvoorbeeld niet durf te reizen naar het buitenland. Dit terwijl ik graag wat meer van de wereld zou willen zien.

Ik heb ook niet het idee dat ik binnen een jaar, of überhaupt, nooit meer last zal hebben van mijn schema’s of andere klachten, maar wel dat ik met de inzichten en tools die ik in therapie geleerd heb hier beter mee om zal kunnen gaan. Dit betekent bijvoorbeeld dat ik dan geen therapeut meer nodig heb voor deze inzichten/steun/handvatten, maar ik mezelf deze steun kan geven en mij kan laten steunen door mijn omgeving. Ook kan ik denken ‘het komt wel goed’, in plaats van in paniek te raken met mijn ‘overbezorgde moeder-brein’ en in doemscenario’s te gaan denken.
Verder is het dus voornamelijk belangrijk dat ik zoals hierboven beschreven ga leren hoe ik mezelf de dingen kan bieden, die er anders nooit zullen zijn.

Overmorgen heb ik overigens een kennismakingsgesprek voor nieuw vrijwilligerswerk, zodat ik langzaam aan kan gaan re-integreren. Wie weet kan ik als dit goed gaat hier blijven werken als vaste kracht, gezien het werk ook goed aansluit bij mijn diploma… *fingers crossed*

Hoe het verder gaat met mijn website ‘Uit Therapie’ als ik daadwerkelijk uit therapie gegaan ben, weet ik overigens nog niet. Maar tot die tijd zal ik net als nu blijven schrijven over het fenomeen uit therapie gaan. 🙂

Liefs,

Lyka


De EMDR Survival Gids

Uitgelicht

Update: er is nu ook een PDF versie van deze gids beschikbaar! (zie deze pagina)

Hoi!
Welkom bij de EMDR Survival Gids. Ga je binnenkort starten met de EMDR therapie of ben je al bezig? Allereerst; wat moedig! Ten tweede; goed bezig! Ten derde; wat zal je moe zijn! 😉
Denk je wat tips te kunnen gebruiken? Neem dan snel een kijkje in deze gids waarin ik via social media allerlei weetjes, adviezen en tips verzameld heb, van mensen die net als ik zelf, ook een EMDR traject hebben doorgemaakt.

Disclaimer:
Neem deze gids niet al te serieus en haal eruit wat voor jou bruikbaar is. Deze gids is bedoeld om op een luchtige en leuke manier mensen die EMDR volgen een hart onder de riem te steken door middel van onder andere praktische tips. Deze komen niet allemaal voort uit wetenschappelijke kennis, maar wel uit ervaringskennis. Het is dus geen ‘professionele’ gids en pretendeert al helemaal niet de waarheid in pacht te hebben. Wellicht kom je toch iets tegen waar je iets aan hebt. 🙂

EMDR en PTSS

Als het goed is heeft jouw behandelaar je al verteld wat EMDR precies inhoudt en hoe het in zijn werk gaat.

EMDR wordt inmiddels ingezet voor veel verschillende doeleinden, maar met name als behandeling voor een Post Traumatische Stress Stoornis, oftewel PTSS. Je zou kunnen zeggen dat PTSS in het kort inhoudt, dat nare en heftige gebeurtenissen soms als zo bedreigend worden ervaren, dat het proces van verwerken niet goed op gang komt. Je kunt dan nog steeds last hebben van dezelfde gevoelens van stress, angst en/of paniek wanneer iets je doet denken aan deze gebeurtenis. Zelfs als deze gebeurtenis heel lang geleden heeft plaatsgevonden. Je kunt er ook nachtmerries over hebben en zelfs de nare momenten ‘herbeleven’. Behandelingen die op trauma’s gericht zijn, kunnen soms helpen daarin te ondersteunen.
Mocht je hierover nog wat meer willen weten, zie dan EMDR.nl of lees dan deze blog waarin ik uitleg wat EMDR precies is en in het kort mijn EMDR sessie (van een paar jaar geleden) heb beschreven.
Wil je eerst nog wat meer weten over wat PTSS precies is, neem dan een kijkje op deze blog waarin ik ook heb beschreven hoe (complexe) PTSS zich bij mij zelf tot uiting komt.

Wat verder goed is om te weten voordat je aan EMDR begint, is dat het bekend staat als een heftige therapie. Dit is logisch, gezien tijdens EMDR van je gevraagd word om nare herinneringen voor je te zien, terwijl je het liefste hier nooit meer aan wilt denken, laat staan ze voor je wilt zien.
Laat je hierdoor echter niet bang maken! Bedenk je dat het zwaarder zou zijn met onverwerkte trauma’s te leven, dan om hier tijdelijk een behandeling voor te volgen.
Het is voor ieder persoonlijk hoe hij/zij EMDR beleeft; bij sommigen mensen slaat de therapie direct aan en zijn er maar een paar sessies nodig, anderen hebben baat bij een andere traumatherapievorm of zijn nog op zoek naar wat voor hen wel werkt. Ook de duur van EMDR verschilt per persoon; het ligt er bijvoorbeeld ook aan hoe ernstig de PTSS is, hoeveel trauma’s er zijn en hoeveel tijd er tussen het trauma en de behandeling zit en ga zo maar door.

Waar iedereen het vaak wel over eens is: EMDR is een intensieve, maar effectieve vorm van therapie, die veel energie kost en voor veel mensen het lijden kan verlichten.
Daarom volgen hier de tips op de vraag:

Hoe bereid ik mij voor op EMDR?

Hoe je jezelf het beste kunt voorbereiden op EMDR, is iets dat je het beste met je EMDR-therapeut kunt bespreken. Daarnaast kun je eventueel deze tips doornemen om te kijken of er iets bruikbaars voor je tussenzit:

