Het afzetten van mijn ‘Dictator’

De laatste jaren heb ik al vaker over hem geschreven, mijn interne criticus die ik ‘de Dictator’ heb genoemd. Zie ook: ‘De Dictator & ik’ en ‘De Dictator in mijn hoofd’.
De Dictator is een soort dril-sergeant die mij onder een streng regime constant over mezelf laat reflecteren en zoveel propaganda handhaaft, dat hij mij doet geloven dat ik niet veel waard ben. In elke situatie weet hij de negatieve dingen zó uit te vergroten, dat ik de positieve dingen niet meer zie. Inmiddels heb ik meer inzicht gekregen in waar de Dictator voor staat en wat hij wil bereiken. Mijn ouders waren vroeger kritisch; ik had het gevoel dat ik het nooit goed kon doen, want er was altijd wel iets op te merken ook al deed ik mijn best mezelf te verbeteren om kritiek te voorkomen. Toch werd er altijd wel op mij gemopperd, dus in mijn pubertijd had ik de hoop opgegeven; ik ging geloven dat ik een mislukkeling was en daarmee maar moest zien te dealen. De Dictator hielp mij daarbij; door zelfevaluatie en mezelf constant verbeteren zou ik voorkomen dat anderen erachter zouden komen wat voor vreselijk mens ik ben. Mijn laatste blog eindigde ik met de mededeling dat ik mijn therapie langzaam ga afbouwen. Hier ben ik nog steeds mee bezig: de Dictator ‘afzetten’ is één van de belangrijkste nog resterende therapiedoelen.

De Dictator als ‘beschermer’

Voor de duidelijkheid; de Dictator is geen echt persoon en geen echte stem in mijn hoofd. Het is een verzamelnaam voor de negatieve, overmatig kritische gedachten die ik over mezelf denk. Tijdens schematherapie heb ik hem als een persoon gevisualiseerd door middel van iets dat de ‘stoelentechniek’ wordt genoemd, waardoor ik tegen hem kon praten (alsof hij op een lege stoel zat) en mij soms ook in hem kon inleven en hem een stem kon geven door te doen alsof ik degene was die deze negatieve gedachten stuurt. (Wat ik in feite natuurlijk ook ben. Ingewikkeld hè?)
Op deze manier heb ik meer inzicht gekregen in waar hij precies voor dient en kon ik ook met afstand (vanuit mijn gezonde volwassene) kijken naar hoe gemeen de Dictator eigenlijk voor mij is en kon ik erachter komen dat hij mij eigenlijk helemaal niet zo goed helpt (als dat hij vroeger wel heeft gedaan toen ik nog bij mijn ouders in huis woonde). Vroeger had ik de Dictator nodig. Als ik andere mensen maar voor was met kritiek hebben naar mezelf, dan overviel het mij niet zo en deed het minder pijn en verdriet dan dat zij eerst kritiek over mij zouden hebben. Elke keer dat ik toch overvallen werd door kritiek van anderen, groeide de Dictator, want dan had hij nieuwe input voor volgende zelfreflectie sessies. Ook groeide de Dictator omdat ik hem meer macht gaf; ik ging steeds meer geloven dat hij de waarheid in pacht had. Zelfs tot het punt dat ik ging geloven dat ik het niet verdiende om te leven en de wereld tot een slechtere plek maakte. Kortom: ik ging mezelf afzonderen (want ik ben anderen tot last), ik ging schoolwerk steeds meer uitstellen (want ik kan het toch niet), ik leerde mezelf te vervagen met de achtergrond (zodat ik minder opval en mensen niet zien wat een mislukkeling ik ben) en ga zo maar door.

De Dictator als belemmering

Hoe ouder ik werd, hoe meer de Dictator mij belemmerde. Een voorbeeld: op de middelbare school moest ik leren debatteren, maar dankzij de Dictator had ik nauwelijks een mening; volgens hem was het immers belangrijker wat anderen vonden, dus paste ik mij voornamelijk aan iemand anders aan. Bij debatteren kan dat niet, want dan ben je het constant met de ander eens. Ik liep hier constant in vast.
Zo ook bij het nadenken over mijn toekomst, zoals bijvoorbeeld mijn studiekeuze, maar ook bij het vormen van een eigen identiteit. Ik was zo gefocust op het aanpassen aan anderen om aardig gevonden te worden en een leuker mens te zijn, dat ik bijna geen idee meer had wie ik nou daadwerkelijk was: Wat zijn mijn karaktereigenschappen? Wat vind ik leuk? Waar ben ik goed in? Ben ik wel ergens goed in? Ik kon wel antwoord geven op deze vragen, alleen waren de antwoorden vooral gebaseerd op wat ik dacht dat anderen zouden willen dat ik zou zijn, leuk zou vinden, of goed in zou zijn. Dit alles vond ik super verwarrend.

Don't change who you are to please others. Be yourself and choose people that choose you.
(Afbeelding van Pinterest zonder duidelijke bron)


Dankzij een klinische behandeling voor jongeren met complexe problematiek (naast bovenstaande had ik immers ook last van o.a. depressies, suïcidaliteit, c-ptss en persoonlijkheids-problematiek), kwam ik erachter dat ik mezelf was kwijtgeraakt door het aanpassen aan anderen. Doordat ik 24/7 in de kliniek verbleef en een intensief therapieprogramma volgde, konden (socio-)therapeuten mij lange tijd observeren. Aan het begin van mijn behandeling raakte ik als ik een evaluatie te lezen kreeg over mijn behandelvoortgang, intens verdrietig en voelde ik mij eenzaam. Ik gaf dan ook steeds aan “dit gaat niet over mij”, maar kon het verder niet uitleggen omdat ik zelf ook niet begreep waarom. Halverwege mijn behandeling kwamen de therapeuten tot de conclusie dat ik een bepaald beeld van mezelf neerzette. Toen mij dit voorgelegd werd, raakte ik in paniek. Ik probeerde zo erg een ‘perfecte cliënt’ te zijn, dat toen zei dit zeiden ik eigenlijk hoorde:
‘je doet wel alsof je een goede cliënt bent, maar eigenlijk doe je alsof en doe je het dus helemaal niet goed’. Een vertaling door de Dictator dus. Herken je zijn stem al een beetje?
Eigenlijk bedoelden de therapeuten dat ik me zo erg probeerde te voegen naar wat anderen van mij zouden willen zien, dat ik niet mezelf was; ik wist überhaupt niet meer hoe dit moest. Tegen het einde van mijn behandeling ging ik het pas een beetje begrijpen, ook al heerste er nog steeds paniek. Ik weet nog goed dat een therapeut tijdens een psychodrama therapie tegen mij zei: “Jij hebt de regie over jouw leven”. Ik schrok ontzettend, want ik dacht serieus altijd dat ik moest doen wat anderen van mij wilden. Het idee dat ik mijn leven zelf mocht bepalen voelde niet eens bevrijdend, maar vooral angstaanjagend. Hoe moest ik dan weten of ik het wel goed zou doen? (Spoiler: later zou de Dictator hier wel invulling aan gaan geven.)
Ook weet ik nog dat ik tijdens een individuele therapiesessie (ik had voornamelijk groepstherapie), ik huilend aan mijn therapeut vertelde dat het voelde alsof iedereen op de wereld een script had waarin staat wat zij moeten doen en dat ik de enige ben zonder script en het zelf moet uitzoeken. De ultieme eye-opener voor mij was het besef dat iedereen ‘eigenlijk maar wat doet’. Dat niemand een script heeft en iedereen doet wat hij zelf denkt dat goed is of wat hij of zij zelf wil. Dat niemand dus zeker weet of ze het wel goed doen, want dat bepalen ze zelf. Een heel erg bizar idee vond ik dat, waar ik lang aan moest wennen.

De invloed van de Dictator in het hier-en-nu

Casette band met daarop de tekst: 'Songs to listen to while you reflect on every awful, awful descision you've ever made throughout your terrible life.'
Mogelijke mixtape door mijn Dictator, voor mij. Wat attent.

Het heeft dus lang geduurd voordat ik mij überhaupt bewust werd van de Dictator in mijn hoofd. Ik had geen idee dat ik een slecht zelfbeeld had, want het was voor mij immers de waarheid dat ik niet zoveel waard was. Anderen die zeiden van niet, zeiden dit naar mijn idee alleen maar om aardig voor mij te zijn. Inmiddels ben ik mij wel degelijk bewust van de Dictator, al blijft het lastig om hem niet meer te geloven en om minder naar hem te luisteren. Als ik slecht in mijn vel zit, lijkt het wel alsof de Dictator een megafoon heeft en ‘met liefde’ overuren maakt; ik ben dan minder weerbaar en grijpt hij zijn kans om de macht weer te grijpen.

Als ik terugkijk merk ik dat de Dictator mijn leven lang ontzettend veel invloed heeft uitgeoefend. Op de middelbare school merkte ik (ondanks de Dictator) dat ik zingen en acteren heel erg leuk vond. Het was voor mij een enorme uitlaatklep; even iemand anders zijn en ontsnappen aan mijn eigen leven. Sommige mensen vonden mij zelfs goed genoeg om daar iets meer mee te gaan doen. Zo groeide langzaam de wens om auditie te gaan doen voor de kleinkunstacademie; een soort theateropleiding waar je verschillende disciplines leert om artiest te kunnen worden waaronder dus ook acteren en zingen. Uiteindelijk besloot ik dit na veel overwegen niet te doen. Ik was al doodsbang voor de toelatings-auditie. En reëel gezien staat het leven van een artiest bekend om dat je constant moet auditeren en vaak (pittige) kritiek te verduren krijgt. Ik had in mijn hoofd al mijn eigen kritische, zure recensent, hoe moest ik de kritiek van anderen daar nog eens bovenop kunnen handelen? Nee, het onzekere leven als artiest was niet aan mij besteed.

Later besloot ik dat ik met mensen wilde werken. Het jarenlang volgen van therapie, maar ook de Dictator hebben mij namelijk een sterk zelfreflectievermogen gegeven, een gevoeligheid voor sfeer en de vaardigheid om op anderen te kunnen afstemmen. Ook leek het mij mooi dat ik de heftige dingen die ik meemaakte zoals de suïcide van mijn broer, het overlijden van mijn moeder en de psychische problemen die ik heb gehad, zou kunnen omzetten in iets positiefs door (o.a.) met deze ervaringen andere mensen te helpen. Ook kwam ik erachter tijdens de klinische behandeling, dat ik mij per ongeluk al ging gedragen als een van de sociotherapeuten (groepsgenoten al helpen voordat de sociotherapeuten dat hebben kunnen doen) en dat dit mij (volgens de socio’s) niet misstond. Ik bleek ook een soort moederrol in de groep te hebben: een jonger groepsgenoot noemde mij zelfs eens per ongeluk ‘mama’, ik werd vaak gekozen voor de rol van iemands moeder tijdens psychodrama en sommige groepsgenoten kwamen naar mij toe om advies te vragen en te spuien.

Zoals jullie misschien wel weten ben ik daadwerkelijk hulpverlener geworden toen ik afgelopen zomer afstudeerde van de opleiding Sociaal Pedagogische Hulpverlening. Deels bewust en deels noodzakelijk ben ik nog niet aan het werk gegaan als hulpverlener: ik kreeg burn-out klachten zoals angst- en paniekklachten, vermoeidheid en vage lichamelijke klachten t.g.v. stress (SOLK). Verder omdat ik weet dat ik niet voldoende hersteld ben om mij volledig op het bijdragen aan het herstel van anderen te richten. Tijdens stages raakte ik zo uitgeput, terwijl ik hetzelfde werk deed als anderen die minder uitgeput raakte dan ik. Natuurlijk labelde de Dictator dit als ‘lui’ zijn en dat ik het allemaal niet zo goed kan als dat zij kunnen, maar vanuit mijn gezonde volwassene besefte ik mij uiteindelijk dat ik zo ontzettend veel energie stopte in mezelf bekritiseren, dat ik meer energie kwijtraakte aan het (faal-)angstig en onzeker zijn, dan aan het doen van het werk zelf. Mijn stagebegeleiders gaven altijd terug dat ik minder bescheiden mag zijn en mijn kwaliteiten wat meer mag profileren. Ook dat ik moet zorgen dat ik wat krachtiger overkom, dus minder kwetsbaar.

Tijdens stages heb ik deze dingen al iets meer geleerd te doen; ik heb immers niet alleen mijn laatste stage gehaald, maar ook mijn diploma. Toch merk ik dat de Dictator nog te veel aanwezig is om goed te kunnen functioneren tijdens werk en ik nu niet voor niets al burn-out klachten heb gekregen voordat ik überhaupt ben gestart met mijn eerste serieuze baan. Het is ook niet helemaal gezond dat ik tijdens stages zo ontzettend opzag tegen (lunch-)pauzes omdat ik dan met collega’s moet socializen, dat ik dan ga zweten, buikpijn krijg en duizelig/misselijk word. Op momenten die bedoeld waren voor ontspanning was ik dus juist gespannen door de sociale faalangst.
Het voeren van intake-gesprekken vond ik ook leuk/interessant, al was ik altijd erg zenuwachtig en was ik achteraf altijd bang dat ik het niet goed had gedaan. Op zulke momenten vroeg ik me dan ook af waarom ik ook alweer met mensen wilde werken… Later kon ik dan weer bedenken, dat ondanks mijn angst en onzekerheid, het werken met mensen mij ook goed afging en dat ik wel degelijk een bekwame hulpverlener ben. Niet alleen (stage-)docenten, maar ook collega’s en cliënten hebben mij dit teruggeven. Jammer alleen dat het zoveel angst en stress oplevert wat mij in de weg zit, dus goed om wat te gaan doen aan die angst en onzekerheid zodat ik nog meer aandacht heb voor mijn werk en cliënten en minder aandacht voor onnodige zelfreflectie.

