Over LykaUitTherapie

Ik ben een 30-jarige re-integrerende sociaal pedagogisch hulpverlener/ggz-agoog, hobby singer-songwriter, vriendin van een psychiatrisch verpleegkundige en schrijf over psychische kwetsbaarheden en mijn eigen proces van 'uit therapie' gaan.

De december dingen

Het is al best lang geleden dat ik wat heb geschreven voor mijn blog, dus werd het weer eens tijd. Het is December. Dé maand waarin heel Nederland terugblikt op het afgelopen jaar. Niet alleen het journaal of de caberatiers, maar ook veel individuen schrijven via social media over hoe hun persoonlijke jaar was. In sommige gevallen zelfs hoe het afgelopen decennium verlopen is, want we naderen een heel getal, namelijk: 2020.
Zelf word ik een beetje verdrietig als ik denk aan terugblikken. Ik heb immers niet de dingen bereikt die ik had willen bereiken. Sterker nog; ik zit sinds de zomer van 2018 al ziek thuis. Ook word ik komend jaar 30. Yikes…

Maar, inmiddels zie ik gelukkig ook de dingen die ik wel bereikt heb. Nu daar nog vooral op zien te focussen.

Hello 2020

Hoe ik het had bedacht

Toen ik in de zomer van 2018 mijn diploma uitreiking had, had ik al flink last van burn-out klachten. Gelukkig lukte het om mijn uitreiking bij te wonen en voor het eerst in mijn leven zo’n ceremonie mee te maken waarin mijn diploma werd overhandigd. Ik bedacht dat als ik die zomer genoeg rust zou nemen, ik in het najaar dan wel een intensieve EMDR-behandeling zou kunnen volgen die al tijden op de planning stond wegens het nog hebben van cPTSS klachten. Daarna zou ik in de zomer van 2019 al wel aan het werk zijn in de ggz als SPH’er/ggz-agoog. Ik zou in mijn rol als voltallig werknemer in plaats van stagiaire meer vertrouwen krijgen in mijn kunnen en het gevoel hebben dat mijn harde werken tijdens mijn studie nu beloond werd, door groeien in mijn carrière en ergens een waardevolle bijdrage aan te kunnen leveren.

Buiten mijn werk om, zou ik mij ook veel beter voelen; ik zou grotendeels hersteld zijn van mijn psychische klachten en meer energie hebben om te kunnen genieten van het leven. Ik zou therapie dus niet meer nodig hebben en al uit therapie zijn gegaan.
Misschien zou ik bijvoorbeeld ook een mooie verre reis hebben gemaakt met mijn vriend en/of een tof muziekfestival hebben bezocht en wellicht zou ik inmiddels al steeds meer toe zijn aan het starten van een gezin.

Maar ja, nogmaals, dit liep dus anders. Spoiler: ik zat vooral thuis en ondernam weinig. Verwacht dus vooral geen spannend verhaal. 😅
Het jaar 2019 is voor mij vooral een jaar geweest van verwachtingen bijstellen.

Hoe het anders liep

Ik volgde inderdaad een intensieve EMDR-behandeling, maar het idee was om dit bij een instelling te volgen gespecialiseerd in cPTSS klachten, die tegelijk aandacht zouden hebben voor mijn lichamelijke stressklachten tijdens de behandeling. Helaas bleek er echter geen instelling te bestaan die cPTSS klachten behandelen die zijn ontstaan door emotionele verwaarlozing; ik werd afgewezen en viel ook bij andere instellingen steeds buiten de boot. Vrijwel alle cPTSS behandelingen blijken gericht op mensen die oorlog, (seksueel) geweld of een ernstig ongeluk hebben meegemaakt. Ook lijkt er geen eenduidige definitie te zijn voor complexe PTSS, omdat alleen ‘reguliere’ PTSS in de DSM V (het handboek dat in de psychiatrie gebruikt wordt om te diagnosticeren) staat beschreven. Voor mij is complexe PTSS dat mijn trauma’s verweven zijn met mijn persoonlijkheid door o.a. emotionele verwaarlozing in mijn jeugd. Dit zijn bijvoorbeeld bepaalde opvattingen over mezelf als: ‘ik ben een slecht mens’, waardoor ik nog steeds in het dagelijks aanloop tegen bijvoorbeeld veel onzekerheid en zelfkritiek wegens een laag zelfbeeld. Dit heeft niet alleen invloed op mijn persoonlijk functioneren, maar ook beroepsmatig functioneren; ik heb bijvoorbeeld telkens het idee dat ik faal, ook wanneer dit niet zo is. Bij het verder brainstormen, kwamen mijn vrijgevestigde therapeut en ik tot de conclusie dat een nog resterende optie zou zijn om reguliere EMDR te volgen, maar dan een intensieve, op maat gemaakte variant, met schematherapie elementen. (Lees verder hoe dat ging in dit blog) Het duurde dus even voordat dit allemaal georganiseerd en opgestart was, waardoor ik in december/januari pas echt kon starten met de behandeling.
Het EMDR-traject heeft wel veel geholpen; ik word inmiddels veel minder getriggerd door bijvoorbeeld ambulances en sirenes en heb nog nauwelijks nachtmerries en herbelevingen!
Helaas had ik nog wel steeds last van andere klachten…

Het jaar 2018, maar ook grotendeels 2019, stonden voor mij – naast het bijstellen van mijn verwachtingen – vooral in het teken van uitzoeken waarom ik mij dagelijks zo beroerd bleef voelen. Toen ik afstudeerde en last had van de paniekaanvallen, dacht ik dat ik oververmoeid was en de zomervakantie hard nodig had om bij te komen. Ik nam die zomer dan ook genoeg rust; ik moest wel, want ik kon nauwelijks wat ondernemen door vage lichamelijke klachten. Helaas bleven de klachten echter ook na de zomer, waardoor solliciteren voor een baan er echt nog niet in zat…

De klachten varieerden van paniekaanvallen (ineens zonder concrete aanleiding erg duizelig en misselijk voelen, in zweet uitbreken), tot een lamme linkerarm en pijn op de borst. Dit bleek gelukkig een borstbeenontsteking naast de paniekaanval symptomen, maar je kunt je misschien voorstellen hoe angstaanjagend het is als je dat nog niet weet. Het zijn bij toeval soortgelijke symptomen als bij een hartinfarct. Een borstbeenontsteking kan o.a. ontstaan door een verkeerde houding of door veel hyperventileren, volgens mijn huisarts.
Ook had ik last van mijn gebit, maar de tandarts kon niets vinden. Dit bleek te komen door spanning in mijn kaken; ik lijk overdag mijn kaken op elkaar te klemmen wanneer ik gespannen ben. Die pijn straalt dan door naar mijn tanden. Ook kreeg ik pijn bij mijn hals, in mijn oor, in mijn hoofd (wat bleek te komen door slechte samenwerking tussen mijn ogen), in mijn buik… Ik heb in ieder geval veel tijd doorgebracht bij de huisarts. Soms verliet ik de praktijk met een diagnose of verwijzing, maar vaker met alleen tranen, een gevoel van machteloosheid en schaamte en het idee dat het allemaal tussen mijn oren zat.

De huisarts legde uit dat de niet te verklaren klachten waarschijnlijk voortkomen vanuit stress en spanning en dat ik de term ‘SOLK’ maar eens moest opzoeken. SOLK staat voor Somatisch Onvoldoende verklaarde Lichamelijke Klachten. Hiermee wordt bedoeld dat er lichamelijk klachten zijn die al langer bestaan en waarbij met een medisch onderzoek geen ziekteoorzaak gevonden is(Centrum voor SOLK, 2015). Toen ik de term had opgezocht kwam ik erachter dat het iets is wat dus vaker voorkomt bij mensen. Wat erg hielp, want ik kreeg het gevoel dat ik de klachten inbeeldde, terwijl dat dus niet het geval is bij SOLK; de klachten zijn echt, alleen de oorzaak is onduidelijk/onbekend.

- Bij 30-50% van mensen bij huisarts is sprake van SOLK. - Bij 40-60% van mensen bij specialist is sprake van SOLK. - Half miljoen Nederlanders heeft ernstige SOLK. - 2,2 x hogere medische consumptie dan gemiddelde patiënt. (Multidisciplinaire richtlijn SOLK en Somatoforme Stoornissen, Trimbos, 2010) - Grote lijdensdruk. - Forse belemmeringen sociale relaties en werkverzuim. - Frequent terugkerende patiënten op spreekuur huisarts, dikke patiëntendossiers, veelvuldig bezoek alternatieve genezers (ook daar onvoldoende resultaat)!! CENTRUM VOOR SOLK.
Bron: Centrum voor SOLK, via Google.

Vervolgens begon de zoektocht, want met lichamelijke klachten waar je geen grip op krijgt, bleek alleen psychotherapie niet genoeg. Ik volgde dus eerst een intensief EMDR traject op maat in de hoop dat het naast de (c)PTSS klachten, het ook de lichamelijke stressklachten zou verminderen. Helaas gebeurde dit niet. Vervolgens heb ik ook mensendieck en psychosomatische fysiotherapie geprobeerd, wat enigszins hielp om de paniekaanvallen beter te kunnen hanteren en aan te voelen komen, maar de meer ongrijpbare klachten zoals hevige hoofdpijn, maagklachten, pijn op de borst en andere pijnklachten bleven.
Ondertussen bleef ik de huisarts bezoeken, want tja, een nieuwe klacht kon net zo goed wél iets lichamelijks zijn. Hier was mijn huisarts het overigens mee eens gelukkig en soms bleek dat dus ook het geval, zoals bij de verwijzing naar een oogarts voor de hoofdpijn.
Juist wanneer de klachten geen oorzaak leken te hebben werd ik nóg angstiger. Het hielp ook niet dat ik via social media en andere kanalen enge verhalen bleef horen over mensen die plotseling ernstige ziektes bleken te hebben. Ik ging mezelf steeds meer een hypochonder voelen naarmate de angst toenam en ging mij hierdoor ook nog ontzettend schamen voor deze angsten.

Strip

Dokter: "Ik heb goed nieuws: u heeft helemaal niets!"
Patiënte: "Dat niets zo'n pijn kan doen..."

Gelukkig bleef mijn huisarts (en ook de andere huisartsen binnen de praktijk) geduldig en begripvol. En gelukkig namen ze elke keer mijn klachten serieus en werd ik bij elke nieuwe klacht onderzocht. Zo had ik een keer iets hards gevoeld in mijn borst. Gezien er heel veel kanker in verschillende vormen voor is gekomen binnen allebei de kanten van mijn familie, waarvan 4 familieleden – waaronder mijn moeder – zijn overleden, raakte ik nu helemaal angstig. Ook bleek mijn moeders zus ooit borstkanker te hebben gehad, dus ik werd direct verwezen voor een mammografie. Uiteindelijk werd dit vanwege mijn relatief jonge leeftijd een echo (gelukkig maar want dit was niet pijnvrij geweest met een borstbeenontsteking), maar gelukkig was er niets te zien op de echo en was de zwelling misschien wel onderdeel van de ontsteking bij mijn borstbeen.
Ik realiseerde me dat mijn angst heel erg voortkomt vanuit de ervaring van mijn moeders ziekte van dichtbij te hebben meegemaakt en vooral het stuk waar ik haar zag lijden door pijn tot ze overleed. In deze zin leken de angsten toch voor te komen vanuit deze traumatische tijd.

It's not the future you are afraid of. It's the fear of the past repeating itself that haunts you.

Angstig leven

Het ging er steeds meer op lijken dat mijn angst de lichamelijke klachten in stand houden. Vooral angst voor pijn lijden of na een lang ziekbed komen te overlijden, maar ook angst voor andere dingen die in het leven kunnen gebeuren. Dit terwijl ik eerder in mijn leven echt niet zoveel angsten had als nu. Ik ben echt een angsthaas geworden het laatste jaar en erger me dan ook heel vaak aan mezelf.

Uiteindelijk besefte ik me, dat ik deze angsten altijd wel heb gehad, maar mijn depressies deze angsten heel goed konden dempen. Gezien ik vanaf kinds af aan vaker depressief ben geweest en daardoor eigenlijk altijd weinig zin en vertrouwen had in wat het leven te bieden heeft, had ik daarmee ook een coping. Als het van jou toch allemaal niet hoeft, maakt het niet uit wat er gebeurt. Die nonchalance door mijn suïcidale gedachten, zorgden ervoor dat ik niet angstig hoefde te zijn, want stel dat ik morgen onder een auto zou komen, dan was ik toch gelijk van al mijn problemen af. Prima. Ik kom er dus nu pas achter dat ik als kind nooit heb geleerd om op een gezonde manier met angsten om te gaan. Zelfs niet de existentiële angsten die iedereen wel herkent en bij het leven horen.

Dankzij jarenlange therapie en het fijne leven dat ik samen met mijn vriend heb opgebouwd, raakte ik heel langzaam van mijn depressies af en kreeg ik steeds meer zin in het leven. Tegelijk werd ik dus onbewust ook ineens heel angstig, want wat wil ik eigenlijk van het leven? Vroeger dacht ik dat ik nooit de 30 zou halen. Mijn broer heeft immers nooit de 20 gehaald. Het was op de een of andere manier een soort gegeven voor mij dat ik maar kort zou leven door de depressies. En nu word ik over 4 maanden al 30 jaar oud…
Naast dat ik het gevoel heb niet precies te weten wat ik verder wil in het leven (ik hoefde immers eerst nooit verder te kijken dan 30), is het ook maar heel onzeker wat ik kan halen uit het leven, want er kan van alles gebeuren waardoor het allemaal niet lukt. Ik heb bijvoorbeeld een sterke kinderwens en mijn beste vriendin is net voor het eerst moeder geworden. Door dit van dichtbij mee te maken bij haar en hoe zwaar de eerste maanden zijn met een pas geboren baby, zal ik misschien ook mijn verwachting moeten bijstellen dat ik dit zelf ooit ga kunnen. Vooral als ik nog zoveel last heb van allerlei klachten; ik was vroeger zelf een KOPP-kind (kind van een ouder met psychische problemen) en heb gewerkt met KOPP-kinderen. Moet ik wel het risico nemen dat mijn eigen kind misschien ook KOPP-problematiek ontwikkelt? Kan mijn partner dit wel aan?

Als ik dit zo typ klinkt het ook wel ontzettend suf en vol doemscenario’s, want er kan altijd wat gebeuren in het leven, daar doe je niets aan, maar het is wel echt wat onbewust in mijn hoofd gebeurt, waardoor ik de laatste tijd last heb van allerlei verschillende angsten. Ik woon bijvoorbeeld in een flat en wanneer ik vanuit mijn appartement boven mij mensen hoor rennen (op de galerij), denk ik gelijk: ‘O nee, er is brand, ik moet ook gaan rennen’. Terwijl de kans groter is dat het kinderen zijn die al spelend en rennend richting de lift rennen. Alleen daar denk ik dan weer niet gelijk aan. Tegen de tijd dat ik dat heb bedacht, voel ik de adrenaline al door mijn lijf gieren en zijn al mijn spieren weer gespannen. Hoe vaker dit gebeurt, hoe meer vage pijnklachten ik weer krijg. Het is dus onderhand een vicieuze cirkel geworden.

Het lastige was dat er de laatste weken ook wat heftige dingen in mijn omgeving gebeurden. Goede vrienden van mijn schoonfamilie kwamen plotseling om in een heftig auto-ongeluk, een ander familielid in mijn schoonfamilie blijkt kanker te hebben (al is het nog onduidelijk wat voor vorm en waar precies) en mijn schoonmoeder werd vorige week onwel en moest per ambulance naar het ziekenhuis gebracht worden.
Gelukkig is het familielid stabiel en voelt diegene zich goed ondanks de diagnose. Verder bleek het met mijn schoonmoeder achteraf allemaal mee te vallen. Toch voelde het even alsof mijn angsten werkelijkheid werden; dat mensen waar ik veel om geef plotseling (ernstig) ziek worden. Ik ben bang dat het verleden zich steeds zal blijven herhalen en ik steeds dierbaren in mijn omgeving blijf verliezen. Dit is natuurlijk niet zo, maar in alle emotie kostte het mij veel moeite om die angst als irreëel te blijven zien.
Daarnaast heb ik ook een paar weken terug een uitvaart moeten bijwonen, gezien de opa van mijn vriend (op een mooie leeftijd) overleed. Sinds het overlijden van mijn moeder zijn bepaalde plekken zoals ziekenhuizen en uitvaartcentra een bron van PTSS triggers, waardoor ik helaas weer een aantal dagen last heb gehad van beelden en enkele herbelevingen ondanks het recente EMDR-traject. Ik heb me dan ook gerealiseerd dat ik voor dit soort situaties altijd wel kwetsbaar zal blijven en hier in de toekomst maar rekening mee moet houden, naast de normale emoties die de gebeurtenissen oproepen.
Toch ben ik blij dat het ondanks de beelden e.d. het toch is gelukt om de uitvaart bij te wonen en mijn schoonfamilie tot steun te zijn.
Het blijft helaas nog even een moeilijke tijd omdat er nog zoveel onzekerheid heerst rondom het schoonfamilielid dat nog ziek is, maar ook hier moet ik net als de rest van de familie toch proberen om van het positieve uit te gaan. De diagnose kanker heeft namelijk gelukkig niet in alle gevallen een slechte afloop.


Wat te doen aan SOLK

Op een gegeven moment had mijn vrijgevestigde psychotherapeut het idee dat haar ‘behandelrepertoire’ op was en mij niet meer kon helpen bij mijn overgebleven klachten. Iets wat best logisch is, want zij is immers niet gespecialiseerd in lichamelijke klachten en ik had van haar in de tussentijd al veel psychotherapie, schematherapie en EMDR mogen krijgen die mij in andere opzichten veel verder in mijn herstel hebben gebracht.
Toch riep dit bij mij heel wat gevoelens op vanuit mijn angst, namelijk dat ik was ‘uitbehandeld’; een hopeloos geval waar het nooit meer mee goedkomt. Dit werd versterkt door het feit dat mijn therapeute steeds meer begon over therapie afbouwen. De timing van het vaker hebben over therapie afbouwen terwijl ik mij al zo ellendig voelde, versterkte de angst dat zij het opgaf en er niets meer te doen is aan mijn overgebleven klachten. Ik zou vanaf nu een waardeloos leven moeten lijden met elke dag pijntjes en ongemakken, waardoor ik vrijwel niets kan ondernemen en dat zou ik dus niet volhouden. Omdat ik al bijna 1,5 jaar last heb van deze klachten (wat al eindeloos voelt), zat ik er erg doorheen en kon ik niet meer rationeel naar de situatie kijken. Ik kreeg toch weer last van depressieve gedachten; elke dag thuis zitten en mij fysiek beroerd voelen, trok ik mentaal niet meer. Als ik zo nog jaren verder moet leven, wíl ik niet meer leven.
Tegelijk was ik bang dat mijn therapeute vond dat ik mij aanstel; dat ik prima zou moeten kunnen verder leven met deze klachten en dat ik onterecht nog onder de klachten lijd. Zoiets als; andere mensen hebben het pas moeilijk, jij hebt geen recht om het moeilijk te hebben. Iets wat vaker in mijn jeugd tegen mij gezegd is, waardoor ik soms nog (onbewust) in dit ‘minderwaardigheids-schema’ schiet.
Natuurlijk wil ik uiteindelijk afbouwen, maar wel pas als mijn leven met de psychische klachten dragelijk is. Ik had verwacht dat we het pas over afbouwen zouden gaan hebben als ik zelf het gevoel had zonder therapie te kunnen. Het was mijn einddoel en iets waar ik naar uitkeek om wanneer het goed genoeg met mij ging te kunnen zeggen; ‘ik denk dat ik nu wel zonder kan’. Iets wat ik in deze situatie natuurlijk niet bepaal voel gezien de lichamelijke klachten, waar ik tot nu toe maar niet vanaf kom, een psychische oorzaak lijken te hebben.

Met behulp van veel gesprekken met mijn omgeving en mijn therapeut, lukte het uiteindelijk weer mezelf te herpakken. Mijn therapeut stelde me gerust dat we echt niet abrupt zouden stoppen met therapie en dat we echt nog aan de slag gaan met overgebleven klachten waar zij mij nog wel bij kan helpen. Ze verzekerde me dat het therapie afbouwen geen vast proces is, als in; nog 10 sessies en dan stoppen we. Maar dat het een proces en fase is waarin ik zal gaan oefenen zonder therapie en daardoor langzaam meer vertrouwen ga krijgen in dat ik ook zonder kan. Iets wat ik inmiddels steeds vaker ervaar, ondanks de afgelopen periode met een hoop nare gebeurtenissen. Wel bleef ik mij naar voelen over het afbouwen, om de manier waarop het gestart is en dat ik er zelf totaal nog niet mee bezig was; ik zat volop in een ‘ik voel me ellendig en wil er wat aan doen’-modus. Therapie was het enige wat mij het gevoel gaf grip te hebben op de situatie. Uiteindelijk bleek het een grote denkfout van mij te zijn; ik dacht hoe intensiever de therapie, hoe sneller en beter ik van mijn klachten af raak.
Ik ging het wat meer begrijpen toen mijn therapeute de uitleg gaf dat ik voor psychotherapie begrippen, al vrij lang therapie krijg. Dit had ik nooit geweten; ik had het idee dat psychotherapie altijd een behandeling was van meerdere jaren, waardoor ik blijkbaar een verkeerd beeld had gevormd van hoe een psychotherapie-traject werkt en hoe het afbouw-proces zou gaan.
De hele situatie gaf mij het gevoel heel afhankelijk van therapie te zijn, terwijl ik dat in wezen niet meer zo ben als dat ik dat wel was als kind. Op mijn 14e kreeg ik voor het eerst therapie en had ik door een beperkt netwerk en instabiele thuissituatie therapie echt nodig, omdat ik alleen daar de steun en begeleiding kreeg die ik nodig had op mijn leeftijd (met depressieve klachten, persoonlijkheidsproblematiek en trauma’s). De laatste jaren zag ik therapie alleen nog als het middel om te bereiken dat ik uiteindelijk op eigen kracht verder kan, maar wel wanneer ik daar echt klaar voor was. Namelijk, met minder klachten, zodat het dagelijks leven dragelijker zou zijn. Nogmaals, dit was een jaar van verwachtingen bijstellen, want er bestaat een kans dat ik nooit helemaal van sommige van mijn klachten af raak. In dat geval zou therapie blijven krijgen natuurlijk ook zinloos zijn.


Hoe dan ook, uiteindelijk bespraken mijn therapeut en ik dat het ook goed zou zijn om inderdaad naar andere mogelijkheden te kijken wat betreft de lichamelijke klachten. Zij opperde een consult bij een van haar collega’s. Ik stemde in. Dit bleek iemand te zijn die veel werkt met SOLK-klachten (deels ook in een ziekenhuis) en verder lichaamsgerichte CGT geeft, in combinatie met yin yoga of running therapie. Uit dit consult is uiteindelijk gekomen dat ik een keer met haar mocht kennismaken, waarna al snel bleek dat zij mij zelf wel zou kunnen helpen.

Een paar gesprekken en wat vragenlijsten verder, ga ik 2 januari inderdaad starten met een lichaamsgerichte CGT/running therapie traject bij deze therapeute. Dit gaf mij frisse moed en hoop dat het toch goed kan komen, iets wat ik de laatste tijd erg nodig had.
Zij kon mij overigens uitleggen aan de hand van de ‘window of tolerance theorie’ dat wanneer mensen, zoals bij een burn out, langere tijd zich in de hyperarousal bevinden (zie dit blog met uitleg hierover), ze ook terecht kunnen komen in een zogeheten hyperfreeze. Dat betekent dat je lichaam zich zo lang in een staat van paraatheid bevindt, dat dit een soort van de nieuwe basis modus wordt. In de hyperarousal maakt je lichaam zich als het ware klaar om te vechten of te vluchten, in mijn geval dus ook wanneer er geen daadwerkelijk gevaar dreigt, maar door de angst voelt het wel zo. Omdat je lichaam zich hiervoor klaar maakt, activeert het bepaalde delen in je lichaam, maar deactiveert het ook bepaalde delen van je lichaam. Zo is het bekend dat je spijsvertering minder goed werkt in stressvolle situaties, want dat helpt je toch niet om te vechten of vluchten. Ook gaat je weerstand omlaag, omdat je lichaam energie spaart voor de directe dreiging, griepvirussen e.d. doen er dan even niet toe.
In de hyperfreeze sta je dus eigenlijk dagelijks in de overlevingsstand tussen de hyperarousal en de window in, in plaats van in de normaalstand (binnen de window dus).
Hierover kon ik niet echt artikelen vinden als bron, dus het kan zijn dat ik het verkeerd navertel, maar dit is hoe ik het dus zelf van deze therapeute heb begrepen en heb onthouden. Dus ik hoop dat het een beetje klopt. Het klinkt in ieder geval wel logisch en het verklaart goed waarom die vage klachten bij mij zo lang aanhouden.

De bedoeling van de therapie wordt om door te wandelen, joggen, hardlopen, maar ook te zitten (rust nemen), door middel van mijn hartslag te bepalen wanneer ik rust nodig heb. Tijdens die rust moet mijn lichaam zich weer leren herstellen naar de normaalstand. Dus door intervallen met activiteit en rust, moet mijn lichaam dit weer beter gaan leren herkennen en zich hier ook weer aan gaan aanpassen, zodat ik écht weer kan gaan ontspannen. Tegelijk bouw ik weer conditie op, want deze is erg achteruitgegaan gezien ik door de klachten niet meer goed durfde te bewegen. Wat ook begrijpelijk is, gezien de klachten bij bewegen erger werden en ik hier geen grip op had. De hartslag meter zou hierbij moeten helpen in het begin. Wanneer ik binnen de groene zone zit, gaat het prima en wanneer ik bij oranje rood kom, moet ik rust nemen. Op een gegeven moment leer ik hierin ook experimenteren is de bedoeling. Dus ik moet het weer gaan aandurven om grenzen te verleggen, maar niet over mijn grenzen te gaan. Dat wordt de uitdaging. Daarna moet ik ook de hartslag meter gaan afbouwen, dus zelf weer leren aanvoelen waar mijn echte grenzen liggen en wat mijn lichaam nodig heeft.

Hopelijk heb ik als ik weer een beetje kan vertrouwen op mijn lichaam en mij weer sterker en fitter ga voelen, ook al minder last van de overige angsten, maar zo niet, dan hoop ik dat ik ook daar binnenkort nog vanaf kom.

Mijn omgeving en werk

Just because you can't see it or understand it, doesn't mean it doens't excist.

Het duurde voor mij erg lang voor ik echt ging begrijpen wat mijn klachten precies zijn, hoe ze ontstaan en hoe ik er vanaf kan komen. Ondertussen moest ik telkens veel afspraken afzeggen. Ik begon aan vrijwilligerswerk omdat ik dacht dat het mij zou helpen weer een ‘werkconditie’ op te bouwen, dus dat het mij zou helpen met re-integreren als starter, maar helaas moest ik mij zó vaak op het laatste moment ziek melden door de klachten…
Normaal gesproken als je je niet zo lekker voelt, kijk je even aan hoe het gaat en ga je in de meeste gevallen met eventueel wat pijnstilling, toch naar je werk. Bij mij zorgden de klachten voor paniek en de paniek weer voor klachten, wat maakte dat ik zelfs met een paracetamolletje alsnog kotsmisselijk, duizelig en/of met veel pijn of maagklachten op bed lag of op de wc zat. Dit was lastig uit te leggen aan mijn vrijwilligerswerk, al ben ik altijd heel eerlijk geweest over mijn klachten. Dus afgelopen jaar heb ik tot twee keer aan toe helaas al moeten stoppen toen ik pas net was begonnen met vrijwilligerswerk. Ik snap ook dat het voor anderen lastig te begrijpen is, ik snapte het zelf immers amper. En vrijwilligerswerk is natuurlijk vrijwillig, maar niet vrijblijvend.

Naast vrijwilligerswerk, merkte ik ook dat sommige mensen in mijn directe omgeving moeite hadden met het begrijpen van mijn situatie. Wanneer ik vrijwilligerswerk gevonden had, hoorde ik opmerkingen als ‘o gelukkig ga je weer wat doen, dat thuiszitten is ook niets’. Nu was ik het daar volkomen mee eens, want van thuiszitten worden de meeste mensen écht niet vrolijk, ik dus ook niet. Alleen voelde ik toch ook een beetje een oordeel verstopt in dat zinnetje. Ik merkte dat sommige mensen zich maar moeilijk konden inleven in waarom ik thuiszat. Mijn klachten hadden immers geen diagnose, dus het zou allemaal wel meevallen. Het leek alsof ze vonden dat ik thuis zitten wel prettig vond en het wel makkelijk vond om niet te werken. Zelf had ik dit oordeel ook ergens; ik voelde me zwak en lui, terwijl ik nooit iemand ben geweest die de kantjes ervan loopt. Ik ben juist perfectionistisch, wil het graag goed doen en heb veel doorzettingsvermogen.
Plus, hard werken is in deze maatschappij zelfs een soort statussymbool, zelfs als het de gezondheid schaadt. Ook moet je maar gewoon doorgaan als je je niet goed voelt en al helemaal geen hulp accepteren, want het is pas knap als je het allemaal zelf doet. Ook gaan we vaak veel te laat naar de huisarts, want ‘ik piep niet zo snel’.
Dit zijn dingen die ik vaak zie en hoor in mijn omgeving en waar ik onbewust ook aan wil voldoen. Dat dit niet lukt en dat het zelfs niet lukt mee te komen met de dagelijkse dingen zoals (betaald) werk volhouden, maakt dat ik mij voel als een mislukkeling, terwijl ik ergens weet dat bovenstaande opvattingen ook niet goed zijn voor je mentale en fysieke gezondheid. Dat ik (buiten mezelf om) steeds meer begrijp waarom mensen met een beperking zich uitgesloten voelen binnen deze prestatiegerichte maatschappij.