  • Bespreek of je baat zou kunnen hebben bij EMDR
    Voordat je überhaupt aan EMDR begint, is het natuurlijk handig om te weten of EMDR iets voor jou kan zijn. Jouw huisarts, praktijkondersteuner, psycholoog, psychiater, psychotherapeut of andere hulpverlener, kunnen jou hierin adviseren of doorverwijzen. Net als bij elke andere therapie moet EMDR wel aansluiten bij jou en jouw hulpvraag.
  • Zoek een erkende therapeut
    Heb je nog geen EMDR therapeut, maar denk je dat EMDR jou zou kunnen helpen? EMDR therapeuten springen momenteel als paddenstoelen uit de grond (zal de herfst wel zijn). Niets mis mee, maar het is fijn om een ervaren en erkende therapeut te treffen die weten wat ze doen als je aan je trauma’s gaat werken. Zo’n top therapeut kun je vinden door bijvoorbeeld aan je huisarts of praktijkondersteuner te vragen of hij/zij een goede EMDR therapeut kent. Je kunt dan gelijk doorverwezen worden.
    Verder zijn veel EMDR therapeuten aangesloten bij de Vereniging EMDR Nederland en vind je hen in het register op EMDRtherapeuten.nl Schroom niet om een therapeut te vragen of hij/zij aan deze kwaliteitseisen van deze vereniging voldoet.
  • Tijd en ruimte
    Zorg dat je tijd en ruimte hebt of neemt in je dagelijkse leven, om het EMDR-traject aan te gaan. Indien je allerlei verplichtingen hebt zoals werk/school/vrijwilligerswerk, probeer het dan zo te regelen dat je genoeg momenten overhoudt waarop je rust kunt nemen. Makkelijker gezegd dan gedaan, I know, maar toch belangrijk!
    Ik merkte zelf bijvoorbeeld dat ik EMDR naast mijn studie te zwaar vond; mijn studie ging er onder lijden. Omdat ik nog redelijk (maar niet optimaal) kon functioneren met de PTSS, koos ik er voor om mij eerst te focussen op afstuderen (anders kon ik die stufi-omzetting-in-een-gift wel op mijn buik schrijven) om mij daarna fulltime te gaan focussen op EMDR. Wat ik op dit moment dus doe.
  • Vertel het aan je directe omgeving
    Vertel dat je EMDR gaat volgen aan de mensen die het dichtste bij je staan. Je hoeft het dus niet aan de pakketbezorger en de caissière van de Albert Heijn te vertellen dat je een traumabehandeling gaat volgen (mag wel, hoeft niet, en je hoeft je er zeker niet voor te schamen!), maar het is fijn als de mensen die het dichtst bij je staan er vanaf weten zodat zij je kunnen steunen. Bedenk je dat je ouders of beste vrienden het graag zouden willen weten wanneer je zoiets aangaat. Zou jij het van hen willen weten?
    Vaak is onderdeel van de voorbereiding op de EMDR dat je ‘systeem’, oftewel partner of ouders worden uitgenodigd door je therapeut om mee op gesprek te komen. Natuurlijk alleen met jou er bij en met jouw goedkeuring. In het gesprek kan dan onder andere aan bod komen wat jouw omgeving kan verwachten en hoe zij jou het beste kunnen steunen.
  • Stel een ‘Support squad’ samen
    Ik raad het niet aan om Support squad af te korten, dus ik zal het voluit blijven schrijven. Zoals in de vorige tip al benoemd: zorg dat je gesteund kunt worden. Sommige mensen kunnen moeite hebben met alleen zijn na een EMDR sessie. Zorg dan dat je je support squad op standby hebt staan zodat je met hen kunt bellen, face-timen, whatsappen of met hen kunt afspreken. Wanneer je EMDR afspraken ingepland staan, kun je alvast plannen met je support squad maken zodat je dat niet allemaal hoeft te regelen als je uitgeput bent van de EMDR sessie.
    Zelf heb ik bijvoorbeeld vorige week drie vriendinnen gevraagd deze week langs te komen wanneer mijn vriend veel aan het werk is, zodat zij elkaar kunnen afwisselen. Dus maandag E. , woensdag M. en zondag N.
    #squadgoals #soortvan
  • Maak een doe-lijst voor afleiding
    Vaak is het zo dat wanneer je met EMDR begint, je je eerst wat slechter gaat voelen voordat je je beter gaat voelen. Als je emotioneel of moe bent, kan het lastig zijn om te bedenken wat je kunt doen om jezelf af te leiden. In dat geval kan het helpen om een lijst te hebben klaarliggen met dingen die je van te voren hebt bedacht. Het is handig om daarop zowel dingen te hebben staan die je alleen kunt doen, maar ook samen met iemand. Houd daarbij ook rekening met het weer, want, tsja Nederland.
    Als voorbeeld heb ik de opzet van mijn eigen doe-lijst hiernaast toegevoegd. Mocht je nog meer inspiratie nodig hebben: op internet zijn zat lijsten te vinden met leuke activiteiten, zoals deze: https://www.behandelhulp.com/plezierige-activiteiten
  • Zorg voor back-up
    Indien je net als ik naast van vermoeidheid ook last hebt van fysieke stressklachten, kan het tijdens EMDR erg lastig zijn om bijvoorbeeld het huishouden, boodschappen of andere huishoudelijke klussen te blijven doen. Zorg dan dat je hier hulp bij kunt krijgen.
    Zelf hebben mijn vriend en ik van tevoren een verdeling gemaakt; ik doe klusjes die mij nog goed lukken zoals stofzuigen, koken en de was doen en hij doet intensievere klussen zoals boodschappen, dweilen en het vuil wegbrengen. Woon je zelfstandig? Zorg dan bijvoorbeeld dat je een voorraad in huis hebt en/of boodschappen in huis haalt voor een hele week enz. En anders is er altijd nog Thuisbezorgd.nl.
    (Nee, ik word niet gesponsord, maar ben wel fan.)
  • Plan zo min mogelijk (direct) na een EMDR sessie
    Vaker hoor ik mensen na een EMDR sessie omschrijven dat het zowel lichamelijk als geestelijk voelt alsof ze een marathon hebben gelopen. De tip die dan ook het meeste voorbij kwam was deze:
    plan zo min mogelijk na een EMDR sessie, houd de avond/komende dagen zo rustig mogelijk en wees lief voor jezelf!
    De fout die ik zelf laatst maakte is om na de EMDR nog uit eten te gaan met vrienden, waardoor ik om half 9 ’s avonds al moest afdruipen omdat ik het echt niet meer trok van vermoeidheid. Nu is dat natuurlijk niet zo erg als dat gebeurt (want het was evengoed gezellig), maar misschien leuker om zoiets als het mogelijk is op een ander moment te plannen zodat je er langer of meer van kunt genieten. Inmiddels kruip ik na een EMDR sessie het liefste op de bank met een dekentje en doe eventueel een middagdutje. Wel wacht ik hiermee tot ik thuis ben, want elders blijkt sociaal niet aanvaardbaar.
    Bedenk ook als je je aflopen sessies steeds redelijk goed hebt gevoeld, dat het soms nog stressvoller kan zijn als je je toch een keer minder voelt en vervolgens afspraken moet afzeggen.
  • Probeer realistische verwachtingen te hebben
    Soms komt het voor dat de EMDR (nog) niet aanslaat, dat het toch niet de juiste therapie voor je blijkt te zijn of dat het (nog) niet voldoende heeft geholpen. Dit kan voor hevige teleurstelling zorgen. Probeer te bedenken dat EMDR een effectieve therapie kan zijn, maar geen wondermiddel. Realiseer je dat na EMDR niet gelijk al je problemen opgelost zullen zijn, maar dat EMDR slechts een middel is om de trauma’s wat meer draaglijk te maken. Het voornaamste doel is namelijk om de stress die gerelateerd is aan de trauma’s te verminderen.
    Nare herinneringen zullen na EMDR niet ineens leuke herinneringen worden, maar hopelijk ervaar je er wel minder last van in het dagelijks leven. Probeer ook te bedenken, dat er naast EMDR nog meer traumabehandelingen bestaan waar je wellicht wel baat bij hebt of meer vertrouwen in hebt (een therapie moet ook bij je passen). Trauma’s zijn ingewikkeld en kunnen erg hardnekkig zijn. Gelukkig worden allerlei behandelingen, waaronder EMDR, steeds vernieuwd zodat de therapie met der jaren steeds meer verbeterd wordt. Immers werd 10 jaar geleden tegen mij gezegd tijdens een EMDR-traject dat ik beter kon stoppen omdat mijn trauma’s te complex zouden zijn, terwijl 2 jaar geleden mijn therapeut aangaf dat tegenwoordig uit onderzoek is gebleken dat EMDR juist wel effectief kan zijn bij complexe trauma’s.

Bron: https://youtu.be/VSb5ZrYPE1M

Wat te doen tijdens de EMDR?

Natuurlijk vertelt je therapeut je uitvoerig wat er van je verwacht word tijdens de EMDR. Deze tips kunnen wellicht nog aanvullen:

  • Er is geen goed of fout
    Bij het EMDR-protocol hoort dat je therapeut vooraf het echte “vingerzwaaien”, of de koptelefoon met klikjes, of een lichtbalk, of elk andere afleidende stimulus, een korte uitleg voorleest met wat er gaat gebeuren en wat je moet doen.
    Hierbij wordt altijd benadrukt dat er geen goed of fout is. Onder andere omdat het een wat onconventionele situatie is (niet veel mensen hebben mij eerder gevraagd hun vingers te volgen), hebben veel mensen tijdens de EMDR de neiging om zich af te vragen of ze ‘het wel goed doen’. Wanneer je je hier druk om gaat maken, lukt het niet goed om op andere dingen te focussen zoals wat er in je opkomt. Probeer daarom dit zoveel mogelijk los te laten en vooral te benoemen wat er in je opkomt, zelfs als je het idee hebt dat het iets ‘geks’ is of het er niet toe doet. Zo gaf een tipgever aan dat zij ineens een ‘religieuze beleving’ had tijdens de EMDR, terwijl ze helemaal niet gelovig is en na de sessie hier dan ook hartelijk om kon lachen. Zelf weet ik nog dat toen ik als 18-jarige EMDR volgde, ik ineens moest denken aan mijn huiswerk voor wiskunde. Ook traumatisch, maar toch in wat mindere mate zeg maar.
  • Draag low-key make-up
    Deze tip zou ik bijna vergeten, terwijl ik hem zelf ook bij elke sessie toe pas, maar gelukkig kreeg ik deze ook toegestuurd: zorg ervoor dat je je niet té uitvoerig opmaakt, want tijdens EMDR kunnen er eenmaal tranen gaan vloeien. De tipgever gaf aan dat zij tijdens EMDR mascara droeg en na de EMDR als een soort pandabeer de therapiekamer verliet.
    Je kunt gaan voor een hele goede waterproof mascara, maar zelf ga ik bij een EMDR-sessie voor een make-up look zonder mascara en eyeliner zodat ik naar hartelust in mijn ogen kan wrijven zonder mij zorgen te maken over een aziatische beer look.
    (Foundation en concealer draag ik dan weer wel omdat het toch wel fijn de rode vlekken camoufleert die ik krijg als ik huil, maar ook teken ik mijn wenkbrauwen wat bij; dan kan de therapeut mijn gezichtsuitdrukkingen nog makkelijker lezen. Attent toch?)
  • Houd tissues bij de hand
    Deze tip kwam niet langs (misschien ligt deze te veel voor de hand), maar zorg dat je tissues in de buurt hebt liggen. Zelf jank ik nogal wat af tijdens EMDR zoals jullie inmiddels vast hebben meegekregen. Er komt bij mij dan ook behoorlijk wat ‘ugly crying’ bij kijken, inclusief luid snikken en met behoorlijk wat snot. Omdat het de bedoeling is bij EMDR zoveel mogelijk achter elkaar door te gaan, heb ik daarom standaard een pakje met zakdoekjes in mijn handen, zodat ik tussen het “vingerzwaaien” door zo snel mogelijk mijn ogen en neus kan afvegen. Zo voorkom ik een snotfestijn en lukt het om überhaupt weer vingers te kunnen zien. Geen zakdoekjes bij je? Maak je dan vooral niet druk; verdriet mag er zijn en shirtjes met mouwen worden gewoon weer schoon in de was!
  • Soms hoef je niet alles in geuren en kleuren te vertellen, als je het maar in geuren en kleuren kunt beleven
    Deze tip kon ik niet beter formuleren dan dat ik hem toegestuurd kreeg. Soms kunnen trauma’s zo heftig zijn, dat het je niet lukt om het hardop te vertellen. Hierbij kan het ook genoeg zijn om de herinneringen/het beeld alleen in je gedachten af te spelen tijdens de EMDR en het dus te ‘beleven’.
  • Wees eerlijk
    Soms merkte ik dat het me niet lukte om het beeld in gedachten voor me te zien, hoe erg ik mijn best ook deed. Als zoiets jou ook overkomt, wees dan eerlijk. Het kan gebeuren dat het even niet lukt, maar als je er eerlijk over bent kan je therapeut met je meedenken en eventueel iets anders doen waardoor het uiteindelijk wel lukt. Als iets niet lukt betekent het namelijk niet gelijk dat je het niet goed doet (er is geen goed of fout!) of niet genoeg je best doet. Bij mij stelde mijn therapeut voor om dan een ander beeld te gaan behandelen, wat vervolgens wel lukte. Conclusie: komt goed, zo lang je eerlijk bent.
    Wees ook eerlijk als je het idee hebt dat de EMDR misschien niet werkt voor jou. Het is belangrijk hierover in gesprek te blijven met je therapeut, zodat de therapie wellicht wat aangepast kan worden zodat het misschien beter werkt. Of misschien is het wel beter om te stoppen, want een therapie blijven volgen als het niet werkt, of als het alleen maar erger wordt in plaats van beter, heeft het natuurlijk geen zin.
  • Spreek wanneer nodig een stop-teken af
    Over het algemeen gaat de EMDR in één keer snel achter elkaar door voor een zo effectief mogelijk resultaat. Soms kan het gebeuren dat je het even niet meer trekt of merkt dat je gaat dissociëren (dat je niet meer in het hier-en-nu bent). Hierbij kan het helpen om met je therapeut een stop-teken af te spreken, zodat je dan even kunt bijkomen. Zoals ik net al benoemde is het wenselijk om in één keer door te gaan met EMDR, dus maak hier alleen gebruik van als je merkt dat het écht even niet meer lukt.