Leven zonder Dictator

Op dit moment ben ik in therapie hard aan het werk om wat te doen aan mijn angsten en mijn negatieve zelfbeeld. Ze zorgen er nu namelijk voor dat het niet goed lukt een (vrijwilligers-)werkplek te vinden om langzaam te kunnen opbouwen en te re-integreren als starter. Een baan kunnen volhouden is namelijk ook één van mijn laatste therapiedoelen, gezien ik met werk graag meer invulling zou willen geven aan mijn leven, zonder steeds op te branden. Een in eerste opzicht reëel therapiedoel gezien ik in ieder geval al een hbo-diploma heb kunnen halen, maar een lastig doel vanwege de Dictator.
Positief is dat ik dat Dictator steeds vaker zó erg zat ben, terwijl ik vroeger niet eens zo veel ‘last’ van hem had omdat ik hem beschouwde als helper; hij hielp mij immers een beter mens te worden. Ik zie hem nu eerder als brenger van ongeluk, verdriet en onzekerheid; iemand die mijn hele leven lang mij beperkt en mij leuke dingen ontneemt. Ik ben bijvoorbeeld een midweek op vakantie geweest met mijn vriend, zijn beste vriend en diens vriendin. Deze vakantie was ik zo druk met mij druk maken of ik wel leuk gezelschap was en geen zeikerd (vanwege mijn paniekklachten), dat ik erg stressvolle dagen heb gehad en achteraf negatief op de vakantie terugkijk omdat de Dictator besloot bij thuiskomst de momenten uit te vergroten waarop anderen mij misschien lastig, vervelend of irritant hebben vonden. (Terwijl dit misschien helemaal niet aan de hand was.)

Imagine if we obsessed about the things we loved about ourselves.

Gezien mijn therapeut binnenkort een aantal weken met zomervakantie gaat en mijn Dictator de laatste weken heel erg veel aanwezig is, vroeg ik haar of zij iets praktisch weet om (sneller) een beter zelfbeeld te krijgen. Ze raadde mij een zelfhulpboek aan genaamd ‘Negatief zelfbeeld’ door Manja de Neef. Het is een boek waar je structureel oefeningen in kunt doen, die zullen helpen om de gewoonten en gedachten rondom een negatief zelfbeeld langzaam af te leren. Ik ga na het schrijven van deze blog beginnen in dit boek en ben erg benieuwd.


Toch moet ik niet alleen de Dictator minder macht geven, maar ook mijn omgeving. Op de één of andere manier hecht ik nog zoveel waarde aan wat anderen denken en vinden, dat ik soms nog steeds wel eens kwijt raak wat nou mijn eigen normen en waarden en zijn en wat de normen en waarden van een ander zijn. Voorbeeld: op dit moment zit ik thuis zonder werk. Ook al ben ik actief op zoek naar vrijwilligerswerk, ik voel dat sommige mensen in mijn omgeving soms wel een beetje oordelen over dat ik zoveel thuis ben. Ik wil dan zo graag anderen duidelijk maken dat het geen keuze is, maar noodzaak; dat ik echt niet anders kan. Terwijl; wie ben ik verantwoording verplicht? Ik weet zelf wat goed voor mij is en vrienden en familie zouden mij goed genoeg moeten kennen om te bedenken dat ik niet anders kan en wel degelijk een harde werker ben ondanks al mijn klachten. Echte vrienden (en familie eigenlijk ook), zouden juist steunend en begripvol moeten zijn. Ook zouden ze kunnen bedenken dat ik ook zonder werk wel degelijk invulling aan mijn leven kan geven, dus dat ze (naast werk) ook interesse zouden kunnen tonen in hoe het gaat met mij en mijn hobby’s en of het opknappen van ons appartement allemaal lukt. Ik merk nu dat sommige mensen helemaal niets aan mij (durven) vragen, waardoor ik mij nog meer alleen voel in mijn situatie. Natuurlijk is dit niet allemaal de schuld van mijn omgeving (niemand heeft schuld), maar heb ik zelf ook een aandeel in hoe anderen mij bejegenen. Ik heb immers last van zelfstigma, wat soms kan leiden tot een ‘selffulfilling prophecy’; dat anderen de negatieve dingen over mezelf ook gaan geloven omdat ik mij er een beetje naar ga gedragen.

Ik ben dus constant in gevecht met mijn dictator en dus met mezelf. Zo bijvoorbeeld ook over muziek maken. Sinds de middelbare school mis ik het om op te treden. Daar deed ik immers aan schooltoneelvoorstellingen en trad ik op zodra er een muziekavond georganiseerd werd. Na de middelbare school ben ik zo nu en dan zanglessen blijven volgen. Niet alleen omdat ik in de loop der jaren een goede band heb gekregen met mijn zangdocente, maar ook omdat zingen nog steeds iets is wat ik leuk vind ondanks dat ik er een haat-liefde-verhouding mee heb. Deze wordt veroorzaakt door de Dictator die mij blijft voorhouden dat ik beter kan stoppen met zingen/muziek maken en al helemaal met optreden, omdat ik toch niet goed (genoeg) ben.
Wanneer ik de Dictator heb genegeerd en toch heb opgetreden, ben ik zo gefocust op de reacties van mijn omgeving, dat het voelt alsof ik een zesde zintuig heb ontwikkeld waarmee ik aan mensen hun gezicht of uitspraken denk te zien of horen wanneer iemand het niet goed of niet leuk vond. Natuurlijk heb ik geen zesde zintuig en is het de Dictator die alles negatief kleurt of al het negatieve eruit filtert. Dit heeft er mede voor gezorgd dat ik stopte als zangeres bij mijn bandje en überhaupt stopte met zingen/muziek maken. Tot ik kort geleden besloot dat ik mij niet wil laten tegenhouden door die klootzak van een Dictator. Dat ik wil optreden en muziek maken omdat ik het leuk vind en niet omdat ik het wel of niet goed kan. Inmiddels heb ik mij opgegeven om in september een half uur lang bij een evenement op te treden. Alleen ik en mijn gitaar. Ondertussen heb ik al 100 keer spijt gehad en gehuild van ellende (door de Dictator dus), maar het is iets wat ik wil overwinnen omdat ik dit mezelf anders weer misgun en mezelf dingen blijf misgunnen…


Mijn therapeut gaf afgelopen week aan: ‘Het zal erg lang duren voordat je geen last meer zult hebben van je Dictator. Hij is immers zo lang al onderdeel van je leven. Misschien kom je ook nooit helemaal van hem af, maar het is zeker mogelijk om hem minder macht te geven!’

Hij is immers ergens ook nuttig; o.a. dankzij hem heb ik een sterk ontwikkeld reflectievermogen waar ik niet alleen tijdens therapie, maar ook tijdens mijn studie veel aan gehad heb. Hij is alleen op dit moment niet gezond voor mij. De dictator moet minder macht krijgen en dus afgezet worden. In de toekomst zal hij uiteindelijk een duidelijk afgebakende functie krijgen, waarin ik zelf bepaal hoe hij kan bijdragen aan zelfreflectie, zonder dat hij de totale macht grijpt.
Een gehoorzame en milde Dictator. Het klinkt onmogelijk. Het zal in dat geval dan denk ik ook tijd worden om zijn naam te veranderen…

Een liedje van Yentl en De Boer, die hun dictator ‘de slechte raadgever’ noemen.
“Bang voor wat er gebeurt, als ik dat mannetje laat gaan…”



De EMDR-sessies (deel 3)

Een aantal jaar geleden schreef ik over het proces van mijn EMDR behandeling. (Zie Deel 1 en deel 2) Spoiler: ik bleek nog niet klaar te zijn voor de behandeling, mede gezien ik het mij niet kon veroorloven om nog meer studievertraging op te lopen. Vervolgens schreef ik een paar maanden terug de EMDR Survivalgids, gericht aan mensen die net als ik ook (wederom) met EMDR zouden gaan starten en misschien wat tips konden gebruiken. Inmiddels lijk ik aan het einde gekomen te zijn van mijn huidige EMDR behandeling. Het leek mij passend om een deel 3 te schrijven ter afronding.


(In dit artikel zal ik regelmatig wat schematherapie termen noemen. Wil je meer over deze therapie weten en de termen leren kennen, bekijk dan deze blog die ik erover schreef.)

Aanloopfase

Opnieuw een EMDR behandeling aangaan vond ik erg spannend. Vooral gezien de vorige keer dat mijn therapeut en ik met EMDR gestart waren, ik te bang was dat mijn studie eronder zou lijden; we waren net begonnen met EMDR en ik merkte dat ik mij emotioneel instabiel voelde, ook tijdens lesdagen op mijn opleiding. Dus ik besloot te stoppen en nam mij voor dat zodra ik afgestudeerd was, ik dan de tijd en de ruimte zou creëren om een EMDR behandeling te kunnen volgen. Het liep iets anders, gezien ik tijdens mijn afstuderen last kreeg van burn-outachtige klachten. Ik was elke dag de hele dag door vermoeid, kreeg paniekaanvallen, vage lichamelijke klachten en was vaak angstig. Ik weet dan ook niet meer zo goed hoe ik het allemaal precies heb gedaan, maar ik heb mijn diploma gehaald.
Gelukkig had ik naast dat ik nog steeds wekelijkse psychotherapie kreeg, redelijk op tijd hulp ingeschakeld bij o.a. de huisarts en daardoor kalmerende medicijnen en mensendieck therapie gekregen (waar ik ontspanningsoefeningen leerde), die ervoor hebben gezorgd dat ik (in ‘overlevingsstand’ weliswaar) mijn afstudeertaken kon uitvoeren.
Wonderbaarlijk genoeg lukte het af te studeren, gezien ik bijvoorbeeld super suf, warrig en chaotisch van de oxazepam (kalmerend medicijn), mijn scriptiepresentatie heb moeten houden om paniekaanvallen te voorkomen. Ook was het enorm belangrijk voor mij dat ik bij mijn diploma-uitreiking kon zijn, gezien ik mijn middelbare school diploma-uitreiking wegens een zware depressie heb moeten missen. Deze diploma-uitreiking verliep afgezien van gezonde zenuwen en dankzij de zo-nodig medicatie, voor mij gelukkig heel rustig en was het inderdaad een hele fijne en bijzondere ervaring!
Ook was het een moment om er met mijn vriend en vriendinnen bij stil te staan dat het ondanks alle tegenslagen, mij toch was gelukt. Dankzij hen, de bijzondere speech van mijn docent tijdens de uitreiking, maar ook mijn therapeut die dit benadrukte, kon ik het op mij in laten werken dat het inderdaad een best knappe prestatie was waar ik trots op mocht zijn (ondanks mijn interne criticus, ook wel bekend als de Dictator).
#afstuderenmeteendepressieenpaniekaanvallen. #missionaccomplished

Er volgt overigens binnenkort nog een blog over het afstuderen als hulpverlener.

Afstuderen - hoe ik dacht dat het zou gaan (stijgende lijn)
en hoe het uiteindelijk ging (kronkelende lijn).
Een visuele samenvatting van mijn afstuderen, zelf getekend met Photoshop. (Ja, dat moet ik er nadrukkelijk bij benoemen; ik heb heel lang over die semi-rechte lijn gedaan.)


Terwijl ik in de zomervakantie ruimte voor een EMDR behandeling zou vrijhouden, bleek dit niet nodig, want ik zat noodgedwongen thuis. De paniekaanvallen en lichamelijke klachten hielden aan waardoor het überhaupt nauwelijks lukte om iets buiten de deur te ondernemen, laat staan te solliciteren op een baan. De theorie was dat spanningen vooral in mijn lijf waren gaan zitten. De kortdurend klinische traumabehandeling voor complexe PTSS die mijn therapeut en ik voor ogen hadden, leek hierdoor goed op mijn situatie aan te sluiten gezien er een fysieke component bij deze behandeling zou zijn. Door intensief sporten zou er naast aandacht voor het hoofd (EMDR en exposure), ook aandacht zijn voor het lichaam.
Helaas werd ik bij aanmelding bij deze instelling al snel afgewezen. De reden die gegeven werd aan de telefoon was vaag. Uiteindelijk, na nogmaals contact opnemen en om verduidelijking te vragen, bleek dat deze instelling alleen mensen met complexe PTSS met trauma’s gelinkt aan geweld, een heftig ongeluk of seksueel misbruik behandelt. Ik kwam niet in aanmerking omdat mijn trauma’s voornamelijk gelinkt zijn aan iets dat ‘emotionele verwaarlozing’ heet. (zie deze blog voor uitleg over wat emotionele verwaarlozing precies is.)

In eerste instantie was ik erg verdrietig en teleurgesteld. Ik denk vooral gezien ik mij nu al lange tijd zo rot voelde en thuis zat; ik hoopte dat de behandeling er voor zou zorgen dat de klachten zouden afnemen en ik daardoor weer wat meer kwaliteit van leven zou krijgen. Ook had ik nu ongeveer 10 jaar de diagnose complexe PTSS en het uitzicht op deze behandeling gaf hoop dat ik eindelijk van deze klachten af zou raken, maar deze hoop verdween na de afwijzing als sneeuw voor de zon. Vervolgens was ik boos, gezien er om onduidelijke redenen onderscheid werd gemaakt in het soort trauma wat wel of niet behandeld werd bij deze instelling. En dat dit niet specifiek vermeld was op de website. Wanneer er staat ‘gespecialiseerd in complexe PTSS’, zou je verwachten dat dan alle soorten complexe PTSS behandeld wordt. Ook bij een kortdurende intensieve klinische behandeling.
Natuurlijk zou het niet helpen om in deze boosheid en frustratie te blijven hangen, dus ging ik over op het steken van mijn energie in het accepteren van de situatie, om vervolgens een ander plan van aanpak te bedenken met mijn therapeut. Op zoek naar nieuwe hoop.

Plan EMDR (2.0)

Een van de problemen die we moesten zien te tackelen, was dat ik van de vorige EMDR sessies nog wist, dat het behandelen van mijn trauma’s bij mij veel gevoelens van eenzaamheid, verdriet en angst zouden oproepen. Dit is te verklaren gezien dit de gevoelens zijn die ik had tijdens de nare situaties die ik vroeger doormaakte.
Bij een klinische traumabehandeling, zou ik omringd zijn door mensen na de eerste heftigste sessies. Bij een behandeling van max. 1 keer per week, zou ik 7 dagen moet overbruggen en zou ik vaak alleen thuis zijn gezien mijn vriend fulltime wisseldiensten werkt. Toen ik stopte met de vorige keer EMDR, was dat vooral omdat ik het niet trok om zo lang te wachten tot de volgende sessie en ondertussen (in mijn eentje) te moeten dealen met al die heftige gevoelens. Dit moest ik vroeger immers ook en zo zijn de trauma’s überhaupt ontstaan.