Hoe dan ook, de huisarts moest mij steeds helpen herinneren dat mijn klachten wél echt waren en dat ze inderdaad heel vervelend kunnen zijn.
Elke keer wanneer het stuk liep met vrijwilligerswerk, werd ik bevestigd in mijn faalangst. Ik bleef immers falen; het wilde maar niet lukken om mij niet ziek te voelen.
De klachten hebben mij ook tot het inzicht gebracht, dat de burn-out, of hoe je het ook wilt nemen, altijd al sluimerde. Daar bedoel ik mee, dat zover ik me kan herinneren, ik al snel (lichte) lichamelijke klachten en stress kreeg bij spannende situaties, die voor de meeste mensen niet spannend zijn. Zoals als kind een brood moeten kopen bij de bakker, maar ook als volwassene tijdens een stage pauze houden en sociale interactie moeten aangaan met collega’s. Ik kon ook dan ineens misselijk of duizelig worden, oftewel een lichte versie van de paniekaanvallen die ik de laatste jaren heb ervaren. De onzekerheid en faalangst hebben mij altijd veel energie gekost en veel stress gebracht. Ik hoop dan ook dat wanneer ik ga werken, ik wat meer zelfvertrouwen ga krijgen zodat ik meer energie kan stoppen in het werk in plaats van mijn angst en onzekerheid verbergen.

Ik besefte mij overigens dat ik wellicht hulp nodig heb bij het re-integreren, naast een behandeling voor mijn lichamelijke klachten. Als starter re-integreren blijkt namelijk een hele klus; ik ben nog steeds ziek dus geen een werkgever staat te springen om mij aan te nemen, ik heb afgezien van stages nog geen werkervaring en ik heb zelf momenteel nog weinig idee van wat ik aan kan qua werk en wat dus realistisch is in mijn situatie. Ik heb mij daarom aangemeld bij een organisatie (los van het UWV) die mij willen gaan helpen bij het vinden van (betaald) werk en re-integreren. Er is helaas een wachtlijst, dus ik ben eind januari, begin februari pas aan de beurt, maar dat geeft me aan de andere kant ook tijd om eerst aan mijn klachten te werken met het running therapie/CGT traject.
Intussen probeer ik aan te sterken om weer vrijwilligerswerk te kunnen doen om hier vast langzaam mee te kunnen starten, maar wellicht wil ik nu te veel, te snel. Iets waar ik telkens tegenaanloop. Wederom; verwachtingen bijstellen.

Don’t look back, look now

The only time you should look back, is to see how far you've come.

Voordat ik terechtkwam bij de lichaamsgerichte therapeut, heb ik het kort met mijn huidige therapeut nog gehad over ACT: een vorm van therapie dat is gebaseerd op mindfulness. Ik heb zoals je misschien in mijn blogs hebt gemerkt, namelijk sterk de neiging om terug te blikken en vooruit te kijken. Dit hoeft niet perse slecht te zijn, maar in mijn geval zorgt het ervoor dat ik te veel terugkijk op nare gebeurtenissen of te kritisch ben naar mezelf in het reflecteren op situaties (de Dictator). Óf heel angstig word van de toekomst, omdat het me onzeker maakt omdat ik niet wat er gaat gebeuren of juist te veel verwacht en makkelijk teleurgesteld/terneergeslagen raak wanneer het anders loopt dan ik had gewild.
Een voorbeeld van dit laatste; ik had dus gehoopt een betaalde baan te hebben en therapie volledig afgebouwd te hebben voor mijn 30e. Niet gelukt, geen ramp, maar wel balen omdat ik deze verwachting had.

Bij ACT richt je je op het focussen op het hier-en-nu, wat ik dus goed zou kunnen gebruiken. Het is dus niet zo dat ik deze therapie ga volgen binnenkort, maar ik probeer er wel zelf wat meer mee bezig te zijn. Zo probeer ik ook nu te kijken naar wat er NU allemaal wél goed gaat, in plaats van wat er niet goed gaat (wat dus genoeg is als je leest wat ik tot nu toe allemaal heb geschreven in dit blog). Ik probeer mezelf weer een beetje terug te vinden; de versie die krachtiger, positiever (en gezelliger) is dan ik de afgelopen 1,5 jaar was. Wie weet helpt dit lijstje maken hierbij.

De afgelopen 10 jaar heb ik wel:
– een intensieve klinische psychotherapie jeugdbehandeling van ruim een jaar afgerond;
– tijdens deze behandeling de opleiding Social Work gestart;
– jaar 1 van deze voltijd hbo-opleiding ondanks tegelijk de voltijd behandeling nog volgen, met een dikke voldoende afgerond;
– voor het eerst op mezelf gaan wonen;
– een boosterbehandeling voor anorexia nervosa in een eetstoorniskliniek afgerond;
– een gezond BMI gekregen ondanks nog steeds schommelingen in gewicht door de jaren heen;
– zowel gestopt met automutilatie, als mezelf wegen;
– opnieuw met een hbo-opleiding gestart, dit keer SPH aan een andere hogeschool;

na een auditie aangenomen bij een soort vooropleiding van een gerenommeerde musical-opleiding (helaas uit onzekerheid gelijk gestopt, maar door de auditie komen was voor mij destijds genoeg);
– bijna mijn propedeuse cum laude behaald;
– 2 studieblokken tegelijk gedaan om mijn propedeuse op tijd te kunnen halen, omdat ik het laatste studieblok van mijn propedeuse heb moeten missen om voor mijn vader te kunnen zorgen die moest revalideren van een herseninfarct;
– op tijd mijn propedeuse behaald én jaar 2 dankzij enkele herkansingen;
– het honours programma ingeruild voor het traject binnen de opleiding waarmee je als professional je eigen ervaringskennis leert ontwikkelen en inzetten;
– verliefd geworden op een hele leuke man en hem ook verliefd op mij laten worden;

– gitaar leren spelen (m.b.v. YouTube bij gebrek aan een docent);
– een voltijdstage op één maand na bijna afgerond, ondanks slechte stagebegeleiding en doelgroep die niet bij mij paste.
– gaan samenwonen met die leuke man in mijn studentenwoning van 23m2;

– een akoestisch bandje begonnen als zangeres, samen met een gitarist en toetsenist;
– hersteld van een zware depressie en opleiding opnieuw opgepakt, minor uit 4e jaar bijna in één keer afgerond;

werd geïnterviewd door de FOLIA over het verhaal dat ik schreef, gebaseerd op mijn klinische opname in de jeugdpsychiatrie;
– voor het eerst opgetreden met mijn bandje;
– vanuit Rome per trein naar Florence en Venetië gereisd met vriendlief, ondanks het hebben van paniekklachten;
– meegewerkt aan de muziektheatervoorstelling ‘Vind je het gek?!’ over psychische kwetsbaarheid van theatermaakster Nynka Delcour;
– derdejaars voltijd stage opnieuw gestart, dit keer in de jeugd-ggz preventie hoek;
– derdejaars voltijd stage behaald met dikke voldoende, plus ik mocht na mijn stage blijven werken onder het mom van vrijwilliger, tot ik mijn diploma zou halen en kon solliciteren;
– een appartement gekocht samen met nog steeds diezelfde leuke man;

– werd geïnterviewd door een journaliste van VICE over mijn blog en mijn missie om psychische kwetsbaarheid meer bespreekbaar te maken.
– scriptie in één keer met een voldoende behaald (over als professional je eigen ervaringskennis inzetten);
– het 4e en laatste jaar van mijn opleiding afgerond ondanks burn-out klachten en eerdere studievertraging/gezondheidsproblemen, met als laatste cijfer een 9;
– met behulp van lotgenoten op social media een EMDR Survivalgids geschreven die dagelijks nog steeds ingezet en gelezen wordt door traumatherapeuten en mensen die EMDR gaan volgen;
– zelf een intensief EMDR-traject afgerond;

– voor het eerst een lied geschreven;
– een vrijwilligersplek gevonden als ervaringsdeskundige, waar ook nog ruimte is voor herstel;
– langzaam gestart met volledig therapie afbouwen voor het eerst sinds mijn 14e;

– voor het eerst opgetreden als singer-songwriter en een eigen nummer live gespeeld;
– een babyshower mogen organiseren voor mijn beste vriendin;
– niet opgegeven met blijven zoeken naar wat helpt om van de SOLK af te komen…


wordt vervolgd in 2020.

Ik hoop dat jullie in deze periode ook kunnen kijken naar wat je allemaal wél hebt. Zelf vind ik dit dus best moeilijk, maar als het lukt blijkt het gelukkig vaak meer te zijn dan je in eerste instantie denkt…

Merry Everything 
&
Happy Always

Liefs,
Lyka


Het afzetten van mijn ‘Dictator’

De laatste jaren heb ik al vaker over hem geschreven, mijn interne criticus die ik ‘de Dictator’ heb genoemd. Zie ook: ‘De Dictator & ik’ en ‘De Dictator in mijn hoofd’.
De Dictator is een soort dril-sergeant die mij onder een streng regime constant over mezelf laat reflecteren en zoveel propaganda handhaaft, dat hij mij doet geloven dat ik niet veel waard ben. In elke situatie weet hij de negatieve dingen zó uit te vergroten, dat ik de positieve dingen niet meer zie. Inmiddels heb ik meer inzicht gekregen in waar de Dictator voor staat en wat hij wil bereiken. Mijn ouders waren vroeger kritisch; ik had het gevoel dat ik het nooit goed kon doen, want er was altijd wel iets op te merken ook al deed ik mijn best mezelf te verbeteren om kritiek te voorkomen. Toch werd er altijd wel op mij gemopperd, dus in mijn pubertijd had ik de hoop opgegeven; ik ging geloven dat ik een mislukkeling was en daarmee maar moest zien te dealen. De Dictator hielp mij daarbij; door zelfevaluatie en mezelf constant verbeteren zou ik voorkomen dat anderen erachter zouden komen wat voor vreselijk mens ik ben. Mijn laatste blog eindigde ik met de mededeling dat ik mijn therapie langzaam ga afbouwen. Hier ben ik nog steeds mee bezig: de Dictator ‘afzetten’ is één van de belangrijkste nog resterende therapiedoelen.

De Dictator als ‘beschermer’

Voor de duidelijkheid; de Dictator is geen echt persoon en geen echte stem in mijn hoofd. Het is een verzamelnaam voor de negatieve, overmatig kritische gedachten die ik over mezelf denk. Tijdens schematherapie heb ik hem als een persoon gevisualiseerd door middel van iets dat de ‘stoelentechniek’ wordt genoemd, waardoor ik tegen hem kon praten (alsof hij op een lege stoel zat) en mij soms ook in hem kon inleven en hem een stem kon geven door te doen alsof ik degene was die deze negatieve gedachten stuurt. (Wat ik in feite natuurlijk ook ben. Ingewikkeld hè?)
Op deze manier heb ik meer inzicht gekregen in waar hij precies voor dient en kon ik ook met afstand (vanuit mijn gezonde volwassene) kijken naar hoe gemeen de Dictator eigenlijk voor mij is en kon ik erachter komen dat hij mij eigenlijk helemaal niet zo goed helpt (als dat hij vroeger wel heeft gedaan toen ik nog bij mijn ouders in huis woonde). Vroeger had ik de Dictator nodig. Als ik andere mensen maar voor was met kritiek hebben naar mezelf, dan overviel het mij niet zo en deed het minder pijn en verdriet dan dat zij eerst kritiek over mij zouden hebben. Elke keer dat ik toch overvallen werd door kritiek van anderen, groeide de Dictator, want dan had hij nieuwe input voor volgende zelfreflectie sessies. Ook groeide de Dictator omdat ik hem meer macht gaf; ik ging steeds meer geloven dat hij de waarheid in pacht had. Zelfs tot het punt dat ik ging geloven dat ik het niet verdiende om te leven en de wereld tot een slechtere plek maakte. Kortom: ik ging mezelf afzonderen (want ik ben anderen tot last), ik ging schoolwerk steeds meer uitstellen (want ik kan het toch niet), ik leerde mezelf te vervagen met de achtergrond (zodat ik minder opval en mensen niet zien wat een mislukkeling ik ben) en ga zo maar door.

De Dictator als belemmering

Hoe ouder ik werd, hoe meer de Dictator mij belemmerde. Een voorbeeld: op de middelbare school moest ik leren debatteren, maar dankzij de Dictator had ik nauwelijks een mening; volgens hem was het immers belangrijker wat anderen vonden, dus paste ik mij voornamelijk aan iemand anders aan. Bij debatteren kan dat niet, want dan ben je het constant met de ander eens. Ik liep hier constant in vast.
Zo ook bij het nadenken over mijn toekomst, zoals bijvoorbeeld mijn studiekeuze, maar ook bij het vormen van een eigen identiteit. Ik was zo gefocust op het aanpassen aan anderen om aardig gevonden te worden en een leuker mens te zijn, dat ik bijna geen idee meer had wie ik nou daadwerkelijk was: Wat zijn mijn karaktereigenschappen? Wat vind ik leuk? Waar ben ik goed in? Ben ik wel ergens goed in? Ik kon wel antwoord geven op deze vragen, alleen waren de antwoorden vooral gebaseerd op wat ik dacht dat anderen zouden willen dat ik zou zijn, leuk zou vinden, of goed in zou zijn. Dit alles vond ik super verwarrend.

Don't change who you are to please others. Be yourself and choose people that choose you.
(Afbeelding van Pinterest zonder duidelijke bron)


Dankzij een klinische behandeling voor jongeren met complexe problematiek (naast bovenstaande had ik immers ook last van o.a. depressies, suïcidaliteit, c-ptss en persoonlijkheids-problematiek), kwam ik erachter dat ik mezelf was kwijtgeraakt door het aanpassen aan anderen. Doordat ik 24/7 in de kliniek verbleef en een intensief therapieprogramma volgde, konden (socio-)therapeuten mij lange tijd observeren. Aan het begin van mijn behandeling raakte ik als ik een evaluatie te lezen kreeg over mijn behandelvoortgang, intens verdrietig en voelde ik mij eenzaam. Ik gaf dan ook steeds aan “dit gaat niet over mij”, maar kon het verder niet uitleggen omdat ik zelf ook niet begreep waarom. Halverwege mijn behandeling kwamen de therapeuten tot de conclusie dat ik een bepaald beeld van mezelf neerzette. Toen mij dit voorgelegd werd, raakte ik in paniek. Ik probeerde zo erg een ‘perfecte cliënt’ te zijn, dat toen zei dit zeiden ik eigenlijk hoorde:
‘je doet wel alsof je een goede cliënt bent, maar eigenlijk doe je alsof en doe je het dus helemaal niet goed’. Een vertaling door de Dictator dus. Herken je zijn stem al een beetje?
Eigenlijk bedoelden de therapeuten dat ik me zo erg probeerde te voegen naar wat anderen van mij zouden willen zien, dat ik niet mezelf was; ik wist überhaupt niet meer hoe dit moest. Tegen het einde van mijn behandeling ging ik het pas een beetje begrijpen, ook al heerste er nog steeds paniek. Ik weet nog goed dat een therapeut tijdens een psychodrama therapie tegen mij zei: “Jij hebt de regie over jouw leven”. Ik schrok ontzettend, want ik dacht serieus altijd dat ik moest doen wat anderen van mij wilden. Het idee dat ik mijn leven zelf mocht bepalen voelde niet eens bevrijdend, maar vooral angstaanjagend. Hoe moest ik dan weten of ik het wel goed zou doen? (Spoiler: later zou de Dictator hier wel invulling aan gaan geven.)
Ook weet ik nog dat ik tijdens een individuele therapiesessie (ik had voornamelijk groepstherapie), ik huilend aan mijn therapeut vertelde dat het voelde alsof iedereen op de wereld een script had waarin staat wat zij moeten doen en dat ik de enige ben zonder script en het zelf moet uitzoeken. De ultieme eye-opener voor mij was het besef dat iedereen ‘eigenlijk maar wat doet’. Dat niemand een script heeft en iedereen doet wat hij zelf denkt dat goed is of wat hij of zij zelf wil. Dat niemand dus zeker weet of ze het wel goed doen, want dat bepalen ze zelf. Een heel erg bizar idee vond ik dat, waar ik lang aan moest wennen.

De invloed van de Dictator in het hier-en-nu

Casette band met daarop de tekst: 'Songs to listen to while you reflect on every awful, awful descision you've ever made throughout your terrible life.'
Mogelijke mixtape door mijn Dictator, voor mij. Wat attent.

Het heeft dus lang geduurd voordat ik mij überhaupt bewust werd van de Dictator in mijn hoofd. Ik had geen idee dat ik een slecht zelfbeeld had, want het was voor mij immers de waarheid dat ik niet zoveel waard was. Anderen die zeiden van niet, zeiden dit naar mijn idee alleen maar om aardig voor mij te zijn. Inmiddels ben ik mij wel degelijk bewust van de Dictator, al blijft het lastig om hem niet meer te geloven en om minder naar hem te luisteren. Als ik slecht in mijn vel zit, lijkt het wel alsof de Dictator een megafoon heeft en ‘met liefde’ overuren maakt; ik ben dan minder weerbaar en grijpt hij zijn kans om de macht weer te grijpen.

Als ik terugkijk merk ik dat de Dictator mijn leven lang ontzettend veel invloed heeft uitgeoefend. Op de middelbare school merkte ik (ondanks de Dictator) dat ik zingen en acteren heel erg leuk vond. Het was voor mij een enorme uitlaatklep; even iemand anders zijn en ontsnappen aan mijn eigen leven. Sommige mensen vonden mij zelfs goed genoeg om daar iets meer mee te gaan doen. Zo groeide langzaam de wens om auditie te gaan doen voor de kleinkunstacademie; een soort theateropleiding waar je verschillende disciplines leert om artiest te kunnen worden waaronder dus ook acteren en zingen. Uiteindelijk besloot ik dit na veel overwegen niet te doen. Ik was al doodsbang voor de toelatings-auditie. En reëel gezien staat het leven van een artiest bekend om dat je constant moet auditeren en vaak (pittige) kritiek te verduren krijgt. Ik had in mijn hoofd al mijn eigen kritische, zure recensent, hoe moest ik de kritiek van anderen daar nog eens bovenop kunnen handelen? Nee, het onzekere leven als artiest was niet aan mij besteed.

Later besloot ik dat ik met mensen wilde werken. Het jarenlang volgen van therapie, maar ook de Dictator hebben mij namelijk een sterk zelfreflectievermogen gegeven, een gevoeligheid voor sfeer en de vaardigheid om op anderen te kunnen afstemmen. Ook leek het mij mooi dat ik de heftige dingen die ik meemaakte zoals de suïcide van mijn broer, het overlijden van mijn moeder en de psychische problemen die ik heb gehad, zou kunnen omzetten in iets positiefs door (o.a.) met deze ervaringen andere mensen te helpen. Ook kwam ik erachter tijdens de klinische behandeling, dat ik mij per ongeluk al ging gedragen als een van de sociotherapeuten (groepsgenoten al helpen voordat de sociotherapeuten dat hebben kunnen doen) en dat dit mij (volgens de socio’s) niet misstond. Ik bleek ook een soort moederrol in de groep te hebben: een jonger groepsgenoot noemde mij zelfs eens per ongeluk ‘mama’, ik werd vaak gekozen voor de rol van iemands moeder tijdens psychodrama en sommige groepsgenoten kwamen naar mij toe om advies te vragen en te spuien.

Zoals jullie misschien wel weten ben ik daadwerkelijk hulpverlener geworden toen ik afgelopen zomer afstudeerde van de opleiding Sociaal Pedagogische Hulpverlening. Deels bewust en deels noodzakelijk ben ik nog niet aan het werk gegaan als hulpverlener: ik kreeg burn-out klachten zoals angst- en paniekklachten, vermoeidheid en vage lichamelijke klachten t.g.v. stress (SOLK). Verder omdat ik weet dat ik niet voldoende hersteld ben om mij volledig op het bijdragen aan het herstel van anderen te richten. Tijdens stages raakte ik zo uitgeput, terwijl ik hetzelfde werk deed als anderen die minder uitgeput raakte dan ik. Natuurlijk labelde de Dictator dit als ‘lui’ zijn en dat ik het allemaal niet zo goed kan als dat zij kunnen, maar vanuit mijn gezonde volwassene besefte ik mij uiteindelijk dat ik zo ontzettend veel energie stopte in mezelf bekritiseren, dat ik meer energie kwijtraakte aan het (faal-)angstig en onzeker zijn, dan aan het doen van het werk zelf. Mijn stagebegeleiders gaven altijd terug dat ik minder bescheiden mag zijn en mijn kwaliteiten wat meer mag profileren. Ook dat ik moet zorgen dat ik wat krachtiger overkom, dus minder kwetsbaar.

Tijdens stages heb ik deze dingen al iets meer geleerd te doen; ik heb immers niet alleen mijn laatste stage gehaald, maar ook mijn diploma. Toch merk ik dat de Dictator nog te veel aanwezig is om goed te kunnen functioneren tijdens werk en ik nu niet voor niets al burn-out klachten heb gekregen voordat ik überhaupt ben gestart met mijn eerste serieuze baan. Het is ook niet helemaal gezond dat ik tijdens stages zo ontzettend opzag tegen (lunch-)pauzes omdat ik dan met collega’s moet socializen, dat ik dan ga zweten, buikpijn krijg en duizelig/misselijk word. Op momenten die bedoeld waren voor ontspanning was ik dus juist gespannen door de sociale faalangst.
Het voeren van intake-gesprekken vond ik ook leuk/interessant, al was ik altijd erg zenuwachtig en was ik achteraf altijd bang dat ik het niet goed had gedaan. Op zulke momenten vroeg ik me dan ook af waarom ik ook alweer met mensen wilde werken… Later kon ik dan weer bedenken, dat ondanks mijn angst en onzekerheid, het werken met mensen mij ook goed afging en dat ik wel degelijk een bekwame hulpverlener ben. Niet alleen (stage-)docenten, maar ook collega’s en cliënten hebben mij dit teruggeven. Jammer alleen dat het zoveel angst en stress oplevert wat mij in de weg zit, dus goed om wat te gaan doen aan die angst en onzekerheid zodat ik nog meer aandacht heb voor mijn werk en cliënten en minder aandacht voor onnodige zelfreflectie.

Leven zonder Dictator

Op dit moment ben ik in therapie hard aan het werk om wat te doen aan mijn angsten en mijn negatieve zelfbeeld. Ze zorgen er nu namelijk voor dat het niet goed lukt een (vrijwilligers-)werkplek te vinden om langzaam te kunnen opbouwen en te re-integreren als starter. Een baan kunnen volhouden is namelijk ook één van mijn laatste therapiedoelen, gezien ik met werk graag meer invulling zou willen geven aan mijn leven, zonder steeds op te branden. Een in eerste opzicht reëel therapiedoel gezien ik in ieder geval al een hbo-diploma heb kunnen halen, maar een lastig doel vanwege de Dictator.
Positief is dat ik dat Dictator steeds vaker zó erg zat ben, terwijl ik vroeger niet eens zo veel ‘last’ van hem had omdat ik hem beschouwde als helper; hij hielp mij immers een beter mens te worden. Ik zie hem nu eerder als brenger van ongeluk, verdriet en onzekerheid; iemand die mijn hele leven lang mij beperkt en mij leuke dingen ontneemt. Ik ben bijvoorbeeld een midweek op vakantie geweest met mijn vriend, zijn beste vriend en diens vriendin. Deze vakantie was ik zo druk met mij druk maken of ik wel leuk gezelschap was en geen zeikerd (vanwege mijn paniekklachten), dat ik erg stressvolle dagen heb gehad en achteraf negatief op de vakantie terugkijk omdat de Dictator besloot bij thuiskomst de momenten uit te vergroten waarop anderen mij misschien lastig, vervelend of irritant hebben vonden. (Terwijl dit misschien helemaal niet aan de hand was.)

Imagine if we obsessed about the things we loved about ourselves.

Gezien mijn therapeut binnenkort een aantal weken met zomervakantie gaat en mijn Dictator de laatste weken heel erg veel aanwezig is, vroeg ik haar of zij iets praktisch weet om (sneller) een beter zelfbeeld te krijgen. Ze raadde mij een zelfhulpboek aan genaamd ‘Negatief zelfbeeld’ door Manja de Neef. Het is een boek waar je structureel oefeningen in kunt doen, die zullen helpen om de gewoonten en gedachten rondom een negatief zelfbeeld langzaam af te leren. Ik ga na het schrijven van deze blog beginnen in dit boek en ben erg benieuwd.


Toch moet ik niet alleen de Dictator minder macht geven, maar ook mijn omgeving. Op de één of andere manier hecht ik nog zoveel waarde aan wat anderen denken en vinden, dat ik soms nog steeds wel eens kwijt raak wat nou mijn eigen normen en waarden en zijn en wat de normen en waarden van een ander zijn. Voorbeeld: op dit moment zit ik thuis zonder werk. Ook al ben ik actief op zoek naar vrijwilligerswerk, ik voel dat sommige mensen in mijn omgeving soms wel een beetje oordelen over dat ik zoveel thuis ben. Ik wil dan zo graag anderen duidelijk maken dat het geen keuze is, maar noodzaak; dat ik echt niet anders kan. Terwijl; wie ben ik verantwoording verplicht? Ik weet zelf wat goed voor mij is en vrienden en familie zouden mij goed genoeg moeten kennen om te bedenken dat ik niet anders kan en wel degelijk een harde werker ben ondanks al mijn klachten. Echte vrienden (en familie eigenlijk ook), zouden juist steunend en begripvol moeten zijn. Ook zouden ze kunnen bedenken dat ik ook zonder werk wel degelijk invulling aan mijn leven kan geven, dus dat ze (naast werk) ook interesse zouden kunnen tonen in hoe het gaat met mij en mijn hobby’s en of het opknappen van ons appartement allemaal lukt. Ik merk nu dat sommige mensen helemaal niets aan mij (durven) vragen, waardoor ik mij nog meer alleen voel in mijn situatie. Natuurlijk is dit niet allemaal de schuld van mijn omgeving (niemand heeft schuld), maar heb ik zelf ook een aandeel in hoe anderen mij bejegenen. Ik heb immers last van zelfstigma, wat soms kan leiden tot een ‘selffulfilling prophecy’; dat anderen de negatieve dingen over mezelf ook gaan geloven omdat ik mij er een beetje naar ga gedragen.

Ik ben dus constant in gevecht met mijn dictator en dus met mezelf. Zo bijvoorbeeld ook over muziek maken. Sinds de middelbare school mis ik het om op te treden. Daar deed ik immers aan schooltoneelvoorstellingen en trad ik op zodra er een muziekavond georganiseerd werd. Na de middelbare school ben ik zo nu en dan zanglessen blijven volgen. Niet alleen omdat ik in de loop der jaren een goede band heb gekregen met mijn zangdocente, maar ook omdat zingen nog steeds iets is wat ik leuk vind ondanks dat ik er een haat-liefde-verhouding mee heb. Deze wordt veroorzaakt door de Dictator die mij blijft voorhouden dat ik beter kan stoppen met zingen/muziek maken en al helemaal met optreden, omdat ik toch niet goed (genoeg) ben.
Wanneer ik de Dictator heb genegeerd en toch heb opgetreden, ben ik zo gefocust op de reacties van mijn omgeving, dat het voelt alsof ik een zesde zintuig heb ontwikkeld waarmee ik aan mensen hun gezicht of uitspraken denk te zien of horen wanneer iemand het niet goed of niet leuk vond. Natuurlijk heb ik geen zesde zintuig en is het de Dictator die alles negatief kleurt of al het negatieve eruit filtert. Dit heeft er mede voor gezorgd dat ik stopte als zangeres bij mijn bandje en überhaupt stopte met zingen/muziek maken. Tot ik kort geleden besloot dat ik mij niet wil laten tegenhouden door die klootzak van een Dictator. Dat ik wil optreden en muziek maken omdat ik het leuk vind en niet omdat ik het wel of niet goed kan. Inmiddels heb ik mij opgegeven om in september een half uur lang bij een evenement op te treden. Alleen ik en mijn gitaar. Ondertussen heb ik al 100 keer spijt gehad en gehuild van ellende (door de Dictator dus), maar het is iets wat ik wil overwinnen omdat ik dit mezelf anders weer misgun en mezelf dingen blijf misgunnen…


Mijn therapeut gaf afgelopen week aan: ‘Het zal erg lang duren voordat je geen last meer zult hebben van je Dictator. Hij is immers zo lang al onderdeel van je leven. Misschien kom je ook nooit helemaal van hem af, maar het is zeker mogelijk om hem minder macht te geven!’