Tussen de sessies in

Hiermee wordt de tijd bedoeld waarin je ‘wacht’ op de volgende sessie. Voor sommigen zit er twee weken tussen een sessie in, voor anderen een week en voor mij bijvoorbeeld maar een paar dagen. Wellicht ben je in de tussentijd gewoon aan het werk, zoek je vooral afleiding buitenshuis of zoek je vooral thuis de rust op. Ontdek wat voor jou het best werkt! Hier wat tips om je eventueel op weg te helpen:

  • Zo nodig chocola
    Deze tip komt van een traumatherapeut zelf. Hij geeft aan dat veel jongeren die hij behandelt zeggen dat ‘chocola zo nodig’ goed werkt. Menig volwassen vrouw (en man) zal dit ook beamen. Ik ga deze tip in ieder geval uitvoerig uitproberen. Wel vaker dan één keer, want ik wil voor mijn bloglezers natuurlijk goed uitzoeken of het wel écht werkt…
  • Noteer per dag gedachten/gevoelens
    Als het goed is krijg je dit ook mee als huiswerk van je behandelaar, maar zo niet: een dagboekje bijhouden in de tijd tussen de sessies kan helpen om erachter te komen wat er in de tussentijd bij je op komt. Dit kan namelijk van belang zijn voor de verdere verloop van de therapie.
    Houdt hierbij zowel gedachten bij, gevoelens, maar bijvoorbeeld ook dromen die je hebt gehad.
  • Game on!
    Mijn therapeut vertelde dat op het EMDR congres van 2018 bekend werd gemaakt dat een spelletje als Tetris het werkgeheugen belast en daardoor ook effectief is als afleidende stimulus. Wat ik hieruit heb opgemaakt: als er thuis nare beelden opkomen, vooral gaan gamen of puzzelen!
  • Maak gebruik van de voorbereidingstips
    Dit is het moment om de voorbereidingstips van hierboven uit te voeren zoals o.a. de Doe-lijst en om je Support squad in te zetten!
  • Neem contact op met je therapeut
    Veel therapeuten geven aan dat wanneer je je tussen de sessies in heel veel slechter gaat voelen (vooral na de eerste sessies), je contact met hen kunt opnemen. Vraag dit eventueel na bij je therapeut!
  • Houd vol, het word uiteindelijk beter
    Geen verdere uitleg nodig. Houd moed en houd vol!

Dit was de EMDR Survival gids. Aan alle tipgevers die hieraan hebben meegewerkt, heel erg bedankt! En aan alle lezers; bedankt voor het lezen en heel erg veel succes én heel veel chocola gewenst.

Liefs,

Lyka

De Dictator & ik

Een tijd geleden, in een vorig artikel, heb je kunnen lezen over de ‘De dictator in mijn hoofd’. Hierin beschreef ik mijn dag en de invloed die de Dictator hierover uitoefende. Maar wie is hij nou precies? Hoe ziet hij eruit? Hoe is hij tot stand gekomen? En hoe kom ik in ’s hemelsnaam van hem af? Eerder schreef ik ook een blogartikel over onveilige hechting, genaamd ‘Slecht gehecht?’, waar dit artikel enigszins op aanhaakt. In dit schrijfsel zal ik beschrijven wat emotionele verwaarlozing precies is en zal ik mijn eigen ervaringen omtrent dit thema delen. Ook kun je lezen hoe ik bezig ben om van de gevolgen van emotionele verwaarlozing af te komen. Ik publiceerde dit artikel al eerder, maar heb intussen wat aanpassingen gedaan om het onderwerp voor mijn gevoel zo goed mogelijk te belichten.

Bestand 16-08-17 17 38 19

“Je kunt mij niet eens fatsoenlijk schetsen!” – De Dictator

Persoonsomschrijving
De Dictator is een criticus. Nog erger dan een Volkskrant recensent. Wat je ook doet of zegt, het is eigenlijk nooit goed. Gaat er iets wel een keer goed? Nou, dan wijst hij je er dringend op te her-evalueren, want er is altijd zat om te verbeteren en er zijn altijd gênante, domme fouten die je over het hoofd heb gezien. (Al zijn ze van meer dan 10 jaar geleden.)
Ik maakte laatst deze snelle schets van hem,  met enkele van zijn kenmerkende quotes. Zijn uiterlijk wil nog wel eens veranderen, maar dit is hoe ik hem op het moment voor mij zie.

Onzichtbaar beschadigd
Een thema als emotionele verwaarlozing vind ik lastig om over te schrijven, omdat het voelt als aan aanklacht tegen mijn ouders. Iets wat ik in mijn blogs zoveel mogelijk probeer te vermijden; ik probeer het vooral bij mezelf te houden. In dit artikel zal ik dit wederom nastreven. Helaas is het in dit geval lastiger om het niet over mijn ouders te hebben, gezien dit blogartikel zal gaan over mijn jeugd en opvoeding. Daarom wil ik vooraf gezegd hebben; mijn ouders waren door meerdere factoren simpelweg niet in staat om het anders te doen; er was absoluut geen opzet in het spel! Ze deden hun best en zij hielden van mij op hun eigen manier, daar ben ik van overtuigd. Regelmatig komt er dan ook in mij op: ‘maar zo erg was het bij mij toch allemaal niet?’ Ik had immers een dak boven mijn hoofd, eten, drinken, speelgoed… En ook de gedachte: ‘misschien was ik gewoon een overgevoelig, aanstellerig kind’. Het feit is alleen dat ik nog steeds kamp met psychische klachten, die volgens de theorie tot de gevolgen van emotionele verwaarlozing herleid zouden kunnen worden. Ik ben als kind beschadigd, maar dit is van de buitenkant niet te zien.

Er zijn verschillende vormen van kindermishandeling bekend. Emotionele verwaarlozing is één van deze vormen. Bij kindermishandeling denken we al snel vooral aan slaan en schoppen, toch komt emotionele verwaarlozing het meeste voor in Nederland, blijkt uit de Tweede Nationale Prevalentiestudie Mishandeling van Kinderen en Jeugdigen (PDF).
Emotionele verwaarlozing moet niet verward worden met emotionele mishandeling, waar kinderen worden uitgescholden en gekleineerd.
Bij emotionele verwaarlozing gaat het meer om dingen die ouders nalaten: ze geven een kind geen genegenheid, aandacht, emotionele steun en bevestiging. Of ze gedragen zich heel onvoorspelbaar, waardoor een kind geen veiligheid voelt.
Het is vaak heel moeilijk te ontdekken of je emotioneel verwaarloosd bent. Want anders dan bij kindermishandeling of misbruik –waar het gaat om dingen die je aangedaan zijn-, gaat het bij verwaarlozing om wat er NIET was en wat je je NIET herinnert. Emotionele verwaarlozing brengt ongemerkt schade toe aan iemands leven.

Veel ouders bedoelden het goed, maar zijn door verschillende redenen niet in staat adequaat op hun kinderen te reageren. Kenmerkend is dat ouders totaal in beslag worden genomen door eigen problemen. Een aantal risicofactoren voor emotionele verwaarlozing zijn:

  • 087abf93d686a09b1be8461cc637f260Een slechte relatie tussen ouder en kind. De ouders luisteren niet naar het kind, negeren het of ondernemen geen activiteiten met het kind;
  • Weinig zelfreflectie of zelfvertrouwen bij de ouder;
  • Stress of boosheid bij de ouder;
  • Ouders hebben psychische problemen, zijn verslaafd, een licht verstandelijke beperking of hebben agressieproblemen;
  • Een ouder staat er alleen voor, is werkloos of er is sprake van een groot gezin;
  • Het kind heeft een gebrek aan sociale vaardigheden. Het is mogelijk dat het daardoor niet goed zijn behoeften bij zijn ouders kan aangeven. Ook kan het zijn dat het kind door de ouders als moeilijk in de omgang wordt beschouwd.