Mijn therapeut vroeg mij of ik ideeën had. Ik durfde het bijna niet voor te stellen, maar ik opperde om tijdelijk 2 keer per week EMDR te gaan doen. Zo hoefde ik de helft van de tijd te overbruggen naar de volgende sessie. Ze vond dit een goed idee. Gelukkig kon zij hiervoor ook tijd vrij maken in haar agenda, hoewel ik mij direct schuldig voelde over het zoveel tijd innemen van haar en van andere cliënten.
Hoe dan ook, het probleem was er deels nog; ik zou o.a. ’s avonds nog regelmatig alleen thuis zijn. Mijn therapeut stelde voor mijn vriend uit te nodigen om ook samen met hem een plan van aanpak af te spreken. Ook koos ik vriendinnen uit aan wie ik zou vragen om mijn ‘support squad’ (zie EMDR survivalgids) te vormen. Vooral de avonden van de dagen waarop ik EMDR had gehad, zou ik hen vragen langs te komen zodat ik niet alleen hoefde te zijn. Ook zij stemden in en ook hierover was ik verbaasd. Mijn vriendinnen zijn namelijk over het algemeen heel druk en hebben weinig tijd om af te spreken, maar ze zeiden eigenlijk alle drie: ‘Komt goed! Desnoods neem ik mijn werk/scriptie mee en ga ik aan jouw bureau werken’.
Echt heel erg lief en fijn!

Verder wilden we enigszins de behandeling van de instelling nabootsen, waarbij er intensief gesport zou worden na de sessies. Helaas was dit niet gelukt te organiseren, gezien ik wegens de lichamelijke klachten en paniekaanvallen/hyperventileren beperkt was in het bewegen en op korte termijn niets heb kunnen vinden wat hierbij zou aansluiten. Ik durfde niet zonder (professionele) begeleiding of in mijn eentje te gaan sporten uit angst mijn klachten erger te maken en uit angst voor hyperventilatie. Na een paar keer een stuk fietsen in de buurt was ik namelijk een paar keer flauwgevallen. Toen ik thuis (lichte) fitnessoefeningen deed, kreeg ik last van hyperventilatie en viel ik ook bijna flauw. Ik was bang dat dit bij het sporten na EMDR ook zou kunnen gebeuren. Normaal gesproken kan ik mij makkelijker over dit soort angsten heen zetten, maar onder andere door de toenemende lichamelijke klachten, was ik nog angstiger geworden en lukte het ook niet meer zo goed deze angsten te relativeren. Lange tijd had ik geen idee waardoor ik zo angstig was geworden, maar op Twitter zag ik een tweet voorbijkomen van Iva Bicanic die het EMDR congres 2019 bijwoonde. Zij citeerde professor Bernet Elzinga en toen ik dit citaat las, herkende ik daarin een mogelijke verklaring voor mijn angsten:

"Als een kind opgroeit met gevaar, dreiging en onvoorspelbaarheid dan zal het brein zo geprogrameerd worden dat het daarop kan anticperen. later kan dat brein zich tegen je keren", zegt prof Bernet Elzinga tijdens #EMDR2019 congres

Oftewel; het zou kunnen dat ik steeds last heb van allerlei irreële angsten, doordat mijn brein anticipeert op dreiging en gevaar en dat deze anticipatie zorgt voor angsten. En dat mijn lichaam daar dus ook op reageert en ik daardoor onbewust telkens gespannen ben en pijn ervaar (door o.a. gespannen spieren).

Hierop volgend werden ook ‘take-home-messages’ gepresenteerd, waarvan vooral nummer 2 mij persoonlijk erg aansprak. Het zien van mijn (irreële angsten) als gevolg van een ‘overbezorgde moeder’-brein, maakt het al iets makkelijker deze angsten/adviezen in de wind te slaan/te relativeren.

Hoe dan ook, mijn vriend en vriendinnen hadden geen tijd om met mij structureel na een EMDR sessie te gaan sporten, dus ik sprak met mijn therapeut af dat ik dan maar zo veel mogelijk zou gaan wandelen na een sessie; dan was ik toch in beweging en was de kans op hyperventilatie kleiner door de lichte intensiteit.

Wat betreft de behandeling zelf, stelde mijn therapeut voor om EMDR met schematherapie te gaan combineren. Ik heb dus de mazzel gehad dat mijn vrijgevestigde psychotherapeut zowel geschoold/bevoegd is in het geven van EMDR, als in het geven van schematherapie. Zelf merkte ik ook dat bij bepaalde beelden, ook bepaalde schema’s aan de orde zijn, die juist die gevoelens van eenzaamheid, verdriet en angst oproepen. Het idee was om de beelden met EMDR te behandelen en wanneer nodig, ook schematherapie interventies in te zetten zoals imaginatie. (Voor uitleg en informatie over imaginatie zie dit blogartikel.) De imaginatie was mijn eigen voorstel, gezien ik daar eerder al veel aan had gehad.

Omdat het niet helemaal een regulier EMDR-traject is (zoals die ik eerder heb gehad), noem ik dit traject in mijn blog voor het gemak EMDR (2.0).

Voor meer over een traumabehandeling met EMDR en het schemamodusmodel, zie dit artikel in het vaktijdschrift ‘Gedragstherapie’ door Annemieke Driessen en Linda Hummel. (De doelgroep van dit tijdschrift zijn (cognitief) gedragstherapeuten, dus het is een vrij technisch verhaal vol vaktermen)

Het EMDR (2.0) traject

We spraken af dat we eerst alle beelden zouden inventariseren die nog veel spanning oproepen. Gezien mijn herbelevingen vooral gaan over mijn moeders ziekbed en haar overlijden, waren de beelden ook voornamelijk beelden van situaties rondom haar ziekte en overlijden. Ik vond het lastig te bepalen welke beelden precies het heftigste waren, dus uiteindelijk besloten we de beelden op chronologische volgorde te behandelen met de EMDR; dus in de volgorde waarin ze hebben plaatsgevonden.

De eerste sessie vond ik enorm spannend, maar het bleek achteraf best wel mee te vallen. Expres hadden we een beeld behandeld dat het minst heftig voelt (het lukte wel om dit beeld te kiezen), om ‘in te komen’. Ik merkte dat ik na de sessie niet overstuur naar huis ging en dat het beeld tijdens de EMDR qua heftigheid best wel snel gezakt was (op een schaal van 0 tot 10). Dit zorgde ervoor dat ik al minder angstig werd voor het aangaan/ondergaan van de rest van de behandeling en het gaf vertrouwen dat de EMDR in ieder geval op dit beeld al redelijk goed aansloeg.

De tweede sessie was al een stuk heftiger. We namen een iets heftiger beeld en al snel vloeiden er tranen (bij mij dan). Toen we stopten was het beeld nog niet helemaal naar 0 gezakt qua spanning, maar we moesten toch stoppen. Ik merkte tijdens deze sessie dat ik net als bij de vorige keren EMDR mijn hoofd op sommige momenten ineens blanco werd. Wanneer mijn therapeut vroeg: ‘Wat komt er op?’, moest ik dan ook antwoorden met: ‘Niets, mijn hoofd is even blanco; ik voel en denk even niets meer.’ Gelukkig kon zij hierop anticiperen door bijvoorbeeld even terug te gaan naar het oorspronkelijke beeld (i.p.v. de associaties die opkomen) of ging zij ander soort vragen stellen.
Een paar jaar terug had mijn therapeut al uitgelegd dat ik dan terecht kom in het zogenaamde ‘reptielenbrein’, oftewel onderin de window of tolerance (zie voor meer informatie hierover deze blog). Het wordt ook wel ‘dissociëren’ genoemd en is bij mij een onbewuste manier van coping wanneer ik heftige gevoelens of situaties ervaar, zodat ik deze tijdelijk niet hoef te voelen.
Toch was het beeld dus nog niet helemaal gezakt toen we door de tijd heen zaten, dus gaf ze aan dat ze het heel vervelend vond, maar dat we moesten stoppen. Net als de vorige sessie rondden we af doordat zij aan mij vroeg wat ik als positief had ervaren deze sessie. Dit moest ik dan in gedachten houden terwijl ik weer door het volgen van haar vingers werd afgeleid. Ik merkte dat dit ‘positief afsluiten’ al goed hielp en dat ik mij dit niet van de vorige keren EMDR kon herinneren.
Ze benadrukte dat ik contact met haar moest opnemen als het thuis niet ging. Dit was gelukkig niet nodig.

De opeenvolgende sessies verliepen ongeveer hetzelfde. Er waren regelmatig momenten dat mijn hoofd blanco werd. Ik vond het dan ook steeds lastig te bepalen of het beeld nou echt gezakt was qua spanning of dat ik alleen tijdelijk niets voelde. Mijn therapeut gaf aan dat als ik geen spanning meer voelde bij een beeld, dat we dan volgens het protocol ervan uit konden gaan dat het beeld gezakt is. Dus als ik niets meer voelde erbij moest ik het een 0 geven en dan zouden we verder gaan met een volgend beeld. Als ik tussen de sessies door bijvoorbeeld toch weer last zou krijgen van het beeld, zouden we het opnieuw gaan behandelen. Mijn therapeut legde uit dat het ook wel voorkomt dat de EMDR doorwerkt tussen de sessies door, dus dat het best kan zijn dat het beeld ondertussen is gezakt in heftigheid ten opzichte van de vorige sessie

Ook gebeurde het wel tijdens de EMDR dat ik juist nog steeds spanning voelde bij een beeld, maar dat het gewoon niet wilde zakken en ik bleef ‘hangen’ in dezelfde associaties bij het beeld. Dit was bijvoorbeeld zo bij een beeld waarin ik als 17-jarige dissocieerde toen mijn moeder met een ambulance werd opgehaald. Ik ben naar mijn kamer gelopen en deed alsof het niet gebeurde. Ik herinner me dat ik de tv in mijn kamer had aangezet en ernaar keek, maar niets zag. Wel heb ik nog even uit het raam gekeken en zag mijn moeder de ambulance ingeladen worden, met een paar buren om haar heen. Ik bleef alleen thuis achter en ben uiteindelijk in mijn kledingkast gekropen, net als ik deed toen ik klein was en angstig was.
Wat mij vooral nog steeds raakte aan dit beeld is dat ik ontzettend angstig was en mij onveilig voelde en dat ik eigenlijk nergens en bij niemand terecht kon. Dit voelde ik nog steeds heel heftig als ik aan dit beeld dacht.

Doordat ik tijdens de EMDR nog steeds dezelfde nare gevoelens en gedachten bleef associëren, gebruikte mijn therapeut een andere interventie. Ze vroeg mij wat ik nodig had. Toen ik hier niet uit kwam, vroeg ze mij waar ik heen wilde gaan. Als 17-jarige bleef ik regelmatig na schooltijd rond mijn middelbare school hangen, omdat ik mij daar prettig voelde en er vaak tegenop zag om naar huis te gaan. Dit herinnerde ik mij ineens weer, dus ik gaf aan dat ik naar school zou willen gaan. Mijn therapeut vroeg mij voor mij te zien dat ik op school was. In gedachten rende ik zo hard als ik kan het huis uit (zoals ik vroeger ook wel eens echt deed als ik overstuur was). Toen ik voor mij zag dat ik op school was aangekomen en in mijn eentje in de aula zat, leidde zij mij weer af met het vingerzwaaien.

Afbeelding van ClaudiaTremblay via Etsy.com
…Zei de gezonde volwassene, tegen het kwetsbare kind.

Gek genoeg, voelde ik mij nu een stuk veiliger, terwijl ik alleen maar voor mij had gezien dat ik in mijn eentje in de aula zat. Het was voor mij op de een of andere manier een veilige plek. Toch vroeg mijn therapeut of ik het niet fijn zou vinden om iemand bij mij te hebben. Waarschijnlijk omdat zij wist dat ‘er alleen voor staan’ zo centraal stond in mijn trauma’s. Ik vond het lastiger te bedenken wie ik nodig zou hebben, dan waar ik wilde zijn, want er was destijds immers niemand die er voor mij kon zijn en ik mij veilig genoeg bij voelde. Vervolgens vroeg mijn therapeut mij om als het ware uit het beeld te stappen en er als ‘gezonde volwassene’ van een afstand naar te kijken. Ik keek nu in gedachten als 28-jarige naar mijn 17-jarige zelf die bij het raam stond te kijken hoe haar moeder in de ambulance werd geladen. Mijn therapeute vroeg: ‘Wat zou je willen doen als volwassene?’.
Ik – die het nog steeds moeilijk vond zichzelf als kind in gedachten te troosten (want verdiende ze het wel?) – zag ineens voor me hoe ik als 28-jarige mijn 17-jarige uit mijn ouderlijk huis begeleidde en meenam naar mijn huidige woning. Ik zette haar in deze fantasie neer op mijn bank, zette een kop thee voor haar neer met een bakje chocola ernaast, nam haar op de bank in mijn armen en trok een warm plaid over ons heen terwijl ik haar troostte en zei dat het wel goed zou komen. Terwijl ik dit voor me zag volgde ik weer de vingers en merkte vervolgens dat het beeld in één keer aanzienlijk was gezakt qua spanning.
Voor mij een heel bijzonder moment ondanks dat het natuurlijk niet in realiteit heeft plaatsgevonden. Maar het lukte dus ook voor het eerst om mild te zijn naar mezelf als kind en haar zelfs te troosten. Toen ik later die week gitaar speelde, kwam er ook ineens een tekst in mij op waardoor dit moment in lied-vorm vastgelegd is. (Mijn eerste zelfgeschreven lied en het gaat over EMDR; typisch Lyka.)

Verder was het inderdaad ontzettend helpend om één voor één de leden van mijn support squad over de vloer te hebben. We hebben gepraat, gekookt, Netflix gekeken en bank gehangen. Ik ben en was mijn vriendinnen ontzettend dankbaar dat ik niet alleen hoefde te zijn! Na een week of 3 merkte ik al dat ik weer beter alleen thuis kon zijn en dit dan ook weer wilde proberen.
Mijn vriend verdient overigens ook credits voor alle kopjes koffie en thee die hij voor mij maakte en alle huishoudelijk taken die hij zonder mopperen voor mij overnam. Ook was het voornamelijk zijn arm om mij heen als ik thuis toch last had van huilbuien of herbelevingen.
Naast mijn vriend en vriendinnen, ben ik ook mijn therapeut heel erg dankbaar dat zij zoveel tijd en energie in deze behandeling heeft willen steken – met dus een heel positief resultaat als gevolg! In mijn geval was mezelf aanmelden bij een vrijgevestigde psychotherapeut het best wat ik had kunnen doen voor mijn herstel. Zij kon mij een behandeling op maat bieden, waar veel instellingen vaker lijken te werken aan de hand van ‘one-size-fits-all’ behandelingen. (Dus zorgverzekeraars, maak het vrijgevestigde therapeuten niet te moeilijk; ze zijn heel erg waardevol!)

You can't choose your family. But you can choose your therapist.