Hij is immers ergens ook nuttig; o.a. dankzij hem heb ik een sterk ontwikkeld reflectievermogen waar ik niet alleen tijdens therapie, maar ook tijdens mijn studie veel aan gehad heb. Hij is alleen op dit moment niet gezond voor mij. De dictator moet minder macht krijgen en dus afgezet worden. In de toekomst zal hij uiteindelijk een duidelijk afgebakende functie krijgen, waarin ik zelf bepaal hoe hij kan bijdragen aan zelfreflectie, zonder dat hij de totale macht grijpt.
Een gehoorzame en milde Dictator. Het klinkt onmogelijk. Het zal in dat geval dan denk ik ook tijd worden om zijn naam te veranderen…

Een liedje van Yentl en De Boer, die hun dictator ‘de slechte raadgever’ noemen.
“Bang voor wat er gebeurt, als ik dat mannetje laat gaan…”



De EMDR-sessies (deel 3)

Een aantal jaar geleden schreef ik over het proces van mijn EMDR behandeling. (Zie Deel 1 en deel 2) Spoiler: ik bleek nog niet klaar te zijn voor de behandeling, mede gezien ik het mij niet kon veroorloven om nog meer studievertraging op te lopen. Vervolgens schreef ik een paar maanden terug de EMDR Survivalgids, gericht aan mensen die net als ik ook (wederom) met EMDR zouden gaan starten en misschien wat tips konden gebruiken. Inmiddels lijk ik aan het einde gekomen te zijn van mijn huidige EMDR behandeling. Het leek mij passend om een deel 3 te schrijven ter afronding.


(In dit artikel zal ik regelmatig wat schematherapie termen noemen. Wil je meer over deze therapie weten en de termen leren kennen, bekijk dan deze blog die ik erover schreef.)

Aanloopfase

Opnieuw een EMDR behandeling aangaan vond ik erg spannend. Vooral gezien de vorige keer dat mijn therapeut en ik met EMDR gestart waren, ik te bang was dat mijn studie eronder zou lijden; we waren net begonnen met EMDR en ik merkte dat ik mij emotioneel instabiel voelde, ook tijdens lesdagen op mijn opleiding. Dus ik besloot te stoppen en nam mij voor dat zodra ik afgestudeerd was, ik dan de tijd en de ruimte zou creëren om een EMDR behandeling te kunnen volgen. Het liep iets anders, gezien ik tijdens mijn afstuderen last kreeg van burn-outachtige klachten. Ik was elke dag de hele dag door vermoeid, kreeg paniekaanvallen, vage lichamelijke klachten en was vaak angstig. Ik weet dan ook niet meer zo goed hoe ik het allemaal precies heb gedaan, maar ik heb mijn diploma gehaald.
Gelukkig had ik naast dat ik nog steeds wekelijkse psychotherapie kreeg, redelijk op tijd hulp ingeschakeld bij o.a. de huisarts en daardoor kalmerende medicijnen en mensendieck therapie gekregen (waar ik ontspanningsoefeningen leerde), die ervoor hebben gezorgd dat ik (in ‘overlevingsstand’ weliswaar) mijn afstudeertaken kon uitvoeren.
Wonderbaarlijk genoeg lukte het af te studeren, gezien ik bijvoorbeeld super suf, warrig en chaotisch van de oxazepam (kalmerend medicijn), mijn scriptiepresentatie heb moeten houden om paniekaanvallen te voorkomen. Ook was het enorm belangrijk voor mij dat ik bij mijn diploma-uitreiking kon zijn, gezien ik mijn middelbare school diploma-uitreiking wegens een zware depressie heb moeten missen. Deze diploma-uitreiking verliep afgezien van gezonde zenuwen en dankzij de zo-nodig medicatie, voor mij gelukkig heel rustig en was het inderdaad een hele fijne en bijzondere ervaring!
Ook was het een moment om er met mijn vriend en vriendinnen bij stil te staan dat het ondanks alle tegenslagen, mij toch was gelukt. Dankzij hen, de bijzondere speech van mijn docent tijdens de uitreiking, maar ook mijn therapeut die dit benadrukte, kon ik het op mij in laten werken dat het inderdaad een best knappe prestatie was waar ik trots op mocht zijn (ondanks mijn interne criticus, ook wel bekend als de Dictator).
#afstuderenmeteendepressieenpaniekaanvallen. #missionaccomplished

Er volgt overigens binnenkort nog een blog over het afstuderen als hulpverlener.

Afstuderen - hoe ik dacht dat het zou gaan (stijgende lijn)
en hoe het uiteindelijk ging (kronkelende lijn).
Een visuele samenvatting van mijn afstuderen, zelf getekend met Photoshop. (Ja, dat moet ik er nadrukkelijk bij benoemen; ik heb heel lang over die semi-rechte lijn gedaan.)


Terwijl ik in de zomervakantie ruimte voor een EMDR behandeling zou vrijhouden, bleek dit niet nodig, want ik zat noodgedwongen thuis. De paniekaanvallen en lichamelijke klachten hielden aan waardoor het überhaupt nauwelijks lukte om iets buiten de deur te ondernemen, laat staan te solliciteren op een baan. De theorie was dat spanningen vooral in mijn lijf waren gaan zitten. De kortdurend klinische traumabehandeling voor complexe PTSS die mijn therapeut en ik voor ogen hadden, leek hierdoor goed op mijn situatie aan te sluiten gezien er een fysieke component bij deze behandeling zou zijn. Door intensief sporten zou er naast aandacht voor het hoofd (EMDR en exposure), ook aandacht zijn voor het lichaam.
Helaas werd ik bij aanmelding bij deze instelling al snel afgewezen. De reden die gegeven werd aan de telefoon was vaag. Uiteindelijk, na nogmaals contact opnemen en om verduidelijking te vragen, bleek dat deze instelling alleen mensen met complexe PTSS met trauma’s gelinkt aan geweld, een heftig ongeluk of seksueel misbruik behandelt. Ik kwam niet in aanmerking omdat mijn trauma’s voornamelijk gelinkt zijn aan iets dat ‘emotionele verwaarlozing’ heet. (zie deze blog voor uitleg over wat emotionele verwaarlozing precies is.)

In eerste instantie was ik erg verdrietig en teleurgesteld. Ik denk vooral gezien ik mij nu al lange tijd zo rot voelde en thuis zat; ik hoopte dat de behandeling er voor zou zorgen dat de klachten zouden afnemen en ik daardoor weer wat meer kwaliteit van leven zou krijgen. Ook had ik nu ongeveer 10 jaar de diagnose complexe PTSS en het uitzicht op deze behandeling gaf hoop dat ik eindelijk van deze klachten af zou raken, maar deze hoop verdween na de afwijzing als sneeuw voor de zon. Vervolgens was ik boos, gezien er om onduidelijke redenen onderscheid werd gemaakt in het soort trauma wat wel of niet behandeld werd bij deze instelling. En dat dit niet specifiek vermeld was op de website. Wanneer er staat ‘gespecialiseerd in complexe PTSS’, zou je verwachten dat dan alle soorten complexe PTSS behandeld wordt. Ook bij een kortdurende intensieve klinische behandeling.
Natuurlijk zou het niet helpen om in deze boosheid en frustratie te blijven hangen, dus ging ik over op het steken van mijn energie in het accepteren van de situatie, om vervolgens een ander plan van aanpak te bedenken met mijn therapeut. Op zoek naar nieuwe hoop.

Plan EMDR (2.0)

Een van de problemen die we moesten zien te tackelen, was dat ik van de vorige EMDR sessies nog wist, dat het behandelen van mijn trauma’s bij mij veel gevoelens van eenzaamheid, verdriet en angst zouden oproepen. Dit is te verklaren gezien dit de gevoelens zijn die ik had tijdens de nare situaties die ik vroeger doormaakte.
Bij een klinische traumabehandeling, zou ik omringd zijn door mensen na de eerste heftigste sessies. Bij een behandeling van max. 1 keer per week, zou ik 7 dagen moet overbruggen en zou ik vaak alleen thuis zijn gezien mijn vriend fulltime wisseldiensten werkt. Toen ik stopte met de vorige keer EMDR, was dat vooral omdat ik het niet trok om zo lang te wachten tot de volgende sessie en ondertussen (in mijn eentje) te moeten dealen met al die heftige gevoelens. Dit moest ik vroeger immers ook en zo zijn de trauma’s überhaupt ontstaan.

Mijn therapeut vroeg mij of ik ideeën had. Ik durfde het bijna niet voor te stellen, maar ik opperde om tijdelijk 2 keer per week EMDR te gaan doen. Zo hoefde ik de helft van de tijd te overbruggen naar de volgende sessie. Ze vond dit een goed idee. Gelukkig kon zij hiervoor ook tijd vrij maken in haar agenda, hoewel ik mij direct schuldig voelde over het zoveel tijd innemen van haar en van andere cliënten.
Hoe dan ook, het probleem was er deels nog; ik zou o.a. ’s avonds nog regelmatig alleen thuis zijn. Mijn therapeut stelde voor mijn vriend uit te nodigen om ook samen met hem een plan van aanpak af te spreken. Ook koos ik vriendinnen uit aan wie ik zou vragen om mijn ‘support squad’ (zie EMDR survivalgids) te vormen. Vooral de avonden van de dagen waarop ik EMDR had gehad, zou ik hen vragen langs te komen zodat ik niet alleen hoefde te zijn. Ook zij stemden in en ook hierover was ik verbaasd. Mijn vriendinnen zijn namelijk over het algemeen heel druk en hebben weinig tijd om af te spreken, maar ze zeiden eigenlijk alle drie: ‘Komt goed! Desnoods neem ik mijn werk/scriptie mee en ga ik aan jouw bureau werken’.
Echt heel erg lief en fijn!

Verder wilden we enigszins de behandeling van de instelling nabootsen, waarbij er intensief gesport zou worden na de sessies. Helaas was dit niet gelukt te organiseren, gezien ik wegens de lichamelijke klachten en paniekaanvallen/hyperventileren beperkt was in het bewegen en op korte termijn niets heb kunnen vinden wat hierbij zou aansluiten. Ik durfde niet zonder (professionele) begeleiding of in mijn eentje te gaan sporten uit angst mijn klachten erger te maken en uit angst voor hyperventilatie. Na een paar keer een stuk fietsen in de buurt was ik namelijk een paar keer flauwgevallen. Toen ik thuis (lichte) fitnessoefeningen deed, kreeg ik last van hyperventilatie en viel ik ook bijna flauw. Ik was bang dat dit bij het sporten na EMDR ook zou kunnen gebeuren. Normaal gesproken kan ik mij makkelijker over dit soort angsten heen zetten, maar onder andere door de toenemende lichamelijke klachten, was ik nog angstiger geworden en lukte het ook niet meer zo goed deze angsten te relativeren. Lange tijd had ik geen idee waardoor ik zo angstig was geworden, maar op Twitter zag ik een tweet voorbijkomen van Iva Bicanic die het EMDR congres 2019 bijwoonde. Zij citeerde professor Bernet Elzinga en toen ik dit citaat las, herkende ik daarin een mogelijke verklaring voor mijn angsten:

"Als een kind opgroeit met gevaar, dreiging en onvoorspelbaarheid dan zal het brein zo geprogrameerd worden dat het daarop kan anticperen. later kan dat brein zich tegen je keren", zegt prof Bernet Elzinga tijdens #EMDR2019 congres

Oftewel; het zou kunnen dat ik steeds last heb van allerlei irreële angsten, doordat mijn brein anticipeert op dreiging en gevaar en dat deze anticipatie zorgt voor angsten. En dat mijn lichaam daar dus ook op reageert en ik daardoor onbewust telkens gespannen ben en pijn ervaar (door o.a. gespannen spieren).

Hierop volgend werden ook ‘take-home-messages’ gepresenteerd, waarvan vooral nummer 2 mij persoonlijk erg aansprak. Het zien van mijn (irreële angsten) als gevolg van een ‘overbezorgde moeder’-brein, maakt het al iets makkelijker deze angsten/adviezen in de wind te slaan/te relativeren.

Hoe dan ook, mijn vriend en vriendinnen hadden geen tijd om met mij structureel na een EMDR sessie te gaan sporten, dus ik sprak met mijn therapeut af dat ik dan maar zo veel mogelijk zou gaan wandelen na een sessie; dan was ik toch in beweging en was de kans op hyperventilatie kleiner door de lichte intensiteit.

Wat betreft de behandeling zelf, stelde mijn therapeut voor om EMDR met schematherapie te gaan combineren. Ik heb dus de mazzel gehad dat mijn vrijgevestigde psychotherapeut zowel geschoold/bevoegd is in het geven van EMDR, als in het geven van schematherapie. Zelf merkte ik ook dat bij bepaalde beelden, ook bepaalde schema’s aan de orde zijn, die juist die gevoelens van eenzaamheid, verdriet en angst oproepen. Het idee was om de beelden met EMDR te behandelen en wanneer nodig, ook schematherapie interventies in te zetten zoals imaginatie. (Voor uitleg en informatie over imaginatie zie dit blogartikel.) De imaginatie was mijn eigen voorstel, gezien ik daar eerder al veel aan had gehad.

Omdat het niet helemaal een regulier EMDR-traject is (zoals die ik eerder heb gehad), noem ik dit traject in mijn blog voor het gemak EMDR (2.0).

Voor meer over een traumabehandeling met EMDR en het schemamodusmodel, zie dit artikel in het vaktijdschrift ‘Gedragstherapie’ door Annemieke Driessen en Linda Hummel. (De doelgroep van dit tijdschrift zijn (cognitief) gedragstherapeuten, dus het is een vrij technisch verhaal vol vaktermen)

Het EMDR (2.0) traject

We spraken af dat we eerst alle beelden zouden inventariseren die nog veel spanning oproepen. Gezien mijn herbelevingen vooral gaan over mijn moeders ziekbed en haar overlijden, waren de beelden ook voornamelijk beelden van situaties rondom haar ziekte en overlijden. Ik vond het lastig te bepalen welke beelden precies het heftigste waren, dus uiteindelijk besloten we de beelden op chronologische volgorde te behandelen met de EMDR; dus in de volgorde waarin ze hebben plaatsgevonden.

De eerste sessie vond ik enorm spannend, maar het bleek achteraf best wel mee te vallen. Expres hadden we een beeld behandeld dat het minst heftig voelt (het lukte wel om dit beeld te kiezen), om ‘in te komen’. Ik merkte dat ik na de sessie niet overstuur naar huis ging en dat het beeld tijdens de EMDR qua heftigheid best wel snel gezakt was (op een schaal van 0 tot 10). Dit zorgde ervoor dat ik al minder angstig werd voor het aangaan/ondergaan van de rest van de behandeling en het gaf vertrouwen dat de EMDR in ieder geval op dit beeld al redelijk goed aansloeg.

De tweede sessie was al een stuk heftiger. We namen een iets heftiger beeld en al snel vloeiden er tranen (bij mij dan). Toen we stopten was het beeld nog niet helemaal naar 0 gezakt qua spanning, maar we moesten toch stoppen. Ik merkte tijdens deze sessie dat ik net als bij de vorige keren EMDR mijn hoofd op sommige momenten ineens blanco werd. Wanneer mijn therapeut vroeg: ‘Wat komt er op?’, moest ik dan ook antwoorden met: ‘Niets, mijn hoofd is even blanco; ik voel en denk even niets meer.’ Gelukkig kon zij hierop anticiperen door bijvoorbeeld even terug te gaan naar het oorspronkelijke beeld (i.p.v. de associaties die opkomen) of ging zij ander soort vragen stellen.
Een paar jaar terug had mijn therapeut al uitgelegd dat ik dan terecht kom in het zogenaamde ‘reptielenbrein’, oftewel onderin de window of tolerance (zie voor meer informatie hierover deze blog). Het wordt ook wel ‘dissociëren’ genoemd en is bij mij een onbewuste manier van coping wanneer ik heftige gevoelens of situaties ervaar, zodat ik deze tijdelijk niet hoef te voelen.
Toch was het beeld dus nog niet helemaal gezakt toen we door de tijd heen zaten, dus gaf ze aan dat ze het heel vervelend vond, maar dat we moesten stoppen. Net als de vorige sessie rondden we af doordat zij aan mij vroeg wat ik als positief had ervaren deze sessie. Dit moest ik dan in gedachten houden terwijl ik weer door het volgen van haar vingers werd afgeleid. Ik merkte dat dit ‘positief afsluiten’ al goed hielp en dat ik mij dit niet van de vorige keren EMDR kon herinneren.
Ze benadrukte dat ik contact met haar moest opnemen als het thuis niet ging. Dit was gelukkig niet nodig.

De opeenvolgende sessies verliepen ongeveer hetzelfde. Er waren regelmatig momenten dat mijn hoofd blanco werd. Ik vond het dan ook steeds lastig te bepalen of het beeld nou echt gezakt was qua spanning of dat ik alleen tijdelijk niets voelde. Mijn therapeut gaf aan dat als ik geen spanning meer voelde bij een beeld, dat we dan volgens het protocol ervan uit konden gaan dat het beeld gezakt is. Dus als ik niets meer voelde erbij moest ik het een 0 geven en dan zouden we verder gaan met een volgend beeld. Als ik tussen de sessies door bijvoorbeeld toch weer last zou krijgen van het beeld, zouden we het opnieuw gaan behandelen. Mijn therapeut legde uit dat het ook wel voorkomt dat de EMDR doorwerkt tussen de sessies door, dus dat het best kan zijn dat het beeld ondertussen is gezakt in heftigheid ten opzichte van de vorige sessie

Ook gebeurde het wel tijdens de EMDR dat ik juist nog steeds spanning voelde bij een beeld, maar dat het gewoon niet wilde zakken en ik bleef ‘hangen’ in dezelfde associaties bij het beeld. Dit was bijvoorbeeld zo bij een beeld waarin ik als 17-jarige dissocieerde toen mijn moeder met een ambulance werd opgehaald. Ik ben naar mijn kamer gelopen en deed alsof het niet gebeurde. Ik herinner me dat ik de tv in mijn kamer had aangezet en ernaar keek, maar niets zag. Wel heb ik nog even uit het raam gekeken en zag mijn moeder de ambulance ingeladen worden, met een paar buren om haar heen. Ik bleef alleen thuis achter en ben uiteindelijk in mijn kledingkast gekropen, net als ik deed toen ik klein was en angstig was.
Wat mij vooral nog steeds raakte aan dit beeld is dat ik ontzettend angstig was en mij onveilig voelde en dat ik eigenlijk nergens en bij niemand terecht kon. Dit voelde ik nog steeds heel heftig als ik aan dit beeld dacht.

Doordat ik tijdens de EMDR nog steeds dezelfde nare gevoelens en gedachten bleef associëren, gebruikte mijn therapeut een andere interventie. Ze vroeg mij wat ik nodig had. Toen ik hier niet uit kwam, vroeg ze mij waar ik heen wilde gaan. Als 17-jarige bleef ik regelmatig na schooltijd rond mijn middelbare school hangen, omdat ik mij daar prettig voelde en er vaak tegenop zag om naar huis te gaan. Dit herinnerde ik mij ineens weer, dus ik gaf aan dat ik naar school zou willen gaan. Mijn therapeut vroeg mij voor mij te zien dat ik op school was. In gedachten rende ik zo hard als ik kan het huis uit (zoals ik vroeger ook wel eens echt deed als ik overstuur was). Toen ik voor mij zag dat ik op school was aangekomen en in mijn eentje in de aula zat, leidde zij mij weer af met het vingerzwaaien.

Afbeelding van ClaudiaTremblay via Etsy.com
…Zei de gezonde volwassene, tegen het kwetsbare kind.

Gek genoeg, voelde ik mij nu een stuk veiliger, terwijl ik alleen maar voor mij had gezien dat ik in mijn eentje in de aula zat. Het was voor mij op de een of andere manier een veilige plek. Toch vroeg mijn therapeut of ik het niet fijn zou vinden om iemand bij mij te hebben. Waarschijnlijk omdat zij wist dat ‘er alleen voor staan’ zo centraal stond in mijn trauma’s. Ik vond het lastiger te bedenken wie ik nodig zou hebben, dan waar ik wilde zijn, want er was destijds immers niemand die er voor mij kon zijn en ik mij veilig genoeg bij voelde. Vervolgens vroeg mijn therapeut mij om als het ware uit het beeld te stappen en er als ‘gezonde volwassene’ van een afstand naar te kijken. Ik keek nu in gedachten als 28-jarige naar mijn 17-jarige zelf die bij het raam stond te kijken hoe haar moeder in de ambulance werd geladen. Mijn therapeute vroeg: ‘Wat zou je willen doen als volwassene?’.
Ik – die het nog steeds moeilijk vond zichzelf als kind in gedachten te troosten (want verdiende ze het wel?) – zag ineens voor me hoe ik als 28-jarige mijn 17-jarige uit mijn ouderlijk huis begeleidde en meenam naar mijn huidige woning. Ik zette haar in deze fantasie neer op mijn bank, zette een kop thee voor haar neer met een bakje chocola ernaast, nam haar op de bank in mijn armen en trok een warm plaid over ons heen terwijl ik haar troostte en zei dat het wel goed zou komen. Terwijl ik dit voor me zag volgde ik weer de vingers en merkte vervolgens dat het beeld in één keer aanzienlijk was gezakt qua spanning.
Voor mij een heel bijzonder moment ondanks dat het natuurlijk niet in realiteit heeft plaatsgevonden. Maar het lukte dus ook voor het eerst om mild te zijn naar mezelf als kind en haar zelfs te troosten. Toen ik later die week gitaar speelde, kwam er ook ineens een tekst in mij op waardoor dit moment in lied-vorm vastgelegd is. (Mijn eerste zelfgeschreven lied en het gaat over EMDR; typisch Lyka.)

Verder was het inderdaad ontzettend helpend om één voor één de leden van mijn support squad over de vloer te hebben. We hebben gepraat, gekookt, Netflix gekeken en bank gehangen. Ik ben en was mijn vriendinnen ontzettend dankbaar dat ik niet alleen hoefde te zijn! Na een week of 3 merkte ik al dat ik weer beter alleen thuis kon zijn en dit dan ook weer wilde proberen.
Mijn vriend verdient overigens ook credits voor alle kopjes koffie en thee die hij voor mij maakte en alle huishoudelijk taken die hij zonder mopperen voor mij overnam. Ook was het voornamelijk zijn arm om mij heen als ik thuis toch last had van huilbuien of herbelevingen.
Naast mijn vriend en vriendinnen, ben ik ook mijn therapeut heel erg dankbaar dat zij zoveel tijd en energie in deze behandeling heeft willen steken – met dus een heel positief resultaat als gevolg! In mijn geval was mezelf aanmelden bij een vrijgevestigde psychotherapeut het best wat ik had kunnen doen voor mijn herstel. Zij kon mij een behandeling op maat bieden, waar veel instellingen vaker lijken te werken aan de hand van ‘one-size-fits-all’ behandelingen. (Dus zorgverzekeraars, maak het vrijgevestigde therapeuten niet te moeilijk; ze zijn heel erg waardevol!)

You can't choose your family. But you can choose your therapist.

Na EMDR (2.0)

Naast de eerdergenoemde interventies, hebben we tijdens EMDR (2.0) ook wel eens een sessie een imaginatie oefening gedaan (schematherapie interventie) in plaats van EMDR. Op deze verschillende manieren hebben we alle beelden behandeld die we vooraf hadden geïnventariseerd.
We hebben ongeveer twee maanden, twee keer per week EMDR (of schematherapie, of allebei) gedaan. Het was dus erg intensief, maar uiteindelijk ook heel waardevol: sinds het EMDR-traject heb ik geen één herbeleving meer gehad, heb ik bijna geen nachtmerries meer gehad (over mijn moeder of het verliezen van dierbaren) en kan ik meer ontspannen rondlopen in een ziekenhuis – al zal ik daar nooit voor mijn plezier komen, maar goed, wie wel? Het kijken van ziekenhuisseries en het zien en horen van een ambulance roepen nog wel enige spanning op, maar al stukken minder dan eerst en dus goed te behappen! (Bovendien kan ik natuurlijk best leven zonder ziekenhuisseries, al baal ik dat ik nog steeds geen Grey’s Anatomy meer kan kijken, wat een van mijn lievelingsseries was voordat mijn moeder terminaal ziek werd. Voor de kenners: mijn moeder kreeg dezelfde ziekte als het personage Izzie.)

Ook qua schema’s leek er één en ander te verschuiven. Hiermee bedoel ik dat in schematherapie termen, bepaalde modi in kracht lijken afgenomen zoals o.a. mijn interne criticus: de Dictator. We besloten dan ook hierop te voortborduren door na het afronden van de EMDR verder te gaan met schematherapie.
Ik kreeg de opdracht om een brief aan mijn moeder te schrijven, gezien de Dictator vooral lijkt voort te komen vanuit haar stem van vroeger; ik leek het nooit goed genoeg te doen en ze had vrijwel altijd kritiek. Ik realiseerde me dat het voelde alsof mijn zelfbeeld is blijven hangen op het moment dat zij overleed; dat het beeld wat ik van mezelf gevormd had, nog steeds was gebaseerd op hoe mijn moeder mij zag als 17-jarige en mij in tekst naliet in haar dagboek. De woorden ‘egoïstisch’ en ‘onverantwoordelijk’ voerden hierin de boventoon. Dit terwijl andere mensen in mijn omgeving mij toen, maar ook zeker nu, heel anders zouden omschrijven.

Toen ik aan de brief begon moest ik de neiging onderdrukken om de bekende eerste regels van het refrein van het lied ‘De Vlieger’ te typen.Toen dit lukte en ik vanuit mijn gevoel (vooral boosheid) een paar zinnen had opgeschreven, kwam de rest vanzelf. Ik heb aan een stuk door getypt en het luchtte enorm op. De conclusie van de brief was dat ik het beeld wat zij van mij had ga loslaten, want het was toen én nu niet kloppend. Als mijn vriend, vrienden en vriendinnen mij goed vinden zoals ik ben, mag en wil ik dat zelf ook zo gaan zien .

Omdat het schrijven van deze brief zo hielp om uit te kunnen spreken wat ik niet meer tegen mijn moeder kan zeggen omdat zij er niet meer is, kreeg ik hierna nóg een briefopdracht. Ik moest vanuit mijn ‘gezonde volwassene’ een brief schrijven aan mijn ‘kwetsbare kind’. Een opdracht die ik stukken moeilijker vond, omdat ik geen idee had in wat voor vorm ik dit zou kunnen schrijven. Ook merkte ik dat mijn Dictator in de weg ging zitten bij het schrijven. Uiteindelijk ben ik gaan schrijven aan mezelf in tweede persoon enkelvoud. Een conclusie uit deze brief en kenmerkend voor waar ik sta in mijn therapieproces, werd:

Jouw verdriet komt voort uit het verleden (wat er allemaal niet is geweest), uit het heden (wat er nog steeds niet is) en uit de toekomst (wat er nooit zal zijn).
Dit is rouw en je bent nog steeds bezig om dit een plek te geven. Je merkt dat je het verleden al wel los kunt laten, maar dat vooral het stuk toekomst je het meeste verdriet bezorgt; wat er nooit zal zijn. Dit komt omdat je nog bezig bent om uit te zoeken hoe je jezelf de dingen kunt bieden die je nodig hebt, om zo wat er nooit zal zijn te kunnen vervangen met dingen die er wel kunnen zijn.
Wat het gevolg van emotionele verwaarlozing voor mij als volwassene op dit moment nog betekent.

Uit Therapie

Hoewel ik dus nog steeds hard aan de slag ben in therapie, zijn we voor het eerst ook nadrukkelijk aan het toewerken naar het ‘uit therapie’ gaan. Toen ik afstudeerde, voelde het alsof ik mijn leven al wat meer op de rit heb ondanks dat ik mij fysiek beroerd voelde van alle lichamelijke klachten die ik kreeg.
Mijn therapeut en ik zijn gaan evalueren wat ik allemaal al heb behaald en konden concluderen dat dit best veel is vergeleken met waar ik stond toen ik bij haar in therapie begon. Ik heb een relatie durven aangaan, het is gelukt deze relatie in stand te houden, ik heb een huis gekocht met mijn vriend en heb een hbo-opleiding kunnen afronden, ondanks de nodige tegenslagen. Naast deze dingen is er ook een hoop in mijn binnenwereld gebeurd. Zoals mijn therapeut het afgelopen week mooi zei: ‘je bent meer jezelf geworden’ en ik ben het er zo mee eens.
Toen mijn therapeut vooraf het EMDR-traject begon over eventueel afronden van therapie raakte ik volkomen in paniek; ik voelde me al erg emotioneel instabiel door de trauma’s en het voelde alsof ik nu de veiligheid van therapie zou verliezen, waardoor ik overspoeld werd door het onveilige gevoel dat ik vroeger had en het ‘er alleen voor staan’. Door mijn angsten voelde het nu alsof ik alle veiligheid zou gaan verliezen.
Een aantal weken later, toen we hierop terugkwamen en ik mijn therapeut uitleg gaf over wat er bij mij gebeurde op dat moment, gaf ze aan dat ze het wellicht verkeerd getimed had om het hierover te hebben. Hoe dan ook, inmiddels voel ik geen paniek meer en vind ik het een spannend, maar juist ook een fijn idee om te denken aan afronden van therapie. Het werd in mijn hoofd al een soort van streven om voor mijn 30e (ik word volgende week 29 jaar) een baan te hebben en therapie te hebben afgerond, omdat mij dit een heel fijn vooruitzicht lijkt!
Ongeacht of dit lukt, vind ik het in ieder geval belangrijk dat ik een baan kan volhouden en niet zoals na eerdere (voltijd) stages last krijg van burn out-achtige klachten en binnen een jaar al moet stoppen. Dit wordt dan ook één van de laatste therapiedoelen voor de komende tijd.