‘Veel ouders kampen zelf met een jeugdtrauma en hebben daardoor emotionele en/of gedragsproblemen en een negatief zelfbeeld’, zegt klinisch psycholoog Carlijn de Roos, werkzaam bij Psychotraumacentrum GGZ Kinderen en Jeugd Rivierduinen.
‘Gelukkig zijn er effectieve behandelingen om ouders te helpen bij de verwerking van hun trauma. Soms moet de zorg voor het gezin dan tijdelijk worden overgenomen door familie of professionele gezinszorg.’

De gevolgen
Volgens Janine Jansens, psycholoog en coach, groeien kinderen die emotioneel verwaarloosd zijn op met diverse moeilijkheden. Hieronder volgt een opsomming van deze voorkomende moeilijkheden die zij noemt:

  • “Worstelen met gevoelens van leegte. Sommige mensen voelen het als een fysiek gevoel; een leeg gevoel in hun borstkas, anderen ervaren het als emotionele gevoelloosheid.
  • Tegen- afhankelijkheid: een sterke drijfveer om niemand nodig te hebben. Je zou het ook ‘de angst om afhankelijk te zijn’ kunnen noemen. Mensen die tegen – afhankelijk zijn vermijden het zoveel mogelijk om hulp te vragen. Ze willen niet de schijn wekken hulpbehoevend te zijn of zich zo te voelen. Ze doen veel moeite om niet op een ander te hoeven rekenen, zelfs als het ze veel kost.
  • Omdat je weinig feedback krijgt over jezelf tijdens je jeugd weet je eigenlijk niet zo goed wat je kwaliteiten en je zwakten zijn. Dit gaat niet zozeer over een laag zelfbeeld (hoewel dat wel klopt voor de meeste mensen die emotioneel verwaarloosd zijn), maar over het feit dat een onrealistisch zelfbeeld hebt.
  • Weinig compassie voor jezelf, en heel veel voor anderen. Of simpeler gezegd: je bent veel strenger voor jezelf dan je voor anderen bent.
  • Gevoelens van schuld en schaamte en zich afvragen: “Wat is er mis met mij?” Als je leert dat je gevoelens er niet mogen zijn, dan leer je ze te verbergen. Omdat er in je jeugd geen duidelijk nare dingen gebeurd zijn zoals mishandeling of misbruik, herinner je jeugd als in principe in orde, misschien zelfs wel gelukkig. Dus wat is er dan mis met je als je je niet gelukkig voelt?
  • Boos zijn op jezelf komt ook vaak voor. Vaak is die boosheid een uiting van schaamte die nog een stap verder wordt gezet.
  • Een voortdurend onderliggende angst om ‘door de mand te vallen’: “Als ze me werkelijk zouden kennen zouden ze me niet aardig vinden”. Het is je basale fatale overtuiging zoals: “Ik ben niet de moeite waard” of “Ik ben dom”. Het is het ‘antwoord’ dat je zelf gevonden hebt op de vraag wat er mis is met je dat je geen aandacht krijgt.
  • Moeite met emotioneel voor jezelf en anderen te zorgen
  • Slechte zelf-discipline hebben. Junk-food eten, teveel uitgeven.. Moeite met dingen doen die moeten, zoals huistaken of sporten of deadlines halen.
  • Je weinig bewust zijn van je eigen emoties en die van anderen en die ook moeilijk kunnen identificeren of omschrijven.”

Naast deze omschreven moeilijkheden is door recent onderzoek bekend geworden dat emotionele verwaarlozing een specifiek verband heeft met depressies en sociale angst. Hersenscans laten verder zien dat de prefrontale cortex – het hersengebied dat een belangrijke rol speelt in het omgaan met stress – kleiner is bij mensen die in hun jeugd emotioneel zijn verwaarloosd. Hun amygdala – het gebiedt dat reageert op dreiging – lijkt veel scherper afgesteld, waardoor mensen eerder angst ervaren.

Bij het vaststellen van persoonlijkheidsstoornissen wordt ook als één van de kenmerken: traumatische/negatieve emotionele ervaringen in de jeugd genoemd, waaronder o.a. emotionele verwaarlozing. Bij het ontstaan van een vermijdende persoonlijkheidsstoornis wordt omschreven: “Als je bijvoorbeeld opgroeit in een gezin waar je ouders erg afstandelijk, kritisch en ogenschijnlijk weinig betrokken bij je zijn zal je eerder een negatief idee over jezelf ontwikkelen. Je leert als kind niet dat je oké bent zoals je bent. Indien er een angstige aanleg aanwezig is, kan dit leiden tot terughoudendheid in contacten met anderen. En ondanks dat je daarmee ook positieve ervaringen uit de weg gaat, wordt de vermijding niet doorbroken.”

Het angstige en sombere kind
Als kind was ik erg stil, verlegen en teruggetrokken. Ik was angstig in nieuwe situaties en vooral met nieuwe mensen. Sociaal contact vond ik doodeng. Ik durfde niet eens brood te kopen bij een bakker. Dan kwam ik thuis en deed ik alsof ik het vergeten was. Ik durfde niet te zeggen dat ik niet durfde en mijn ouders namen aan dat ik gewoon geen zin had. Dus ze werden boos.

Ook huilde ik veel als kind terwijl ik niet eens wist waarom. Achteraf denk ik dat het kwam omdat ik mij ongelukkig en somber voelde, maar dat ik maar heel weinig besef had van de verschillende soorten gevoelens en hoe je deze uit. Het leek dus alsof ik huilde zonder reden terwijl ik eigenlijk gewoon niet door had dat ik verdriet en somberheid voelde. Wederom werden mijn ouders boos, want je moet alleen huilen als je een goede reden hebt, anders niet. Toen mijn broer was overleden werd mijn vader ook wel eens boos omdat ik huilde. Mijn huilen leek mijn moeder immers nog verdrietiger te maken. Ik stopte vervolgens alle gevoelens rondom mijn broers overlijden weg, die tijdens mijn pubertijd weer naar de oppervlakte kwamen. Ik kreeg daarom op mijn 14e speltherapie waar ik voor het eerst leerde over het bestaan van de verschillende gevoelens, om uiteindelijk mijn eigen gevoelens van elkaar te kunnen onderscheiden.

Mijn moeder kwam trouwens uit Zuidoost Azië. Daar zijn de ideeën over opvoeding ongetwijfeld anders dan in Nederland. Ik kreeg dan ook wel eens een ‘pedagogische tik’ wanneer ik niet luisterde. Een keer toen mijn Aziatische oma in Nederland was, speelde ik zonder het te vragen (vergeten) bij een buurkindje waardoor mijn moeder en oma mij kwijt waren. Toen ik terecht was kreeg ik zo’n harde tik dat ik blauwe plekken op mijn billen had. Waarschijnlijk zijn ze hier toch wel van geschrokken, want daarna kreeg ik geen tikken meer. Natuurlijk weet ik wel dat dit in Nederland niet oké is en op mijn opleiding leer ik dat dit valt onder de noemer kindermishandeling. Toch vond ik de pijn van de tikken niet erg; wel de gevoelens van angst, onrecht en machteloosheid zijn mij bijgebleven. Toen ik net kon schrijven schreef ik voor moederdag een keer een briefje aan mijn moeder waarin ik vertelde dat ik fijn zou vinden als ze wat liever voor mij zou zijn. Niet echt een leuk moederdagcadeau, dat snap ik, maar toch vind ik dat dit geen tik verdiende. Het was toch maar een vraag? En ik vroeg het achteraf waarschijnlijk niet voor niks… Voortaan hield ik mijn mening en wensen maar voor me.

Mijn vader had altijd al een kort lontje; hij kon heel snel erg boos worden. Dit kon door van alles komen. Irritatie wanneer het klussen niet lukte, ruzie met mijn moeder en ook wel wanneer ik iets stoms had gedaan (zoals vergeten mijn fiets op slot te zetten op school waarna deze werd gestolen). Hij kon dan op zijn Amsterdams vloeken en tieren, maar ook hardhandig met spullen en deuren omgaan. Later bleek dat dit o.a. kwam doordat hij diabetes had. Hij zei hier later over dat hij zich nooit kon herinneren wanneer dit gebeurde; hij was het kwijt. Een systeemtherapeute zei hier een keer op: “Ja dat kan wel zo zijn, maar Lyka blijft er mee zitten”. Hij leek zich dit niet te realiseren.

broken cup“Als er iets is kun je altijd naar ons toekomen”, zeiden mijn ouders regelmatig. Toch had ik niet het gevoel dat dit ook daadwerkelijk kon. Ze hadden dit graag gewild, dat geloof ik wel. Toen ik bijvoorbeeld 7 jaar was en mijn ouders een periode veel ruzie hadden, vond ik een keer serviesscherven onder de verwarming. Ik vroeg ongerust aan mijn moeder: ‘gaan jullie scheiden?’ Ze zei: ‘Nee joh! Hoe kom je daar nou bij.’ En we hebben het er nooit meer over gehad, terwijl de ruzies bleven. Mijn ouders zijn dan ook nooit gescheiden, maar er  was nog wel vaak (passieve) boosheid naar elkaar en er werd nauwelijks liefde naar elkaar getoond. Nooit ben ik fysiek pijn gedaan, maar als ik terugkijk was ik als kind vermijdend naar mijn vader toe omdat ik bang was voor hem en zijn boosheid. Ik hoorde vanaf mijn kamer immers een keer hoe hij tijdens een ruzie met mijn moeder een zware eetkamertafel in één beweging omgooide. Vervolgens vroeg mijn moeder mij om hem weer te halen omdat het eten klaar was. Met lood in mijn schoenen liep ik de trap op. Er gebeurde niks, maar ik was doodsbang.