Na EMDR (2.0)

Naast de eerdergenoemde interventies, hebben we tijdens EMDR (2.0) ook wel eens een sessie een imaginatie oefening gedaan (schematherapie interventie) in plaats van EMDR. Op deze verschillende manieren hebben we alle beelden behandeld die we vooraf hadden geïnventariseerd.
We hebben ongeveer twee maanden, twee keer per week EMDR (of schematherapie, of allebei) gedaan. Het was dus erg intensief, maar uiteindelijk ook heel waardevol: sinds het EMDR-traject heb ik geen één herbeleving meer gehad, heb ik bijna geen nachtmerries meer gehad (over mijn moeder of het verliezen van dierbaren) en kan ik meer ontspannen rondlopen in een ziekenhuis – al zal ik daar nooit voor mijn plezier komen, maar goed, wie wel? Het kijken van ziekenhuisseries en het zien en horen van een ambulance roepen nog wel enige spanning op, maar al stukken minder dan eerst en dus goed te behappen! (Bovendien kan ik natuurlijk best leven zonder ziekenhuisseries, al baal ik dat ik nog steeds geen Grey’s Anatomy meer kan kijken, wat een van mijn lievelingsseries was voordat mijn moeder terminaal ziek werd. Voor de kenners: mijn moeder kreeg dezelfde ziekte als het personage Izzie.)

Ook qua schema’s leek er één en ander te verschuiven. Hiermee bedoel ik dat in schematherapie termen, bepaalde modi in kracht lijken afgenomen zoals o.a. mijn interne criticus: de Dictator. We besloten dan ook hierop te voortborduren door na het afronden van de EMDR verder te gaan met schematherapie.
Ik kreeg de opdracht om een brief aan mijn moeder te schrijven, gezien de Dictator vooral lijkt voort te komen vanuit haar stem van vroeger; ik leek het nooit goed genoeg te doen en ze had vrijwel altijd kritiek. Ik realiseerde me dat het voelde alsof mijn zelfbeeld is blijven hangen op het moment dat zij overleed; dat het beeld wat ik van mezelf gevormd had, nog steeds was gebaseerd op hoe mijn moeder mij zag als 17-jarige en mij in tekst naliet in haar dagboek. De woorden ‘egoïstisch’ en ‘onverantwoordelijk’ voerden hierin de boventoon. Dit terwijl andere mensen in mijn omgeving mij toen, maar ook zeker nu, heel anders zouden omschrijven.

Toen ik aan de brief begon moest ik de neiging onderdrukken om de bekende eerste regels van het refrein van het lied ‘De Vlieger’ te typen.Toen dit lukte en ik vanuit mijn gevoel (vooral boosheid) een paar zinnen had opgeschreven, kwam de rest vanzelf. Ik heb aan een stuk door getypt en het luchtte enorm op. De conclusie van de brief was dat ik het beeld wat zij van mij had ga loslaten, want het was toen én nu niet kloppend. Als mijn vriend, vrienden en vriendinnen mij goed vinden zoals ik ben, mag en wil ik dat zelf ook zo gaan zien .

Omdat het schrijven van deze brief zo hielp om uit te kunnen spreken wat ik niet meer tegen mijn moeder kan zeggen omdat zij er niet meer is, kreeg ik hierna nóg een briefopdracht. Ik moest vanuit mijn ‘gezonde volwassene’ een brief schrijven aan mijn ‘kwetsbare kind’. Een opdracht die ik stukken moeilijker vond, omdat ik geen idee had in wat voor vorm ik dit zou kunnen schrijven. Ook merkte ik dat mijn Dictator in de weg ging zitten bij het schrijven. Uiteindelijk ben ik gaan schrijven aan mezelf in tweede persoon enkelvoud. Een conclusie uit deze brief en kenmerkend voor waar ik sta in mijn therapieproces, werd:

Jouw verdriet komt voort uit het verleden (wat er allemaal niet is geweest), uit het heden (wat er nog steeds niet is) en uit de toekomst (wat er nooit zal zijn).
Dit is rouw en je bent nog steeds bezig om dit een plek te geven. Je merkt dat je het verleden al wel los kunt laten, maar dat vooral het stuk toekomst je het meeste verdriet bezorgt; wat er nooit zal zijn. Dit komt omdat je nog bezig bent om uit te zoeken hoe je jezelf de dingen kunt bieden die je nodig hebt, om zo wat er nooit zal zijn te kunnen vervangen met dingen die er wel kunnen zijn.
Wat het gevolg van emotionele verwaarlozing voor mij als volwassene op dit moment nog betekent.

Uit Therapie

Hoewel ik dus nog steeds hard aan de slag ben in therapie, zijn we voor het eerst ook nadrukkelijk aan het toewerken naar het ‘uit therapie’ gaan. Toen ik afstudeerde, voelde het alsof ik mijn leven al wat meer op de rit heb ondanks dat ik mij fysiek beroerd voelde van alle lichamelijke klachten die ik kreeg.
Mijn therapeut en ik zijn gaan evalueren wat ik allemaal al heb behaald en konden concluderen dat dit best veel is vergeleken met waar ik stond toen ik bij haar in therapie begon. Ik heb een relatie durven aangaan, het is gelukt deze relatie in stand te houden, ik heb een huis gekocht met mijn vriend en heb een hbo-opleiding kunnen afronden, ondanks de nodige tegenslagen. Naast deze dingen is er ook een hoop in mijn binnenwereld gebeurd. Zoals mijn therapeut het afgelopen week mooi zei: ‘je bent meer jezelf geworden’ en ik ben het er zo mee eens.
Toen mijn therapeut vooraf het EMDR-traject begon over eventueel afronden van therapie raakte ik volkomen in paniek; ik voelde me al erg emotioneel instabiel door de trauma’s en het voelde alsof ik nu de veiligheid van therapie zou verliezen, waardoor ik overspoeld werd door het onveilige gevoel dat ik vroeger had en het ‘er alleen voor staan’. Door mijn angsten voelde het nu alsof ik alle veiligheid zou gaan verliezen.
Een aantal weken later, toen we hierop terugkwamen en ik mijn therapeut uitleg gaf over wat er bij mij gebeurde op dat moment, gaf ze aan dat ze het wellicht verkeerd getimed had om het hierover te hebben. Hoe dan ook, inmiddels voel ik geen paniek meer en vind ik het een spannend, maar juist ook een fijn idee om te denken aan afronden van therapie. Het werd in mijn hoofd al een soort van streven om voor mijn 30e (ik word volgende week 29 jaar) een baan te hebben en therapie te hebben afgerond, omdat mij dit een heel fijn vooruitzicht lijkt!
Ongeacht of dit lukt, vind ik het in ieder geval belangrijk dat ik een baan kan volhouden en niet zoals na eerdere (voltijd) stages last krijg van burn out-achtige klachten en binnen een jaar al moet stoppen. Dit wordt dan ook één van de laatste therapiedoelen voor de komende tijd.

Verder heb ik nog steeds lichamelijke (pijn-)klachten, dus het lijkt erop dat er nog steeds spanning in mijn lichaam zit. Dit probeer ik momenteel te verhelpen met behulp van een psychosomatisch fysiotherapeut. Omdat ik zo weinig in contact ben met mijn lichaam en voornamelijk in mijn hoofd zit, proberen we dit contact weer te herstellen door het doen van bepaalde oefeningen. Ik leer dan mijn lichaam weer aan te voelen, bewust te worden van deze spanning en uiteindelijk hoe ik kan voorkomen dat ik pijnklachten krijg van bijvoorbeeld onbewust aangespannen spieren. Tijdens de psychotherapie leer ik dan weer mijn emoties te uiten en vooral de emoties te accepteren en ze ‘er te laten zijn’. Wanneer ik emoties onderdruk (zoals ik dit van mijn ouders heb aangeleerd), lijken de emoties ook in mijn lichaam te gaan zitten. Langzaam aan zit hier ook vooruitgang in, dus ik hoop binnenkort eindelijk van de lichamelijke kwaaltjes af te zijn!
Er zijn verder ook nog wel enkele angsten waar ik iets mee moet, gezien ik nu bijvoorbeeld niet durf te reizen naar het buitenland. Dit terwijl ik graag wat meer van de wereld zou willen zien.

Ik heb ook niet het idee dat ik binnen een jaar, of überhaupt, nooit meer last zal hebben van mijn schema’s of andere klachten, maar wel dat ik met de inzichten en tools die ik in therapie geleerd heb hier beter mee om zal kunnen gaan. Dit betekent bijvoorbeeld dat ik dan geen therapeut meer nodig heb voor deze inzichten/steun/handvatten, maar ik mezelf deze steun kan geven en mij kan laten steunen door mijn omgeving. Ook kan ik denken ‘het komt wel goed’, in plaats van in paniek te raken met mijn ‘overbezorgde moeder-brein’ en in doemscenario’s te gaan denken.
Verder is het dus voornamelijk belangrijk dat ik zoals hierboven beschreven ga leren hoe ik mezelf de dingen kan bieden, die er anders nooit zullen zijn.

Overmorgen heb ik overigens een kennismakingsgesprek voor nieuw vrijwilligerswerk, zodat ik langzaam aan kan gaan re-integreren. Wie weet kan ik als dit goed gaat hier blijven werken als vaste kracht, gezien het werk ook goed aansluit bij mijn diploma… *fingers crossed*

Hoe het verder gaat met mijn website ‘Uit Therapie’ als ik daadwerkelijk uit therapie gegaan ben, weet ik overigens nog niet. Maar tot die tijd zal ik net als nu blijven schrijven over het fenomeen uit therapie gaan. 🙂

Liefs,

Lyka


Psychiatrisch patiënt studeert voor hulpverlener

Zo luidt de titel van het interview over mij en mijn blog in de Folia. De voorpagina van het magazine was duidelijk niet gemaakt door de interviewster. Tijdens het interview hadden we het over de missie van mijn website: het verminderen van stigma over psychische problemen. De zin op het voorblad leek die boodschap juist tegen te spreken; het kwam nogal bot over. Ik ben al jaren niet meer opgenomen geweest en dus al een tijd geen psychiatrisch patiënt meer. De enige die mij nu nog cliënt noemt – niet direct natuurlijk – is een vrijgevestigde psychotherapeut. Ik probeer juist heel erg mezelf niet meer te zien als cliënt of patiënt, maar als Lyka: dochter, vriendin en bijna hulpverlener. In dit artikel wil ik uiteenzetten hoe het is om te studeren voor hulpverlener, terwijl ik zelf nog hulpverlening nodig heb.

Cliënt carrière
Vanaf mijn 14e tot en met mijn 26e ben ik bijna non-stop in therapie geweest. De oplettende lezer heeft het al door: juist, ik ben nu 26 jaar oud en dus al 12 jaar in therapie. De korte periode bij een kinderpsychiater toen ik 6 jaar was, hierbij niet meegeteld. In al die tijd is er maar een periode van 4 maanden geweest waarin ik geen therapie had; een periode waarop ik het zonder wilde proberen. Al gauw bleek dat ik daar nog niet klaar voor was: het ‘uit therapie gaan’. Wel is het nog steeds mijn doel, vandaar ook de naam van mijn website en blog.

under-construction-2Vanaf kleins af aan zijn er dingen in mijn leven gebeurd (in vaktermen: life-events) die een grote impact hadden op mij en mijn directe omgeving. Deze gebeurtenissen hebben mij  gevormd tot wie ik nu ben. Daarbij horen o.a. enkele copingsmechanismen die ik toentertijd nodig had om te overleven, maar mij nu helaas juist belemmeren in mijn leven. Een vraag die ik wel eens voorbij hoor komen: waarom maakt de één nare dingen mee en kan diegene gelukkig verder leven, terwijl de ander psychisch ziek wordt en zich vervolgens door het leven heen moet ploeteren? Door mijn opleiding weet ik dat het te maken kan hebben met erfelijke aanleg of met aangeboren temperament wat je gevoeliger kan maken voor het ontwikkelen van psychische ziekten. Zo heb ik met mijn  persoonlijkheidskenmerk ‘perfectionisme’, statistisch gezien meer kans op het ontwikkelen van een depressie, burn-out en/of misschien wel een eetstoornis. Daarnaast denk ik dat het ook te maken kan hebben met omgevingsfactoren; een warm nest had mij denk ik beter kunnen ondersteunen in zware tijden, dan een afstandelijk nest dat het eigenlijk zelf ook niet zo goed weet door eigen moeilijkheden.
Of iemand anders niet ziek geworden zou zijn door hetzelfde meegemaakt te hebben als ik, is moeilijk te achterhalen. Psychische ziekten komen namelijk in mijn familie vaker voor dan alleen bij mij.

De reden dat ik op het moment nog steeds hulpverlening nodig heb?
Een oud-therapeute legde het als volgt uit: “Je hebt je leven lang jezelf aangeleerd om te dealen met bepaalde situaties; je hebt copingsmechanismen ontwikkeld. Deze mechanismen waren destijds nodig om deze periodes te kunnen ‘overleven’, maar zijn nu juist belemmerend geworden in je leven omdat de situatie van toen inmiddels anders is. Het aanleren van deze mechanismen hebben jaren geduurd, dus je kunt verwachten dat het afleren van deze mechanismen ook flink wat jaren nodig zal hebben.”

Hulpverlener carrière
carl-jung-quoteEind juni dit jaar heb ik – als ik niet nog meer vertraging oploop – mijn derdejaarsstage afgerond en hoef ik alleen nog maar mijn vierdejaarsscriptie te doen. In de zomer van 2018 zal ik dan eindelijk afgestudeerd zijn en mag ik mezelf officieel hulpverlener (SPH’er) noemen.
Nog steeds is mijn identiteit als hulpverlener een zoektocht. Dit hoort natuurlijk bij de opleiding en je beroepsontwikkeling als student. Bij mij heeft het echter ook te maken met het feit dat ik zelf altijd nog in therapie ben geweest tijdens mijn opleiding. Dit maakte dat ik wel eens last had van rol verwarring. Denk aan rollenspellen moeten doen, terwijl je nog een voltijd dagbehandeling volgt en van college naar therapie vliegt en andersom. Om even een beeld te schetsen: 11:00 uur was ik patiënt en groepsgenoot bij de dagopening, om 13:00 uur was ik hulpverlener in een rollenspel bij het vak gespreksvaardigheden, om 15:00 uur weer moeder van een groepsgenoot te spelen bij de therapie psychodrama.
Toen ik mijn eerste derdejaarsstage ging lopen had ik ook last van rol verwarring in contact met mijn therapeute. Op stage kreeg ik steeds leuker contact met collega-hulpverleners en ook buiten werktijden kreeg ik wel eens lift naar het busstation waarbij een behandelaar wat vertelde over haar privéleven. Tijdens mijn therapie zat ik dan weer tegenover een behandelaar, de mijne, die helemaal niets loslaat over haar privéleven en verwacht dat ik vooral over mezelf praat. Hierdoor voelde ik me in een patiënten-/cliënten rol gedrukt, terwijl het op stage steeds meer lukte om mezelf als hulpverlener te gaan zien. Inmiddels heb ik hier in therapie nog maar weinig last van. Het helpt dat mijn psychotherapeute mij naast als cliënt, ook benadert als een mede-hulpverlener; ze vraagt eerst of ik een begrip ken voordat ze een hele uitleg geeft en we kunnen praten in vaktermen. Dit vind ik erg fijn en niet alleen bevorderlijk voor de behandelrelatie, maar ook voor mijn herstel.