Verder heb ik nog steeds lichamelijke (pijn-)klachten, dus het lijkt erop dat er nog steeds spanning in mijn lichaam zit. Dit probeer ik momenteel te verhelpen met behulp van een psychosomatisch fysiotherapeut. Omdat ik zo weinig in contact ben met mijn lichaam en voornamelijk in mijn hoofd zit, proberen we dit contact weer te herstellen door het doen van bepaalde oefeningen. Ik leer dan mijn lichaam weer aan te voelen, bewust te worden van deze spanning en uiteindelijk hoe ik kan voorkomen dat ik pijnklachten krijg van bijvoorbeeld onbewust aangespannen spieren. Tijdens de psychotherapie leer ik dan weer mijn emoties te uiten en vooral de emoties te accepteren en ze ‘er te laten zijn’. Wanneer ik emoties onderdruk (zoals ik dit van mijn ouders heb aangeleerd), lijken de emoties ook in mijn lichaam te gaan zitten. Langzaam aan zit hier ook vooruitgang in, dus ik hoop binnenkort eindelijk van de lichamelijke kwaaltjes af te zijn!
Er zijn verder ook nog wel enkele angsten waar ik iets mee moet, gezien ik nu bijvoorbeeld niet durf te reizen naar het buitenland. Dit terwijl ik graag wat meer van de wereld zou willen zien.

Ik heb ook niet het idee dat ik binnen een jaar, of überhaupt, nooit meer last zal hebben van mijn schema’s of andere klachten, maar wel dat ik met de inzichten en tools die ik in therapie geleerd heb hier beter mee om zal kunnen gaan. Dit betekent bijvoorbeeld dat ik dan geen therapeut meer nodig heb voor deze inzichten/steun/handvatten, maar ik mezelf deze steun kan geven en mij kan laten steunen door mijn omgeving. Ook kan ik denken ‘het komt wel goed’, in plaats van in paniek te raken met mijn ‘overbezorgde moeder-brein’ en in doemscenario’s te gaan denken.
Verder is het dus voornamelijk belangrijk dat ik zoals hierboven beschreven ga leren hoe ik mezelf de dingen kan bieden, die er anders nooit zullen zijn.

Overmorgen heb ik overigens een kennismakingsgesprek voor nieuw vrijwilligerswerk, zodat ik langzaam aan kan gaan re-integreren. Wie weet kan ik als dit goed gaat hier blijven werken als vaste kracht, gezien het werk ook goed aansluit bij mijn diploma… *fingers crossed*

Hoe het verder gaat met mijn website ‘Uit Therapie’ als ik daadwerkelijk uit therapie gegaan ben, weet ik overigens nog niet. Maar tot die tijd zal ik net als nu blijven schrijven over het fenomeen uit therapie gaan. 🙂

Liefs,

Lyka


De EMDR Survival Gids

Uitgelicht

Update: er is nu ook een PDF versie van deze gids beschikbaar! (zie deze pagina)

Hoi!
Welkom bij de EMDR Survival Gids. Ga je binnenkort starten met de EMDR therapie of ben je al bezig? Allereerst; wat moedig! Ten tweede; goed bezig! Ten derde; wat zal je moe zijn! 😉
Denk je wat tips te kunnen gebruiken? Neem dan snel een kijkje in deze gids waarin ik via social media allerlei weetjes, adviezen en tips verzameld heb, van mensen die net als ik zelf, ook een EMDR traject hebben doorgemaakt.

Disclaimer:
Neem deze gids niet al te serieus en haal eruit wat voor jou bruikbaar is. Deze gids is bedoeld om op een luchtige en leuke manier mensen die EMDR volgen een hart onder de riem te steken door middel van onder andere praktische tips. Deze komen niet allemaal voort uit wetenschappelijke kennis, maar wel uit ervaringskennis. Het is dus geen ‘professionele’ gids en pretendeert al helemaal niet de waarheid in pacht te hebben. Wellicht kom je toch iets tegen waar je iets aan hebt. 🙂

EMDR en PTSS

Als het goed is heeft jouw behandelaar je al verteld wat EMDR precies inhoudt en hoe het in zijn werk gaat.

EMDR wordt inmiddels ingezet voor veel verschillende doeleinden, maar met name als behandeling voor een Post Traumatische Stress Stoornis, oftewel PTSS. Je zou kunnen zeggen dat PTSS in het kort inhoudt, dat nare en heftige gebeurtenissen soms als zo bedreigend worden ervaren, dat het proces van verwerken niet goed op gang komt. Je kunt dan nog steeds last hebben van dezelfde gevoelens van stress, angst en/of paniek wanneer iets je doet denken aan deze gebeurtenis. Zelfs als deze gebeurtenis heel lang geleden heeft plaatsgevonden. Je kunt er ook nachtmerries over hebben en zelfs de nare momenten ‘herbeleven’. Behandelingen die op trauma’s gericht zijn, kunnen soms helpen daarin te ondersteunen.
Mocht je hierover nog wat meer willen weten, zie dan EMDR.nl of lees dan deze blog waarin ik uitleg wat EMDR precies is en in het kort mijn EMDR sessie (van een paar jaar geleden) heb beschreven.
Wil je eerst nog wat meer weten over wat PTSS precies is, neem dan een kijkje op deze blog waarin ik ook heb beschreven hoe (complexe) PTSS zich bij mij zelf tot uiting komt.

Wat verder goed is om te weten voordat je aan EMDR begint, is dat het bekend staat als een heftige therapie. Dit is logisch, gezien tijdens EMDR van je gevraagd word om nare herinneringen voor je te zien, terwijl je het liefste hier nooit meer aan wilt denken, laat staan ze voor je wilt zien.
Laat je hierdoor echter niet bang maken! Bedenk je dat het zwaarder zou zijn met onverwerkte trauma’s te leven, dan om hier tijdelijk een behandeling voor te volgen.
Het is voor ieder persoonlijk hoe hij/zij EMDR beleeft; bij sommigen mensen slaat de therapie direct aan en zijn er maar een paar sessies nodig, anderen hebben baat bij een andere traumatherapievorm of zijn nog op zoek naar wat voor hen wel werkt. Ook de duur van EMDR verschilt per persoon; het ligt er bijvoorbeeld ook aan hoe ernstig de PTSS is, hoeveel trauma’s er zijn en hoeveel tijd er tussen het trauma en de behandeling zit en ga zo maar door.

Waar iedereen het vaak wel over eens is: EMDR is een intensieve, maar effectieve vorm van therapie, die veel energie kost en voor veel mensen het lijden kan verlichten.
Daarom volgen hier de tips op de vraag:

Hoe bereid ik mij voor op EMDR?

Hoe je jezelf het beste kunt voorbereiden op EMDR, is iets dat je het beste met je EMDR-therapeut kunt bespreken. Daarnaast kun je eventueel deze tips doornemen om te kijken of er iets bruikbaars voor je tussenzit:

  • Bespreek of je baat zou kunnen hebben bij EMDR
    Voordat je überhaupt aan EMDR begint, is het natuurlijk handig om te weten of EMDR iets voor jou kan zijn. Jouw huisarts, praktijkondersteuner, psycholoog, psychiater, psychotherapeut of andere hulpverlener, kunnen jou hierin adviseren of doorverwijzen. Net als bij elke andere therapie moet EMDR wel aansluiten bij jou en jouw hulpvraag.
  • Zoek een erkende therapeut
    Heb je nog geen EMDR therapeut, maar denk je dat EMDR jou zou kunnen helpen? EMDR therapeuten springen momenteel als paddenstoelen uit de grond (zal de herfst wel zijn). Niets mis mee, maar het is fijn om een ervaren en erkende therapeut te treffen die weten wat ze doen als je aan je trauma’s gaat werken. Zo’n top therapeut kun je vinden door bijvoorbeeld aan je huisarts of praktijkondersteuner te vragen of hij/zij een goede EMDR therapeut kent. Je kunt dan gelijk doorverwezen worden.
    Verder zijn veel EMDR therapeuten aangesloten bij de Vereniging EMDR Nederland en vind je hen in het register op EMDRtherapeuten.nl Schroom niet om een therapeut te vragen of hij/zij aan deze kwaliteitseisen van deze vereniging voldoet.
  • Tijd en ruimte
    Zorg dat je tijd en ruimte hebt of neemt in je dagelijkse leven, om het EMDR-traject aan te gaan. Indien je allerlei verplichtingen hebt zoals werk/school/vrijwilligerswerk, probeer het dan zo te regelen dat je genoeg momenten overhoudt waarop je rust kunt nemen. Makkelijker gezegd dan gedaan, I know, maar toch belangrijk!
    Ik merkte zelf bijvoorbeeld dat ik EMDR naast mijn studie te zwaar vond; mijn studie ging er onder lijden. Omdat ik nog redelijk (maar niet optimaal) kon functioneren met de PTSS, koos ik er voor om mij eerst te focussen op afstuderen (anders kon ik die stufi-omzetting-in-een-gift wel op mijn buik schrijven) om mij daarna fulltime te gaan focussen op EMDR. Wat ik op dit moment dus doe.
  • Vertel het aan je directe omgeving
    Vertel dat je EMDR gaat volgen aan de mensen die het dichtste bij je staan. Je hoeft het dus niet aan de pakketbezorger en de caissière van de Albert Heijn te vertellen dat je een traumabehandeling gaat volgen (mag wel, hoeft niet, en je hoeft je er zeker niet voor te schamen!), maar het is fijn als de mensen die het dichtst bij je staan er vanaf weten zodat zij je kunnen steunen. Bedenk je dat je ouders of beste vrienden het graag zouden willen weten wanneer je zoiets aangaat. Zou jij het van hen willen weten?
    Vaak is onderdeel van de voorbereiding op de EMDR dat je ‘systeem’, oftewel partner of ouders worden uitgenodigd door je therapeut om mee op gesprek te komen. Natuurlijk alleen met jou er bij en met jouw goedkeuring. In het gesprek kan dan onder andere aan bod komen wat jouw omgeving kan verwachten en hoe zij jou het beste kunnen steunen.
  • Stel een ‘Support squad’ samen
    Ik raad het niet aan om Support squad af te korten, dus ik zal het voluit blijven schrijven. Zoals in de vorige tip al benoemd: zorg dat je gesteund kunt worden. Sommige mensen kunnen moeite hebben met alleen zijn na een EMDR sessie. Zorg dan dat je je support squad op standby hebt staan zodat je met hen kunt bellen, face-timen, whatsappen of met hen kunt afspreken. Wanneer je EMDR afspraken ingepland staan, kun je alvast plannen met je support squad maken zodat je dat niet allemaal hoeft te regelen als je uitgeput bent van de EMDR sessie.
    Zelf heb ik bijvoorbeeld vorige week drie vriendinnen gevraagd deze week langs te komen wanneer mijn vriend veel aan het werk is, zodat zij elkaar kunnen afwisselen. Dus maandag E. , woensdag M. en zondag N.
    #squadgoals #soortvan
  • Maak een doe-lijst voor afleiding
    Vaak is het zo dat wanneer je met EMDR begint, je je eerst wat slechter gaat voelen voordat je je beter gaat voelen. Als je emotioneel of moe bent, kan het lastig zijn om te bedenken wat je kunt doen om jezelf af te leiden. In dat geval kan het helpen om een lijst te hebben klaarliggen met dingen die je van te voren hebt bedacht. Het is handig om daarop zowel dingen te hebben staan die je alleen kunt doen, maar ook samen met iemand. Houd daarbij ook rekening met het weer, want, tsja Nederland.
    Als voorbeeld heb ik de opzet van mijn eigen doe-lijst hiernaast toegevoegd. Mocht je nog meer inspiratie nodig hebben: op internet zijn zat lijsten te vinden met leuke activiteiten, zoals deze: https://www.behandelhulp.com/plezierige-activiteiten
  • Zorg voor back-up
    Indien je net als ik naast van vermoeidheid ook last hebt van fysieke stressklachten, kan het tijdens EMDR erg lastig zijn om bijvoorbeeld het huishouden, boodschappen of andere huishoudelijke klussen te blijven doen. Zorg dan dat je hier hulp bij kunt krijgen.
    Zelf hebben mijn vriend en ik van tevoren een verdeling gemaakt; ik doe klusjes die mij nog goed lukken zoals stofzuigen, koken en de was doen en hij doet intensievere klussen zoals boodschappen, dweilen en het vuil wegbrengen. Woon je zelfstandig? Zorg dan bijvoorbeeld dat je een voorraad in huis hebt en/of boodschappen in huis haalt voor een hele week enz. En anders is er altijd nog Thuisbezorgd.nl.
    (Nee, ik word niet gesponsord, maar ben wel fan.)
  • Plan zo min mogelijk (direct) na een EMDR sessie
    Vaker hoor ik mensen na een EMDR sessie omschrijven dat het zowel lichamelijk als geestelijk voelt alsof ze een marathon hebben gelopen. De tip die dan ook het meeste voorbij kwam was deze:
    plan zo min mogelijk na een EMDR sessie, houd de avond/komende dagen zo rustig mogelijk en wees lief voor jezelf!
    De fout die ik zelf laatst maakte is om na de EMDR nog uit eten te gaan met vrienden, waardoor ik om half 9 ’s avonds al moest afdruipen omdat ik het echt niet meer trok van vermoeidheid. Nu is dat natuurlijk niet zo erg als dat gebeurt (want het was evengoed gezellig), maar misschien leuker om zoiets als het mogelijk is op een ander moment te plannen zodat je er langer of meer van kunt genieten. Inmiddels kruip ik na een EMDR sessie het liefste op de bank met een dekentje en doe eventueel een middagdutje. Wel wacht ik hiermee tot ik thuis ben, want elders blijkt sociaal niet aanvaardbaar.
    Bedenk ook als je je aflopen sessies steeds redelijk goed hebt gevoeld, dat het soms nog stressvoller kan zijn als je je toch een keer minder voelt en vervolgens afspraken moet afzeggen.
  • Probeer realistische verwachtingen te hebben
    Soms komt het voor dat de EMDR (nog) niet aanslaat, dat het toch niet de juiste therapie voor je blijkt te zijn of dat het (nog) niet voldoende heeft geholpen. Dit kan voor hevige teleurstelling zorgen. Probeer te bedenken dat EMDR een effectieve therapie kan zijn, maar geen wondermiddel. Realiseer je dat na EMDR niet gelijk al je problemen opgelost zullen zijn, maar dat EMDR slechts een middel is om de trauma’s wat meer draaglijk te maken. Het voornaamste doel is namelijk om de stress die gerelateerd is aan de trauma’s te verminderen.
    Nare herinneringen zullen na EMDR niet ineens leuke herinneringen worden, maar hopelijk ervaar je er wel minder last van in het dagelijks leven. Probeer ook te bedenken, dat er naast EMDR nog meer traumabehandelingen bestaan waar je wellicht wel baat bij hebt of meer vertrouwen in hebt (een therapie moet ook bij je passen). Trauma’s zijn ingewikkeld en kunnen erg hardnekkig zijn. Gelukkig worden allerlei behandelingen, waaronder EMDR, steeds vernieuwd zodat de therapie met der jaren steeds meer verbeterd wordt. Immers werd 10 jaar geleden tegen mij gezegd tijdens een EMDR-traject dat ik beter kon stoppen omdat mijn trauma’s te complex zouden zijn, terwijl 2 jaar geleden mijn therapeut aangaf dat tegenwoordig uit onderzoek is gebleken dat EMDR juist wel effectief kan zijn bij complexe trauma’s.

Bron: https://youtu.be/VSb5ZrYPE1M

Wat te doen tijdens de EMDR?

Natuurlijk vertelt je therapeut je uitvoerig wat er van je verwacht word tijdens de EMDR. Deze tips kunnen wellicht nog aanvullen:

  • Er is geen goed of fout
    Bij het EMDR-protocol hoort dat je therapeut vooraf het echte “vingerzwaaien”, of de koptelefoon met klikjes, of een lichtbalk, of elk andere afleidende stimulus, een korte uitleg voorleest met wat er gaat gebeuren en wat je moet doen.
    Hierbij wordt altijd benadrukt dat er geen goed of fout is. Onder andere omdat het een wat onconventionele situatie is (niet veel mensen hebben mij eerder gevraagd hun vingers te volgen), hebben veel mensen tijdens de EMDR de neiging om zich af te vragen of ze ‘het wel goed doen’. Wanneer je je hier druk om gaat maken, lukt het niet goed om op andere dingen te focussen zoals wat er in je opkomt. Probeer daarom dit zoveel mogelijk los te laten en vooral te benoemen wat er in je opkomt, zelfs als je het idee hebt dat het iets ‘geks’ is of het er niet toe doet. Zo gaf een tipgever aan dat zij ineens een ‘religieuze beleving’ had tijdens de EMDR, terwijl ze helemaal niet gelovig is en na de sessie hier dan ook hartelijk om kon lachen. Zelf weet ik nog dat toen ik als 18-jarige EMDR volgde, ik ineens moest denken aan mijn huiswerk voor wiskunde. Ook traumatisch, maar toch in wat mindere mate zeg maar.
  • Draag low-key make-up
    Deze tip zou ik bijna vergeten, terwijl ik hem zelf ook bij elke sessie toe pas, maar gelukkig kreeg ik deze ook toegestuurd: zorg ervoor dat je je niet té uitvoerig opmaakt, want tijdens EMDR kunnen er eenmaal tranen gaan vloeien. De tipgever gaf aan dat zij tijdens EMDR mascara droeg en na de EMDR als een soort pandabeer de therapiekamer verliet.
    Je kunt gaan voor een hele goede waterproof mascara, maar zelf ga ik bij een EMDR-sessie voor een make-up look zonder mascara en eyeliner zodat ik naar hartelust in mijn ogen kan wrijven zonder mij zorgen te maken over een aziatische beer look.
    (Foundation en concealer draag ik dan weer wel omdat het toch wel fijn de rode vlekken camoufleert die ik krijg als ik huil, maar ook teken ik mijn wenkbrauwen wat bij; dan kan de therapeut mijn gezichtsuitdrukkingen nog makkelijker lezen. Attent toch?)
  • Houd tissues bij de hand
    Deze tip kwam niet langs (misschien ligt deze te veel voor de hand), maar zorg dat je tissues in de buurt hebt liggen. Zelf jank ik nogal wat af tijdens EMDR zoals jullie inmiddels vast hebben meegekregen. Er komt bij mij dan ook behoorlijk wat ‘ugly crying’ bij kijken, inclusief luid snikken en met behoorlijk wat snot. Omdat het de bedoeling is bij EMDR zoveel mogelijk achter elkaar door te gaan, heb ik daarom standaard een pakje met zakdoekjes in mijn handen, zodat ik tussen het “vingerzwaaien” door zo snel mogelijk mijn ogen en neus kan afvegen. Zo voorkom ik een snotfestijn en lukt het om überhaupt weer vingers te kunnen zien. Geen zakdoekjes bij je? Maak je dan vooral niet druk; verdriet mag er zijn en shirtjes met mouwen worden gewoon weer schoon in de was!
  • Soms hoef je niet alles in geuren en kleuren te vertellen, als je het maar in geuren en kleuren kunt beleven
    Deze tip kon ik niet beter formuleren dan dat ik hem toegestuurd kreeg. Soms kunnen trauma’s zo heftig zijn, dat het je niet lukt om het hardop te vertellen. Hierbij kan het ook genoeg zijn om de herinneringen/het beeld alleen in je gedachten af te spelen tijdens de EMDR en het dus te ‘beleven’.
  • Wees eerlijk
    Soms merkte ik dat het me niet lukte om het beeld in gedachten voor me te zien, hoe erg ik mijn best ook deed. Als zoiets jou ook overkomt, wees dan eerlijk. Het kan gebeuren dat het even niet lukt, maar als je er eerlijk over bent kan je therapeut met je meedenken en eventueel iets anders doen waardoor het uiteindelijk wel lukt. Als iets niet lukt betekent het namelijk niet gelijk dat je het niet goed doet (er is geen goed of fout!) of niet genoeg je best doet. Bij mij stelde mijn therapeut voor om dan een ander beeld te gaan behandelen, wat vervolgens wel lukte. Conclusie: komt goed, zo lang je eerlijk bent.
    Wees ook eerlijk als je het idee hebt dat de EMDR misschien niet werkt voor jou. Het is belangrijk hierover in gesprek te blijven met je therapeut, zodat de therapie wellicht wat aangepast kan worden zodat het misschien beter werkt. Of misschien is het wel beter om te stoppen, want een therapie blijven volgen als het niet werkt, of als het alleen maar erger wordt in plaats van beter, heeft het natuurlijk geen zin.
  • Spreek wanneer nodig een stop-teken af
    Over het algemeen gaat de EMDR in één keer snel achter elkaar door voor een zo effectief mogelijk resultaat. Soms kan het gebeuren dat je het even niet meer trekt of merkt dat je gaat dissociëren (dat je niet meer in het hier-en-nu bent). Hierbij kan het helpen om met je therapeut een stop-teken af te spreken, zodat je dan even kunt bijkomen. Zoals ik net al benoemde is het wenselijk om in één keer door te gaan met EMDR, dus maak hier alleen gebruik van als je merkt dat het écht even niet meer lukt.

Tussen de sessies in

Hiermee wordt de tijd bedoeld waarin je ‘wacht’ op de volgende sessie. Voor sommigen zit er twee weken tussen een sessie in, voor anderen een week en voor mij bijvoorbeeld maar een paar dagen. Wellicht ben je in de tussentijd gewoon aan het werk, zoek je vooral afleiding buitenshuis of zoek je vooral thuis de rust op. Ontdek wat voor jou het best werkt! Hier wat tips om je eventueel op weg te helpen:

  • Zo nodig chocola
    Deze tip komt van een traumatherapeut zelf. Hij geeft aan dat veel jongeren die hij behandelt zeggen dat ‘chocola zo nodig’ goed werkt. Menig volwassen vrouw (en man) zal dit ook beamen. Ik ga deze tip in ieder geval uitvoerig uitproberen. Wel vaker dan één keer, want ik wil voor mijn bloglezers natuurlijk goed uitzoeken of het wel écht werkt…
  • Noteer per dag gedachten/gevoelens
    Als het goed is krijg je dit ook mee als huiswerk van je behandelaar, maar zo niet: een dagboekje bijhouden in de tijd tussen de sessies kan helpen om erachter te komen wat er in de tussentijd bij je op komt. Dit kan namelijk van belang zijn voor de verdere verloop van de therapie.
    Houdt hierbij zowel gedachten bij, gevoelens, maar bijvoorbeeld ook dromen die je hebt gehad.
  • Game on!
    Mijn therapeut vertelde dat op het EMDR congres van 2018 bekend werd gemaakt dat een spelletje als Tetris het werkgeheugen belast en daardoor ook effectief is als afleidende stimulus. Wat ik hieruit heb opgemaakt: als er thuis nare beelden opkomen, vooral gaan gamen of puzzelen!
  • Maak gebruik van de voorbereidingstips
    Dit is het moment om de voorbereidingstips van hierboven uit te voeren zoals o.a. de Doe-lijst en om je Support squad in te zetten!
  • Neem contact op met je therapeut
    Veel therapeuten geven aan dat wanneer je je tussen de sessies in heel veel slechter gaat voelen (vooral na de eerste sessies), je contact met hen kunt opnemen. Vraag dit eventueel na bij je therapeut!
  • Houd vol, het word uiteindelijk beter
    Geen verdere uitleg nodig. Houd moed en houd vol!

Dit was de EMDR Survival gids. Aan alle tipgevers die hieraan hebben meegewerkt, heel erg bedankt! En aan alle lezers; bedankt voor het lezen en heel erg veel succes én heel veel chocola gewenst.

Liefs,

Lyka

Schematherapie

Wie mij op Twitter volgt, weet dat ik al een tijd lang schematherapie krijg. Wanneer gevraagd wordt wat dat precies voor therapie is, vind ik dit lastig uit te leggen. Alleen al omdat er tientallen schema’s en modi zijn. Ook duurde het even voordat ik deze therapie zelf wat beter ging snappen.
Schematherapie is zo nu en dan wel kort in eerdere blogartikelen naar voren gekomen, zoals bij De Dictator & ik en De dictator in mijn hoofd. In dit blogartikel zal ik eindelijk proberen uit te leggen wat schematherapie is en hoe het werkt. Ook zal ik daarbij wat delen over mijn eigen (individuele) schematherapie behandeling. 

repeat

Het ontstaan
Schematherapie is een vorm van psychotherapie dat in de jaren negentig in Amerika ontwikkeld is door psycholoog Jeffrey Young. Hij merkte dat de patronen waarin zijn cliënten in hun even steeds weer vastlopen, terug te voeren waren naar ervaringen in hun jeugd. Hij legde 18 verschillende schema’s vast, die ontstaan zijn in de jeugd en je in je verdere leven telkens blijven belemmeren. Young stelde dat het ontstaan van schema’s samenhangen met de vijf basisbehoeften. Deze basisbehoeften zijn:

  • onafhankelijkheid en zelfstandigheid;
  • vrijheid om je behoeften en emoties te uiten;
  • spontaniteit en plezier;
  • duidelijke grenzen;
  • een veilige band met andere mensen.

Love - Alexander Milov

‘Love’ – Alexander Milov

Volgens Young moeten al deze behoeften in je jeugd voldoende vervuld worden voor een gezonde emotionele ontwikkeling. Overigens, wanneer er niet aan deze behoeften is voldaan in de jeugd, hoeft er geen opzet in het spel te zijn. Sommige ouders doen bijvoorbeeld uit liefde juist alles voor hun kind, waardoor ze bijvoorbeeld de basisbehoefte zelfstandigheid en grenzen niet kunnen vervullen. Andere ouders hebben bijvoorbeeld zelf de basisbehoeften niet ervaren in hun jeugd, waardoor bepaalde schema’s wellicht worden overgedragen van ouder op kind. Ook is het mogelijk dat ouders tegelijkertijd liefdevol, als erg veeleisend zijn.

De schema’s & modi
In de schematherapie wordt gewerkt met de begrippen schema’s en modi.
Een schema is de manier waarop mensen zichzelf, de ander en de wereld om hen heen waarnemen. Het zijn als het ware overtuigingen die op basis van vroegere situaties (in de kindertijd) zijn vastgelegd in het geheugen. Modi zijn een combinatie van schema’s en gedragingen, die op een bepaald moment actief aanwezig zijn; gemoedstoestanden/houding waarin iemand kan schieten, wanneer oude gevoelens door een bepaalde situatie worden opgeroepen.
Young omschreef in eerste instantie 18 schema’s. Daarvan zijn 16 te onderzoeken door middel van vragenlijsten. Tijdens het schrijven van dit artikel merkte ik dat er nóg meer schema’s en modi bestaan. Sommigen zijn echter nog niet voldoende onderzocht of echt aangenomen als ‘officiële’ schema’s en modi. Er zouden dus therapeuten kunnen zijn die schema’s en modi aanhouden waar de ene therapeut wel mee werkt en de andere niet, wat op zich niet erg is, maar wel onduidelijk.

In dit artikel heb ik er in ieder geval voor gekozen om de schema’s en modi aan te houden die in het handboek voor therapeuten worden genoemd. Voor de overzichtelijkheid zal ik ze niet allemaal op deze pagina behandelen. Dan wordt dit artikel zelfs voor mijn standaard te lang. 😉
In dit document (pdf) kun je de verschillende schema’s en modi met bijbehorende beschrijvingen bekijken.schema

Het doel
Schematherapie is zowel individueel als in een groep mogelijk. Zelf krijg ik individuele schematherapie, dus dat houdt in dat ik één op één gesprekken heb met mijn therapeut. Het belangrijkste verschil tussen groepsschematherapie en individuele schematherapie, is dat de groep bij groepsschematherapie belangrijk kan zijn voor je therapieproces. Doordat je te maken hebt met meerdere personen, zul je sneller tegen je eigen vastgeroeste patronen aanlopen en ermee geconfronteerd worden. Door therapeuten en groepsgenoten zullen er vragen aan je gesteld worden. Ook kunnen de inzichten van anderen, tegelijk jou zelf inzichten geven doordat je jezelf in het verhaal van een ander kunt herkennen. Een groep bestaat meestal uit tussen ongeveer 8-10 deelnemers en 2 á 3 therapeuten. In dit artikel zal ik voor het gemak verder ingaan op individuele schematherapie.

Bij (individuele) schematherapie ga je allereerst samen met je therapeut vaststellen wat je hulpvraag is. De therapie zal namelijk hierop toespitst worden. De ene schematherapie behandeling kan dus overigens erg verschillen met die van een ander. Als je zelf ook schematherapie volgt, kan het dus zo zijn dat je sommige dingen wel en sommige dingen niet herkent uit de omschrijving van mijn eigen schematherapie behandeling later in dit artikel.

Vervolgens inventariseer je samen met je therapeut aan welke schema’s en modi jij voldoet. Het hoofddoel van de therapie is doorgaans om uiteindelijk deze belemmerende schema’s te gaan vervangen door gezonde patronen. Het is hierbij belangrijk dat je de schema’s en modi in jouw leven gaat herkennen op het moment dat zij zich voordoen, zodat je bij het signaleren hiervan kan gaan oefenen met ander gedrag.
Je brengt in therapie om die reden hedendaagse situaties in (waarbij je als het ware vast liep of heftig reageerde), zodat je met de therapeut kunt gaan herleiden met welke schema’s of modi hiermee te maken kunnen hebben. Vervolgens ga je met de therapeut onderzoeken of er een situatie in je jeugd is geweest, wat overeenkomsten heeft met de hedendaagse situatie. Dit helpt om inzicht te krijgen in het ontstaan van het schema en de modi. Dit inzicht zal helpen om te beseffen dat de schema’s en modi niet passen bij de hedendaagse situatie, maar bij de situatie van vroeger. Modi die vroeger waarschijnlijk functioneel waren, zijn in je volwassen leven juist disfunctioneel geworden. Je zult op een gegeven moment gaan herkennen wanneer je in bepaalde modi schiet. Het fijne daarvan is, dat je hierdoor op een gegeven moment zicht krijgt op wat er op dat moment met je gebeurt vervolgens anders kunt gaan handelen, in plaats van handelen vanuit ‘blinde emotie’.