Ik ontwikkelde een angst voor boosheid en onvoorspelbaar gedrag. Een angst waar ik overigens tijdens een opname voor klinische psychotherapie met jongeren (met o.a. borderline problematiek) vaak aan werd blootgesteld. Ook daar vloog er regelmatig iets door de leefgroep.

Het wereldvreemde en sombere kind
Als kinvisibleind dacht ik ook dat ik dom, onhandig en nergens echt goed in was. Ik was zo stil en verlegen, dat ik regelmatig over het hoofd werd gezien. Thuis, maar ook op school. Het leek wel alsof ik mezelf onzichtbaar kon maken. Dat voelde veilig, want dan werd er tenminste niet op mij gelet en viel het niet op als ik iets stoms of fout deed. Ook zonderde ik me af van andere kinderen. Ik leek het fijn te vinden alleen te zijn, bovendien kon ik dan niet gekwetst of verlaten worden. Ik had het idee dat als mensen mij echt leerden kennen, zij mij al snel zat zouden zijn. In mijn eentje had ik ook geen last van onvoorspelbaar gedrag van anderen; ik hoefde niet bang te zijn. Daarnaast was mijn broer van de één op andere dag overleden, dus ik hield er rekening mee dat mensen zomaar uit je leven konden verdwijnen.
Het alleen zijn zorgde ook dat ik mij zelfstandig, onafhankelijk en sterk voelde. Dat dacht ik tenminste. Achteraf gezien hield ik mezelf voor de gek, alleen had ik dat destijds nog niet door. Pas de laatste jaren besefte ik me dat ik mij al die tijd ‘in mijn eentje’ ook eenzaam, somber en verdrietig heb gevoeld. Ik voelde een leegte en voel deze nog steeds. Ik kon echter niet vatten wat dit gevoel precies was en waardoor ik dat gevoel had, waardoor ik mezelf toch blijf afzonderen. Inmiddels was ik het gewend…

Verder was ik ook altijd een nogal gevoelig kind. Als ik had gezongen onder de douche werden er wel eens grappen gemaakt door mijn ouders: ‘Ik hoorde net een valse kat op het dak’. En toen ik een keer blij was met mijn schoolfoto werd er gegrapt: ‘Niet zo’n kapsones hè!’. Het waren schijnbaar onschuldige grappen. Er werd dan ook wel achteraan gezegd; grapje hoor! Maar desondanks ben ik het gaan geloven. Soms waren het ook geen grappen: ik liet bijvoorbeeld vaker trots een tekening zien waar ik een 9 voor had gekregen bij het vak tekenen op de middelbare school, waarop mijn moeder dan zoiets zei als: ‘Je bent zeker het lievelingetje van de leraar, hè?’
Mijn ouders vonden het überhaupt lastig om enthousiast te reageren op iets dat ik vertelde; ik het vaak het gevoel dat zij mij niet hoorden of het hen gewoonweg niet interesseerden. “Oké.” of “Oké, leuk.”, kon er vaak nog vanaf, maar meer ook niet. Soms was de reactie na mijn verhaal: “Oké. Hoe gaat het met je cijfers?” Het leek het enige te zijn wat ze van mij wilden horen.

Ook kon mijn moeder mij vergelijken met mijn overleden broer; ‘Angelo bood wel altijd aan te helpen met de afwas’, ‘Angelo was niet zo rommelig als jij.’ Het voelde voor mij alsof ik nooit goed genoeg was en dat het beter was geweest als ik was doodgegaan in plaats van Angelo. Op mijn 14e geloofde ik hier zo in, dat de neiging om ook zelfmoord te plegen steeds sterker werd. Gelukkig had ik inmiddels therapie en probeerden mijn therapeuten mij ervan te overtuigen dat ik er wel mocht zijn. Ik weet nog dat mijn ouders een keer erg schrokken omdat zij hoorden van mijn mentrix dat ik het idee had dat zij niet van mij hielden. Ze gaven mij een knuffel en een kus op mijn hoofd en zeiden dat ze wel degelijk van mij hielden. Toch kon ik het niet geloven; ik kreeg immers wisselende boodschappen, het verwarde me juist. Waarom dacht en voelde ik dat zij niet van mij hielden als het wel zo was? Lag het allemaal aan mij? Was ik zó raar dat ik dit dacht of verzon?
Uiteindelijk liet mijn moeder mij na een lang ziekbed haar dagboek achter. We wisten op een gegeven moment dat ze zou gaan overlijden en ze wilde mij iets van haarzelf achterlaten. Ze schreef blijkbaar over al haar gevoelens rondom haar ziekbed, want in het dagboek was heel wat kritiek aan mij en mijn vader te lezen. Ik las dat ik lui en onverantwoordelijk was en dat zij zich zorgen maakte hoe ik zou worden als ik eenmaal volwassen was.

Het verwarde kind
Mijn ouders hanteerden de opvoedstijl: volwassenen hebben altijd gelijk. Dit komt denk ik voort uit hun eigen opvoeding/cultuur. Mij werd dan ook niet vaak wat gevraagd; ik moest juist doen wat er van mij gevraagd werd. Als middelbare scholier kwam ik bij het vak Nederlands in de problemen: hoe moest ik immers debatteren als ik geen mening had? Als 19-jarige was ik nog steeds compleet in de war: ik had mij mijn hele jeugd aangepast aan het voldoen aan verwachtingen van anderen en was mezelf ondertussen kwijt geraakt. Op de één of andere manier had ik het idee dat anderen mij wel zouden vertellen hoe ik mijn leven zou moeten leven. Blijkt het dat ik dat zelf moet invullen! Hoe moest ik nu in ’s hemelsnaam een (volwassen) identiteit vormen? Ik raakte in een identiteitscrisis.

Waar ik eigenlijk nog het meeste schaamte- en schuldgevoelens over had, was het fantaseren over leven in een ander gezin, met andere ouders. Ik was bijvoorbeeld erg jaloers op het gezinsleven van vriendinnen als ik bij hen thuis was. Achteraf gezien leek het erop dat ik op zoek was naar een moederfiguur; eerst in mijn juffen op de basisschool en later bij de leraressen van mijn middelbare school. Vooral mijn mentrix van de brugklas. Zij werd als een soort idool voor mij; ik wilde net zo worden als zij. Ook wilde ik vaak bij haar zijn. Iets waar ik me erg schuldig over voelde, gezien mijn eigen moeder ondertussen was gediagnosticeerd met kanker en hier later ook aan overleed. Pas later begreep ik dat ik die vrouwelijke docenten zo opzocht omdat ik van hen de aandacht, steun en zorg kreeg dat ik ook thuis zocht, maar niet vond. Tijdens mijn middelbare schooltijd gaf ik het op en ging ik blijkbaar elders op zoek naar wat ik nodig had.

De behoefte om vrouwelijke voorbeeldfiguren op te zoeken en op hen te leunen, heb ik inmiddels niet meer. Op dit moment worstel ik wel nog steeds met gevoelens van eenzaamheid en het gevoel hebben dat ik ‘alleen op de wereld’ ben. Dit gevoel komt bijvoorbeeld op wanneer ik geconfronteerd wordt met de manier waarop mijn schoonouders met mijn vriend omgaan; hij kan altijd op hen terugvallen en ze zijn geïnteresseerd in wat hij te vertellen heeft. De gedachten; ‘op wie kan ik terugvallen?’ en ‘wie luistert naar mij?’, geven dan veel verdriet.

De geboorte van de Dictator
geboortedictatorDe Dictator vindt zijn oorsprong in mijn jeugd. Toen hij nog niet bestond, was het niet hij die kritisch op mij was, maar mijn ouders. In therapie werd mij voorgelegd dat mijn ouders vroeger te hoge eisen aan mij stelden. Zelf herinner ik me dat ik vooral te horen kreeg wat ik niet goed deed of beter kon doen, dan dat wat ik wel goed deed. Ik kreeg het gevoel dat ik nooit iets goed deed. Er was sprake van voorwaardelijke liefde in plaats van onvoorwaardelijke liefde.

Mijn tienerdagboeken staan vol schaamte en schuldgevoelens. Na twee dagboeken hield ik het maar voor gezien want ik werd alleen maar somber van het schrijven en het doorlezen ervan. Regelmatig schreef ik ‘Ik haat je’,  ‘waarom ben je zo stom?’ en ‘ik snap niet dat mijn vriendinnen mij nog steeds niet zat zijn’.
Toch had ik niet echt door dat ik een laag zelfbeeld had. Ik vond mezelf zelfs regelmatig narcistisch en egoïstisch. Dat ik niet veel waard was, was dan ook voor mij de waarheid en geheel logisch. Op mijn 14e deed ik mezelf voor het eerst pijn om mezelf te straffen en mijn gevoelens te verdoven. Rond mijn 14e kreeg ik ook voor het eerst last van suïcidale gedachten; ‘ik voeg niets toe aan het leven van anderen en ik ben iedereen tot last, dus ik kan er maar beter niet zijn’. Tijdens schematherapie een jaar geleden, moest ik praten tegen degene die zo hard is voor mezelf (Lees: tegen een stoel). Voor het ‘aanspreek-gemak’ gaven we hem een naam: De Dictator. (Mijn interne criticus, niet de stoel.)