Een andere moeilijkheid tijdens mijn studie is altijd geweest: wat vertel ik wel en wat vertel ik niet?
Toen ik net begon met mijn studie voelde ik dat er zo goed als geen ruimte was voor eigen ervaringen. Vaak heb ik in een college gezeten waar ik redelijk wat aan kennis had kunnen aanvullen bij de aangeboden stof vanuit mijn eigen ervaring, maar heb altijd stilzwijgend aangehoord wat ik al wist of waar ik een nuance in aan had kunnen brengen. Dat klinkt misschien arrogant (vooral voor iemand die in therapie werkt aan een beter zelfbeeld), maar ik had me bijvoorbeeld voor mijn studie al veel ingelezen over mijn eigen diagnoses en daarmee al heel wat theoretische kennis opgedaan met betrekking tot psychopathologie. Een ander voorbeeld: meerdere keren heb ik geluisterd naar een ervaringsdeskundige die in de les zijn/haar ervaringsverhaal kwam vertellen, terwijl ik met een soortgelijk ervaringsverhaal zat te luisteren en te acteren alsof horen over bijv. een crisisopname ook voor mij nieuw was. Ik had de angst dat als ik zou vertellen dat ik zelf psychisch ziek ben en redelijk wat ervaring heb met behandelingen in de GGZ, docenten en medestudenten mij als incompetent zouden zien als hulpverlener. Je moet immers zelf helemaal psychisch gezond zijn om hulpverlener te kunnen zijn, heerst het idee.
Gedurende mijn studie heb ik veel last (gehad) van zelfstigma;
ik heb vaak de angst dat ik nooit een goede hulpverlener kan zijn omdat het mij nooit zal lukken volledig te herstellen. Ook vul ik soms in voor anderen (collega’s, medestudenten en directe omgeving), dat zij mij meer zien als cliënt/patiënt dan hulpverlener als ik vertel over mijn ervaring(-skennis).

Wat is zelfstigma?
“Bijna de helft van mensen met een psychische aandoening lijdt onder zelfstigma. Je vindt zelf dat je geen knip voor de neus waard bent vanwege je aandoening. Of je vindt vooroordelen van anderen over jou terecht.

Als je je bewust bent van je eigen stigma’s kun je hieraan werken om dat te verbeteren en er minder last van te hebben. Het kan je zelfbeeld in gunstige zin bevorderen.
Zelfstigma is meestal een proces van jaren. Klachten ontstaan vaak in de prille jeugd in familiekring. Je voelt je bijvoorbeeld thuis of op school afgewezen, wordt niet betrokken bij gesprekken. Dit leidt regelmatig tot angst voor sociale situaties. Ook nog jaren later. Als je psychische aandoening stelselmatig is onderkend, maakt je dat gevoeliger voor zelfstigma”

Bron: Samen sterk zonder stigma

Afgezien van zelfstigma, heb ik ervaren dat er binnen de opleiding ook daadwerkelijk weinig ruimte was voor de eigen ervaring van studenten. Dat terwijl je regelmatig hoort dat een groot aantal studenten SPH gaan studeren omdat zij zelf of in hun omgeving te maken hebben gehad met psychische ziekten. Gelukkig lijkt hier verandering in te komen!

Lyka, hulpverlener en slechts nog een beetje ziek
broken-objectsHet is mijn persoonlijke leerdoel tijdens de resterende tijd van mijn studie om mijn twee identiteiten: hulpverlener en cliënt, niet los van elkaar te zien, maar dat zij samenkomen als geheel. De leerlijn om ervaringskennis te ontwikkelen die mijn opleiding sinds kort aanbiedt, helpt mij daarbij! Als ik afstudeer, ben ik dankzij deze leerlijn niet alleen SPH’er, maar ook ervaringsdeskundige. Het hielp ook ontzettend dat mijn docenten van de vierdejaars minor vorig jaar aan zelfonthulling hebben gedaan: het bleek dat ook zij hulpverlener zijn met eigen ervaring in de GGZ. Het kan en mag dus! Ook ontkracht het mijn angst: deze mensen hebben nog steeds in enige mate last van psychische problematiek, maar zijn toch competent als hulpverlener én docent.
Zo helpt ook het op Twitter volgen van hulpverleners als Menno Oosterhoff, Remke van Staveren en Clara Koek-Michels voor mij om deze angst te ontkrachten. Deze mensen zijn voor mij ook een inspiratie en voorbeeld omdat zij in de (social) media openlijk uitkomen voor hun diagnose, maar daarnaast ook tweeten als enige andere deskundige psychiater. Daarmee dragen zij bij aan het doorbreken van het taboe en het stigma.

Ik moet zeggen, mijn herstel duurt dan wel lang, maar het komt steeds dichterbij: ik heb ontzettend veel stappen gezet sinds mijn eerste behandeling en kan nu al zeggen dat ik van ver ben gekomen. Ook in het ontwikkelen van mijn beroepsidentiteit zit schot: ik weet in ieder geval dat ik mijn eigen ervaring niet meer bij mij wil dragen als geheim, terwijl ik het ook kan inzetten om toekomstige cliënten te helpen. Op mijn (tweede derdejaars) stage ben ik daar al mee begonnen: ik loop op het moment stage in de GGZ jeugdpreventie (van angst en depressie) en werk o.a. met kinderen van ouders met psychische problematiek (KOPP-kinderen genoemd). Tegen mijn collega’s ben ik beetje bij beetje steeds opener over mijn eigen ervaring. Gelukkig zien ook zij het als meerwaarde en stimuleren zij mij juist om mijn ervaring in te zetten tijdens de preventiecursussen. Het bewijs is een super lieve kerstkaart dat ik kreeg met de tekst: “We zijn zo blij dat je bij ons stage bent komen lopen. Door je persoonlijke, verdrietige, verhaal, kun jij onze kinderen juist veel kracht bieden!” Dan heb je toch een top stageplek getroffen?!?!

Zelf merk ik dat ik door mijn ervaring een sterk analytisch vermogen heb; observeren en signaleren zijn sterke kanten van mij. Door de scherp afgestelde antennes die ik vroeger nodig had om de sfeer in huis aan te voelen en me zo nodig terug te trekken, voel ik nu (op stage) sneller aan wie in een groep zich niet goed voelen of zich anders gedragen. Ook trekken de stille- en teruggetrokken kinderen sneller naar mij toe dan naar sommige andere collega’s, omdat zij het waarschijnlijk als prettig ervaren dat ik zelf ook introvert ben en stil/rustig overkom. Zo is het voorgekomen dat kinderen die bijna nooit wat zeggen, wel met mij ineens een gesprek aangaan. Ook zie ik de stille kindjes minder snel over het hoofd dan collega’s; ik was immers zelf ook een stil- en teruggetrokken kind, dus ik herken bijvoorbeeld dat zij zich onzichtbaar kunnen maken in een groep.
Best wel toffe voordelen van zelf een moeilijke thuissituatie te hebben gehad, toch?
Toch zal ik realistisch moeten blijven kijken naar mijn gezondheid en functioneren; ik heb niet voor niets vertraging opgelopen tijdens mijn studie. Het volgen van een opleiding is door het ziek zijn erg zwaar. De mogelijkheid dat ik door mijn gezondheid (nog) niet in staat ben te werken na mijn studie, moet ik helaas in mijn achterhoofd houden…

depressiegala-foto

Morgen is het Depressiegala. Een evenement waar ik vorig jaar aanwezig was terwijl ik mijn diagnose (zware, chronische depressie) met mij meesleepte. Dit jaar ben ik aanwezig zonder zware depressie, dus de enige vorm van slepen dat je morgen zal kunnen zien, zal de sleep zijn van mijn galajurk. Mocht je mij morgen spotten (met mijn vriendlief), kom gerust gedag zeggen! Je kunt mij herkennen aan de glimlach op het gezicht.

depressiegala

The comeback-tour

Na lang niets te hebben geschreven vond ik het wel weer eens tijd worden. Zoals ik heb medegedeeld op Twitter, schrijf ik tijdelijk een stuk minder vanwege het lopen van een fulltime stage in de psychiatrie. Jep, (oud-)cliënt goes hulpverlener. Hier volgt een update-achtig schrijfsel over wat ik tegenwoordig zoal doe. Past ook wel in de trend van het afgelopen jaar evalueren zo tegen oud-en-nieuw aan… Ben ik toch nog hip. Of was het juist cliché? Hoe dan ook, daar gaat ie…

Wat ik tegenwoordig zoal doe?
In ieder geval niet in bed liggen. Tenminste, niet de hele tijd. Afgezien van het hebben van de griep de afgelopen weken, heb ik de laatste helft van 2016 maar weinig tijd in bed doorgebracht. Dat was in het begin van het jaar wel anders. Ik had een zware depressie (niet om te overdrijven, maar zo heet dat klinisch) en lag de hele dag in bed. Lichamelijke inspanning kostte enorm veel moeite en ik voelde me zo diep ongelukkig, dat eten of drinken uit de keuken pakken het eigenlijk ook allemaal niet waard was. Ik ging aan de Venlafaxine (een antidepressivum) in de hoop dat het me er weer bovenop zou helpen, of daarbij in ieder geval een steuntje in de rug kon geven. Helaas namen de suïcidale gedachten alleen maar toe en leek ik me – hoewel ik niet dacht dat het nog mogelijk was – fysiek en mentaal nóg slechter te gaan voelen. In deze periode, rondom mijn verjaardag, schreef ik dan ook over mijn suïcidale gedachten in ‘Lang zal ze leven?‘.

you-got-out-of-bed-when-u-spend-48-hours-2490626Toen ik stopte met de antidepressiva ging het langzaam aan steeds iets beter. De afbouwperiode was erg zwaar en ik ging me nóg slechter voelen, maar toen de lichamelijke klachten afnamen leek het alsof ik mentaal ook weer wat opknapte. Ik kreeg steeds meer energie en kon er dus ook steeds meer op uit. Daar voelde ik dan ook steeds meer voor. Mensen in mijn omgeving lieten weten dat ik er beter uit zag. Tijdens het antidepressiva gebruik vonden zij mij er grauw uitzien en vonden zij mij erg vlak (‘als een zombie’). Ondanks deze zware depressie is het me wel gelukt mijn vierdejaars minor van de opleiding Sociaal Pedagogische Hulpverlening (SPH) af te ronden. Daar ben ik dan ook erg trots op! Mijn scriptie en overige vakken heb ik jammer genoeg nog niet kunnen afronden  doordat ik in die periode de energie niet meer had om naar school te gaan…

Tegen de tijd dat ik me beter ging voelen brak de zomervakantie aan. Mijn energie was terug, maar mijn dagbesteding was dus op vakantie. Ter verduidelijking: vanaf mijn 19e ben ik arbeidsongeschikt verklaard en ontvang ik een Wajong uitkering. Werken naast het studeren is voor mij te zwaar, maar werken in de zomervakantie ging ook niet omdat ik uit ervaring weet dat ik dan zoveel op mijn Wajong gekort zou worden, dat ik niet meer rond zou kunnen komen. Toen ik 19 was, wilde ik nog naar de kleinkunstacademie en actrice/zangeres worden. Ik schreef me in bij een castingbureau en heb me eigenlijk nooit uitgeschreven. Zo kwam het dat ik deze zomer een keer reageerde op de oproepen die ik wel eens per mail binnenkreeg en toen zomaar in een film of reclame terecht kwam als figurant. Een leuk bijbaantje én dagbesteding, waarmee ik niet in de problemen kwam met mijn financiën. Ik had trouwens liever vrijwilligerswerk gedaan, maar dit bleek erg lastig te vinden voor alleen een zomermaand en niet te intensief. Het was immers wel de bedoeling dat ik on-uitgeblust weer aan de studie zou gaan.

Stagiaire Lyka
De zomer lang had ik de tijd om na te denken over ‘hoe nu verder’…
Ik besloot dat ik mijn derdejaarsstage (waarvan de vorige één van de oorzaken is geweest van de depressie), wilde gaan inhalen. Hiervoor moest ik het hele derde jaar opnieuw doen volgens de regels van school. Ik wilde immers echt niet mijn stage verlengen bij mijn vorige stageplek; dat ging ook niet eens meer omdat ik er totaal doorheen zat, burn-out-achtige klachten kreeg en voor mijn gezondheid moest kiezen.
Toch vond ik dat ik me goed genoeg voelde om opnieuw de uitdaging aan te gaan en te gaan solliciteren voor een nieuwe derdejaarsstage plek in de psychiatrie. Ik ging een beetje rondneuzen op de vacaturebank van mijn opleiding en vond daar tot mijn verbazing een hele leuke omschrijving van een stage in de GGZ. Dit was in een periode dat de meeste stageplekken al vergeven waren… Ik stuurde whats-meant-to-bediezelfde week nog een sollicitatiebrief en werd kort daarna al op gesprek uitgenodigd. Na het gesprek belde ik mijn vriend om te vertellen hoe het was gegaan, om nadat ik had opgehangen erachter te komen dat ik een gemiste oproep en een voicemail had. Ik natuurlijk ‘als een gek’ terugbellen om te horen dat ik was aangenomen! Mijn enige en eerste keuze voor een stageplek. Ik geloof niet zo in die dingen, maar dit voelde toch wel een beetje meant to be.