Een ander belangrijk onderdeel van schematherapie, is om het gemis uit de jeugd te herstellen. In therapie kun je in gedachten teruggaan naar toen je een kind was en visualiseren dat jij als volwassene een knuffel geeft aan jezelf als kind. In het Engels wordt ook wel gesproken van je ‘inner child’ en in het Nederlands soms van je ‘kleine ik’. De therapeut kan waar nodig de rol van de ouder overnemen, om alsnog aan onvervulde behoeften te voldoen zoals erkenning geven of grenzen stellen.
In termen van schematherapie, is het dus belangrijk te zorgen voor je gekwetste kind (emotionele behoeften vervullen), het boze kind te temmen (behoeften bevredigen/uitspreken in plaats van direct boos worden) en je blije kind modus te versterken.

Schematherapie is vooral bekend als succesvolle behandeling voor persoonlijkheidsstoornissen. Inmiddels wordt schematherapie ook wel ingezet bij angststoornissen, depressie, eetstoornissen, relatie- en intimiteitsproblemen en verslaving. Ook wordt er inmiddels onderzoek gedaan naar het inzetten van schemagerichte therapie bij volwassen cliënten met autisme en een persoonlijkheidsstoornis (klik hier voor meer info over deze behandeling).
In Psychologie Magazine zegt psychologe Hannie van Genderen die al jaren met schematherapie werkt:

Voor cliënten is het vaak een eyeopener wanneer ze ineens het verband weten te leggen met vroeger. Bijvoorbeeld dat die baas waar je steeds conflicten mee hebt, eigenlijk lijkt op je vader. Ineens begrijp je dan waarom je zo fel op hem reageert. Bovendien werkt schematherapie op een dieper niveau dan veel andere therapieën. Je pakt problemen aan op gevoelsniveau. Door muziek kun je je vrolijk of verdrietig gaan voelen en pas later besef je je bijvoorbeeld dat die muziek gekoppeld is aan een vrolijke of verdrietige periode in je leven. Op dat niveau werkt schematherapie ook: door onbewuste associaties die een grote rol spelen bij je gedachten, je gedrag en je gevoelsleven.”

 

Mijn schema’s
Zoals ik al in eerdere blogs heb genoemd, is er bij mij op mijn 19e persoonlijkheidsproblematiek geconstateerd tijdens een intensieve klinische opname  voor psychotherapie gericht op jongeren met vermoedelijke persoonlijkheidsproblematiek. Ik kreeg destijds de diagnose persoonlijkheidsstoornis NAO (Niet Anderzins Omschreven), met trekken van de borderline persoonlijkheidsstoornis en de vermijdende persoonlijkheidsstoornis.
Tijdens deze opname kwam ik erachter dat ik niet goed wist wie ik zelf was en wat ik eigenlijk leuk vond, omdat ik me altijd aan de ander probeerde aan te passen. Ook werd ik nooit boos, behalve op mezelf. Verder liet ik mensen moeilijk dichtbij komen, wat vriendschappen onderhouden lastig maakte en het hebben van een relatie onmogelijk.

persoonlijkheidsstoornisOp de leefgroep en in de therapiegroep was ik vooral gericht op het helpen van anderen, in plaats van bezig zijn met mijn eigen verhaal in therapie in te brengen (tot de irritatie van groepsgenoten). Ik cijferde mezelf constant weg en vond dat ik geen recht van bestaan had.
Een aantal jaar later, kwam ik in therapie bij mijn coördinerend behandelaar van bovenstaande klinische opname. Zij had als psychotherapeute inmiddels een eigen praktijk en nam mij na een intake wederom aan als cliënt. Het ging al beter met me; ik had een aantal jaar op mezelf gewoond en was inmiddels begonnen met de opleiding SPH, maar ik liep nog steeds tegen een aantal dingen in mijn leven aan. Ik had vervolgens erg veel aan de individuele persoonsgerichte psychotherapie die ik kreeg. Op een gegeven moment durfde ik zelfs een relatie aan te gaan met een hele lieve en leuke jongen, mijn huidige vriend.

Toen ik al een tijdje deze relatie had, leek de persoonlijkheidsproblematiek weer wat meer naar de oppervlakte te komen; op de een of andere gekke manier kon ik bijvoorbeeld steeds lastiger alleen zijn, terwijl ik daar vóór mijn relatie toch sterk de voorkeur voor had! Ook merkte ik dat ik in het contact met mijn vriend ineens heftig emotioneel kon reageren, wat ik niet van mezelf gewend was. Bij onze eerste ruzies kon ik bijvoorbeeld erg overstuur raken omdat ik bang was dat hij het uit zou maken. Of ik kon intens verdrietig raken als hij een plagend grapje maakte als: ‘ja hoor, ik ruim het wel weer op’, wanneer ik iets vergat omdat ik dan oprecht dacht dat hij het meende en hierover boos op mij was.
Ik snapte er niets van. Al gauw besefte ik me wel dat mijn reacties veel heftiger waren dan passend bij de situatie. Natuurlijk is het niet erg als ik iets vergeet op te ruimen; iedereen vergeet wel eens wat! Maar uiteindelijk besefte ik me dat het vroeger mijn ouders waren die erg boos konden worden wanneer ik iets vergat te doen. Van mijn vriend verwachtte ik dezelfde reactie die ik vroeger mijn ouders gekregen zou hebben.

overreacting

Mijn therapeut en ik besloten in therapie schematherapie te gaan doen, omdat deze therapie mij meer inzicht zou kunnen geven over waar deze heftige reacties vandaan komen. Voordat we hiermee begonnen, vroeg zij mij een zelftest te doen zodat we in kaart konden brengen welke modi en thema’s bij mij precies van toepassing zijn. Op schematherapie.nl zijn enkele vragenlijsten te vinden (in excel format) die therapeuten gebruiken, zoals de ‘SMI’.

Omdat ik mijn huidige psychotherapeute dus al lange tijd ken, lukte het om steeds opener over mezelf te zijn en mij steeds meer kwetsbaar op te stellen in therapie. Dit heeft wel even geduurd, omdat het toch lastig is ‘een buitenstaander’ op zo’n manier te vertrouwen dat je zelfs de zaken waar je je het meeste over schaamt – in mijn geval de schaamte voor de disfunctionele patronen en ‘overdreven’ reacties – durft bloot te geven. Het zijn immers niet de meest flatteuze kanten van mezelf en ik wil toch graag dat iedereen mij ziet als een leuk persoon, zelfs een therapeut.
Ik ben nog steeds blij dat het gelukt is haar te gaan vertrouwen, want anders had ze niet zo’n goed beeld van mij en mijn leven kunnen krijgen als zij nu heeft. Zij kon aan de hand van onze gevoerde gesprekken bijvoorbeeld in mijn behandelplan een verhaal over mij uitschrijven, met daarbij de verschillende schema’s en modi die bij mij van toepassing zijn. Het werd een soort korte biografie, die zij vervolgens aan mij voorlegde. Ik weet nog dat ik erg verbaasd was dat het zo erg klopte met hoe ik het zelf voelde. In het verleden heb ik vaker zonder dat ik het zelf door had een ander beeld van mezelf neergezet bij een therapeut (waardoor het was alsof ik verslagen en behandelplannen las over iemand anders), maar nu was het gelukt om mezelf echt te laten zien.
Samen hebben we nog kleine aanpassingen gemaakt en het in mijn eigen woorden gezet, zodat het verhaal voor mij helemaal kloppend was. Dit in kaart brengen van de schema’s en modi heet in vaktermen ‘casusconceptualisatie’. Het verhaal werd toegevoegd aan mijn behandelplan.

Voorbeeld casus ‘Sandra’
Gezien mijn eigen casusconceptualisatie verhaaltje wel heel persoonlijk is, heb ik als alternatief een voorbeeldcasus gebruikt uit een handboek voor therapeuten. Deze casus is fictief, dus Sandra bestaat niet echt; dat zou in verband met privacy natuurlijk niet oké zijn. De volgende kaders uit het boek kunnen je misschien een goed beeld kan geven van hoe schema’s en modi bij iemand in kaart worden gebracht.
Allereerst een korte beschrijving van Sandra en haar achtergrond, dan lastige situaties waar zij tegenaan loopt met de schema’s/valkuilen die daar bij horen en vervolgens de modi waar zij regelmatig in schiet.

casus sandra

Casus Sandra (van Vreeswijk, Broersen, & Nadort, 2008)

casus sandra schemas

Inventarisatie van schema’s van Sandra (van Vreeswijk, Broersen, & Nadort, 2008)

casus sandra modi

Inventarisatie van modi van Sandra (van Vreeswijk, Broersen, & Nadort, 2008)

Mijn casusconceptualisatie
Toen ik mijn casusconceptualisatie voor het eerst doorlas vond ik het naast kloppend, ook erg confronterend; ik merkte zelfs dat ik er somber van werd. Later besefte ik me dat het komt, omdat je vooral geconfronteerd wordt met de dingen waar je tegenaan loopt in je leven. Niet erg leuk dus, maar wel logisch, want een behandelplan geeft natuurlijk aan waar je in therapie aan wilt/gaat werken. Als het een positief verhaal geweest zou zijn, had ik mij moeten afvragen wat ik feelingsüberhaupt te zoeken had in therapie…
Hoe dan ook: het doorlezen van zo’n tekst kan dus best confronterend en zelfs demotiverend zijn. Dit heb ik op een gegeven moment ook uitgesproken in therapie, waarna ik samen met mijn therapeute (los van mijn behandelplan) ook in kaart ben gaan brengen wat er juist wel goed gaat; welke groei ik inmiddels heb doorgemaakt. Gelukkig bleek ik ook vaak te functioneren vanuit de ‘gezonde volwassene modus’. Dit gaf voor mij weer wat meer houvast. Omdat ik nu al langer schematherapie heb gevolgd, zijn in mijn behandelplan inmiddels gelukkig ook de dingen toegevoegd waar ik eerder tegenaan liep, maar nu beter mee om kan gaan.

Het schema wat bij mij het meeste bleek te spelen is ‘emotionele verwaarlozing’. Vandaar dat ik hierover het artikel ‘De Dictator & ik‘ schreef. Eigenlijk is ‘De Dictator’ voor mij eigenlijk een verzamelnaam voor de modi: ‘straffende ouder’ en ‘veeleisende ouder’.
Verder lijkt hij voort te komen uit de schema’s: ‘Meedogenloze normen/overmatig kritisch’, ‘minderwaardigheid/schaamte’, ‘sociale ongewenstheid’ en ‘mislukking’. Geen wonder dus dat hij zo sterk is, maar gelukkig is mijn ‘gezonde volwassene’ inmiddels steeds beter tegen hem opgewassen.
Een tijd geleden schreef ik hoe de Dictator een sterke invloed uitoefende over mijn dag in ‘De dictator in mijn hoofd‘.

Imaginatie oefeningen
Ook heb ik tijdens schematherapie met mijn therapeute gewerkt aan het vervullen van de emotionele behoeften die ik in mijn jeugd tekort ben gekomen. Dit doen we door middel van imaginatie oefeningen. Dat gaat zo:

  • inner childVeilige plek – met je ogen dicht een veilige plek visualiseren en de geluiden, geuren en kleuren hiervan registreren.
  • Recente nare gebeurtenis – een recente nare gebeurtenis tot in detail vertellen; wat deed ik en wat deed de ander?
  • Focussen op gevoel – focussen op het gevoel dat ik in deze situatie had en dit gevoel omschrijven.
  • Verbinding leggen met verleden – proberen te bedenken in welke situatie in mijn jeugd ik eerder dit gevoel had.  (bij voorkeur een situatie waarbij ik jonger dan 10 jaar was)
  • Betekenisvolle gebeurtenis – wanneer ik mij een gebeurtenis uit het verleden heb kunnen herinneren waarin ik een soortgelijk gevoel had, wordt mij gevraagd deze situatie te omschrijven. Wat deed ik en wat deed de ander?
  • Therapeut grijpt in (herschrijven van de ervaring) – de therapeut vraagt mij op een gegeven moment wat ik in deze situatie eigenlijk nodig had, maar doet dit in de tegenwoordige tijd, alsof de situatie in het hier en nu plaatsvindt. Uiteindelijk stapt mijn therapeut als het ware in de situatie, door te vertellen wat zij doet. Zo heeft zij mij bijvoorbeeld gezegd dat zij mij met haar auto naar mijn middelbare school rijdt, omdat ik mij daar als kind veilig voel. Ook spreekt zij mijn ouders wel eens streng toe en legt dan aan hen uit dat zij bijvoorbeeld totaal voorbij gaan aan mijn wensen of gevoel op dat moment. Ze vraagt altijd of er nog iets moet gebeuren in deze situatie of dat het zo voor mij goed is. 
  • Veilige plek – als het inderdaad zo goed is, word mij gevraagd mijn veilige plek weer voor mij te halen.
  • Nabespreken –  tot slot bespreken we hoe ik het vond. Vaak heb ik bijvoorbeeld weer nieuwe inzichten gekregen. Of komt er emotie los omdat ik me als volwassene steeds meer besef hoe ik een bepaald iets gemist heb in mijn jeugd (de emotionele verwaarlozing).

Aan het begin vond ik deze oefeningen erg lastig. Juist gezien de modus ‘onthechte beschermer’, waardoor ik contact vermijd, vooral als het te dichtbij komt. Bij rollenspellen en oefeningen waarbij ik mij iets moet verbeelden/visualiseren, kan ik cynisch worden en mezelf te nuchter vinden voor zo’n zweverige opdracht. Omdat ik dit van mezelf ken, weet ik inmiddels dat hier vooral angst achter zit en ik mezelf wil beschermen voor iets wat ik niet ken.

Ik vond het erg spannend dat mijn therapeute in een situatie uit mijn jeugd zou stappen waarin ik mij erg kwetsbaar heb gevoeld. Als kind had ik overigens vanwege hechtingsproblematiek de neiging mij te gaan hechten aan vrouwelijke figuren (zoals juffen en leraressen) in mijn leven die mij zo nu en dan de steun gaven die ik thuis miste. Daarom was ik ergens ook bang dat ik mij net als vroeger bij docentes, mij nu te veel aan mijn therapeute zou gaan hechten. De uitdaging was dus om haar zowel toe te durven laten, als niet door te schieten in het andere uiterste.
Ik merkte dat ik bij de eerste oefeningen verstarde als zij bij wijze van spreken in de herinnering stapte of dichtbij mij kwam zitten. Gelukkig lukte het na verloop van tijd steeds beter dit toe te laten en merkte ik dat de oefeningen echt effect hadden – hoe ‘zweverig’ ook. Vaak voelde ik me beter na een imaginatie oefening en soms kreeg ik ineens nieuwe inzichten over mijn jeugd doordat er meer herinneringen naar boven waren gekomen.
Op dit moment zie ik mijn therapeute trouwens gelukkig nog steeds – niet meer en niet minder – als een behandelaar die ik vertrouw en waar ik een goede klik mee heb.

Naast imaginatie oefeningen, wordt er bij schematherapie vaker interventies/oefeningen geleend uit andere therapieën. Dit komt omdat schematherapie, net als veel andere therapieën, is gestoeld op cognitieve gedragstherapie. Kort gezegd is dit een therapievorm dat er vanuit gaat dat je gedachten te beïnvloeden zijn en daarmee ook je gevoel en gedrag. Het kan dus voorkomen dat jouw therapeut bijvoorbeeld ook wel een rollenspel inzet of gebruik maakt van een EMDR-interventie.

Zie hier de imaginatie techniek in beeld gebracht door Heleen Grandia.

De gezonde, volwassen Lyka
In mijn laatste behandelplan stond bij mijn diagnose dat mijn ‘persoonlijkheidsstoornis NAO’ in remissie is. Er is volgens mij geen eenduidige definitie van ‘in remissie’, maar het betekent in de psychiatrie ongeveer dat mijn klachten sterk verminderd zijn.
De woordjes ‘in remissie’ zijn voor de zorgverzekeraar het bewijs dat het beter met mij gaat (en dat de therapie dus aanslaat), al heb ik dat zelf natuurlijk al veel eerder ervaren. Ondanks dat schematherapie in het begin erg confronterend was (en enigszins demotiverend), heb ik er al erg veel aan gehad! Ik vind de therapie fijn, overzichtelijk en het geeft mij veel houvast.

Dankzij de inzichten kan ik veel beter met bepaalde situaties omgaan. Wanneer ik heftige emoties op voel komen, besef ik me al snel waar ze vandaan komen, waardoor het lukt om beter met deze emoties om te gaan. In plaats van dat ik bijvoorbeeld erg van streek raak, kan ik nu even kort uithuilen, om vervolgens uit te spreken dat iets mij raakt doordat er een associatie is met een situatie uit mijn jeugd. Dit is niet alleen voor mij fijner, maar ook voor mijn omgeving (waaronder mijn vriend) omdat ook zij overvallen werden door mijn heftige reacties en deze vaak moeilijk konden plaatsen bij de situatie. Wanneer ik het kan uitleggen, geeft het mijn omgeving ook meer rust en is er ook nog eens meer begrip mogelijk, waardoor conflicten bijvoorbeeld niet onnodig groter worden. In schematherapie termen merk ik dat ik in plaats van in de disfunctionele modi te schieten, steeds vaker in de gezonde volwassene modus kan stappen.
Het is waarschijnlijk niet reëel dat ik van alle schema’s/modi af zal komen, maar het is wel mogelijk ervoor te zorgen dat de schema’s of modi niet meer disfunctioneel zijn in mijn dagelijks leven en mij dus stukken minder zullen belemmeren.

De aanhouder wint
AdultingOp Twitter deed ik een oproep: ik vroeg wat er aan bod zou moeten komen over schematherapie in dit artikel. Ik kreeg hier een aantal reacties op.
Wat ik hiervan nog niet aan bod heb laten komen, is dat schematherapie inderdaad hard werken is. Je komt jezelf en je patronen telkens weer tegen en dat is niet alleen confronterend, maar ook zwaar en erg vermoeiend. Wel is het een heel overzichtelijke therapie; de schema’s en modi zullen ervoor zorgen dat je je eigen gevoelens en gedrag beter zult snappen en dat zorgt ook voor meer rust en overzicht in je hoofd. Uiteindelijk zul je zelfs de meest diepliggende schema’s doorbreken, maar dat heeft veel tijd en energie nodig; het ene schema zal hardnekkiger en dieper geworteld zijn dan andere schema’s.

Het is dus – makkelijk gezegd – een kwestie van doorzetten en volhouden; de aanhouder/de gezonde volwassene zal het winnen van de belemmerende patronen.
Vergeet trouwens vooral niet zo nu en dan een blij kind te zijn!

happy kid gif.gif


Ook schematherapie volgen?

Denk je dat schematherapie misschien ook een geschikte therapie voor jou zou kunnen zijn? Overleg dit dan met je behandelaar. Indien je nog geen professionele hulp krijgt, kun je hierover altijd in gesprek gaan met je huisarts of de praktijkondersteuner. Hij of zij kan met jou meedenken en eventueel een verwijzing regelen naar een therapeut in jouw buurt die geschoold is in het geven van schematherapie.
Schematherapie behoort tot gespecialiseerde (tweedelijns) geestelijke gezondheidszorg en wordt daarom vergoed door de zorgverzekeraar. Vraag wel altijd na voor de zekerheid of jouw hulpverlener/instelling is aangesloten bij jouw zorgverzekeraar.

Is er voor jou toch nog iets niet aan bod gekomen of heb je nog vragen? Stel ze gerust in een reactie, per mail of via social media.


Bronnen:
Arntz, A., & Jacob, G. (2011). Schematherapie een praktische handleiding. Amsterdam: Uitgeverij Nieuwezijds.
van Vreeswijk, M., Broersen, J., & Nadort, M. (2008). Handboek Schematherapie. Houten: Bohn Stafleu van Loghum.
https://www.deviersprong.nl/behandelingen/schematherapie/
https://www.schematherapie.nl/wordpress/wp-content/uploads/2014/09/Gieles-J.-Psychologie-Magazine-12-12-schematherapie.pdf
https://www.schematherapie.nl/vragenlijsten/
https://www.schematherapieopleidingen.nl/wp-content/uploads/2016/10/Slides-Fine-Tuning-IR-NL.pdf
https://www.rivierduinen.nl/~/media/_centrum%20autisme/clienten/behandelingen/psychotherapie—volwassenen-autisme—fs—1604.ashx?la=nl-nl
http://www.lkhnederland.nl/onderzoek-naar-psychotherapie-bij-volwassenen-met-autisme-en-comorbide-persoonlijkheidsstoornis

De Dictator & ik

Een tijd geleden, in een vorig artikel, heb je kunnen lezen over de ‘De dictator in mijn hoofd’. Hierin beschreef ik mijn dag en de invloed die de Dictator hierover uitoefende. Maar wie is hij nou precies? Hoe ziet hij eruit? Hoe is hij tot stand gekomen? En hoe kom ik in ’s hemelsnaam van hem af? Eerder schreef ik ook een blogartikel over onveilige hechting, genaamd ‘Slecht gehecht?’, waar dit artikel enigszins op aanhaakt. In dit schrijfsel zal ik beschrijven wat emotionele verwaarlozing precies is en zal ik mijn eigen ervaringen omtrent dit thema delen. Ook kun je lezen hoe ik bezig ben om van de gevolgen van emotionele verwaarlozing af te komen. Ik publiceerde dit artikel al eerder, maar heb intussen wat aanpassingen gedaan om het onderwerp voor mijn gevoel zo goed mogelijk te belichten.

Bestand 16-08-17 17 38 19

“Je kunt mij niet eens fatsoenlijk schetsen!” – De Dictator

Persoonsomschrijving
De Dictator is een criticus. Nog erger dan een Volkskrant recensent. Wat je ook doet of zegt, het is eigenlijk nooit goed. Gaat er iets wel een keer goed? Nou, dan wijst hij je er dringend op te her-evalueren, want er is altijd zat om te verbeteren en er zijn altijd gênante, domme fouten die je over het hoofd heb gezien. (Al zijn ze van meer dan 10 jaar geleden.)
Ik maakte laatst deze snelle schets van hem,  met enkele van zijn kenmerkende quotes. Zijn uiterlijk wil nog wel eens veranderen, maar dit is hoe ik hem op het moment voor mij zie.

Onzichtbaar beschadigd
Een thema als emotionele verwaarlozing vind ik lastig om over te schrijven, omdat het voelt als aan aanklacht tegen mijn ouders. Iets wat ik in mijn blogs zoveel mogelijk probeer te vermijden; ik probeer het vooral bij mezelf te houden. In dit artikel zal ik dit wederom nastreven. Helaas is het in dit geval lastiger om het niet over mijn ouders te hebben, gezien dit blogartikel zal gaan over mijn jeugd en opvoeding. Daarom wil ik vooraf gezegd hebben; mijn ouders waren door meerdere factoren simpelweg niet in staat om het anders te doen; er was absoluut geen opzet in het spel! Ze deden hun best en zij hielden van mij op hun eigen manier, daar ben ik van overtuigd. Regelmatig komt er dan ook in mij op: ‘maar zo erg was het bij mij toch allemaal niet?’ Ik had immers een dak boven mijn hoofd, eten, drinken, speelgoed… En ook de gedachte: ‘misschien was ik gewoon een overgevoelig, aanstellerig kind’. Het feit is alleen dat ik nog steeds kamp met psychische klachten, die volgens de theorie tot de gevolgen van emotionele verwaarlozing herleid zouden kunnen worden. Ik ben als kind beschadigd, maar dit is van de buitenkant niet te zien.

Er zijn verschillende vormen van kindermishandeling bekend. Emotionele verwaarlozing is één van deze vormen. Bij kindermishandeling denken we al snel vooral aan slaan en schoppen, toch komt emotionele verwaarlozing het meeste voor in Nederland, blijkt uit de Tweede Nationale Prevalentiestudie Mishandeling van Kinderen en Jeugdigen (PDF).
Emotionele verwaarlozing moet niet verward worden met emotionele mishandeling, waar kinderen worden uitgescholden en gekleineerd.
Bij emotionele verwaarlozing gaat het meer om dingen die ouders nalaten: ze geven een kind geen genegenheid, aandacht, emotionele steun en bevestiging. Of ze gedragen zich heel onvoorspelbaar, waardoor een kind geen veiligheid voelt.
Het is vaak heel moeilijk te ontdekken of je emotioneel verwaarloosd bent. Want anders dan bij kindermishandeling of misbruik –waar het gaat om dingen die je aangedaan zijn-, gaat het bij verwaarlozing om wat er NIET was en wat je je NIET herinnert. Emotionele verwaarlozing brengt ongemerkt schade toe aan iemands leven.

Veel ouders bedoelden het goed, maar zijn door verschillende redenen niet in staat adequaat op hun kinderen te reageren. Kenmerkend is dat ouders totaal in beslag worden genomen door eigen problemen. Een aantal risicofactoren voor emotionele verwaarlozing zijn:

  • 087abf93d686a09b1be8461cc637f260Een slechte relatie tussen ouder en kind. De ouders luisteren niet naar het kind, negeren het of ondernemen geen activiteiten met het kind;
  • Weinig zelfreflectie of zelfvertrouwen bij de ouder;
  • Stress of boosheid bij de ouder;
  • Ouders hebben psychische problemen, zijn verslaafd, een licht verstandelijke beperking of hebben agressieproblemen;
  • Een ouder staat er alleen voor, is werkloos of er is sprake van een groot gezin;
  • Het kind heeft een gebrek aan sociale vaardigheden. Het is mogelijk dat het daardoor niet goed zijn behoeften bij zijn ouders kan aangeven. Ook kan het zijn dat het kind door de ouders als moeilijk in de omgang wordt beschouwd.

‘Veel ouders kampen zelf met een jeugdtrauma en hebben daardoor emotionele en/of gedragsproblemen en een negatief zelfbeeld’, zegt klinisch psycholoog Carlijn de Roos, werkzaam bij Psychotraumacentrum GGZ Kinderen en Jeugd Rivierduinen.
‘Gelukkig zijn er effectieve behandelingen om ouders te helpen bij de verwerking van hun trauma. Soms moet de zorg voor het gezin dan tijdelijk worden overgenomen door familie of professionele gezinszorg.’

De gevolgen
Volgens Janine Jansens, psycholoog en coach, groeien kinderen die emotioneel verwaarloosd zijn op met diverse moeilijkheden. Hieronder volgt een opsomming van deze voorkomende moeilijkheden die zij noemt:

  • “Worstelen met gevoelens van leegte. Sommige mensen voelen het als een fysiek gevoel; een leeg gevoel in hun borstkas, anderen ervaren het als emotionele gevoelloosheid.
  • Tegen- afhankelijkheid: een sterke drijfveer om niemand nodig te hebben. Je zou het ook ‘de angst om afhankelijk te zijn’ kunnen noemen. Mensen die tegen – afhankelijk zijn vermijden het zoveel mogelijk om hulp te vragen. Ze willen niet de schijn wekken hulpbehoevend te zijn of zich zo te voelen. Ze doen veel moeite om niet op een ander te hoeven rekenen, zelfs als het ze veel kost.
  • Omdat je weinig feedback krijgt over jezelf tijdens je jeugd weet je eigenlijk niet zo goed wat je kwaliteiten en je zwakten zijn. Dit gaat niet zozeer over een laag zelfbeeld (hoewel dat wel klopt voor de meeste mensen die emotioneel verwaarloosd zijn), maar over het feit dat een onrealistisch zelfbeeld hebt.
  • Weinig compassie voor jezelf, en heel veel voor anderen. Of simpeler gezegd: je bent veel strenger voor jezelf dan je voor anderen bent.
  • Gevoelens van schuld en schaamte en zich afvragen: “Wat is er mis met mij?” Als je leert dat je gevoelens er niet mogen zijn, dan leer je ze te verbergen. Omdat er in je jeugd geen duidelijk nare dingen gebeurd zijn zoals mishandeling of misbruik, herinner je jeugd als in principe in orde, misschien zelfs wel gelukkig. Dus wat is er dan mis met je als je je niet gelukkig voelt?
  • Boos zijn op jezelf komt ook vaak voor. Vaak is die boosheid een uiting van schaamte die nog een stap verder wordt gezet.
  • Een voortdurend onderliggende angst om ‘door de mand te vallen’: “Als ze me werkelijk zouden kennen zouden ze me niet aardig vinden”. Het is je basale fatale overtuiging zoals: “Ik ben niet de moeite waard” of “Ik ben dom”. Het is het ‘antwoord’ dat je zelf gevonden hebt op de vraag wat er mis is met je dat je geen aandacht krijgt.
  • Moeite met emotioneel voor jezelf en anderen te zorgen
  • Slechte zelf-discipline hebben. Junk-food eten, teveel uitgeven.. Moeite met dingen doen die moeten, zoals huistaken of sporten of deadlines halen.
  • Je weinig bewust zijn van je eigen emoties en die van anderen en die ook moeilijk kunnen identificeren of omschrijven.”

Naast deze omschreven moeilijkheden is door recent onderzoek bekend geworden dat emotionele verwaarlozing een specifiek verband heeft met depressies en sociale angst. Hersenscans laten verder zien dat de prefrontale cortex – het hersengebied dat een belangrijke rol speelt in het omgaan met stress – kleiner is bij mensen die in hun jeugd emotioneel zijn verwaarloosd. Hun amygdala – het gebiedt dat reageert op dreiging – lijkt veel scherper afgesteld, waardoor mensen eerder angst ervaren.