Niet alleen qua innerlijk, maar ook qua uiterlijk had ik altijd al weinig zelfwaardering. Ik vond mezelf altijd al klein en mollig. Het klein zijn kan ik nog steeds niets aan doen, maar het mollig zijn wel. Uiteindelijk ontwikkelde ik rond mijn 20e een eetstoornis; De Dictator ging zich ook nog eens met mijn eetpatroon bemoeien. Mijn huidige behandelaar wees mij eens op dit filmpje (gemaakt door Lentis GGZ) over de interne stem bij een eetstoornis. Ze had gelijk; het filmpje beeldt precies uit hoe de Dictator/eetstoornis tegen mij praat. Het werd al snel duidelijk dat de functie van mijn eetstoornis is, dat ik mijn zelfwaardering haal uit afvallen en weinig eten.
De oorzaak van de eetstoornis is ook een manier van (slechte) coping; een manier om controle over een situatie terug te krijgen. Ik begon immers met het rommelen met eten tijdens de opname in de jongerenkliniek, waar ik mij door het onvoorspelbare gedrag van anderen erg onveilig heb gevoeld. Ik wilde mezelf beschermen door voor anderen (dus ook de therapeuten) te verbergen dat ik zo angstig was. Restrictief/weinig eten, zorgde voor een (schijn)controle. Ik kon mij hierdoor gek genoeg toch wat veiliger voelen, want ik had de ‘macht’ over mijn eigen eetpatroon en niemand anders mocht hier aankomen.

De boze volwassene
Het heeft lang geduurd voordat ik boosheid kon ervaren. Tijdens mijn klinische opname op mijn 19e voor klinische psychotherapie, kwam dit dan ook veel aan bod. “Ik ben nooit boos”, hield ik vol. Er werd zo vaak aan mij gevraagd of ik boos was door de therapeuten, dat ik er bijna boos van werd. (Wellicht hun tactiek.)
Tijdens deze opname, leerde ik dat ik wel degelijk boos werd, alleen nooit op anderen. Als ik wel boosheid ervoer, internaliseerde dit zich; ik legde de schuld altijd bij mezelf om vervolgens vreselijk kwaad te worden en mezelf te straffen door middel van zelfbeschadiging. Mijn therapeuten zagen dit regelmatig gebeuren, maar ik had het zelf niet door. Een voorbeeld is toen ik tijdens psychomotorische therapie (PMT) een basketbal tegen mij hoofd kreeg. Na de PMT werd ik door de therapeute gevraagd even te blijven. Ze vroeg: “Ben je niet boos op je groepsgenoot?”. “Nee”, antwoordde ik, verbaasd om haar vraag. “Maar hij zag dat je aan de andere kant van de zaal was en smeet alsnog onbezonnen de bal door de zaal”, opperde ze. “Had ik maar niet in de weg moeten lopen”, zei ik met volle overtuiging.
Doordat ik thuis uit angst voor boosheid van mijn ouders nooit mijn eigen boosheid durfde te uiten, is het naar binnen geslagen. Hier hoort ook bij dat ik andere mensen op een voetstuk plaatste en mezelf daar ver onder. Natuurlijk is het dan mijn schuld en niet dat van mijn groepsgenoot.

Inmiddels gaat het uiten van boosheid beter. Ik mag vaker boos zijn van mezelf en het lukt steeds beter om dit niet te internaliseren. Ik merk dan ook dat ik boosheid ervaar over hoe de dingen vroeger gelopen zijn en daarmee ervaar ik ook boosheid naar mijn ouders toe. Dit laatste vind ik het moeilijkste, want ik wil hen niets kwalijk nemen. Er zijn natuurlijk ook goede herinneringen aan mijn jeugd en aan mijn ouders, alleen is het lastige dat deze herinneringen en gevoelens onderdrukt worden door de nare herinneringen en gevoelens van de trauma’s.

Ondanks de moeilijke band (en ondanks de boosheid die ik tegenwoordig wel voel) probeer ik er te zijn voor mijn vader. Ik ben immers het enige gezinslid dat hij nog heeft. Op zijn manier is hij er ook voor mij en houdt hij van mij. De acceptatie dat ik emotionele steun, genegenheid, aandacht etc. nog steeds elders moet zoeken blijft tot op heden confronterend en verdrietig, maar gelukkig vind ik dit tegenwoordig allemaal wel bij mijn lieve zorgzame vriend en bij mijn lieve gezellige vrienden en vriendinnen. Het is dan ook de kunst om los van mijn vader een leven op te bouwen, maar om toch een manier te vinden om hem (op een voor mij gezonde manier) bij mijn leven te blijven betrekken. Op het moment heb ik veel behoefte aan afstand, om het recente besef en de bijbehorende herinneringen een plek te kunnen geven. Gezien mijn vader ook kampt met lichamelijke klachten, zorgt dit wel eens voor dilemma’s; hoe kan ik er voor hem zijn zonder over mijn grenzen te gaan? Toen hij 5 jaar geleden een herseninfarct kreeg, was ik bijvoorbeeld tijdelijk mantelzorger. Ik zorgde graag voor hem, maar ik had zelf niemand om op terug te vallen. Deze omstandigheden, gecombineerd met een depressie en opbouwen van medicatie, zorgden ervoor dat ik in een flinke crisis terecht kwam en een zelfmoord poging deed die (gelukkig) mislukte.

Mijn littekens
self-hatred-2-2Door mijn studie las ik voor het eerst over emotionele verwaarlozing. Ik wist hiervoor niet dat dit bestond. Ik vertelde in therapie dat ik mezelf hier (gek genoeg) in herkende. Mijn therapeute legde vervolgens uit dat dit kan kloppen. Na het bestuderen van de kenmerken en mogelijke gevolgen van emotionele verwaarlozing aan het begin van dit artikel, herken ik heel wat hiervan bij mezelf en bij mijn ouders. Sindsdien is er wat betreft de problemen die ik nog steeds ervaar een hoop voor mij op zijn plek gevallen.

Wat ik er in het dagelijks leven van merk is dat ik elke dag weer gek wordt van de interne “stem” van De Dictator in mijn hoofd. Vroeger had ik zelfbeschadiging als coping, maar tegenwoordig heb ik als coping om mij te verweren tegen deze constante kritiek; “Hou op” of “Stop” zeg ik dan hardop. Soms lijkt het alsof ik lijd aan een soort gilles de la tourettes, gezien ik ook kan vloeken op de dictator. Helaas vloek ik nog meestal op mezelf. “Stomme trut”, “ik haat je” of erger, floept er regelmatig hardop uit. Het is niet ideaal, maar ik kan me redelijk inhouden in gezelschap en het zorgt in ieder geval niet meer voor blijvende littekens op mijn armen. Ook ga ik er natuurlijk vanuit dat dankzij therapie ik uiteindelijk geen last meer zal hebben van de Dictator, maar vervangen zal worden door een milde, gezonde, kritische stem.

De Dictator zorgt er nog steeds voor dat ik tijdens mijn studie en stages zelfvertrouwen tekort kom, waardoor ik niet optimaal kan functioneren. Ik kan de gedachten soms redelijk opzij zetten en als het goed gaat geeft mijn studie en stage mij juist zelfvertrouwen, maar toch is de terugkerende feedback van docenten en stagebegeleiders nog altijd dat ik té bescheiden ben, soms kwetsbaar overkom en nog meer zelfvertrouwen mag uitstralen. Iets wat ik erg moeilijk vind door de overvloed aan kritische gedachten tijdens mijn bezigheden. Helaas heb ik er ook last van wanneer ik thuis op de bank zit, waardoor kunnen ontspannen en genieten van vrije tijd ook moeizaam gaat. Constant ben ik aan het piekeren en aan het malen om vervolgens mezelf te zitten haten.

Het stomme is dat ik dit zó ontzettend zat ben en rationeel gezien ook wel weet dat De Dictator “gewoon maar” een patroon is dat mij vroeger hielp (te overleven) en mij nu juist belemmert… Toch is hij zo hardnekkig en vastgeroest dat ik nog iedere dag in dit patroon vastloop. In therapie loop ik er tegenaan dat ik het allemaal prima kan rationaliseren en kan verwoorden, maar het lijkt alsof het gevoel achterblijft; het voelt als of de Dictator gelijk heeft, al weet ik beter.

Het is niet uitzichtloos
b2b2803c7f823157b11d6b4ffe8ea012Onlangs namen de eetproblemen weer toe, wat mij óók nog eens leek te gaan belemmeren tijdens mijn stage. Ik nam daarom het verstandige besluit (al zeg ik het zelf) om mij (wederom) aan te melden bij een centrum voor eetstoornissen voor een behandeling. Na wat intakegesprekken kreeg ik te horen dat zij adviseren om eerst een traumabehandeling te doen, omdat de eetstoornis en mijn lage zelfbeeld uit de trauma’s voortkomen. Eerst traumabehandeling zou zorgen voor een stabielere basis om aan de eetstoornis te gaan werken.