Hoe het is om als (oud-)cliënt stage te lopen in de psychiatrie (bij nota bene een instelling waar ik zelf in behandeling was), verdient een geheel eigen blogpost, dus ik zal er nu niet veel op in gaan.
Korte samenvatting: ik loop stage bij een afdeling voor jeugdpreventie van een GGZ instelling. Mijn werkzaamheden zijn om cursussen te geven aan KOPP-kinderen (kinderen van ouders met psychische problemen) en stil- en teruggetrokken kinderen (ter preventie van het ontwikkelen van angst- en/of depressieve stoornissen). Ik behoed kinderen dus voor het ontwikkelen van ernstige psychische problemen, door hen o.a. tools te leren om met een spanningsvolle thuissituatie te kunnen omgaan en bijv. te werken aan een positief zelfbeeld. Wie mijn blog al langer volgt, weet dat ik zelf ook een KOPP-kind ben (zie ‘Slecht gehecht?‘). Ook was ik als kind stil en teruggetrokken zoals je hebt kunnen lezen. Ik zie dan ook vaak kinderen tijdens de cursussen waarin ik mezelf of mijn gedrag als kind ontzettend kan herkennen. Verder is mijn praktijkbegeleider naar de kinderen erg open over zijn eigen ervaring als KOPP-kind. Gezien ik een leerlijn volg waarbij ik mijn ervaringskennis leer inzetten, komt dat ook allemaal wel erg mooi en toevallig uit.

Overige Lyka
workNaast stagelopen, moet ik bekennen dat ik vrij weinig doe. Het is dan ook wel erg intensief: ik maak dagen van half 9 tot 6 en ben dan tussen half 7 en 7 uur ’s avonds pas thuis. Dit 4 dagen in de week, met op de 5e dag van half 9 tot 5 les op de opleiding. De weekenden zijn dus voor… huiswerk, toetsen voorbereiden en werken aan mijn stageportfolio.
Een rijk sociaal leven zit er momenteel dus niet zo in, maar afgezien van het energie- en tijdsgebrek zit dat er bij mij met mijn sociale fobie sowieso niet zo in. Toch doe ik mijn best om zo nu en dan toch nog ’s avonds of in het weekend met vriendinnen af te spreken of erop uit te gaan met mijn vriend. Die verdient ook nog aandacht namelijk. Het bandje staat even helemaal stil; geen tijd en energie voor. Zelfs winkelen kom ik niet meer aan toe. Meer ‘hobby’s/bezigheden’ heb ik dan ook niet…
Oh ja, dit jaar ook nog slecht nieuws gehad: mijn vader blijkt longemfyseem te hebben. Na verder onderzoek is gebleken dat het gelukkig nog niet in een vergevorderd stadium is, maar desondanks wel zorgelijk en het roept redelijk wat herinnering op aan het ziekbed van mijn moeder, al probeer ik het op het moment te zien als een zorg voor later en het te blijven relativeren.

dont-worryMet alles wat speelt, is het dus belangrijk om goed voor mezelf te blijven zorgen. Ik merk namelijk dat ik redelijk wat stress ervaar door stage en de schoolopdrachten, ondanks dat ik ook veel plezier haal uit mijn stage. Het voelt als een zware druk dat er zoveel verwacht wordt qua prestatie aan verslagen e.d., maar ook dat ik beoordeeld word op mijn functioneren als hulpverlener in opleiding in de praktijk. Dit zorgt voor redelijk wat piekeren en een erg aanwezige dictator. Nu ga ik na de kerstvakantie een cursus geven aan jongeren om piekeren tegen te gaan, dus wellicht steek ik er zelf ook nog wat van op. Gelukkig heb ik van stage deze week een weekje vrij gekregen. Even bijkomen en proberen de zorgen los te laten. Dit blijkt toch best lastig.

Tot zover mijn jaar-overzicht-schrijfselding. Aan goede voornemens doe ik niet, dus ik wens bij dezen iedereen een gezond en vooral gelukkig 2017. Ik proost opdat het stigma minder (minder! minder!) mag worden en de openheid groter. Proost.

happy-new-year

De EMDR-sessies (deel 2)

Een paar weken terug zijn we in therapie gestart met Eye Movement Desensitization and Reprocessing (EMDR) om ervoor te zorgen dat ik geen last meer heb van beelden, herbelevingen en heftige schrikreacties. Het zien of horen van ambulances, ziekenhuis- of begrafenis scènes op televisie en lijkwagens, triggeren deze reacties bij mij omdat ik last heb van een posttraumatische stress stoornis (PTSS). In dit vorige artikel kun je lezen hoe de eerste sessie is gegaan. Het artikel dat je nu leest zal gaan over de tweede sessie.
(Update: inmiddels is er ook een deel 3)

Er zit een flinke tijd tussen het schrijven over de eerste en tweede sessie, terwijl er in werkelijkheid maar een tijdspanne van een week tussen deze sessies zat. Toch wil ik nog schrijven over deze sessie. Hier volgt een update:
(Nog even waarschuwing vooraf: ik beschrijf in dit artikel gedetailleerd een beeld met betrekking tot het overlijden van mijn moeder, gezien dat van mij werd gevraagd tijdens de EMDR sessie. Ik raad aan niet verder te lezen als je zelf ook gevoelig bent voor dit soort beelden.)

Terugkijken
Op de vraag hoe het in de tussentijd is gegaan, antwoordde ik dat ik al wat heftiger leek te reageren op o.a. ambulances. De ‘vier elementen-oefening’ had ik thuis nog één of twee keer gedaan, maar het vaker oefenen hiervan schoot er een beetje bij in. Een verklaring hiervoor had ik niet. Vergeetachtigheid? Uitstellen? Vermijding? Zou allemaal kunnen.
moving forward by looking backWe spraken af dat we voorafgaand aan de EMDR eerst de vier elementen-oefening zouden doen. Verder gaf ze aan dat ze tijdens de EMDR wat anders zou reageren dan ik van haar gewend ben van de reguliere therapie-sessies. Ze vertelde dat ze wat kortaf zou reageren en ook niet veel zou ingaan op wat ik zei, omdat ze mij bij het EMDR-proces niet te veel mag afleiden. Het was fijn dat ze dit aangaf, aangezien ik mezelf (en mijn dictator) er wel voor aan zie om zoiets persoonlijk aan te trekken. Nu was het zaak om de beelden/herinneringen te inventariseren waar ik last van heb en te beoordelen welk beeld we vandaag zouden behandelen. Ik koos voor de herinnering die ik nog regelmatig herbeleef, aangezien die mij nog het heftigste leek en daardoor de meeste noodzaak had om vanaf te komen.

Ik nam plaats op de stoel, terwijl mijn therapeute de iPad klaar voor opname maakte. Deze sessie zou namelijk wel worden opgenomen ten behoeve van supervisie. Toen zij naast mij plaatsnam, gingen van start met het doen van de vier elementen-oefening. Even raakte ik afgeleid door de iPad, maar al heel snel vergat ik het hele ding en het feit dat ik werd opgenomen. Vervolgens gaf ze uitleg over hoe de EMDR in zijn werk zou gaan. De bedoeling was dat ik zou denken aan een beeld terwijl ik haar vingers met mijn ogen zou blijven volgen. Dan zou ze mij vragen wat er bij mij opkomt. Ook zou ze regelmatig vragen hoe sterk het beeld nog is op een schaal van 1 tot 10. Dit zouden we blijven herhalen. Belangrijk om te weten was dat er geen goed of fout bestaat bij wat er bij mij opkomt.

Vingervlug
e2335ccb61b256407c63af32cd9a696cAls eerst moest ik de situatie tot in detail vertellen. Het beeld begint bij het moment dat ik uit de auto van mijn neef stap en het ziekenhuis in ren, door de hal, langs de receptie, naar de lift. Aangekomen op de derde etage begin ik weer te rennen, sla op de rode knop zodat de elektrische deuren openen en ren over de afdeling richting haar kamer. Als de kamer in zicht komt, zie ik de deur op een kier staan. Ik gooi de deur open en zie haar direct liggen in bed in een onnatuurlijk houding. Haar ogen dicht en haar handen op haar buik. Zonder erbij na te denken stort ik me bovenop haar in een omhelzing en begin op haar borstkas ontzettend te huilen. Het deed me niets dat er in de kamer nog andere mensen waren.
“Wat is het heftigste beeld in deze situatie?”, vroeg mijn therapeute.
Ik antwoordde dat het beeld van mijn moeder, levenloos in bed, het meeste met me doet om voor me te zien.
“Wat doet het beeld precies met je?”
“Ik vind het eng mijn moeder zo te zien en ik voel me schuldig dat ik er niet was toen ze overleed.”
“Hoe naar is het beeld om naar te kijken op een schaal van 1 tot 10?”
“Een 9.”,
antwoordde ik.
“Concentreer je op het beeld en de bijbehorende angst en het schuldgevoel, terwijl je mijn vingers volgt.”
Al snel begonnen de tranen over mijn wangen te stromen en ik merkte dat ik sneller ging ademen. Een paar minuten geleden vertelde ik nog redelijk neutraal over de situatie. ‘Helaas’ begon ik nu wel te voelen.
“Wat komt er in je op?”
“Ik voel me angstig. Ik streel over mijn moeders arm en houd haar hand vast. Ze zei de dag ervoor dat ze dat fijn vond. Haar hand begint steeds kouder aan te voelen.”
“Houd dat beeld vast.”
Een nieuwe set van de handbeweging volgde.
“Wat komt er nu in je op?”
“Ik word omhelsd door mijn tante die nu ook de kamer is binnengekomen, maar vind het niet fijn.”
“Richt je op dat beeld.”
Weer de handbeweging.
“En nu?”
“Een arts vraagt of mijn vader met hem mee wil komen. Mijn vader vraagt mijn oom mee en ik zeg dat ik ook mee wil.”
“Hoort dit bij het beeld of is dit een ander beeld?”
“Een ander beeld.”
“Oké, ga nog even terug naar het beeld van je moeder in het ziekenhuis bed. Ben je terug bij dat beeld?”
Ik knikte.
“Hoe naar is het beeld om naar te kijken op een schaal van 1 tot 10?”
“6”
“Oké, gaan we weer.”
Ik volgde weer haar vingers.

Na een aantal keer bovenstaande te hebben herhaald, vroeg mijn therapeute weer:
“Wat komt er nu in je op?”
Na even nadenken antwoordde ik: “Niets.”
“Hoe naar is het beeld op een schaal van 1 tot 10?”
“1”, antwoordde ik verbaasd.
“Gezien de tijd lijkt dit me een goed moment om zo meteen voor vandaag af te ronden. Neem het beeld nogmaals voor je en houd de gedachte ‘Ik kan het aan’ hierbij vast.”
Het duurde even, maar uiteindelijk voelde de gedachte ‘Ik kan het aan’ bijna reëel. Gelukkig hoefde deze gedachte op een schaal van 1 tot 10 nog geen 10 te zijn voordat we konden stoppen.

Evalueren en sessie #3
1_chairNa deze pittige tweede sessie namen we weer plaats in de ‘reguliere therapie’-stoelen bij het raam. We praatten nog even na over hoe ik het vond en hoe ik me nu voelde. Ik gaf aan dat ik het intensief vond en erg moe was. Ze vroeg naar mijn plannen voor de rest van de dag en ik merkte dat het vertellen hiervan fijne afleiding was. Ik had mijn vriend namelijk gevraagd thuis te blijven en samen met mij afleiding te zoeken. Best een grote stap voor iemand die zelden hulp vraagt.
Toen ik een week later de kamer inliep voor sessie nummer 3, stonden de stoelen en de iPad al klaar. Op de vraag hoe ik erbij zat, antwoordde ik zo gauw als ik kon dat het niet zo goed ging en dat ik twijfelde of ik wel door moest gaan met de EMDR. Ik had die week namelijk veel last gehad van heftige reacties op ambulances en kon nauwelijks tv kijken doordat ik vaak getriggerd werd door bepaalde beelden. Vooral het zien van dode mensen was een grote trigger en zorgde voor een herbeleving en/of huilbui. Ook had ik veel last van angst dat mijn vriend iets zou overkomen. Ik kreeg dan ook steeds vaker dromen waarin familieleden overlijden. Door dit alles en het ontbreken van een dagbesteding (en dus afleiding), vond ik het steeds lastiger alleen thuis te zijn. Deze dagbesteding ontbreekt doordat ik tijdelijk niet heb kunnen studeren vanwege een depressieve periode, de start van de zomervakantie en doordat ik niet kan werken i.v.m. mijn Wajong uitkering. Het vinden van passend vrijwilligerswerk is tot nu toe nog niet gelukt. Afspreken met vrienden was ook lastig omdat zij vaak niet konden vanwege werk en/of andere plannen.
Uiteindelijk begonnen suïcidale gedachten toe te nemen, omdat alle gevoelens steeds minder draaglijk werden. De conclusie was: de EMDR is op deze manier lastig vol te houden door gebrek aan afleiding/dagbesteding en steun van mijn omgeving.

“Weet je nog hoe je het de vorig keer hebt volgehouden?”, vroeg mijn therapeute. Ik dacht diep na. Tegelijkertijd zeiden we: “Nee, toen had ik nog minder steun vanuit mijn omgeving” en “…want volgens mij had je toen nog minder steun vanuit je omgeving dan nu.”
“Inderdaad, geen idee hoe ik dat toen heb volgehouden”
, zei ik.
Mijn therapeute stelde voor om wel EMDR te doen, maar ik weet niet meer precies wat het voorstel was. In ieder geval zouden we niet het beeld van vorige week nemen. Misschien was het weer de veilige plek of het focussen op de gedachte ‘Ik kan het aan’.
Ik stemde hiermee in, maar net toen we zouden opstaan sprongen de tranen in mijn ogen. Zelfs dat durfde ik niet. Het voelde alsof ik mezelf nog net staande kon houden en als we weer EMDR zouden, was ik bang dat ik zou instorten.
We spraken af dat we de EMDR voor vandaag in ieder geval zouden laten zitten. Ik voelde me direct opgelucht. Wel zei ze nog: “Ik heb er trouwens nog over nagedacht en wilde je wat voorleggen. Voor de eventuele volgende keer lijkt het me handig de situatie te behandelen waar de ambulance-trigger door is ontstaan. Wat vind jij daarvan?”
“Dat is inderdaad misschien beter. Dat beeld is volgens mij ook wat minder heftig dan het beeld dat we hiervoor hebben gedaan”, antwoordde ik.