Bij het vaststellen van persoonlijkheidsstoornissen wordt ook als één van de kenmerken: traumatische/negatieve emotionele ervaringen in de jeugd genoemd, waaronder o.a. emotionele verwaarlozing. Bij het ontstaan van een vermijdende persoonlijkheidsstoornis wordt omschreven: “Als je bijvoorbeeld opgroeit in een gezin waar je ouders erg afstandelijk, kritisch en ogenschijnlijk weinig betrokken bij je zijn zal je eerder een negatief idee over jezelf ontwikkelen. Je leert als kind niet dat je oké bent zoals je bent. Indien er een angstige aanleg aanwezig is, kan dit leiden tot terughoudendheid in contacten met anderen. En ondanks dat je daarmee ook positieve ervaringen uit de weg gaat, wordt de vermijding niet doorbroken.”

Het angstige en sombere kind
Als kind was ik erg stil, verlegen en teruggetrokken. Ik was angstig in nieuwe situaties en vooral met nieuwe mensen. Sociaal contact vond ik doodeng. Ik durfde niet eens brood te kopen bij een bakker. Dan kwam ik thuis en deed ik alsof ik het vergeten was. Ik durfde niet te zeggen dat ik niet durfde en mijn ouders namen aan dat ik gewoon geen zin had. Dus ze werden boos.

Ook huilde ik veel als kind terwijl ik niet eens wist waarom. Achteraf denk ik dat het kwam omdat ik mij ongelukkig en somber voelde, maar dat ik maar heel weinig besef had van de verschillende soorten gevoelens en hoe je deze uit. Het leek dus alsof ik huilde zonder reden terwijl ik eigenlijk gewoon niet door had dat ik verdriet en somberheid voelde. Wederom werden mijn ouders boos, want je moet alleen huilen als je een goede reden hebt, anders niet. Toen mijn broer was overleden werd mijn vader ook wel eens boos omdat ik huilde. Mijn huilen leek mijn moeder immers nog verdrietiger te maken. Ik stopte vervolgens alle gevoelens rondom mijn broers overlijden weg, die tijdens mijn pubertijd weer naar de oppervlakte kwamen. Ik kreeg daarom op mijn 14e speltherapie waar ik voor het eerst leerde over het bestaan van de verschillende gevoelens, om uiteindelijk mijn eigen gevoelens van elkaar te kunnen onderscheiden.

Mijn moeder kwam trouwens uit Zuidoost Azië. Daar zijn de ideeën over opvoeding ongetwijfeld anders dan in Nederland. Ik kreeg dan ook wel eens een ‘pedagogische tik’ wanneer ik niet luisterde. Een keer toen mijn Aziatische oma in Nederland was, speelde ik zonder het te vragen (vergeten) bij een buurkindje waardoor mijn moeder en oma mij kwijt waren. Toen ik terecht was kreeg ik zo’n harde tik dat ik blauwe plekken op mijn billen had. Waarschijnlijk zijn ze hier toch wel van geschrokken, want daarna kreeg ik geen tikken meer. Natuurlijk weet ik wel dat dit in Nederland niet oké is en op mijn opleiding leer ik dat dit valt onder de noemer kindermishandeling. Toch vond ik de pijn van de tikken niet erg; wel de gevoelens van angst, onrecht en machteloosheid zijn mij bijgebleven. Toen ik net kon schrijven schreef ik voor moederdag een keer een briefje aan mijn moeder waarin ik vertelde dat ik fijn zou vinden als ze wat liever voor mij zou zijn. Niet echt een leuk moederdagcadeau, dat snap ik, maar toch vind ik dat dit geen tik verdiende. Het was toch maar een vraag? En ik vroeg het achteraf waarschijnlijk niet voor niks… Voortaan hield ik mijn mening en wensen maar voor me.

Mijn vader had altijd al een kort lontje; hij kon heel snel erg boos worden. Dit kon door van alles komen. Irritatie wanneer het klussen niet lukte, ruzie met mijn moeder en ook wel wanneer ik iets stoms had gedaan (zoals vergeten mijn fiets op slot te zetten op school waarna deze werd gestolen). Hij kon dan op zijn Amsterdams vloeken en tieren, maar ook hardhandig met spullen en deuren omgaan. Later bleek dat dit o.a. kwam doordat hij diabetes had. Hij zei hier later over dat hij zich nooit kon herinneren wanneer dit gebeurde; hij was het kwijt. Een systeemtherapeute zei hier een keer op: “Ja dat kan wel zo zijn, maar Lyka blijft er mee zitten”. Hij leek zich dit niet te realiseren.

broken cup“Als er iets is kun je altijd naar ons toekomen”, zeiden mijn ouders regelmatig. Toch had ik niet het gevoel dat dit ook daadwerkelijk kon. Ze hadden dit graag gewild, dat geloof ik wel. Toen ik bijvoorbeeld 7 jaar was en mijn ouders een periode veel ruzie hadden, vond ik een keer serviesscherven onder de verwarming. Ik vroeg ongerust aan mijn moeder: ‘gaan jullie scheiden?’ Ze zei: ‘Nee joh! Hoe kom je daar nou bij.’ En we hebben het er nooit meer over gehad, terwijl de ruzies bleven. Mijn ouders zijn dan ook nooit gescheiden, maar er  was nog wel vaak (passieve) boosheid naar elkaar en er werd nauwelijks liefde naar elkaar getoond. Nooit ben ik fysiek pijn gedaan, maar als ik terugkijk was ik als kind vermijdend naar mijn vader toe omdat ik bang was voor hem en zijn boosheid. Ik hoorde vanaf mijn kamer immers een keer hoe hij tijdens een ruzie met mijn moeder een zware eetkamertafel in één beweging omgooide. Vervolgens vroeg mijn moeder mij om hem weer te halen omdat het eten klaar was. Met lood in mijn schoenen liep ik de trap op. Er gebeurde niks, maar ik was doodsbang.

Ik ontwikkelde een angst voor boosheid en onvoorspelbaar gedrag. Een angst waar ik overigens tijdens een opname voor klinische psychotherapie met jongeren (met o.a. borderline problematiek) vaak aan werd blootgesteld. Ook daar vloog er regelmatig iets door de leefgroep.

Het wereldvreemde en sombere kind
Als kinvisibleind dacht ik ook dat ik dom, onhandig en nergens echt goed in was. Ik was zo stil en verlegen, dat ik regelmatig over het hoofd werd gezien. Thuis, maar ook op school. Het leek wel alsof ik mezelf onzichtbaar kon maken. Dat voelde veilig, want dan werd er tenminste niet op mij gelet en viel het niet op als ik iets stoms of fout deed. Ook zonderde ik me af van andere kinderen. Ik leek het fijn te vinden alleen te zijn, bovendien kon ik dan niet gekwetst of verlaten worden. Ik had het idee dat als mensen mij echt leerden kennen, zij mij al snel zat zouden zijn. In mijn eentje had ik ook geen last van onvoorspelbaar gedrag van anderen; ik hoefde niet bang te zijn. Daarnaast was mijn broer van de één op andere dag overleden, dus ik hield er rekening mee dat mensen zomaar uit je leven konden verdwijnen.
Het alleen zijn zorgde ook dat ik mij zelfstandig, onafhankelijk en sterk voelde. Dat dacht ik tenminste. Achteraf gezien hield ik mezelf voor de gek, alleen had ik dat destijds nog niet door. Pas de laatste jaren besefte ik me dat ik mij al die tijd ‘in mijn eentje’ ook eenzaam, somber en verdrietig heb gevoeld. Ik voelde een leegte en voel deze nog steeds. Ik kon echter niet vatten wat dit gevoel precies was en waardoor ik dat gevoel had, waardoor ik mezelf toch blijf afzonderen. Inmiddels was ik het gewend…

Verder was ik ook altijd een nogal gevoelig kind. Als ik had gezongen onder de douche werden er wel eens grappen gemaakt door mijn ouders: ‘Ik hoorde net een valse kat op het dak’. En toen ik een keer blij was met mijn schoolfoto werd er gegrapt: ‘Niet zo’n kapsones hè!’. Het waren schijnbaar onschuldige grappen. Er werd dan ook wel achteraan gezegd; grapje hoor! Maar desondanks ben ik het gaan geloven. Soms waren het ook geen grappen: ik liet bijvoorbeeld vaker trots een tekening zien waar ik een 9 voor had gekregen bij het vak tekenen op de middelbare school, waarop mijn moeder dan zoiets zei als: ‘Je bent zeker het lievelingetje van de leraar, hè?’
Mijn ouders vonden het überhaupt lastig om enthousiast te reageren op iets dat ik vertelde; ik het vaak het gevoel dat zij mij niet hoorden of het hen gewoonweg niet interesseerden. “Oké.” of “Oké, leuk.”, kon er vaak nog vanaf, maar meer ook niet. Soms was de reactie na mijn verhaal: “Oké. Hoe gaat het met je cijfers?” Het leek het enige te zijn wat ze van mij wilden horen.

Ook kon mijn moeder mij vergelijken met mijn overleden broer; ‘Angelo bood wel altijd aan te helpen met de afwas’, ‘Angelo was niet zo rommelig als jij.’ Het voelde voor mij alsof ik nooit goed genoeg was en dat het beter was geweest als ik was doodgegaan in plaats van Angelo. Op mijn 14e geloofde ik hier zo in, dat de neiging om ook zelfmoord te plegen steeds sterker werd. Gelukkig had ik inmiddels therapie en probeerden mijn therapeuten mij ervan te overtuigen dat ik er wel mocht zijn. Ik weet nog dat mijn ouders een keer erg schrokken omdat zij hoorden van mijn mentrix dat ik het idee had dat zij niet van mij hielden. Ze gaven mij een knuffel en een kus op mijn hoofd en zeiden dat ze wel degelijk van mij hielden. Toch kon ik het niet geloven; ik kreeg immers wisselende boodschappen, het verwarde me juist. Waarom dacht en voelde ik dat zij niet van mij hielden als het wel zo was? Lag het allemaal aan mij? Was ik zó raar dat ik dit dacht of verzon?
Uiteindelijk liet mijn moeder mij na een lang ziekbed haar dagboek achter. We wisten op een gegeven moment dat ze zou gaan overlijden en ze wilde mij iets van haarzelf achterlaten. Ze schreef blijkbaar over al haar gevoelens rondom haar ziekbed, want in het dagboek was heel wat kritiek aan mij en mijn vader te lezen. Ik las dat ik lui en onverantwoordelijk was en dat zij zich zorgen maakte hoe ik zou worden als ik eenmaal volwassen was.

Het verwarde kind
Mijn ouders hanteerden de opvoedstijl: volwassenen hebben altijd gelijk. Dit komt denk ik voort uit hun eigen opvoeding/cultuur. Mij werd dan ook niet vaak wat gevraagd; ik moest juist doen wat er van mij gevraagd werd. Als middelbare scholier kwam ik bij het vak Nederlands in de problemen: hoe moest ik immers debatteren als ik geen mening had? Als 19-jarige was ik nog steeds compleet in de war: ik had mij mijn hele jeugd aangepast aan het voldoen aan verwachtingen van anderen en was mezelf ondertussen kwijt geraakt. Op de één of andere manier had ik het idee dat anderen mij wel zouden vertellen hoe ik mijn leven zou moeten leven. Blijkt het dat ik dat zelf moet invullen! Hoe moest ik nu in ’s hemelsnaam een (volwassen) identiteit vormen? Ik raakte in een identiteitscrisis.

Waar ik eigenlijk nog het meeste schaamte- en schuldgevoelens over had, was het fantaseren over leven in een ander gezin, met andere ouders. Ik was bijvoorbeeld erg jaloers op het gezinsleven van vriendinnen als ik bij hen thuis was. Achteraf gezien leek het erop dat ik op zoek was naar een moederfiguur; eerst in mijn juffen op de basisschool en later bij de leraressen van mijn middelbare school. Vooral mijn mentrix van de brugklas. Zij werd als een soort idool voor mij; ik wilde net zo worden als zij. Ook wilde ik vaak bij haar zijn. Iets waar ik me erg schuldig over voelde, gezien mijn eigen moeder ondertussen was gediagnosticeerd met kanker en hier later ook aan overleed. Pas later begreep ik dat ik die vrouwelijke docenten zo opzocht omdat ik van hen de aandacht, steun en zorg kreeg dat ik ook thuis zocht, maar niet vond. Tijdens mijn middelbare schooltijd gaf ik het op en ging ik blijkbaar elders op zoek naar wat ik nodig had.

De behoefte om vrouwelijke voorbeeldfiguren op te zoeken en op hen te leunen, heb ik inmiddels niet meer. Op dit moment worstel ik wel nog steeds met gevoelens van eenzaamheid en het gevoel hebben dat ik ‘alleen op de wereld’ ben. Dit gevoel komt bijvoorbeeld op wanneer ik geconfronteerd wordt met de manier waarop mijn schoonouders met mijn vriend omgaan; hij kan altijd op hen terugvallen en ze zijn geïnteresseerd in wat hij te vertellen heeft. De gedachten; ‘op wie kan ik terugvallen?’ en ‘wie luistert naar mij?’, geven dan veel verdriet.

De geboorte van de Dictator
geboortedictatorDe Dictator vindt zijn oorsprong in mijn jeugd. Toen hij nog niet bestond, was het niet hij die kritisch op mij was, maar mijn ouders. In therapie werd mij voorgelegd dat mijn ouders vroeger te hoge eisen aan mij stelden. Zelf herinner ik me dat ik vooral te horen kreeg wat ik niet goed deed of beter kon doen, dan dat wat ik wel goed deed. Ik kreeg het gevoel dat ik nooit iets goed deed. Er was sprake van voorwaardelijke liefde in plaats van onvoorwaardelijke liefde.

Mijn tienerdagboeken staan vol schaamte en schuldgevoelens. Na twee dagboeken hield ik het maar voor gezien want ik werd alleen maar somber van het schrijven en het doorlezen ervan. Regelmatig schreef ik ‘Ik haat je’,  ‘waarom ben je zo stom?’ en ‘ik snap niet dat mijn vriendinnen mij nog steeds niet zat zijn’.
Toch had ik niet echt door dat ik een laag zelfbeeld had. Ik vond mezelf zelfs regelmatig narcistisch en egoïstisch. Dat ik niet veel waard was, was dan ook voor mij de waarheid en geheel logisch. Op mijn 14e deed ik mezelf voor het eerst pijn om mezelf te straffen en mijn gevoelens te verdoven. Rond mijn 14e kreeg ik ook voor het eerst last van suïcidale gedachten; ‘ik voeg niets toe aan het leven van anderen en ik ben iedereen tot last, dus ik kan er maar beter niet zijn’. Tijdens schematherapie een jaar geleden, moest ik praten tegen degene die zo hard is voor mezelf (Lees: tegen een stoel). Voor het ‘aanspreek-gemak’ gaven we hem een naam: De Dictator. (Mijn interne criticus, niet de stoel.)

Niet alleen qua innerlijk, maar ook qua uiterlijk had ik altijd al weinig zelfwaardering. Ik vond mezelf altijd al klein en mollig. Het klein zijn kan ik nog steeds niets aan doen, maar het mollig zijn wel. Uiteindelijk ontwikkelde ik rond mijn 20e een eetstoornis; De Dictator ging zich ook nog eens met mijn eetpatroon bemoeien. Mijn huidige behandelaar wees mij eens op dit filmpje (gemaakt door Lentis GGZ) over de interne stem bij een eetstoornis. Ze had gelijk; het filmpje beeldt precies uit hoe de Dictator/eetstoornis tegen mij praat. Het werd al snel duidelijk dat de functie van mijn eetstoornis is, dat ik mijn zelfwaardering haal uit afvallen en weinig eten.
De oorzaak van de eetstoornis is ook een manier van (slechte) coping; een manier om controle over een situatie terug te krijgen. Ik begon immers met het rommelen met eten tijdens de opname in de jongerenkliniek, waar ik mij door het onvoorspelbare gedrag van anderen erg onveilig heb gevoeld. Ik wilde mezelf beschermen door voor anderen (dus ook de therapeuten) te verbergen dat ik zo angstig was. Restrictief/weinig eten, zorgde voor een (schijn)controle. Ik kon mij hierdoor gek genoeg toch wat veiliger voelen, want ik had de ‘macht’ over mijn eigen eetpatroon en niemand anders mocht hier aankomen.

De boze volwassene
Het heeft lang geduurd voordat ik boosheid kon ervaren. Tijdens mijn klinische opname op mijn 19e voor klinische psychotherapie, kwam dit dan ook veel aan bod. “Ik ben nooit boos”, hield ik vol. Er werd zo vaak aan mij gevraagd of ik boos was door de therapeuten, dat ik er bijna boos van werd. (Wellicht hun tactiek.)
Tijdens deze opname, leerde ik dat ik wel degelijk boos werd, alleen nooit op anderen. Als ik wel boosheid ervoer, internaliseerde dit zich; ik legde de schuld altijd bij mezelf om vervolgens vreselijk kwaad te worden en mezelf te straffen door middel van zelfbeschadiging. Mijn therapeuten zagen dit regelmatig gebeuren, maar ik had het zelf niet door. Een voorbeeld is toen ik tijdens psychomotorische therapie (PMT) een basketbal tegen mij hoofd kreeg. Na de PMT werd ik door de therapeute gevraagd even te blijven. Ze vroeg: “Ben je niet boos op je groepsgenoot?”. “Nee”, antwoordde ik, verbaasd om haar vraag. “Maar hij zag dat je aan de andere kant van de zaal was en smeet alsnog onbezonnen de bal door de zaal”, opperde ze. “Had ik maar niet in de weg moeten lopen”, zei ik met volle overtuiging.
Doordat ik thuis uit angst voor boosheid van mijn ouders nooit mijn eigen boosheid durfde te uiten, is het naar binnen geslagen. Hier hoort ook bij dat ik andere mensen op een voetstuk plaatste en mezelf daar ver onder. Natuurlijk is het dan mijn schuld en niet dat van mijn groepsgenoot.

Inmiddels gaat het uiten van boosheid beter. Ik mag vaker boos zijn van mezelf en het lukt steeds beter om dit niet te internaliseren. Ik merk dan ook dat ik boosheid ervaar over hoe de dingen vroeger gelopen zijn en daarmee ervaar ik ook boosheid naar mijn ouders toe. Dit laatste vind ik het moeilijkste, want ik wil hen niets kwalijk nemen. Er zijn natuurlijk ook goede herinneringen aan mijn jeugd en aan mijn ouders, alleen is het lastige dat deze herinneringen en gevoelens onderdrukt worden door de nare herinneringen en gevoelens van de trauma’s.

Ondanks de moeilijke band (en ondanks de boosheid die ik tegenwoordig wel voel) probeer ik er te zijn voor mijn vader. Ik ben immers het enige gezinslid dat hij nog heeft. Op zijn manier is hij er ook voor mij en houdt hij van mij. De acceptatie dat ik emotionele steun, genegenheid, aandacht etc. nog steeds elders moet zoeken blijft tot op heden confronterend en verdrietig, maar gelukkig vind ik dit tegenwoordig allemaal wel bij mijn lieve zorgzame vriend en bij mijn lieve gezellige vrienden en vriendinnen. Het is dan ook de kunst om los van mijn vader een leven op te bouwen, maar om toch een manier te vinden om hem (op een voor mij gezonde manier) bij mijn leven te blijven betrekken. Op het moment heb ik veel behoefte aan afstand, om het recente besef en de bijbehorende herinneringen een plek te kunnen geven. Gezien mijn vader ook kampt met lichamelijke klachten, zorgt dit wel eens voor dilemma’s; hoe kan ik er voor hem zijn zonder over mijn grenzen te gaan? Toen hij 5 jaar geleden een herseninfarct kreeg, was ik bijvoorbeeld tijdelijk mantelzorger. Ik zorgde graag voor hem, maar ik had zelf niemand om op terug te vallen. Deze omstandigheden, gecombineerd met een depressie en opbouwen van medicatie, zorgden ervoor dat ik in een flinke crisis terecht kwam en een zelfmoord poging deed die (gelukkig) mislukte.

Mijn littekens
self-hatred-2-2Door mijn studie las ik voor het eerst over emotionele verwaarlozing. Ik wist hiervoor niet dat dit bestond. Ik vertelde in therapie dat ik mezelf hier (gek genoeg) in herkende. Mijn therapeute legde vervolgens uit dat dit kan kloppen. Na het bestuderen van de kenmerken en mogelijke gevolgen van emotionele verwaarlozing aan het begin van dit artikel, herken ik heel wat hiervan bij mezelf en bij mijn ouders. Sindsdien is er wat betreft de problemen die ik nog steeds ervaar een hoop voor mij op zijn plek gevallen.

Wat ik er in het dagelijks leven van merk is dat ik elke dag weer gek wordt van de interne “stem” van De Dictator in mijn hoofd. Vroeger had ik zelfbeschadiging als coping, maar tegenwoordig heb ik als coping om mij te verweren tegen deze constante kritiek; “Hou op” of “Stop” zeg ik dan hardop. Soms lijkt het alsof ik lijd aan een soort gilles de la tourettes, gezien ik ook kan vloeken op de dictator. Helaas vloek ik nog meestal op mezelf. “Stomme trut”, “ik haat je” of erger, floept er regelmatig hardop uit. Het is niet ideaal, maar ik kan me redelijk inhouden in gezelschap en het zorgt in ieder geval niet meer voor blijvende littekens op mijn armen. Ook ga ik er natuurlijk vanuit dat dankzij therapie ik uiteindelijk geen last meer zal hebben van de Dictator, maar vervangen zal worden door een milde, gezonde, kritische stem.

De Dictator zorgt er nog steeds voor dat ik tijdens mijn studie en stages zelfvertrouwen tekort kom, waardoor ik niet optimaal kan functioneren. Ik kan de gedachten soms redelijk opzij zetten en als het goed gaat geeft mijn studie en stage mij juist zelfvertrouwen, maar toch is de terugkerende feedback van docenten en stagebegeleiders nog altijd dat ik té bescheiden ben, soms kwetsbaar overkom en nog meer zelfvertrouwen mag uitstralen. Iets wat ik erg moeilijk vind door de overvloed aan kritische gedachten tijdens mijn bezigheden. Helaas heb ik er ook last van wanneer ik thuis op de bank zit, waardoor kunnen ontspannen en genieten van vrije tijd ook moeizaam gaat. Constant ben ik aan het piekeren en aan het malen om vervolgens mezelf te zitten haten.

Het stomme is dat ik dit zó ontzettend zat ben en rationeel gezien ook wel weet dat De Dictator “gewoon maar” een patroon is dat mij vroeger hielp (te overleven) en mij nu juist belemmert… Toch is hij zo hardnekkig en vastgeroest dat ik nog iedere dag in dit patroon vastloop. In therapie loop ik er tegenaan dat ik het allemaal prima kan rationaliseren en kan verwoorden, maar het lijkt alsof het gevoel achterblijft; het voelt als of de Dictator gelijk heeft, al weet ik beter.

Het is niet uitzichtloos
b2b2803c7f823157b11d6b4ffe8ea012Onlangs namen de eetproblemen weer toe, wat mij óók nog eens leek te gaan belemmeren tijdens mijn stage. Ik nam daarom het verstandige besluit (al zeg ik het zelf) om mij (wederom) aan te melden bij een centrum voor eetstoornissen voor een behandeling. Na wat intakegesprekken kreeg ik te horen dat zij adviseren om eerst een traumabehandeling te doen, omdat de eetstoornis en mijn lage zelfbeeld uit de trauma’s voortkomen. Eerst traumabehandeling zou zorgen voor een stabielere basis om aan de eetstoornis te gaan werken.

Uit ervaring weet ik inmiddels dat traumabehandeling zoals EMDR mij zodoende ontregelt dat ik al helemaal niet goed kan functioneren (zie ook blogartikel ‘De EMDR-sessies (deel 2)’). Als alternatief stelde mijn behandelaar voor om een andere vorm van traumaverwerking te gaan doen: imaginatie rescripting. Dit is een interventie dat onderdeel is van schematherapie, maar zich richt op het anders gaan interpreteren van nare gebeurtenissen in de vroege jeugd. Inmiddels zijn we hiermee gestart. Samen met de therapeut ben ik gaan kijken waar ik de afgelopen week tegenaan ben gelopen. Vervolgens zijn we teruggegaan naar een gebeurtenis in mijn jeugd die mij doet denken aan de gebeurtenis van afgelopen week. Zo barstte ik bijvoorbeeld een keer in tranen uit toen mijn vriend zei: ‘Ja hoor, ga maar lekker op de bank zitten, ik ruim de boodschappen wel op.’ We schrokken allebei van mijn heftige reactie, maar mijn vriend al helemaal omdat hij het als grapje bedoelde; hij wist ook wel dat ik het per ongeluk was vergeten. Ik voelde me ontzettend schuldig en realiseerde me dat het mij deed denken aan de opmerking van mijn ouders vroeger. Wanneer ik bijvoorbeeld vergat de hond uit te laten, werden ze boos en noemden zij mij lui en onverantwoordelijk.
In therapie moest ik dan tot in detail vertellen hoe de situatie vroeger ging. Vervolgens zei mijn behandelaar dat zij in de situatie zou stappen en zij dan bijvoorbeeld tegen mijn ouders van toen: “Het is niet fair om Lyka onverantwoordelijk te noemen. Ze is het vergeten en dat kan gebeuren. Ze is nog maar een kind en zoveel kinderen vergeten een klusje in huis te doen. Door zo streng voor haar te zijn beschadigen jullie haar zelfbeeld. Het mag wel een tandje minder!”
Vervolgens vraagt mijn behandelaar hoe dit voor mij is en of er nog wat moet gebeuren. In andere situaties is het voorgekomen dat wij in de fantasie samen mijn ouders uit huis hebben gezet zodat ik op een veilige manier mijn verdriet kon uiten. Ook heeft mijn behandelaar in zo’n fantasie gewoonweg gevraagd naar wat mij bezighield als kind; ze toonde interesse in mij als kind en gaf hiermee warmte en aandacht. Gek genoeg herinnerde ik mij weer dingen die ik deed als kind (zoals mw. Zuurtje en mw. Pruimpje naspelen van Telekids) en moest er zelfs om lachen.
Het doel van deze therapie is om andere conclusies te gaan trekken uit deze gebeurtenissen. In plaats van: “Ik ben een slecht kind” of “Ik ben niets waard”, zal ik bijvoorbeeld moeten gaan denken: “Mijn ouders stelden te hoge eisen” en “Ik mag er zijn”. Oftewel, in termen van schematherapie; het versterken van de gezonde volwassene. Beetje bij beetje lukt dit steeds meer. We gaan ons nu richten op het versterken van zelfcompassie, gezien ik ergens nog steeds het gevoel heb dat ik een verschrikkelijk kind was dat niet beter verdiende.

Wanneer ik ben afgestudeerd wil ik overigens dan toch een traumabehandeling gaan volgen; ik heb dan immers weer de tijd en het is praktisch en prettig om geen last meer te hebben van de trauma’s wanneer ik een baan ga zoeken en anderen ga begeleiden bij hun herstelproces.
Bij het maken van een nieuw behandelplan, bleek dat ik meer vooruit ben gegaan dan ik dacht. Ik word o.a. minder overspoeld door gevoelens, dissocieer niet meer tijdens therapie en ben mij steeds meer bewust wanneer ik last heb van een bepaald schema, waardoor ik anders kan handelen. De gezonde volwassene staat al veel meer op de voorgrond. Het is dus zeker niet uitzichtloos, al kan het nog vaak zo voelen.

KOPP
Ik schreef al eerder over mijn eigen ervaring omtrent KOPP (kinderen van ouders met psychische problematiek). (Hier te lezen.)
Toch wil ik KOPP nog een keer benoemen omdat ik in therapie een belangrijke ontdekking deed. Het blijft speculeren, maar mijn behandelaar gaf aan dat ik het zo kan zien dat allebei mijn ouders psychisch ziek waren en zijn. Ze waren beide getraumatiseerd en er was waarschijnlijk sprake van depressie en van (borderline) persoonlijkheidsproblematiek. Door deze psychische problematiek waren zij gewoonweg niet in staat om mij de zorg te bieden die ik nodig had. Hoe kun je immers liefde geven, als je zelf nooit liefde hebt gekregen? Mijn moeder verweet mij dat ik afstandelijk en vermijdend naar haar was tijdens haar ziektebed, maar hoe kon ik emotioneel beschikbaar zijn als zij dat niet voor mij was? We leefden in een gezinssysteem waar ieder behoefte had aan emotionele steun, maar geen van ons kon het elkaar geven…

Het vergeten kind
Tijdens het schrijven van dit stuk merk ik dat ik mij schuldig en ondankbaar voel. Ook ben ik bang dat ik mijn ouders hierdoor in een wel heel kwaad daglicht heb gesteld, ook al heb ik geprobeerd het zoveel mogelijk bij mezelf te houden. Nogmaals: mijn ouders valt niets kwalijk te nemen. Zij hebben zelf een zware jeugd en een zwaar leven gehad, dus hoe konden zij ook anders? Toch vind ik het belangrijk over dit thema te schrijven. Emotionele verwaarlozing wordt immers snel over het hoofd gezien en is ook in mijn geval helaas niet op tijd opgemerkt. Dit roept op dit moment dan ook vragen op: waarom werd er niet ingegrepen?