Uit ervaring weet ik inmiddels dat traumabehandeling zoals EMDR mij zodoende ontregelt dat ik al helemaal niet goed kan functioneren (zie ook blogartikel ‘De EMDR-sessies (deel 2)’). Als alternatief stelde mijn behandelaar voor om een andere vorm van traumaverwerking te gaan doen: imaginatie rescripting. Dit is een interventie dat onderdeel is van schematherapie, maar zich richt op het anders gaan interpreteren van nare gebeurtenissen in de vroege jeugd. Inmiddels zijn we hiermee gestart. Samen met de therapeut ben ik gaan kijken waar ik de afgelopen week tegenaan ben gelopen. Vervolgens zijn we teruggegaan naar een gebeurtenis in mijn jeugd die mij doet denken aan de gebeurtenis van afgelopen week. Zo barstte ik bijvoorbeeld een keer in tranen uit toen mijn vriend zei: ‘Ja hoor, ga maar lekker op de bank zitten, ik ruim de boodschappen wel op.’ We schrokken allebei van mijn heftige reactie, maar mijn vriend al helemaal omdat hij het als grapje bedoelde; hij wist ook wel dat ik het per ongeluk was vergeten. Ik voelde me ontzettend schuldig en realiseerde me dat het mij deed denken aan de opmerking van mijn ouders vroeger. Wanneer ik bijvoorbeeld vergat de hond uit te laten, werden ze boos en noemden zij mij lui en onverantwoordelijk.
In therapie moest ik dan tot in detail vertellen hoe de situatie vroeger ging. Vervolgens zei mijn behandelaar dat zij in de situatie zou stappen en zij dan bijvoorbeeld tegen mijn ouders van toen: “Het is niet fair om Lyka onverantwoordelijk te noemen. Ze is het vergeten en dat kan gebeuren. Ze is nog maar een kind en zoveel kinderen vergeten een klusje in huis te doen. Door zo streng voor haar te zijn beschadigen jullie haar zelfbeeld. Het mag wel een tandje minder!”
Vervolgens vraagt mijn behandelaar hoe dit voor mij is en of er nog wat moet gebeuren. In andere situaties is het voorgekomen dat wij in de fantasie samen mijn ouders uit huis hebben gezet zodat ik op een veilige manier mijn verdriet kon uiten. Ook heeft mijn behandelaar in zo’n fantasie gewoonweg gevraagd naar wat mij bezighield als kind; ze toonde interesse in mij als kind en gaf hiermee warmte en aandacht. Gek genoeg herinnerde ik mij weer dingen die ik deed als kind (zoals mw. Zuurtje en mw. Pruimpje naspelen van Telekids) en moest er zelfs om lachen.
Het doel van deze therapie is om andere conclusies te gaan trekken uit deze gebeurtenissen. In plaats van: “Ik ben een slecht kind” of “Ik ben niets waard”, zal ik bijvoorbeeld moeten gaan denken: “Mijn ouders stelden te hoge eisen” en “Ik mag er zijn”. Oftewel, in termen van schematherapie; het versterken van de gezonde volwassene. Beetje bij beetje lukt dit steeds meer. We gaan ons nu richten op het versterken van zelfcompassie, gezien ik ergens nog steeds het gevoel heb dat ik een verschrikkelijk kind was dat niet beter verdiende.

Wanneer ik ben afgestudeerd wil ik overigens dan toch een traumabehandeling gaan volgen; ik heb dan immers weer de tijd en het is praktisch en prettig om geen last meer te hebben van de trauma’s wanneer ik een baan ga zoeken en anderen ga begeleiden bij hun herstelproces.
Bij het maken van een nieuw behandelplan, bleek dat ik meer vooruit ben gegaan dan ik dacht. Ik word o.a. minder overspoeld door gevoelens, dissocieer niet meer tijdens therapie en ben mij steeds meer bewust wanneer ik last heb van een bepaald schema, waardoor ik anders kan handelen. De gezonde volwassene staat al veel meer op de voorgrond. Het is dus zeker niet uitzichtloos, al kan het nog vaak zo voelen.

KOPP
Ik schreef al eerder over mijn eigen ervaring omtrent KOPP (kinderen van ouders met psychische problematiek). (Hier te lezen.)
Toch wil ik KOPP nog een keer benoemen omdat ik in therapie een belangrijke ontdekking deed. Het blijft speculeren, maar mijn behandelaar gaf aan dat ik het zo kan zien dat allebei mijn ouders psychisch ziek waren en zijn. Ze waren beide getraumatiseerd en er was waarschijnlijk sprake van depressie en van (borderline) persoonlijkheidsproblematiek. Door deze psychische problematiek waren zij gewoonweg niet in staat om mij de zorg te bieden die ik nodig had. Hoe kun je immers liefde geven, als je zelf nooit liefde hebt gekregen? Mijn moeder verweet mij dat ik afstandelijk en vermijdend naar haar was tijdens haar ziektebed, maar hoe kon ik emotioneel beschikbaar zijn als zij dat niet voor mij was? We leefden in een gezinssysteem waar ieder behoefte had aan emotionele steun, maar geen van ons kon het elkaar geven…

Het vergeten kind
Tijdens het schrijven van dit stuk merk ik dat ik mij schuldig en ondankbaar voel. Ook ben ik bang dat ik mijn ouders hierdoor in een wel heel kwaad daglicht heb gesteld, ook al heb ik geprobeerd het zoveel mogelijk bij mezelf te houden. Nogmaals: mijn ouders valt niets kwalijk te nemen. Zij hebben zelf een zware jeugd en een zwaar leven gehad, dus hoe konden zij ook anders? Toch vind ik het belangrijk over dit thema te schrijven. Emotionele verwaarlozing wordt immers snel over het hoofd gezien en is ook in mijn geval helaas niet op tijd opgemerkt. Dit roept op dit moment dan ook vragen op: waarom werd er niet ingegrepen?

Hoe dan ook, bij tijdige signalering kan een hoop leed, voor zowel ouders als kinderen worden bespaard! Bij de KOPP-groepen waar ik stage liep, zag ik immers hoe ouders en kinderen weer naar elkaar toegroeiden, door de ondersteuning die aan beiden werd aangereikt. Mijn behandelaar beschreef laatst dat een oud-cliënt van haar iets zei over dit thema wat haar is bijgebleven en wat nu ook bij mij is blijven hangen:
“Het kind dat om aandacht schreeuwt en om zich heen slaat en schopt redt zich wel. Let alsjeblieft ook op het kind dat zich ondertussen verstopt achter de gordijnen. Die heeft óók hulp nodig”. Met andere woorden; zie deze stil en teruggetrokken kinderen alsjeblieft niet over het hoofd!

Tot slot nog advies van klinisch psycholoog Carlijn de Roos aan hulpverleners, dat ik zelf als toekomstig hulpverlener ook zeker in acht zal nemen:

“Kaart een vermoeden van emotionele verwaarlozing altijd bij de ouders aan. Vraag hoe het gaat met de opvoeding en of er hulp nodig is. Voor lichte klachten zijn er allerlei preventieve opvoedcursussen. Heeft het kind forse problemen, zoals een depressie, dan komt de ggz in beeld. Bij grote zorgen over de veiligheid van het kind kun je een melding bij het AMK doen.”

 

Bronnen:
https://www.linkedin.com/pulse/emotionele-verwaarlozing-last-van-wat-er-niet-gebeurd-janine-janssens/
http://www.augeomagazine.nl/nl/magazine/4068/703592/blauwe_plekken_op_de_ziel.html
https://www.depsycholoog.nl/emotionele-verwaarlozing/
https://www.zorgwelzijn.nl/emotionele-verwaarlozing-bron-voor-depressie-en-angst-zwz016157w/
Multidisciplinaire richtlijn Persoonlijkheidsstoornissen (PDF)
https://www.deviersprong.nl/persoonlijkheidsstoornissen/de-ontwijkende-persoonlijkheidsstoornis/kenmerken/
http://www.schematherapieopleidingen.nl/wp-content/uploads/2016/10/Slides-Fine-Tuning-IR-NL.pdf
Lentis GGZ ‘Door Dik en Dun’ (YouTube)

De dictator in mijn hoofd

Na talloze beginsels van nieuwe schrijfsels te hebben weggestopt in het conceptmapje, besluit ik nu een nieuwe poging te doen. Schrijven over hetgeen dat er op het moment (naast de depressie) voor zorgt dat het schrijven (en het dagelijks leven) niet wil lukken: de dictator in mijn hoofd. Hier volgt een verslag van mijn dag om een beeld van hem te kunnen schetsen.

De ochtend
Toen ik vanmorgen wakker werd, was het nog rustig. Het was even spannend toen ik vannacht naar de WC ging, want zodra de dictator ontwaakt begint hij gelijk hele verhalen. Heel irritant en moeilijk te behappen zo op de vroege ochtend zonder mijn eerste kop koffie. Dit keer lukte het gelukkig zonder hem wakker te maken, waardoor ik weer snel in slaap viel en redelijk wat slaap wist te pakken. Niet zoveel als ik zou willen helaas, want het in slaap vallen ging gisterenavond moeizaam. De dictator was op dreef en was niet zo aardig tegen me. Opmerkelijk, voor een dictator.
“Het wil niet zo vlotten met je scriptie, hè? Je hebt je plan van aanpak nog niet eens ingeleverd en de deadline is al geweest. O ja, dat doet me er aan denken dat je dat tentamen van je minor ook nog moet herkansen. Misschien is de deadline voor die herkansing zelfs ook al geweest. Wanneer heb je trouwens voor het laatst een les bijgewoond? Misschien mag je nu de lessen wel niet eens meer bijwonen omdat je te vaak afwezig bent geweest. Heb je daar al over nagedacht?”
Inmiddels dus wel. Dank je wel dictator. Trouwens, als je het niet heel erg vind: ik probeer namelijk te slapen.