“Waar moet het nu over gaan?”, vroeg ze.
Ik herinnerde me dat ik de vorige sessie al eindigde met “1” met hoe heftig ik het beeld ervoer op een schaal van 1 tot 10. Toch klopte dat niet, omdat ik eenmaal thuis juist erg veel last had van datzelfde beeld. Bij elk lijk dat ik op tv zag, schoot ik bijna weer in een herbeleving. Ik vertelde haar dat ik volgens mij dissocieerde en daardoor even niets meer voelde. Dat ik dus bij die window of tolerance (zie deel 1 voor uitleg) over de ondergrens was geschoten. “Dat zou heel goed kunnen”, zei ze.
(Doordat ik even niet voelde heb ik overigens ook het heftige beeld in deze blog kunnen beschrijven.)
“Aan de ene kant was het fijn, om even niets meer te voelen tijdens de EMDR; een soort pauze. Aan de andere kant heb ik nu zoiets: zo schiet het voor geen meter op. Ik moet juist voelen wil de therapie werken.”, vertelde ik.
Ze glimlachte. “Zo werkt het helaas niet. Als je even niets meer voelt, dan voel je even niets meer. Dat hoort bij het stuk: het maakt niet uit wat er in je opkomt. Er is geen goed of fout. Maar je bent zeker niet de enige die zich daar druk om maakt. Ik heb wel eens gehad dat ik bezig ben met de handbeweging en dat iemand zich naar mij toe buigt en vraagt: ‘Doe ik het zo goed?’.”
Ik zag het voor me en schoot in de lach. Beetje bij beetje voelde ik me wat meer ontspannen.
carry on
Sessie #3 en sessie #4 hebben tot op heden dus nog niet plaatsgevonden. Een week later stond er geen iPad meer op tafel en stonden er geen stoelen klaar. We spraken af dat we ons eerst zouden richten op het vergroten van mijn ‘steunnetwerk’, voordat we de EMDR zouden voortzetten. Bovendien zou mijn therapeute bijna met vakantie gaan. Zelf zou ik dan ook vakantie hebben, dus daar wilde ik van kunnen genieten. Daarbij ga ik in september starten met een voltijd stage van 10 maanden en 4 dagen in de week bij een GGZ instelling. Dan kan ik het me niet veroorloven om nog midden in een EMDR proces te zitten.
Maar ach, de PTSS loopt niet weg. Deed het dat maar, dat zou me wel van pas komen. 🙂

Wordt dus vervolgd…

Echt, HEMA?

“Voor alle soorten moeders, ook moeders die er niet meer zijn: nu 100 kleuren nagellak.” Zo luidt de boodschap uit de laatste moederdag-commercial van de winkelketen HEMA. Ik schoot er in de eerste instantie van in de lach; menen ze dit echt?! Welk briljant persoon heeft deze reclame bedacht? Maar moederdag vieren met een moeder die er niet meer is, op wat voor leeftijd en om wat voor reden dan ook, blijkt een dooie boel en eigenlijk ook niet zo grappig.

Moederdagcadeau tips
Het idee van de HEMA commercial is best mooi; hoewel iedere moeder anders is, ze zijn allemaal op hun eigen manier mooi en verdienen daarom op moederdag een cadeau (van de HEMA). Daarbij lijken ze –  heel tactvol – ook te willen stilstaan bij moeders die overleden zijn. Toch slaan ze vervolgens met de tip: 100 kleuren nagellak, helaas gigantisch de plank mis. De versie op YouTube heeft HEMA inmiddels aangepast. Die op TV ook, hoorde ik zo net van een Twitteraar. Heel netjes van ze, al heeft HEMA niet gereageerd toen ik hen hierover (ook netjes) een vraag stelde op Twitter. Volgens LINDAnieuws was ik niet de enige die hierover struikelde. Desondanks vergeef ik je voor je fout HEMA, écht. De bedoeling was goed.

Toch struikel ik ook over alle andere moederdag reclames. Niet omdat die ook niet kloppen, maar omdat je er mee wordt doodgegooid. Ze confronteren mij overal waar ik ben met het feit dat ik moederdag niet meer met mijn moeder kan vieren. Het lijkt me overal te achtervolgen deze maand: in zowat alle winkels die ik bezoek of passeer, op de radio, op TV en ook terwijl ik bij de halte op de bus sta te wachten. Het lijkt wel steeds meer om commercie te draaien dan het daadwerkelijk in het zonnetje zetten van moeders.
Een winkelmedewerkster hoorde mij van de week met een vriendin over de HEMA reclame praten en zei: “Oh, die reclame vind ik zó mooi gedaan!”. Ik legde haar voor dat ik nagellak in 100 kleuren een beetje een gekke cadeautip vind voor de zogenoemde ‘moeders die er niet meer zijn’. Ze zei dat ze zich dit niet had gerealiseerd en vertelde vervolgens dat zij het in haar winkel lastig vindt om mensen te benaderen voor hun eigen moederdag-actie: “Ik weet dat niet iedereen nog een moeder heeft en ik dus niet zomaar op hen kan afstappen, maar ik moet tóch verkopen.”

PTSS triggers
It's mayNaast dat moederdag moeilijk is vanwege het missen van een moeder om deze voor haar bestemde dag mee te vieren, vindt het ook nog eens plaats vlak voor de sterfdag van mijn moeder. Bijna 10 jaar geleden kocht ik een moedercadeau voor mijn moeder. Ze overleed echter zonder het te hebben ontvangen of gezien te hebben.
Zo zijn moederdag en de sterfdag van mijn moeder door deze associatie nóg meer onlosmakelijk met elkaar verbonden geraakt. Ondanks dat ik erg van de lente houd, is de maand mei dus niet bepaald mijn favoriete maand van het jaar… Rond deze periode ben ik namelijk lichtgeraakt, snel emotioneel, krijg ik sneller een flashback dan gewoonlijk en raak ik sneller in een herbeleving. Dit komt omdat ik na het overlijden van mijn moeder last kreeg van een post traumatische stress stoornis (PTSS). Kenmerken van deze psychische aandoening zijn onder andere het ervaren van flashbacks en herbelevingen van de traumatische gebeurtenis. Later zal ik in een ander artikel (zie: ‘Op het netvlies gebrand‘) nog wat uitgebreider ingaan op wat PTSS precies inhoudt en hoe dat bij mijzelf tot uiting komt.

Moederdag survival tips
Om toch op een fijne manier moederdag door te komen, heb ik een aantal tips op een rijtje gezet die ik zelf door de jaren heen heb gehoord of zelf heb bedacht/uitgeprobeerd. Voor ‘sterfdagen’ (bij gebrek aan een beter woord), zou je deze tips ook kunnen gebruiken.

  • Herdenk je moeder (met of zonder iemand) door middel van het bezoeken van het graf of een andere symbolische plek en/of brandt een kaarsje voor haar.
  • Koop alsnog een bos bloemen of iets anders waar zij van hield en plaats het evt. naast een foto van haar in huis.
  • Haal herinneringen op met je gezin of andere mensen die jouw moeder hebben gekend.
  • Schrijf een brief aan je moeder en vertel daarin wat je aan haar kwijt zou willen. Het kan zijn dat je wilt zeggen hoeveel je haar mist, maar ook onuitgesproken boosheid kan op deze manier wellicht een plek krijgen. Je hoeft het niet persé aan een vlieger vast te maken, mag wel. (Sorry, flauw…)
  • Koop een moederdagcadeau voor iemand anders en vier moederdag met bijvoorbeeld je oma, stief-/schoonmoeder of een andere zorgzame vrouw in je leven.
  • Zoek afleiding en ga iets doen wat je leuk vindt om niet te veel stil te hoeven staan bij moederdag. Vraag eventueel een vriend of vriendin mee.

Ik rouw van jou
Een psychotherapeute deelde tijdens therapie eens dat zij haar moeder zelf ook op jonge leeftijd had verloren. Dit vond ik zó steunend! Daarnaast gaf zij aan dat ‘familiedagen’ als moederdag en kerst altijd wel moeilijk zullen blijven, maar ook belangrijke life-events zoals een eventuele bruiloft of het moment dat je zelf moeder wordt zullen pittig blijven. Toch denk ik dat ik na de geboorte van mijn eerste kind moederdag in ieder geval eindelijk weer wat leuker zou gaan vinden.

Bij dezen wil ik in ieder geval iedereen – in wat voor gezinssamenstelling dan ook of het om wat voor reden dan ook moeilijk heeft – veel sterkte en desondanks een fijne dag toewensen. Dit geldt voor aanstaande moederdag, maar ook elke andere (ook niet-commerciële) dag waarop het gemis van een dierbare extra voelbaar is.

Tot slot nog een tip van een mijns inziens wijze en inspirerende vrouw:JK tweet

De dictator in mijn hoofd

Na talloze beginsels van nieuwe schrijfsels te hebben weggestopt in het conceptmapje, besluit ik nu een nieuwe poging te doen. Schrijven over hetgeen dat er op het moment (naast de depressie) voor zorgt dat het schrijven (en het dagelijks leven) niet wil lukken: de dictator in mijn hoofd. Hier volgt een verslag van mijn dag om een beeld van hem te kunnen schetsen.

De ochtend
Toen ik vanmorgen wakker werd, was het nog rustig. Het was even spannend toen ik vannacht naar de WC ging, want zodra de dictator ontwaakt begint hij gelijk hele verhalen. Heel irritant en moeilijk te behappen zo op de vroege ochtend zonder mijn eerste kop koffie. Dit keer lukte het gelukkig zonder hem wakker te maken, waardoor ik weer snel in slaap viel en redelijk wat slaap wist te pakken. Niet zoveel als ik zou willen helaas, want het in slaap vallen ging gisterenavond moeizaam. De dictator was op dreef en was niet zo aardig tegen me. Opmerkelijk, voor een dictator.
“Het wil niet zo vlotten met je scriptie, hè? Je hebt je plan van aanpak nog niet eens ingeleverd en de deadline is al geweest. O ja, dat doet me er aan denken dat je dat tentamen van je minor ook nog moet herkansen. Misschien is de deadline voor die herkansing zelfs ook al geweest. Wanneer heb je trouwens voor het laatst een les bijgewoond? Misschien mag je nu de lessen wel niet eens meer bijwonen omdat je te vaak afwezig bent geweest. Heb je daar al over nagedacht?”
Inmiddels dus wel. Dank je wel dictator. Trouwens, als je het niet heel erg vind: ik probeer namelijk te slapen.

“Ja zeg. Het is voor je eigen bestwil hè! Jij wil toch hulpverlener worden? Hoe gaat dat je ooit lukken als het je niet eens lukt om een college bij te wonen?! Door zo’n hulpverlener zou ik als cliënt niet geholpen willen worden hoor. Heb ik straks een afspraak, ligt mijn hulpverlener depressief in bed. Nou, klaar ben je als cliënt. Je klasgenoten en docenten nemen je nu vast ook niet meer serieus nu ze je zo meemaken. Die denken vast ‘nou, ze vertelde wel dat ze het een en ander heeft meegemaakt en die ervaring zou in principe goed ingezet kunnen worden in de beroepspraktijk, maar nu ik weet dat ze nu nog steeds ziek is vind ik het onverantwoord haar nog op te leiden tot hulpverlener. Hoe wil ze anderen gaan helpen als ze haar bed niet uit kan komen?’.”
‘Hou op.’, zei ik hardop. ‘Huh?’, mompelde mijn vriend slaperig. ‘Niks’, mompelde ik terug. Stilte. Eindelijk.
“Je moet wel zorgen dat je nu toch wel eens in slaap gaat vallen, want je hebt morgen een lange dag voor de boeg. Eerst therapie, dan school… Hoe laat heb je eigenlijk therapie?”
Weet ik niet, was ik vergeten op te schrijven kwam ik vanavond achter dus heb mijn therapeute gemaild.
“Jezus, val je dat mens nu al weer lastig met een mail? Hoeveel mails heb je nu wel niet gestuurd de laatste maand?!”
Ja goed, meer dan normaal, maar dat was deze maand toevallig wat meer nodig. Bovendien stuur ik netjes een mail en geen SMS, want straks heeft ze geen werktelefoon en stoor ik haar ’s avonds laat met haar werk.
“Nou poeh, poeh, netjes hoor. Als je gewoon je afspraak goed in je agenda had geschreven, had je haar helemaal niet hoeven storen.”
Goed. Als jij het zegt.
“Oké, als dat jouw houding is. Arme vrouw. Arme vorige therapeuten trouwens die met jou als cliënt zaten opgescheept. Die zijn vast nog steeds opgelucht dat ze van je af zijn… als ze inmiddels zelf niet in therapie zitten.”
‘Stop.’, zei ik hardop. Ik wil slapen, zei ik niet hardop. Mijn vriend legt ondertussen half slapend, maar toch liefdevol zijn hand op mijn bovenarm.
“Je houdt nu zelfs je vriend wakker die straks om 6:00 uur de deur uit moet om de hele dag hard te werken en mensen te verplegen in de psychiatrie. En wat voer jij nou uit in een week? Noem überhaupt maar eens iemand die jij hebt verzorgt of geholpen de afgelopen maand? Ik wed dat je helemaal niets op kunt noemen.”
‘Hou je kut kop!’, mompel ik nijdig en schrik van mijn eigen gevloek. Voorheen vloekte ik heel zelden, maar het lijkt de laatste tijd met een vaart toe te nemen.
‘Het gaat echt niet hè?’, vraagt mijn vriend, die nu inderdaad wakker is. Fuck.
‘Nee.’
‘Dan ga je toch nog even gamen?’
‘Daar raakte ik vanmiddag alleen maar gefrustreerd van.’
‘Doe je toch dat andere spel?’
‘Ga ik doen inderdaad. Je bent lief, ga maar weer slapen.’

Terwijl ik de playstation aanzet, hoor ik de dictator afdruipen. Hij heeft een hekel aan gamen en vindt het maar kinderachtig en zinloos tijdverdrijf. Tijd waarin ik iets nuttigs had kunnen doen. Ik ben het ergens met hem eens, maar sinds mijn vriend zichzelf met kerst een playstation 4 cadeau deed, is het tot nu toe de enige manier die ik heb kunnen vinden om de dictator stil te krijgen.
“Je had er ook voor kunnen kiezen om eens een studieboek te lezen of aan je scriptie te werken.”
Ja, dank je wel voor je input dictator. Ik ben Far Cry 4 al aan het opstarten. Wil je weten wat voor missie ik ga doen? En weg is hij.

Na een kop koffie is het tijd om richting therapie te vertrekken. Mijn therapeute had inmiddels gesmst dat de afspraak om 11:00 uur zou zijn. Toen bleek dat ik 30 minuten ruimer had ingeschat dan het in realiteit zijn en daardoor te laat bij therapie aankwam, merkte ik dat de dictator inmiddels ook was opgestart. Bij aanvang vroeg de therapeute of ik iets wilde drinken. Ik sloeg het aanbod af. Vervolgens merkte ik bij het praten aan de pijn en mijn hese stem, dat ik toch wel meer last had van keelpijn dan ik dacht (een gevolg  van de dagelijkse, soms ook “vocale”, huilbuien).
‘Sorry, ik heb best wel veel last van mijn keel.’
‘Wil je dan toch niet wat water drinken?’
‘Ja, sorry.’
“Zeg dan gelijk dat je wat wil drinken stomme trut. Nu moet ze het weer helemaal gaan halen.”