Hoe dan ook, bij tijdige signalering kan een hoop leed, voor zowel ouders als kinderen worden bespaard! Bij de KOPP-groepen waar ik stage liep, zag ik immers hoe ouders en kinderen weer naar elkaar toegroeiden, door de ondersteuning die aan beiden werd aangereikt. Mijn behandelaar beschreef laatst dat een oud-cliënt van haar iets zei over dit thema wat haar is bijgebleven en wat nu ook bij mij is blijven hangen:
“Het kind dat om aandacht schreeuwt en om zich heen slaat en schopt redt zich wel. Let alsjeblieft ook op het kind dat zich ondertussen verstopt achter de gordijnen. Die heeft óók hulp nodig”. Met andere woorden; zie deze stil en teruggetrokken kinderen alsjeblieft niet over het hoofd!

Tot slot nog advies van klinisch psycholoog Carlijn de Roos aan hulpverleners, dat ik zelf als toekomstig hulpverlener ook zeker in acht zal nemen:

“Kaart een vermoeden van emotionele verwaarlozing altijd bij de ouders aan. Vraag hoe het gaat met de opvoeding en of er hulp nodig is. Voor lichte klachten zijn er allerlei preventieve opvoedcursussen. Heeft het kind forse problemen, zoals een depressie, dan komt de ggz in beeld. Bij grote zorgen over de veiligheid van het kind kun je een melding bij het AMK doen.”

 

Bronnen:
https://www.linkedin.com/pulse/emotionele-verwaarlozing-last-van-wat-er-niet-gebeurd-janine-janssens/
http://www.augeomagazine.nl/nl/magazine/4068/703592/blauwe_plekken_op_de_ziel.html
https://www.depsycholoog.nl/emotionele-verwaarlozing/
https://www.zorgwelzijn.nl/emotionele-verwaarlozing-bron-voor-depressie-en-angst-zwz016157w/
Multidisciplinaire richtlijn Persoonlijkheidsstoornissen (PDF)
https://www.deviersprong.nl/persoonlijkheidsstoornissen/de-ontwijkende-persoonlijkheidsstoornis/kenmerken/
http://www.schematherapieopleidingen.nl/wp-content/uploads/2016/10/Slides-Fine-Tuning-IR-NL.pdf
Lentis GGZ ‘Door Dik en Dun’ (YouTube)

Psychiatrisch patiënt studeert voor hulpverlener

Zo luidt de titel van het interview over mij en mijn blog in de Folia. De voorpagina van het magazine was duidelijk niet gemaakt door de interviewster. Tijdens het interview hadden we het over de missie van mijn website: het verminderen van stigma over psychische problemen. De zin op het voorblad leek die boodschap juist tegen te spreken; het kwam nogal bot over. Ik ben al jaren niet meer opgenomen geweest en dus al een tijd geen psychiatrisch patiënt meer. De enige die mij nu nog cliënt noemt – niet direct natuurlijk – is een vrijgevestigde psychotherapeut. Ik probeer juist heel erg mezelf niet meer te zien als cliënt of patiënt, maar als Lyka: dochter, vriendin en bijna hulpverlener. In dit artikel wil ik uiteenzetten hoe het is om te studeren voor hulpverlener, terwijl ik zelf nog hulpverlening nodig heb.

Cliënt carrière
Vanaf mijn 14e tot en met mijn 26e ben ik bijna non-stop in therapie geweest. De oplettende lezer heeft het al door: juist, ik ben nu 26 jaar oud en dus al 12 jaar in therapie. De korte periode bij een kinderpsychiater toen ik 6 jaar was, hierbij niet meegeteld. In al die tijd is er maar een periode van 4 maanden geweest waarin ik geen therapie had; een periode waarop ik het zonder wilde proberen. Al gauw bleek dat ik daar nog niet klaar voor was: het ‘uit therapie gaan’. Wel is het nog steeds mijn doel, vandaar ook de naam van mijn website en blog.

under-construction-2Vanaf kleins af aan zijn er dingen in mijn leven gebeurd (in vaktermen: life-events) die een grote impact hadden op mij en mijn directe omgeving. Deze gebeurtenissen hebben mij  gevormd tot wie ik nu ben. Daarbij horen o.a. enkele copingsmechanismen die ik toentertijd nodig had om te overleven, maar mij nu helaas juist belemmeren in mijn leven. Een vraag die ik wel eens voorbij hoor komen: waarom maakt de één nare dingen mee en kan diegene gelukkig verder leven, terwijl de ander psychisch ziek wordt en zich vervolgens door het leven heen moet ploeteren? Door mijn opleiding weet ik dat het te maken kan hebben met erfelijke aanleg of met aangeboren temperament wat je gevoeliger kan maken voor het ontwikkelen van psychische ziekten. Zo heb ik met mijn  persoonlijkheidskenmerk ‘perfectionisme’, statistisch gezien meer kans op het ontwikkelen van een depressie, burn-out en/of misschien wel een eetstoornis. Daarnaast denk ik dat het ook te maken kan hebben met omgevingsfactoren; een warm nest had mij denk ik beter kunnen ondersteunen in zware tijden, dan een afstandelijk nest dat het eigenlijk zelf ook niet zo goed weet door eigen moeilijkheden.
Of iemand anders niet ziek geworden zou zijn door hetzelfde meegemaakt te hebben als ik, is moeilijk te achterhalen. Psychische ziekten komen namelijk in mijn familie vaker voor dan alleen bij mij.

De reden dat ik op het moment nog steeds hulpverlening nodig heb?
Een oud-therapeute legde het als volgt uit: “Je hebt je leven lang jezelf aangeleerd om te dealen met bepaalde situaties; je hebt copingsmechanismen ontwikkeld. Deze mechanismen waren destijds nodig om deze periodes te kunnen ‘overleven’, maar zijn nu juist belemmerend geworden in je leven omdat de situatie van toen inmiddels anders is. Het aanleren van deze mechanismen hebben jaren geduurd, dus je kunt verwachten dat het afleren van deze mechanismen ook flink wat jaren nodig zal hebben.”

Hulpverlener carrière
carl-jung-quoteEind juni dit jaar heb ik – als ik niet nog meer vertraging oploop – mijn derdejaarsstage afgerond en hoef ik alleen nog maar mijn vierdejaarsscriptie te doen. In de zomer van 2018 zal ik dan eindelijk afgestudeerd zijn en mag ik mezelf officieel hulpverlener (SPH’er) noemen.
Nog steeds is mijn identiteit als hulpverlener een zoektocht. Dit hoort natuurlijk bij de opleiding en je beroepsontwikkeling als student. Bij mij heeft het echter ook te maken met het feit dat ik zelf altijd nog in therapie ben geweest tijdens mijn opleiding. Dit maakte dat ik wel eens last had van rol verwarring. Denk aan rollenspellen moeten doen, terwijl je nog een voltijd dagbehandeling volgt en van college naar therapie vliegt en andersom. Om even een beeld te schetsen: 11:00 uur was ik patiënt en groepsgenoot bij de dagopening, om 13:00 uur was ik hulpverlener in een rollenspel bij het vak gespreksvaardigheden, om 15:00 uur weer moeder van een groepsgenoot te spelen bij de therapie psychodrama.
Toen ik mijn eerste derdejaarsstage ging lopen had ik ook last van rol verwarring in contact met mijn therapeute. Op stage kreeg ik steeds leuker contact met collega-hulpverleners en ook buiten werktijden kreeg ik wel eens lift naar het busstation waarbij een behandelaar wat vertelde over haar privéleven. Tijdens mijn therapie zat ik dan weer tegenover een behandelaar, de mijne, die helemaal niets loslaat over haar privéleven en verwacht dat ik vooral over mezelf praat. Hierdoor voelde ik me in een patiënten-/cliënten rol gedrukt, terwijl het op stage steeds meer lukte om mezelf als hulpverlener te gaan zien. Inmiddels heb ik hier in therapie nog maar weinig last van. Het helpt dat mijn psychotherapeute mij naast als cliënt, ook benadert als een mede-hulpverlener; ze vraagt eerst of ik een begrip ken voordat ze een hele uitleg geeft en we kunnen praten in vaktermen. Dit vind ik erg fijn en niet alleen bevorderlijk voor de behandelrelatie, maar ook voor mijn herstel.

Een andere moeilijkheid tijdens mijn studie is altijd geweest: wat vertel ik wel en wat vertel ik niet?
Toen ik net begon met mijn studie voelde ik dat er zo goed als geen ruimte was voor eigen ervaringen. Vaak heb ik in een college gezeten waar ik redelijk wat aan kennis had kunnen aanvullen bij de aangeboden stof vanuit mijn eigen ervaring, maar heb altijd stilzwijgend aangehoord wat ik al wist of waar ik een nuance in aan had kunnen brengen. Dat klinkt misschien arrogant (vooral voor iemand die in therapie werkt aan een beter zelfbeeld), maar ik had me bijvoorbeeld voor mijn studie al veel ingelezen over mijn eigen diagnoses en daarmee al heel wat theoretische kennis opgedaan met betrekking tot psychopathologie. Een ander voorbeeld: meerdere keren heb ik geluisterd naar een ervaringsdeskundige die in de les zijn/haar ervaringsverhaal kwam vertellen, terwijl ik met een soortgelijk ervaringsverhaal zat te luisteren en te acteren alsof horen over bijv. een crisisopname ook voor mij nieuw was. Ik had de angst dat als ik zou vertellen dat ik zelf psychisch ziek ben en redelijk wat ervaring heb met behandelingen in de GGZ, docenten en medestudenten mij als incompetent zouden zien als hulpverlener. Je moet immers zelf helemaal psychisch gezond zijn om hulpverlener te kunnen zijn, heerst het idee.
Gedurende mijn studie heb ik veel last (gehad) van zelfstigma;
ik heb vaak de angst dat ik nooit een goede hulpverlener kan zijn omdat het mij nooit zal lukken volledig te herstellen. Ook vul ik soms in voor anderen (collega’s, medestudenten en directe omgeving), dat zij mij meer zien als cliënt/patiënt dan hulpverlener als ik vertel over mijn ervaring(-skennis).

Wat is zelfstigma?
“Bijna de helft van mensen met een psychische aandoening lijdt onder zelfstigma. Je vindt zelf dat je geen knip voor de neus waard bent vanwege je aandoening. Of je vindt vooroordelen van anderen over jou terecht.

Als je je bewust bent van je eigen stigma’s kun je hieraan werken om dat te verbeteren en er minder last van te hebben. Het kan je zelfbeeld in gunstige zin bevorderen.
Zelfstigma is meestal een proces van jaren. Klachten ontstaan vaak in de prille jeugd in familiekring. Je voelt je bijvoorbeeld thuis of op school afgewezen, wordt niet betrokken bij gesprekken. Dit leidt regelmatig tot angst voor sociale situaties. Ook nog jaren later. Als je psychische aandoening stelselmatig is onderkend, maakt je dat gevoeliger voor zelfstigma”

Bron: Samen sterk zonder stigma

Afgezien van zelfstigma, heb ik ervaren dat er binnen de opleiding ook daadwerkelijk weinig ruimte was voor de eigen ervaring van studenten. Dat terwijl je regelmatig hoort dat een groot aantal studenten SPH gaan studeren omdat zij zelf of in hun omgeving te maken hebben gehad met psychische ziekten. Gelukkig lijkt hier verandering in te komen!

Lyka, hulpverlener en slechts nog een beetje ziek
broken-objectsHet is mijn persoonlijke leerdoel tijdens de resterende tijd van mijn studie om mijn twee identiteiten: hulpverlener en cliënt, niet los van elkaar te zien, maar dat zij samenkomen als geheel. De leerlijn om ervaringskennis te ontwikkelen die mijn opleiding sinds kort aanbiedt, helpt mij daarbij! Als ik afstudeer, ben ik dankzij deze leerlijn niet alleen SPH’er, maar ook ervaringsdeskundige. Het hielp ook ontzettend dat mijn docenten van de vierdejaars minor vorig jaar aan zelfonthulling hebben gedaan: het bleek dat ook zij hulpverlener zijn met eigen ervaring in de GGZ. Het kan en mag dus! Ook ontkracht het mijn angst: deze mensen hebben nog steeds in enige mate last van psychische problematiek, maar zijn toch competent als hulpverlener én docent.
Zo helpt ook het op Twitter volgen van hulpverleners als Menno Oosterhoff, Remke van Staveren en Clara Koek-Michels voor mij om deze angst te ontkrachten. Deze mensen zijn voor mij ook een inspiratie en voorbeeld omdat zij in de (social) media openlijk uitkomen voor hun diagnose, maar daarnaast ook tweeten als enige andere deskundige psychiater. Daarmee dragen zij bij aan het doorbreken van het taboe en het stigma.

Ik moet zeggen, mijn herstel duurt dan wel lang, maar het komt steeds dichterbij: ik heb ontzettend veel stappen gezet sinds mijn eerste behandeling en kan nu al zeggen dat ik van ver ben gekomen. Ook in het ontwikkelen van mijn beroepsidentiteit zit schot: ik weet in ieder geval dat ik mijn eigen ervaring niet meer bij mij wil dragen als geheim, terwijl ik het ook kan inzetten om toekomstige cliënten te helpen. Op mijn (tweede derdejaars) stage ben ik daar al mee begonnen: ik loop op het moment stage in de GGZ jeugdpreventie (van angst en depressie) en werk o.a. met kinderen van ouders met psychische problematiek (KOPP-kinderen genoemd). Tegen mijn collega’s ben ik beetje bij beetje steeds opener over mijn eigen ervaring. Gelukkig zien ook zij het als meerwaarde en stimuleren zij mij juist om mijn ervaring in te zetten tijdens de preventiecursussen. Het bewijs is een super lieve kerstkaart dat ik kreeg met de tekst: “We zijn zo blij dat je bij ons stage bent komen lopen. Door je persoonlijke, verdrietige, verhaal, kun jij onze kinderen juist veel kracht bieden!” Dan heb je toch een top stageplek getroffen?!?!

Zelf merk ik dat ik door mijn ervaring een sterk analytisch vermogen heb; observeren en signaleren zijn sterke kanten van mij. Door de scherp afgestelde antennes die ik vroeger nodig had om de sfeer in huis aan te voelen en me zo nodig terug te trekken, voel ik nu (op stage) sneller aan wie in een groep zich niet goed voelen of zich anders gedragen. Ook trekken de stille- en teruggetrokken kinderen sneller naar mij toe dan naar sommige andere collega’s, omdat zij het waarschijnlijk als prettig ervaren dat ik zelf ook introvert ben en stil/rustig overkom. Zo is het voorgekomen dat kinderen die bijna nooit wat zeggen, wel met mij ineens een gesprek aangaan. Ook zie ik de stille kindjes minder snel over het hoofd dan collega’s; ik was immers zelf ook een stil- en teruggetrokken kind, dus ik herken bijvoorbeeld dat zij zich onzichtbaar kunnen maken in een groep.
Best wel toffe voordelen van zelf een moeilijke thuissituatie te hebben gehad, toch?
Toch zal ik realistisch moeten blijven kijken naar mijn gezondheid en functioneren; ik heb niet voor niets vertraging opgelopen tijdens mijn studie. Het volgen van een opleiding is door het ziek zijn erg zwaar. De mogelijkheid dat ik door mijn gezondheid (nog) niet in staat ben te werken na mijn studie, moet ik helaas in mijn achterhoofd houden…

depressiegala-foto

Morgen is het Depressiegala. Een evenement waar ik vorig jaar aanwezig was terwijl ik mijn diagnose (zware, chronische depressie) met mij meesleepte. Dit jaar ben ik aanwezig zonder zware depressie, dus de enige vorm van slepen dat je morgen zal kunnen zien, zal de sleep zijn van mijn galajurk. Mocht je mij morgen spotten (met mijn vriendlief), kom gerust gedag zeggen! Je kunt mij herkennen aan de glimlach op het gezicht.

depressiegala

The comeback-tour

Na lang niets te hebben geschreven vond ik het wel weer eens tijd worden. Zoals ik heb medegedeeld op Twitter, schrijf ik tijdelijk een stuk minder vanwege het lopen van een fulltime stage in de psychiatrie. Jep, (oud-)cliënt goes hulpverlener. Hier volgt een update-achtig schrijfsel over wat ik tegenwoordig zoal doe. Past ook wel in de trend van het afgelopen jaar evalueren zo tegen oud-en-nieuw aan… Ben ik toch nog hip. Of was het juist cliché? Hoe dan ook, daar gaat ie…

Wat ik tegenwoordig zoal doe?
In ieder geval niet in bed liggen. Tenminste, niet de hele tijd. Afgezien van het hebben van de griep de afgelopen weken, heb ik de laatste helft van 2016 maar weinig tijd in bed doorgebracht. Dat was in het begin van het jaar wel anders. Ik had een zware depressie (niet om te overdrijven, maar zo heet dat klinisch) en lag de hele dag in bed. Lichamelijke inspanning kostte enorm veel moeite en ik voelde me zo diep ongelukkig, dat eten of drinken uit de keuken pakken het eigenlijk ook allemaal niet waard was. Ik ging aan de Venlafaxine (een antidepressivum) in de hoop dat het me er weer bovenop zou helpen, of daarbij in ieder geval een steuntje in de rug kon geven. Helaas namen de suïcidale gedachten alleen maar toe en leek ik me – hoewel ik niet dacht dat het nog mogelijk was – fysiek en mentaal nóg slechter te gaan voelen. In deze periode, rondom mijn verjaardag, schreef ik dan ook over mijn suïcidale gedachten in ‘Lang zal ze leven?‘.

you-got-out-of-bed-when-u-spend-48-hours-2490626Toen ik stopte met de antidepressiva ging het langzaam aan steeds iets beter. De afbouwperiode was erg zwaar en ik ging me nóg slechter voelen, maar toen de lichamelijke klachten afnamen leek het alsof ik mentaal ook weer wat opknapte. Ik kreeg steeds meer energie en kon er dus ook steeds meer op uit. Daar voelde ik dan ook steeds meer voor. Mensen in mijn omgeving lieten weten dat ik er beter uit zag. Tijdens het antidepressiva gebruik vonden zij mij er grauw uitzien en vonden zij mij erg vlak (‘als een zombie’). Ondanks deze zware depressie is het me wel gelukt mijn vierdejaars minor van de opleiding Sociaal Pedagogische Hulpverlening (SPH) af te ronden. Daar ben ik dan ook erg trots op! Mijn scriptie en overige vakken heb ik jammer genoeg nog niet kunnen afronden  doordat ik in die periode de energie niet meer had om naar school te gaan…

Tegen de tijd dat ik me beter ging voelen brak de zomervakantie aan. Mijn energie was terug, maar mijn dagbesteding was dus op vakantie. Ter verduidelijking: vanaf mijn 19e ben ik arbeidsongeschikt verklaard en ontvang ik een Wajong uitkering. Werken naast het studeren is voor mij te zwaar, maar werken in de zomervakantie ging ook niet omdat ik uit ervaring weet dat ik dan zoveel op mijn Wajong gekort zou worden, dat ik niet meer rond zou kunnen komen. Toen ik 19 was, wilde ik nog naar de kleinkunstacademie en actrice/zangeres worden. Ik schreef me in bij een castingbureau en heb me eigenlijk nooit uitgeschreven. Zo kwam het dat ik deze zomer een keer reageerde op de oproepen die ik wel eens per mail binnenkreeg en toen zomaar in een film of reclame terecht kwam als figurant. Een leuk bijbaantje én dagbesteding, waarmee ik niet in de problemen kwam met mijn financiën. Ik had trouwens liever vrijwilligerswerk gedaan, maar dit bleek erg lastig te vinden voor alleen een zomermaand en niet te intensief. Het was immers wel de bedoeling dat ik on-uitgeblust weer aan de studie zou gaan.

Stagiaire Lyka
De zomer lang had ik de tijd om na te denken over ‘hoe nu verder’…
Ik besloot dat ik mijn derdejaarsstage (waarvan de vorige één van de oorzaken is geweest van de depressie), wilde gaan inhalen. Hiervoor moest ik het hele derde jaar opnieuw doen volgens de regels van school. Ik wilde immers echt niet mijn stage verlengen bij mijn vorige stageplek; dat ging ook niet eens meer omdat ik er totaal doorheen zat, burn-out-achtige klachten kreeg en voor mijn gezondheid moest kiezen.
Toch vond ik dat ik me goed genoeg voelde om opnieuw de uitdaging aan te gaan en te gaan solliciteren voor een nieuwe derdejaarsstage plek in de psychiatrie. Ik ging een beetje rondneuzen op de vacaturebank van mijn opleiding en vond daar tot mijn verbazing een hele leuke omschrijving van een stage in de GGZ. Dit was in een periode dat de meeste stageplekken al vergeven waren… Ik stuurde whats-meant-to-bediezelfde week nog een sollicitatiebrief en werd kort daarna al op gesprek uitgenodigd. Na het gesprek belde ik mijn vriend om te vertellen hoe het was gegaan, om nadat ik had opgehangen erachter te komen dat ik een gemiste oproep en een voicemail had. Ik natuurlijk ‘als een gek’ terugbellen om te horen dat ik was aangenomen! Mijn enige en eerste keuze voor een stageplek. Ik geloof niet zo in die dingen, maar dit voelde toch wel een beetje meant to be.

Hoe het is om als (oud-)cliënt stage te lopen in de psychiatrie (bij nota bene een instelling waar ik zelf in behandeling was), verdient een geheel eigen blogpost, dus ik zal er nu niet veel op in gaan.
Korte samenvatting: ik loop stage bij een afdeling voor jeugdpreventie van een GGZ instelling. Mijn werkzaamheden zijn om cursussen te geven aan KOPP-kinderen (kinderen van ouders met psychische problemen) en stil- en teruggetrokken kinderen (ter preventie van het ontwikkelen van angst- en/of depressieve stoornissen). Ik behoed kinderen dus voor het ontwikkelen van ernstige psychische problemen, door hen o.a. tools te leren om met een spanningsvolle thuissituatie te kunnen omgaan en bijv. te werken aan een positief zelfbeeld. Wie mijn blog al langer volgt, weet dat ik zelf ook een KOPP-kind ben (zie ‘Slecht gehecht?‘). Ook was ik als kind stil en teruggetrokken zoals je hebt kunnen lezen. Ik zie dan ook vaak kinderen tijdens de cursussen waarin ik mezelf of mijn gedrag als kind ontzettend kan herkennen. Verder is mijn praktijkbegeleider naar de kinderen erg open over zijn eigen ervaring als KOPP-kind. Gezien ik een leerlijn volg waarbij ik mijn ervaringskennis leer inzetten, komt dat ook allemaal wel erg mooi en toevallig uit.

Overige Lyka
workNaast stagelopen, moet ik bekennen dat ik vrij weinig doe. Het is dan ook wel erg intensief: ik maak dagen van half 9 tot 6 en ben dan tussen half 7 en 7 uur ’s avonds pas thuis. Dit 4 dagen in de week, met op de 5e dag van half 9 tot 5 les op de opleiding. De weekenden zijn dus voor… huiswerk, toetsen voorbereiden en werken aan mijn stageportfolio.
Een rijk sociaal leven zit er momenteel dus niet zo in, maar afgezien van het energie- en tijdsgebrek zit dat er bij mij met mijn sociale fobie sowieso niet zo in. Toch doe ik mijn best om zo nu en dan toch nog ’s avonds of in het weekend met vriendinnen af te spreken of erop uit te gaan met mijn vriend. Die verdient ook nog aandacht namelijk. Het bandje staat even helemaal stil; geen tijd en energie voor. Zelfs winkelen kom ik niet meer aan toe. Meer ‘hobby’s/bezigheden’ heb ik dan ook niet…
Oh ja, dit jaar ook nog slecht nieuws gehad: mijn vader blijkt longemfyseem te hebben. Na verder onderzoek is gebleken dat het gelukkig nog niet in een vergevorderd stadium is, maar desondanks wel zorgelijk en het roept redelijk wat herinnering op aan het ziekbed van mijn moeder, al probeer ik het op het moment te zien als een zorg voor later en het te blijven relativeren.

dont-worryMet alles wat speelt, is het dus belangrijk om goed voor mezelf te blijven zorgen. Ik merk namelijk dat ik redelijk wat stress ervaar door stage en de schoolopdrachten, ondanks dat ik ook veel plezier haal uit mijn stage. Het voelt als een zware druk dat er zoveel verwacht wordt qua prestatie aan verslagen e.d., maar ook dat ik beoordeeld word op mijn functioneren als hulpverlener in opleiding in de praktijk. Dit zorgt voor redelijk wat piekeren en een erg aanwezige dictator. Nu ga ik na de kerstvakantie een cursus geven aan jongeren om piekeren tegen te gaan, dus wellicht steek ik er zelf ook nog wat van op. Gelukkig heb ik van stage deze week een weekje vrij gekregen. Even bijkomen en proberen de zorgen los te laten. Dit blijkt toch best lastig.

Tot zover mijn jaar-overzicht-schrijfselding. Aan goede voornemens doe ik niet, dus ik wens bij dezen iedereen een gezond en vooral gelukkig 2017. Ik proost opdat het stigma minder (minder! minder!) mag worden en de openheid groter. Proost.

happy-new-year

De EMDR-sessies (deel 2)

Een paar weken terug zijn we in therapie gestart met Eye Movement Desensitization and Reprocessing (EMDR) om ervoor te zorgen dat ik geen last meer heb van beelden, herbelevingen en heftige schrikreacties. Het zien of horen van ambulances, ziekenhuis- of begrafenis scènes op televisie en lijkwagens, triggeren deze reacties bij mij omdat ik last heb van een posttraumatische stress stoornis (PTSS). In dit vorige artikel kun je lezen hoe de eerste sessie is gegaan. Het artikel dat je nu leest zal gaan over de tweede sessie.
(Update: inmiddels is er ook een deel 3)

Er zit een flinke tijd tussen het schrijven over de eerste en tweede sessie, terwijl er in werkelijkheid maar een tijdspanne van een week tussen deze sessies zat. Toch wil ik nog schrijven over deze sessie. Hier volgt een update:
(Nog even waarschuwing vooraf: ik beschrijf in dit artikel gedetailleerd een beeld met betrekking tot het overlijden van mijn moeder, gezien dat van mij werd gevraagd tijdens de EMDR sessie. Ik raad aan niet verder te lezen als je zelf ook gevoelig bent voor dit soort beelden.)

Terugkijken
Op de vraag hoe het in de tussentijd is gegaan, antwoordde ik dat ik al wat heftiger leek te reageren op o.a. ambulances. De ‘vier elementen-oefening’ had ik thuis nog één of twee keer gedaan, maar het vaker oefenen hiervan schoot er een beetje bij in. Een verklaring hiervoor had ik niet. Vergeetachtigheid? Uitstellen? Vermijding? Zou allemaal kunnen.
moving forward by looking backWe spraken af dat we voorafgaand aan de EMDR eerst de vier elementen-oefening zouden doen. Verder gaf ze aan dat ze tijdens de EMDR wat anders zou reageren dan ik van haar gewend ben van de reguliere therapie-sessies. Ze vertelde dat ze wat kortaf zou reageren en ook niet veel zou ingaan op wat ik zei, omdat ze mij bij het EMDR-proces niet te veel mag afleiden. Het was fijn dat ze dit aangaf, aangezien ik mezelf (en mijn dictator) er wel voor aan zie om zoiets persoonlijk aan te trekken. Nu was het zaak om de beelden/herinneringen te inventariseren waar ik last van heb en te beoordelen welk beeld we vandaag zouden behandelen. Ik koos voor de herinnering die ik nog regelmatig herbeleef, aangezien die mij nog het heftigste leek en daardoor de meeste noodzaak had om vanaf te komen.

Ik nam plaats op de stoel, terwijl mijn therapeute de iPad klaar voor opname maakte. Deze sessie zou namelijk wel worden opgenomen ten behoeve van supervisie. Toen zij naast mij plaatsnam, gingen van start met het doen van de vier elementen-oefening. Even raakte ik afgeleid door de iPad, maar al heel snel vergat ik het hele ding en het feit dat ik werd opgenomen. Vervolgens gaf ze uitleg over hoe de EMDR in zijn werk zou gaan. De bedoeling was dat ik zou denken aan een beeld terwijl ik haar vingers met mijn ogen zou blijven volgen. Dan zou ze mij vragen wat er bij mij opkomt. Ook zou ze regelmatig vragen hoe sterk het beeld nog is op een schaal van 1 tot 10. Dit zouden we blijven herhalen. Belangrijk om te weten was dat er geen goed of fout bestaat bij wat er bij mij opkomt.