“Ja zeg. Het is voor je eigen bestwil hè! Jij wil toch hulpverlener worden? Hoe gaat dat je ooit lukken als het je niet eens lukt om een college bij te wonen?! Door zo’n hulpverlener zou ik als cliënt niet geholpen willen worden hoor. Heb ik straks een afspraak, ligt mijn hulpverlener depressief in bed. Nou, klaar ben je als cliënt. Je klasgenoten en docenten nemen je nu vast ook niet meer serieus nu ze je zo meemaken. Die denken vast ‘nou, ze vertelde wel dat ze het een en ander heeft meegemaakt en die ervaring zou in principe goed ingezet kunnen worden in de beroepspraktijk, maar nu ik weet dat ze nu nog steeds ziek is vind ik het onverantwoord haar nog op te leiden tot hulpverlener. Hoe wil ze anderen gaan helpen als ze haar bed niet uit kan komen?’.”
‘Hou op.’, zei ik hardop. ‘Huh?’, mompelde mijn vriend slaperig. ‘Niks’, mompelde ik terug. Stilte. Eindelijk.
“Je moet wel zorgen dat je nu toch wel eens in slaap gaat vallen, want je hebt morgen een lange dag voor de boeg. Eerst therapie, dan school… Hoe laat heb je eigenlijk therapie?”
Weet ik niet, was ik vergeten op te schrijven kwam ik vanavond achter dus heb mijn therapeute gemaild.
“Jezus, val je dat mens nu al weer lastig met een mail? Hoeveel mails heb je nu wel niet gestuurd de laatste maand?!”
Ja goed, meer dan normaal, maar dat was deze maand toevallig wat meer nodig. Bovendien stuur ik netjes een mail en geen SMS, want straks heeft ze geen werktelefoon en stoor ik haar ’s avonds laat met haar werk.
“Nou poeh, poeh, netjes hoor. Als je gewoon je afspraak goed in je agenda had geschreven, had je haar helemaal niet hoeven storen.”
Goed. Als jij het zegt.
“Oké, als dat jouw houding is. Arme vrouw. Arme vorige therapeuten trouwens die met jou als cliënt zaten opgescheept. Die zijn vast nog steeds opgelucht dat ze van je af zijn… als ze inmiddels zelf niet in therapie zitten.”
‘Stop.’, zei ik hardop. Ik wil slapen, zei ik niet hardop. Mijn vriend legt ondertussen half slapend, maar toch liefdevol zijn hand op mijn bovenarm.
“Je houdt nu zelfs je vriend wakker die straks om 6:00 uur de deur uit moet om de hele dag hard te werken en mensen te verplegen in de psychiatrie. En wat voer jij nou uit in een week? Noem überhaupt maar eens iemand die jij hebt verzorgt of geholpen de afgelopen maand? Ik wed dat je helemaal niets op kunt noemen.”
‘Hou je kut kop!’, mompel ik nijdig en schrik van mijn eigen gevloek. Voorheen vloekte ik heel zelden, maar het lijkt de laatste tijd met een vaart toe te nemen.
‘Het gaat echt niet hè?’, vraagt mijn vriend, die nu inderdaad wakker is. Fuck.
‘Nee.’
‘Dan ga je toch nog even gamen?’
‘Daar raakte ik vanmiddag alleen maar gefrustreerd van.’
‘Doe je toch dat andere spel?’
‘Ga ik doen inderdaad. Je bent lief, ga maar weer slapen.’

Terwijl ik de playstation aanzet, hoor ik de dictator afdruipen. Hij heeft een hekel aan gamen en vindt het maar kinderachtig en zinloos tijdverdrijf. Tijd waarin ik iets nuttigs had kunnen doen. Ik ben het ergens met hem eens, maar sinds mijn vriend zichzelf met kerst een playstation 4 cadeau deed, is het tot nu toe de enige manier die ik heb kunnen vinden om de dictator stil te krijgen.
“Je had er ook voor kunnen kiezen om eens een studieboek te lezen of aan je scriptie te werken.”
Ja, dank je wel voor je input dictator. Ik ben Far Cry 4 al aan het opstarten. Wil je weten wat voor missie ik ga doen? En weg is hij.

Na een kop koffie is het tijd om richting therapie te vertrekken. Mijn therapeute had inmiddels gesmst dat de afspraak om 11:00 uur zou zijn. Toen bleek dat ik 30 minuten ruimer had ingeschat dan het in realiteit zijn en daardoor te laat bij therapie aankwam, merkte ik dat de dictator inmiddels ook was opgestart. Bij aanvang vroeg de therapeute of ik iets wilde drinken. Ik sloeg het aanbod af. Vervolgens merkte ik bij het praten aan de pijn en mijn hese stem, dat ik toch wel meer last had van keelpijn dan ik dacht (een gevolg  van de dagelijkse, soms ook “vocale”, huilbuien).
‘Sorry, ik heb best wel veel last van mijn keel.’
‘Wil je dan toch niet wat water drinken?’
‘Ja, sorry.’
“Zeg dan gelijk dat je wat wil drinken stomme trut. Nu moet ze het weer helemaal gaan halen.”

Desondanks was het in dit geval niet heel erg dat de dictator weer in vorm begon te raken, want tijdens de therapie hebben we het er toch onder andere over gehad hoe ik de dictator minder de ruimte kan geven. Het tegenspreken begon aardig te lukken, maar de afgelopen twee weken leek de dictator wel gas te hebben bijgezet.

De middag
Onderweg naar huis belde mijn vriend op tijdens zijn lunchpauze om te vragen hoe therapie is gegaan. Ik zag namelijk erg tegen de afspraak op en was bang een huilbui te krijgen, aangezien ik al ander halve week elke dag 1 huilbui of meer heb gehad. Nu is huilen bij therapie wel vervelend, maar niet zo heel erg (de dictator vindt van wel), ware het niet dat ik op een gegeven moment ook weer moet kunnen stoppen omdat de volgende cliënt zit te wachten en ik vervolgens met een betraande plofkop over straat moet in het drukke centrum.
Uiteindelijk dus geen huilbui gehad, dat scheelt. Slechts een paar tranen gelaten en redelijk uit mijn woorden kunnen komen op een kleine black-out na.
“Jankerd.”
Bemoei je er niet mee! Zie je? Ik blijf het tegenspreken in ieder geval proberen.
“Wat wil je ervoor? Een medaille?”
Juist. Negeren dan maar.

‘Ik ga maar niet naar school vandaag. Merk dat ik nu alweer erg moe ben en zo in slaap kan vallen. Bovendien ben ik bang dat ik op school een huilbui ga krijgen, dus ik duik zo mijn bed maar weer in’, vertel ik mijn vriend.
‘Snap ik. Doe je goed.’, zegt hij begripvol.
“Lui varken”, oordeelt de dictator.

Terwijl ik inmiddels uitgeteld op bed lag, leek de dictator energie voor tien te hebben. Ik voorzag dat als ik zou gaan proberen te slapen dat óf de dictator me wederom wakker zou houden, óf dat behalve ik, ook de dictator na het middagdutje meer energie zou hebben en mij vannacht wéér wakker zou houden.
Dan maar mezelf wakker en de dictator gedeisd houden; weer gaan gamen.

De avond
Zelfs de dictator lijkt nu toch ook moe te zijn. Niet gek, aangezien hij zelf ook niet heel veel slaap heeft gekregen. Toen ik na het gamen om 00:30 uur weer een poging deed om te gaan slapen, was hij alweer van de partij. Op de momenten dat ik probeer te slapen is hij trouwens ook echt op zijn best. Wellicht is hij nu dan ook zijn energie aan het opsparen om zo direct weer los te gaan.

Tijdens het schrijven is hij natuurlijk ook van de partij geweest. Het heeft niet voor niets 3 uur geduurd voordat het eindelijk af was. Die dictator. Wat zou ik graag van hem af willen. Toch weet ik dat hij ergens ook een waardevolle functie heeft. Jezelf kunnen bekritiseren is op zich een gezonde en wenselijke kwaliteit. Zodra die kritische stem alles behalve mild is, een eigen leven gaat leiden en al een leven lang voor tirannie zorgt, ‘wordt het wel eens tijd dat er een coup gepleegd wordt’, zoals mijn therapeute laatst treffend verwoorde.

Baas in eigen hoofd. De dictator mag dus blijven, al wordt hij dan wel flink gedegradeerd. Moet hij maar lief doen (,zoals Kim Jong-il op het plaatje).

Extra uitleg
Voor wie geen idee heeft waar bovenstaande tekst over gaat, maar bewonderenswaardig genoeg toch bij dit kopje is beland (of gewoon naar beneden heeft gescrold):

Sinds een paar maanden krijg ik individuele schematherapie bij een vrijgevestigde psychotherapeut. Schematherapie is lastig in het kort uit te leggen, dus dat houd je nog te goed. ‘De dictator’ is de naam die ik heb gegeven aan één van de modi, namelijk: ‘de bestraffende ouder’. Het komt erop neer dat ik de ‘bestraffende stem’ van mijn ouders uit mijn jeugd heb geïnternaliseerd en daardoor last heb gekregen van  het schema ‘meedogenloze normen/overmatig kritisch’.
De dictator ben ik dus in feite zelf. Ik hoor dan ook niet echt een stem. Het zijn in feite mijn eigen gedachten en oordelen die mezelf de grond in boren. Op dit punt ben ik me er bewust van dat ik dit doe en wil er graag vanaf, maar het voelt alsof ik er weinig controle over heb en deze gedachten een eigen leven leiden.

Wanneer de dictator wat minder het roer in handen heeft (en de depressie wat is afgenomen), zal ik overigens wat uitgebreider ingaan op het fenomeen schematherapie.

Follow my blog with Bloglovin