Desondanks was het in dit geval niet heel erg dat de dictator weer in vorm begon te raken, want tijdens de therapie hebben we het er toch onder andere over gehad hoe ik de dictator minder de ruimte kan geven. Het tegenspreken begon aardig te lukken, maar de afgelopen twee weken leek de dictator wel gas te hebben bijgezet.

De middag
Onderweg naar huis belde mijn vriend op tijdens zijn lunchpauze om te vragen hoe therapie is gegaan. Ik zag namelijk erg tegen de afspraak op en was bang een huilbui te krijgen, aangezien ik al ander halve week elke dag 1 huilbui of meer heb gehad. Nu is huilen bij therapie wel vervelend, maar niet zo heel erg (de dictator vindt van wel), ware het niet dat ik op een gegeven moment ook weer moet kunnen stoppen omdat de volgende cliënt zit te wachten en ik vervolgens met een betraande plofkop over straat moet in het drukke centrum.
Uiteindelijk dus geen huilbui gehad, dat scheelt. Slechts een paar tranen gelaten en redelijk uit mijn woorden kunnen komen op een kleine black-out na.
“Jankerd.”
Bemoei je er niet mee! Zie je? Ik blijf het tegenspreken in ieder geval proberen.
“Wat wil je ervoor? Een medaille?”
Juist. Negeren dan maar.

‘Ik ga maar niet naar school vandaag. Merk dat ik nu alweer erg moe ben en zo in slaap kan vallen. Bovendien ben ik bang dat ik op school een huilbui ga krijgen, dus ik duik zo mijn bed maar weer in’, vertel ik mijn vriend.
‘Snap ik. Doe je goed.’, zegt hij begripvol.
“Lui varken”, oordeelt de dictator.

Terwijl ik inmiddels uitgeteld op bed lag, leek de dictator energie voor tien te hebben. Ik voorzag dat als ik zou gaan proberen te slapen dat óf de dictator me wederom wakker zou houden, óf dat behalve ik, ook de dictator na het middagdutje meer energie zou hebben en mij vannacht wéér wakker zou houden.
Dan maar mezelf wakker en de dictator gedeisd houden; weer gaan gamen.

De avond
Zelfs de dictator lijkt nu toch ook moe te zijn. Niet gek, aangezien hij zelf ook niet heel veel slaap heeft gekregen. Toen ik na het gamen om 00:30 uur weer een poging deed om te gaan slapen, was hij alweer van de partij. Op de momenten dat ik probeer te slapen is hij trouwens ook echt op zijn best. Wellicht is hij nu dan ook zijn energie aan het opsparen om zo direct weer los te gaan.

Tijdens het schrijven is hij natuurlijk ook van de partij geweest. Het heeft niet voor niets 3 uur geduurd voordat het eindelijk af was. Die dictator. Wat zou ik graag van hem af willen. Toch weet ik dat hij ergens ook een waardevolle functie heeft. Jezelf kunnen bekritiseren is op zich een gezonde en wenselijke kwaliteit. Zodra die kritische stem alles behalve mild is, een eigen leven gaat leiden en al een leven lang voor tirannie zorgt, ‘wordt het wel eens tijd dat er een coup gepleegd wordt’, zoals mijn therapeute laatst treffend verwoorde.

Baas in eigen hoofd. De dictator mag dus blijven, al wordt hij dan wel flink gedegradeerd. Moet hij maar lief doen (,zoals Kim Jong-il op het plaatje).

Extra uitleg
Voor wie geen idee heeft waar bovenstaande tekst over gaat, maar bewonderenswaardig genoeg toch bij dit kopje is beland (of gewoon naar beneden heeft gescrold):

Sinds een paar maanden krijg ik individuele schematherapie bij een vrijgevestigde psychotherapeut. Schematherapie is lastig in het kort uit te leggen, dus dat houd je nog te goed. ‘De dictator’ is de naam die ik heb gegeven aan één van de modi, namelijk: ‘de bestraffende ouder’. Het komt erop neer dat ik de ‘bestraffende stem’ van mijn ouders uit mijn jeugd heb geïnternaliseerd en daardoor last heb gekregen van  het schema ‘meedogenloze normen/overmatig kritisch’.
De dictator ben ik dus in feite zelf. Ik hoor dan ook niet echt een stem. Het zijn in feite mijn eigen gedachten en oordelen die mezelf de grond in boren. Op dit punt ben ik me er bewust van dat ik dit doe en wil er graag vanaf, maar het voelt alsof ik er weinig controle over heb en deze gedachten een eigen leven leiden.

Wanneer de dictator wat minder het roer in handen heeft (en de depressie wat is afgenomen), zal ik overigens wat uitgebreider ingaan op het fenomeen schematherapie.

Follow my blog with Bloglovin

“Vrolijk” kerstfeest

Als kind waren de kerstdagen mijn favoriete feestdagen. Samen met mijn moeder het huis versieren en een kerstontbijt maken, kaarsjes aan, buiten overal prachtige verlichting, cadeaus kopen voor elkaar… Nu zijn het voor mij de moeilijkste feestdagen. Onder andere omdat mijn moeder – die kerst net zo leuk vond als ik – er niet meer is. Dit jaar gaat mijn vader op vakantie en heeft mijn vriend nachtdienst met de kerst. Tsja. Wordt het een eenzame kerst?

Kindertijd
Kerst was voor mij als kind inderdaad een feest. Natuurlijk vanwege het uitwisselen van cadeaus, maar ook omdat ik de versiering en lichtjes zo sprookjesachtig en knus vond. Een nadeel was wel dat er rond kerst ook wel irritaties waren tussen mijn ouders. Mijn vader had namelijk niet zo heel veel met de kerst en zat liever thuis dan zich in een pak te hijsen en op bezoek bij familie te moeten gaan. Al helemaal als mijn moeder niet op tijd klaar was met zich klaarmaken.
Wat mijn moeder en ik minder gemeen met elkaar hadden was het Rooms Katholieke geloof. Zij ging op kerstavond en/of kerstochtend graag naar de kerk voor een kerstviering. Ik vond het samen liedjes zingen in de kerk nog wel leuk, maar werd als kind angstig en verdrietig door de gruwelijke schilderijen en beelden van een bloedende Christus waardoor ik toch liever niet ging.
Desondanks heb ik fijne herinneringen aan de kerstdagen van vroeger met het gezin en met de rest van de familie.

Pubertijd
Als tiener vond ik het nog steeds leuk om het huis te versieren. Nu meer naar eigen smaak. Nog steeds kon ik genieten van de kerstlichtjes, maar kreeg wel meer last van de irritaties en grimmige sfeer in het gezin. Ik had immers al last van depressiviteit.
Kerst werd pas echt moeilijk toen mijn moeder ziek werd. Ze ontdekte dat ze een agressieve vorm van huidkanker had dat erg moeilijk te behandelen zou zijn. Sindsdien voelde kerst vieren al gek. We wisten niet hoeveel kerstdagen we nog zouden vieren als ‘incompleet compleet gezin’ (mijn broer was al overleden).
Op de dag van kerstavond 2006 (ik was toen 16 jaar), gisteren bijna 10 jaar geleden besef ik me nu, kregen we te horen dat mijn moeder niet langer dan een jaar te leven zou hebben. De kanker was uitgezaaid in vitale organen… De volgende dag vierden we dus bewust haar laatste kerst en onze laatste kerst samen. Bizar. En het gaf een bepaalde druk; alsof alles leuk en gezellig moest zijn, want een andere kans om kerst te vieren met mijn moeder zouden we niet meer krijgen. Helaas dreef de ziekte van mijn moeder ons nog meer uit elkaar. Mijn moeder leed in haar eentje, terwijl ze mij en mijn vader beschuldigde dat wij te weinig voor haar deden en er te weinig voor haar waren. Tegelijkertijd leed mijn vader in zijn eentje onder de druk van voor zijn vrouw zorgen en voltijd wisseldiensten draaien op zijn werk, terwijl ik in mijn eentje leed onder de druk van mijn moeder helpen, de havo doen en last hebben van een depressie. Wel haalde mijn moeder veel kracht en steun uit haar geloof.

Later
Toen mijn moeder een half jaar later net overleden was, probeerden mijn vader en ik onze band te verbeteren en er de volgende kerst toch samen wat van te maken. Ik weet nog dat we in een restaurant zaten met z’n tweeën op 1e kerstdag en dat mijn vader erg stil was. “Gaat het wel, pap?”
Toen hij opzij keek zag ik tranen in zijn ogen. “Wat is er?”, zei ik geschrokken. “Niets.” Even later in de auto, nog steeds wat van slag vertelde mijn vader het moeilijk te vinden al die gezinnen in het restaurant te zien. “Wij zijn geen gezin meer.”
“We vormen nu met z’n tweeën een gezin toch?”, vroeg ik voorzichtig. “Ja, dat klopt inderdaad. Maar we waren met meer”, zei hij verdrietig. Zo kende ik mijn vader niet. Hij sprak nooit z’n gevoel uit, laat staan dat hij het liet zien. Hij moest het echt moeilijk hebben. Ook hij kon niet meer genieten van kerst.
De jaren daarna bleef het moeilijk. We bleven op zoek gaan naar een  manier om kerst te kunnen vieren zonder al te verdrietig en somber te zijn. Ook mijn vader was inmiddels gediagnosticeerd met een depressie.
We gingen nog wel eens op bezoek naar overige familie, maar merkten dat de druk van ‘gezellig moeten doen’ ook niet hielp. We konden daar moeilijk depressief gaan zitten zijn, toch?

Naarmate de tijd verstreek werd kerst langzaam aan steeds wat draaglijker als ik voor mezelf spreek. Al bleef het wel belangrijk wat te plannen met de feestdagen. Zo heb ik ooit een hele pakjesavond huilend doorgebracht in mijn studentenkamer, in een stad waar ik niemand in de buurt kende. Ik voelde me eenzaam realiseerde ik me toen. Het hielp ook niet dat ik faalangst heb op sociaal gebied en daardoor sociaal contact vermijd, terwijl ik het tegelijkertijd eigenlijk graag zou willen. Ik ben wat ingewikkeld op die manier…
Hoe dan ook, de feestdagen zijn ook altijd wel onderwerp van gesprek geweest in therapie. Ik was niet de enige volgens mijn therapeut. “Er worden niet voor niets zoveel films gemaakt over de feestdagen”, zei ze dan.
“Ze staan bekend om dagen van stress en ruzie met familieleden. Ook heerst er dan een soort druk dat het allemaal maar ‘gezellig’ moet zijn. Voor mensen die dierbaren verloren hebben zijn het al helemaal geen feestdagen. Het is op zich normaal dat men dan wat somberder is omdat er dierbaren worden gemist, maar dit kan ook te maken hebben met een depressie. Probeer in ieder geval toch wat te plannen.”
Soms werd ik met de kerstdagen uitgenodigd om bij vriendinnen en hun familie kerst te vieren. Ontzettend lief vond ik dat, maar heb dit nooit gedaan omdat ik van tevoren al verdrietig werd van het idee om kerst te vieren met een gezin dat niet de mijne is, waar ik eigenlijk niet bij hoor.

Vorig jaar was mijn minst eenzame kerst sinds tijden. Ik vierde voor het eerst kerst met mijn vriend waarmee ik toen al bijna een jaar een relatie had, zijn zusjes en zijn (stief-)ouders. Dit was erg nieuw en spannend voor me, aangezien ik voor mijn 23e nog nooit een relatie had gehad. We hadden cadeaus voor elkaar gekocht die we uitwisselden en hadden uiteindelijk een lekker kerstdiner en een gezellige avond!
Ondanks dat eten tijdens de feestdagen voor mij trouwens ook een issue is vanwege de eetstoornis, kon ik er van genieten (en later die week al niet te veel compenseren). Ook ontroerde het me. Ik werd aan tafel emotioneel omdat ik zo voelde wat ik gemist had al die jaren. Ook zag ik hoe een hecht gezin eruit zag en met elkaar om ging en zei mijn schoonmoeder nota bene letterlijk dat zij mij al als één van de kinderen beschouwt. Gelukkig merkte niemand de tranen in mijn ogen, behalve mijn vriend die mij een knipoog en een liefdevol kneepje in mijn arm gaf. Ik kon me weer vermannen en vooral proberen te genieten.

Vandaag
Vandaag is het eerste kerstdag 2015. Terwijl ik dit typ al 11 minuten lang.
Hoe ik dit jaar mijn kerst vier? Deels alleen. Typend. Aan toetsingsverslag en onderzoek van mijn minor. Blogs. DVD’s kijken. Netflix. Twitter. Facebook. Hoezo sociale media maakt eenzaam?

Mijn vriend moet als leerling psychiatrisch verpleegkundige in een psychiatrisch ziekenhuis vanaf vannacht 5 nachtdiensten draaien. Dat betekent dat ik hem in de ochtend kort zie als hij thuis komt en ik wakker word, en rond etenstijd wanneer hij weer wakker wordt. We leven tijdens zijn nachtdiensten letterlijk en figuurlijk langs elkaar heen.
Daarom heb ik in ieder geval geregeld dat we de kerst kunnen doorbrengen in mijn vaders huis die met de kerstdagen op vakantie is (doet hij goed!). Dan hoef ik in ieder geval niet in de kleine studentenkamer stilletjes in het donker te zitten met kerst, maar kan ik in de woonkamer vrij bewegen terwijl hij een verdieping hoger in mijn oude slaapkamer rustig kan slapen. Ook hebben we samen eten in huis gehaald voor een mini kerstdiner, voordat hij weer naar zijn werk vertrekt.
Als alles goed loopt, redden we het ook nog om de Doctor Who Christmas Special samen te kijken. (Dokter Wie? Een bekende Britse sci-fi serie. Ja sorry, ik ben een nerd. En hij gelukkig ook.)

Het is niet ideaal, maar het moet te doen zijn deze dagen. Ik probeer er in ieder geval nog wat van te maken en niet al te veel na te denken. Bovendien kan het natuurlijk altijd erger (ik denk o.a. aan arme vluchtelingen) en heb het zelf immers ook erger dan nu gehad rond de kerst. Ik mag zeker niet klagen, maar kerst met een depressie en het gemis van dierbaren blijft lastig. Ik ben gisteren overigens begonnen met antidepressiva en hoop daardoor binnenkort de depressieve gevoelens wat beter te kunnen handelen dan nu…

Hoe vieren jullie de feestdagen? En waar lopen jullie tegenaan met de feestdagen? Of juist niet?