Vingervlug
e2335ccb61b256407c63af32cd9a696cAls eerst moest ik de situatie tot in detail vertellen. Het beeld begint bij het moment dat ik uit de auto van mijn neef stap en het ziekenhuis in ren, door de hal, langs de receptie, naar de lift. Aangekomen op de derde etage begin ik weer te rennen, sla op de rode knop zodat de elektrische deuren openen en ren over de afdeling richting haar kamer. Als de kamer in zicht komt, zie ik de deur op een kier staan. Ik gooi de deur open en zie haar direct liggen in bed in een onnatuurlijk houding. Haar ogen dicht en haar handen op haar buik. Zonder erbij na te denken stort ik me bovenop haar in een omhelzing en begin op haar borstkas ontzettend te huilen. Het deed me niets dat er in de kamer nog andere mensen waren.
“Wat is het heftigste beeld in deze situatie?”, vroeg mijn therapeute.
Ik antwoordde dat het beeld van mijn moeder, levenloos in bed, het meeste met me doet om voor me te zien.
“Wat doet het beeld precies met je?”
“Ik vind het eng mijn moeder zo te zien en ik voel me schuldig dat ik er niet was toen ze overleed.”
“Hoe naar is het beeld om naar te kijken op een schaal van 1 tot 10?”
“Een 9.”,
antwoordde ik.
“Concentreer je op het beeld en de bijbehorende angst en het schuldgevoel, terwijl je mijn vingers volgt.”
Al snel begonnen de tranen over mijn wangen te stromen en ik merkte dat ik sneller ging ademen. Een paar minuten geleden vertelde ik nog redelijk neutraal over de situatie. ‘Helaas’ begon ik nu wel te voelen.
“Wat komt er in je op?”
“Ik voel me angstig. Ik streel over mijn moeders arm en houd haar hand vast. Ze zei de dag ervoor dat ze dat fijn vond. Haar hand begint steeds kouder aan te voelen.”
“Houd dat beeld vast.”
Een nieuwe set van de handbeweging volgde.
“Wat komt er nu in je op?”
“Ik word omhelsd door mijn tante die nu ook de kamer is binnengekomen, maar vind het niet fijn.”
“Richt je op dat beeld.”
Weer de handbeweging.
“En nu?”
“Een arts vraagt of mijn vader met hem mee wil komen. Mijn vader vraagt mijn oom mee en ik zeg dat ik ook mee wil.”
“Hoort dit bij het beeld of is dit een ander beeld?”
“Een ander beeld.”
“Oké, ga nog even terug naar het beeld van je moeder in het ziekenhuis bed. Ben je terug bij dat beeld?”
Ik knikte.
“Hoe naar is het beeld om naar te kijken op een schaal van 1 tot 10?”
“6”
“Oké, gaan we weer.”
Ik volgde weer haar vingers.

Na een aantal keer bovenstaande te hebben herhaald, vroeg mijn therapeute weer:
“Wat komt er nu in je op?”
Na even nadenken antwoordde ik: “Niets.”
“Hoe naar is het beeld op een schaal van 1 tot 10?”
“1”, antwoordde ik verbaasd.
“Gezien de tijd lijkt dit me een goed moment om zo meteen voor vandaag af te ronden. Neem het beeld nogmaals voor je en houd de gedachte ‘Ik kan het aan’ hierbij vast.”
Het duurde even, maar uiteindelijk voelde de gedachte ‘Ik kan het aan’ bijna reëel. Gelukkig hoefde deze gedachte op een schaal van 1 tot 10 nog geen 10 te zijn voordat we konden stoppen.

Evalueren en sessie #3
1_chairNa deze pittige tweede sessie namen we weer plaats in de ‘reguliere therapie’-stoelen bij het raam. We praatten nog even na over hoe ik het vond en hoe ik me nu voelde. Ik gaf aan dat ik het intensief vond en erg moe was. Ze vroeg naar mijn plannen voor de rest van de dag en ik merkte dat het vertellen hiervan fijne afleiding was. Ik had mijn vriend namelijk gevraagd thuis te blijven en samen met mij afleiding te zoeken. Best een grote stap voor iemand die zelden hulp vraagt.
Toen ik een week later de kamer inliep voor sessie nummer 3, stonden de stoelen en de iPad al klaar. Op de vraag hoe ik erbij zat, antwoordde ik zo gauw als ik kon dat het niet zo goed ging en dat ik twijfelde of ik wel door moest gaan met de EMDR. Ik had die week namelijk veel last gehad van heftige reacties op ambulances en kon nauwelijks tv kijken doordat ik vaak getriggerd werd door bepaalde beelden. Vooral het zien van dode mensen was een grote trigger en zorgde voor een herbeleving en/of huilbui. Ook had ik veel last van angst dat mijn vriend iets zou overkomen. Ik kreeg dan ook steeds vaker dromen waarin familieleden overlijden. Door dit alles en het ontbreken van een dagbesteding (en dus afleiding), vond ik het steeds lastiger alleen thuis te zijn. Deze dagbesteding ontbreekt doordat ik tijdelijk niet heb kunnen studeren vanwege een depressieve periode, de start van de zomervakantie en doordat ik niet kan werken i.v.m. mijn Wajong uitkering. Het vinden van passend vrijwilligerswerk is tot nu toe nog niet gelukt. Afspreken met vrienden was ook lastig omdat zij vaak niet konden vanwege werk en/of andere plannen.
Uiteindelijk begonnen suïcidale gedachten toe te nemen, omdat alle gevoelens steeds minder draaglijk werden. De conclusie was: de EMDR is op deze manier lastig vol te houden door gebrek aan afleiding/dagbesteding en steun van mijn omgeving.

“Weet je nog hoe je het de vorig keer hebt volgehouden?”, vroeg mijn therapeute. Ik dacht diep na. Tegelijkertijd zeiden we: “Nee, toen had ik nog minder steun vanuit mijn omgeving” en “…want volgens mij had je toen nog minder steun vanuit je omgeving dan nu.”
“Inderdaad, geen idee hoe ik dat toen heb volgehouden”
, zei ik.
Mijn therapeute stelde voor om wel EMDR te doen, maar ik weet niet meer precies wat het voorstel was. In ieder geval zouden we niet het beeld van vorige week nemen. Misschien was het weer de veilige plek of het focussen op de gedachte ‘Ik kan het aan’.
Ik stemde hiermee in, maar net toen we zouden opstaan sprongen de tranen in mijn ogen. Zelfs dat durfde ik niet. Het voelde alsof ik mezelf nog net staande kon houden en als we weer EMDR zouden, was ik bang dat ik zou instorten.
We spraken af dat we de EMDR voor vandaag in ieder geval zouden laten zitten. Ik voelde me direct opgelucht. Wel zei ze nog: “Ik heb er trouwens nog over nagedacht en wilde je wat voorleggen. Voor de eventuele volgende keer lijkt het me handig de situatie te behandelen waar de ambulance-trigger door is ontstaan. Wat vind jij daarvan?”
“Dat is inderdaad misschien beter. Dat beeld is volgens mij ook wat minder heftig dan het beeld dat we hiervoor hebben gedaan”, antwoordde ik.

“Waar moet het nu over gaan?”, vroeg ze.
Ik herinnerde me dat ik de vorige sessie al eindigde met “1” met hoe heftig ik het beeld ervoer op een schaal van 1 tot 10. Toch klopte dat niet, omdat ik eenmaal thuis juist erg veel last had van datzelfde beeld. Bij elk lijk dat ik op tv zag, schoot ik bijna weer in een herbeleving. Ik vertelde haar dat ik volgens mij dissocieerde en daardoor even niets meer voelde. Dat ik dus bij die window of tolerance (zie deel 1 voor uitleg) over de ondergrens was geschoten. “Dat zou heel goed kunnen”, zei ze.
(Doordat ik even niet voelde heb ik overigens ook het heftige beeld in deze blog kunnen beschrijven.)
“Aan de ene kant was het fijn, om even niets meer te voelen tijdens de EMDR; een soort pauze. Aan de andere kant heb ik nu zoiets: zo schiet het voor geen meter op. Ik moet juist voelen wil de therapie werken.”, vertelde ik.
Ze glimlachte. “Zo werkt het helaas niet. Als je even niets meer voelt, dan voel je even niets meer. Dat hoort bij het stuk: het maakt niet uit wat er in je opkomt. Er is geen goed of fout. Maar je bent zeker niet de enige die zich daar druk om maakt. Ik heb wel eens gehad dat ik bezig ben met de handbeweging en dat iemand zich naar mij toe buigt en vraagt: ‘Doe ik het zo goed?’.”
Ik zag het voor me en schoot in de lach. Beetje bij beetje voelde ik me wat meer ontspannen.
carry on
Sessie #3 en sessie #4 hebben tot op heden dus nog niet plaatsgevonden. Een week later stond er geen iPad meer op tafel en stonden er geen stoelen klaar. We spraken af dat we ons eerst zouden richten op het vergroten van mijn ‘steunnetwerk’, voordat we de EMDR zouden voortzetten. Bovendien zou mijn therapeute bijna met vakantie gaan. Zelf zou ik dan ook vakantie hebben, dus daar wilde ik van kunnen genieten. Daarbij ga ik in september starten met een voltijd stage van 10 maanden en 4 dagen in de week bij een GGZ instelling. Dan kan ik het me niet veroorloven om nog midden in een EMDR proces te zitten.
Maar ach, de PTSS loopt niet weg. Deed het dat maar, dat zou me wel van pas komen. 🙂

Wordt dus vervolgd…

De EMDR-sessies (deel 1)

Vrijdag zijn we in therapie gestart met Eye Movement Desensitization and Reprocessing (EMDR) om ervoor te zorgen dat ik geen last meer heb van beelden, herbelevingen en heftige schrikreacties. Het zien of horen van ambulances, ziekenhuis- of begrafenis scènes op televisie en lijkwagens, triggeren deze reacties bij mij omdat ik last heb van een posttraumatische stress stoornis (PTSS). In dit vorige artikel kun je lezen wat een PTSS precies is en hoe het tot stand kan komen. Het artikel dat je nu leest zal gaan over de EMDR behandeling waarmee ik kort geleden ben begonnen. In dit deel wordt de eerste sessie uiteengezet.
(Update: zie voor het vervolg op dit artikel ook deel 2 en deel 3)

Zenuwen

red carKen je dat fenomeen waar je na het kopen van een rode auto overal rode auto’s op straat tegenkomt? Of dat wanneer je zwanger bent je overal baby’s of andere zwangere vrouwen lijkt te zien?
Sinds mij een paar weken geleden werd voorgesteld om de behandeling EMDR weer te gaan proberen en ik daarover zou nadenken,  leek het wel alsof ik in plaats van rode auto’s alle ambulances van Amsterdam en omstreken ben tegen ben gekomen. Zelfs toen we vorige week de Grote Markt in Antwerpen opliepen om de wedstrijd België – Italië te gaan kijken stond daar pontificaal, onder het grote scherm, jawel: een Belgische ambulance. Helaas leek deze ook nog eens erg op een Nederlandse. Zelfs mijn vriend zei op dat moment: “Ze moeten je wel hebben hè?” (Het gaat er nog niet helemaal in dat ambulances HULPdiensten zijn, gezien mijn lichaam op het zien of horen reageert alsof er gevaar dreigt.)

Toen mijn behandelaar mij afgelopen vrijdagochtend vroeg hoe ik erbij zat, vertelde ik dat ik nog steeds somber ben en slecht slaap de laatste tijd. Ook vertelde ik dat ik meer last lijk te hebben van de PTSS, maar dat het zou kunnen komen vanwege het gaan starten met de EMDR behandeling. Door mezelf nerveus te maken over de EMDR, denk ik automatisch aan de beelden die we zullen gaan behandelen. Ondanks dat mij is uitgelegd dat tijdens de eerste sessie nog geen trauma’s zullen worden behandeld, was ik alsnog misselijk van de zenuwen.
Ze vertelde dat we eerst zouden beginnen met wat uitleg over reacties op stress, om vervolgens een oefening te gaan doen om te kunnen ontspannen, wat tevens zou kunnen helpen wanneer heftige gevoelens opspelen tijdens het denken aan de beelden.

EMDR

Wat EMDR precies is en hoe het werkt hebben we deze eerste sessie overgeslagen. Ik heb immers al eerder een EMDR behandeling gehad. Hieronder volgt een beknopte samenvatting:

“EMDR werd meer dan 25 jaar geleden voor het eerst beschreven door de Amerikaanse psychologe Francine Shapiro. Vervolgens werd deze procedure verder uitgewerkt en ontwikkeld tot een volwaardige en effectieve therapeutische methode voor mensen die last blijven houden van de gevolgen van een schokkende ervaring.

Hoe ziet EMDR eruit?
De therapeut zal vragen aan de gebeurtenis terug te denken, inclusief de bijbehorende beelden, gedachten en gevoelens. Eerst gebeurt dit om meer informatie over de traumatische beleving te verzamelen. Daarna wordt het verwerkings-proces opgestart. De therapeut zal vragen de gebeurtenis opnieuw voor de geest te halen. Maar nu gebeurt dit in combinatie met een afleidende stimulus. In veel gevallen is dat de hand van de therapeut (zie bovenste afbeelding). Er wordt gevraagd het hoofd stil te houden en alleen met de ogen de vingers van de therapeut te volgen. Het is ook mogelijk te werken met geluiden die door middel van een koptelefoon afwisselend links en rechts worden aangeboden (zoals ik dat bij de vorige keer EMDR kreeg), maar uit onderzoek is inmiddels gebleken dat het aanbieden visuele stimuli effectiever zou zijn.
Er wordt gewerkt met ‘sets’ (= series) stimuli. Na elke set wordt er even rust genomen. De therapeut zal de cliënt vragen wat er in gedachten naar boven komt. De EMDRprocedure brengt doorgaans een stroom van gedachten en beelden op gang, maar soms ook gevoelens en lichamelijke sensaties. Vaak verandert er wat. De cliënt wordt na elke set gevraagd zich te concentreren op de meest opvallende verandering, waarna er een nieuwe set volgt.

Hoe werkt het?
Een verklaring voor de werkzaamheid van EMDR is dat het terugdenken aan een nare herinnering in combinatie met het maken van oogbewegingen ervoor zorgt dat het natuurlijk verwerkingssysteem wordt gestimuleerd. Omdat een traumatische herinnering wanneer deze in gedachten wordt genomen zowel levendig als intens is, kost dit betrekkelijk veel geheugencapaciteit. Maar het zo snel mogelijk volgen van de vingers van de therapeut, zoals dat bij EMDR gebeurt, kost ook geheugencapaciteit. Door deze concurrentie van werkgeheugentaken is er weinig plaats voor de levendigheid en de naarheid van de herinnering. Dit biedt de patiënt de mogelijkheid om een andere betekenis aan de gebeurtenis te geven.”

Bron: Vereniging EMDR Nederland


Window of tolerance

Het volgende figuur werd op de flap-over getekend:

window of tolerance

Mijn behandelaar legde uit de window of tolerance wordt gebruikt om de werking van stress uit te leggen. Binnen de ‘window’ in het middelste gedeelte, de optimale arousal zone, zit iemand in wanneer het goed lukt om na te denken en bewust te handelen ondanks stressvolle situaties. Dit is de zone waarin EMDR effectief is; er is dan mogelijkheid tot ‘zelfgenezend vermogen’.
Wanneer iemand uit het kader naar boven schiet, komt diegene in de overlevingsstand, de hyperarousal zone, terecht. Vanuit de evolutie zijn er net als bij dieren, drie instinctieve reacties die mensen laten zien wanneer er gevaar dreigt; vechten, vluchten of bevriezen. (Ook wel bekend als de fight, flight en freeze responses.) Bij deze reacties wordt er niet bewust gehandeld; het lichaam reageert instinctief.
In het bovenste gedeelte, in de hyperarousal zone, bestaan de instinctieve reacties vooral uit vechten of vluchten. Bevriezen, dissociëren of flauwvallen, vindt plaats bij de ondergrens, oftewel de hypoarousal zone. In dat geval zakt iemand snel van de bovengrens naar de ondergrens en is het alsof diegene even op stand-by staat. Ook hier is er tijdelijk geen cognitief vermogen en ook dit is vanuit de evolutie een effectieve manier om te overleven. Denk aan ‘dood spelen’ om zo roofdieren te misleiden om op het juiste moment alsnog te kunnen vluchten.

Iemand die getraumatiseerd is, heeft een kleinere window of tolerance; de bovengrens en ondergrens liggen dichter bij elkaar waardoor er minder ruimte is voor de optimale arousal zone. Door middel van EMDR is het de bedoeling de window of tolerance te vergroten, want het is voor mensen veel effectiever om eerst na te denken en daarna te reageren. Zo voorkom je in de overlevingsstand te schieten, terwijl er geen reële dreiging is van gevaar.

Doordat ik 8 jaar geleden al eens EMDR heb gehad, is mijn window of tolerance al wat groter geworden. Wanneer ik in een herbeleving zit of beelden voor me zie, kan ik namelijk bedenken dat het niet echt plaatsvindt en dat ik dingen zie van vroeger.
Voorheen was het erg moeilijk om uit een herbeleving te komen, of om door het zien van beelden niet in een herbeleving te schieten. Al is het in mindere mate, nog steeds heb ik regelmatig last van beelden en herbelevingen. Hierbij heb ik ook vaak lichamelijke reacties zoals verstijven en trillen. Na een herbeleving volgt bij mij vaak een huilbui. Soms kan ik ook last hebben van dissociëren. In therapie heb ik wel eens dat wanneer ik aan het vertellen ben of nadat mij een vraag is gesteld, het ineens blanco wordt in mijn hoofd. Het lukt dan niet meer goed om na te denken, waardoor het moeilijk is het gesprek te vervolgen. Ik weet niet meer wat ik wilde vertellen en het lukt niet om antwoord te geven op vragen. Ook lijk ik dan geen emotie te voelen. Inmiddels kan ik er wel woorden aan geven wanneer dit gebeurt door te zeggen dat het niet lukt om na te denken, maar vroeger was ik alleen maar stil en voor me uit aan het staren, zoekend naar woorden. Iets wat erg het geduld van mijn groepsgenoten in groepstherapie op de proef stelde en ook erg lastig moet zijn geweest voor behandelaren.
Hopelijk lukt het ook nu door middel van EMDR om mijn huidige klachten te verminderen.

Ontspanning

namas'tay in bedVroeger had ik veel moeite met ontspanningsoefeningen. Ik vond het maar zweverig en het lukte ook nooit zo goed. Dit heeft denk ik enerzijds te maken met dat ik tijdens de oefeningen te zelfbewust ben en vooral bezig ben met; ‘wat ben ik in ’s hemelsnaam voor iets geks aan het doen. Het ziet er vast heel raar uit.’ Ook ben ik nou eenmaal altijd al een hardnekkige piekeraar geweest, waardoor mijn hoofd leeg maken een hele grote uitdaging is.
Ook ben ik wat nuchter. Als iets in mijn ogen ‘vaag’ of ‘zweverig’ wordt, voel ik veel weerstand opkomen. Mindfulness schijnt juist erg goed te zijn tegen piekeren en kan helpen om depressies te voorkomen, maar ondanks dat ik van zowel piekeren als depressies last heb, is mindfulness mij nog steeds te zweverig en iets waar ik nog weinig mee uit de voeten kan. Op het Depressiegala van 2015 zag ik trouwens een sketch van Marjolein van Kooten over mindfulness (met een rozijn), waar ik mezelf ontzettend in herkende.

Toch probeer ik er altijd wel voor open te staan. Zo heb ik mij moeten overgeven aan ontspanningsoefeningen bij mensendieck toen ik psychosomatische klachten kreeg ter gevolge van stress en chronische hyperventilatie. Het hielp! Blijkbaar had ik het nodig. Verder heeft het erg geholpen dat ik sinds mijn 18e een zangdocente heb die yoga-elementen in haar zanglessen integreert. Gezien mijn neiging tot piekeren en verkeerd ademen, doen we nog steeds standaard voor het inzingen een ontspanningsoefening waarbij ik soms zelfs op een matje op de grond moet gaan liggen. Wat ook scheelt is dat ik mij meer over mijn schaamte heen moet zetten bij de zangoefeningen dan bij de ontspanningsoefeningen. (Denk aan het nadoen van een brommer of een Teletubbie…)

Zo stond ik ook open om de vier elementen oefening te proberen. De oefening maakt gebruik van de vier elementen: aarde, lucht, water en vuur. Mijn therapeute vertelde dat ik deze oefening kan gebruiken om terug te keren in het hier-en-nu, maar ook om mij in stressvolle situaties te kunnen ontspannen.
We zouden één voor één de elementen afgaan:

Aarde
Neem even de tijd om te ‘aarden’ en terug te komen in het hier-en-nu. Plaats je voeten plat op de grond (of zorg ervoor dat in ieder geval je tenen de grond raken zoals in mijn geval), laat de stoel je gewicht dragen en kijk om je heen. Merk vervolgens in je omgeving 3 nieuwe dingen op die je nog niet eerder hebt gezien. Hoor je ook nog geluiden?

Lucht
Concentreer je op je ademhaling door je favoriete ademhalingsoefening te doen. Die van mij gaat als volgt:

Mijn zangdocente noemt het: ‘Het Vierkant van Vertrouwen’. Deze oefening vind ik fijn, omdat het visualiseren van een vierkant ervoor zorgt dat ik mijn gedachten ergens op moet richten. Dit zorgt ervoor dat ik mijn concentratie niet verlies en daardoor minder de kans krijg om te piekeren.

Het vierkant ziet er als volgt uit:
vierkanteadem7Je kunt deze oefening met je ogen open of je ogen dicht doen.
Bij het inademen visualiseer je dat er zich een lijn vormt van links naar rechts. Het helpt om deze lijn met je ogen te volgen (lijkt trouwens al bijna op EMDR).
Zodra je klaar bent met inademen, vormt zich terwijl je je adem even vasthoudt zich een lijn naar beneden. Bij het uitademen loopt de lijn van rechts naar links, om bij het even in houden van de adem zich aan te sluiten bij de bovenste lijn.
Wees je ervan bewust dat ademhaling een natuurlijk proces is en vanzelf gaat. Wanneer je je adem vasthoudt, voel je vanzelf de aandrang om weer in- of uit te ademen. Door toe te geven aan deze aandrang, kun je je adem als het goed is steeds iets langer vasthouden. Wanneer je gespannen bent heb je de neiging om hoog en snel te ademen. Deze oefening kan helpen je ademhaling weer terug te brengen naar een rustiger tempo.

Water
Bij angst of stress krijg je meestal een droge mond. Dit komt doordat je lichaam bij gevaar reageert door je spijsverteringssysteem af te sluiten. Door bewust speeksel aan te maken, kun je er zelf voor zorgen dat je spijsverteringssysteem weer wordt geactiveerd. Hiermee trigger je ook het gevoel van ontspanning dat hiermee in verbinding staat.
Dit zou een reden kunnen zijn waarom mensen na een spanningsvolle ervaring een kop thee of een glas water wordt aangeboden.

Vuur
Denk hierbij aan een fijne herinnering of visualiseer je een plek waar je je veilig voelt. Wat voel je en waar voel je het in je lijf wanneer je hieraan denkt? (Shapiro, 2013)

Mijn veilige plek

De herinnering of ‘veilige plek’ die ik had uitgekozen past ook bij het element vuur, want het is ook letterlijk een plek van warmte. Kenmerkend voor mij is ook dat ik er ontzettend veel tijd in heb gestoken om er zo één te bedenken; de herinnering/visualisatie moet immers van goede huize komen om tegen de heftige beelden op te kunnen. Ook wist ik uit eerdere ervaring dat het mij veel tijd en moeite kost om een prettige herinnering te kunnen bedenken. Iets wat wellicht te maken heeft met de depressie die sterk is afgenomen, maar nog niet helemaal weg is.

Uit de vorige keren EMDR weet ik nog dat mijn behandelaar van toen benoemde dat het haar opviel dat ik het zo alleen heb moeten doen in alle situaties/beelden die we tijdens de EMDR behandelden. Inmiddels besef ik me dat dát inderdaad het gevoel van onveiligheid en paniek oproept. De gedachte: ik sta er alleen voor en weet niet wat ik moet doen, hoort bij vrijwel alle trauma’s.
in your arms chef specialSinds ik een relatie kreeg met mijn huidige vriend, begon ik te ervaren dat ik er minder alleen voor sta. Wanneer er zich heftige situaties voordeden heb ik ervaren een bondgenoot te hebben. Ook hebben wij elkaar kunnen steunen. Het enige wat ik dan ook kon bedenken bij mij veilig voelen is wanneer hij zijn armen om mij heen heeft. De avond voor de eerste EMDR sessie lag ik in zijn armen tv te kijken en had dan ook een soort eureka-moment; Verrek, ik voel me nu veilig!

Installeren
Aangekomen bij het element vuur moest ik dus aan dit moment terugdenken. Mijn therapeute vroeg of ik het moment voor me zag. Toen ik knikte zei ze dat ze de handbeweging zou gaan doen en dat ik met mijn ogen haar vingers mocht volgen.
Van de vorige keer EMDR wist ik dat ik moeite had met de handbeweging en dat de koptelefoon met klikjes mij gemakkelijker afging. Bij het luisteren kon ik namelijk mijn ogen dichtdoen en bij de handbeweging zat ik op een gegeven moment de hele tijd naar de leuke oorbellen van mijn vorige therapeute te kijken. Gelukkig zat mijn therapeute nu niet tegenover me zoals op de animatie bovenaan dit artikel, maar zaten we in een andere opstelling. De stoelen stonden naast elkaar, maar de één keek uit op het raam en de ander keek uit op de deur, dus keken we beiden een andere kant uit. Doordat ze naast me zat, kon mijn therapeut gemakkelijk de handbeweging van dichtbij uitvoeren, terwijl ik verder niet door haar afgeleid werd.
De veilige plek werd op deze manier bij mij geïnstalleerd.

Vervolgens moest ik aan een situatie denken waar ik mee wil leren omgaan. Het leek me het makkelijkst om te starten met het zien van een ambulance, omdat mij dat dagelijks vaak overkomt wonend in Amsterdam.
“Wat heb je nodig om die situatie te kunnen doorstaan?”, was de vraag.
“Wilskracht en moed”, antwoordde ik.
“Denk aan een situatie waarin je het meeste moed en wilskracht heb getoond.”
Hier ging het al mis, want ik kwam direct terecht bij een situatie dat te maken had met het overlijden van mijn moeder en voelde de tranen al in mijn ogen branden. Ik twijfelde of deze situatie dan ook voldeed, dus probeerde ik op aanraden van mijn behandelaar een andere, meer recente situatie te bedenken.
“Denk aan iets wat je recent bent aangegaan en waar je moed voor nodig had”.
Aan het begin van de sessie vertelde ik nog over het sollicitatiegesprek voor mijn stage en dat ik tot mijn verbazing was aangenomen.
“Dan denk ik aan het sollicitatiegesprek. Ik was hierbij ook misselijk van de zenuwen, maar ik ben toch gegaan wat goed heeft uitgepakt.”, zei ik.

“Mooi, haal deze situatie voor je en vertel wat je om je heen ziet en hoort.”

Ik beschreef de kamer.
“Waar voel je in je lijf de wilskracht en moed?”, was de volgende vraag.
Na lang nadenken antwoordde ik voorzichtig: “in mijn armen?”  Ik had namelijk de neiging om mijn vuisten te ballen en vond dit wel een beeld dat zou kunnen horen bij vastberadenheid.
“Denk nu aan deze situatie en voel de wilskracht in je armen.”
Ze deed weer de handbeweging.
“Wat gebeurt er nu?”, vroeg ze toen ze klaar was.
Ik merkte op dat ik me wat zelfverzekerder voelde.

“Wat voor kwaliteit moet je in huis hebben om het beeld van de ambulance te kunnen doorstaan?”
Ik dacht na, maar er kwam niets anders in mijn hoofd op dan ‘gezond zijn’. Ietwat te rationeel misschien, maar de meeste mensen hebben gewoonweg weinig last van iets bij het zien of horen van een ambulance. Zij zijn gezond want zij hebben geen PTSS.
“Oké, houd dat zelfverzekerde gevoel vast en zie de ambulance voor je. Je bent een gezond mens en kan het beeld van een ambulance aan.”
De handbeweging volgde weer en we herhaalden dit twee keer.

Ik merkte op dat ik me al iets beter voelde, maar dat het wel moeilijk bleef.
Bij de herhaling veranderde er weinig.

the past 2Afsluiting

We evalueerden kort de sessie. Mijn behandelaar vatte samen dat ik het zien van een ambulance iets beter  kon doorstaan, maar dat het nog niet is wat het zijn moet. Ik vertelde dat het mij vooral opviel dat ik het nog steeds erg moeilijk vond om te bepalen waar ik in mijn lijf bepaalde emoties voel. Verder vond ik de ‘elementenoefening’ de moeite waard om inderdaad vaker te doen, omdat ik het stukje ‘aarde’ eigenlijk al toepas wanneer ik in een herbeleving zit om weer in het hier-en-nu te komen. Ik kijk dan om me heen en zoek aangrijpingspunten in voorwerpen waarvan ik weet dat ze in de realiteit bevinden en niet in de situatie van toen. Dit heb ik geleerd toen ik tijdens een groepstherapie in een herbeleving schoot en de therapeute mij vroeg dit te doen. Hierdoor lukte het mezelf uit de situatie van toen te trekken en dat lukt nu nog steeds vaak. Die andere elementen helpen hier misschien ook bij bedacht ik me.
Mijn therapeute stelde daarom voor om de elementen oefening voorafgaand aan de EMDR sessies te blijven doen. Ook adviseerde ze om dit ook thuis te oefenen.

Toen ik na deze sessie op straat liep, voelde ik me gek genoeg vrij angstig. Dit terwijl we deze sessie juist vooral prettige beelden hebben behandeld. Morgen heb ik mijn tweede EMDR sessie. Tussen de sessies door heb ik gemerkt dat ik sneller emotioneel ben en een korter lontje heb. Ook heb ik al meer last gehad van beelden dan gewoonlijk en reageer ik heftiger op sirenes. Verder lijk ik al wat minder zenuwachtig dan de vorige keer. Waarschijnlijk omdat nu ik al wat meer weet wat ik kan verwachten.

Ik ga het meemaken morgen (en doorstaan). 🙂

 

Bronnen:
Vereniging EMDR Nederland
Shapiro, F. (2013). Je verleden voorbij. Je leven opnieuw in handen met de zelfhulptechnieken uit de EMDR-therapie. Apeldoorn: Maklu.