Het afzetten van mijn ‘Dictator’

De laatste jaren heb ik al vaker over hem geschreven, mijn interne criticus die ik ‘de Dictator’ heb genoemd. Zie ook: ‘De Dictator & ik’ en ‘De Dictator in mijn hoofd’.
De Dictator is een soort dril-sergeant die mij onder een streng regime constant over mezelf laat reflecteren en zoveel propaganda handhaaft, dat hij mij doet geloven dat ik niet veel waard ben. In elke situatie weet hij de negatieve dingen zó uit te vergroten, dat ik de positieve dingen niet meer zie. Inmiddels heb ik meer inzicht gekregen in waar de Dictator voor staat en wat hij wil bereiken. Mijn ouders waren vroeger kritisch; ik had het gevoel dat ik het nooit goed kon doen, want er was altijd wel iets op te merken ook al deed ik mijn best mezelf te verbeteren om kritiek te voorkomen. Toch werd er altijd wel op mij gemopperd, dus in mijn pubertijd had ik de hoop opgegeven; ik ging geloven dat ik een mislukkeling was en daarmee maar moest zien te dealen. De Dictator hielp mij daarbij; door zelfevaluatie en mezelf constant verbeteren zou ik voorkomen dat anderen erachter zouden komen wat voor vreselijk mens ik ben. Mijn laatste blog eindigde ik met de mededeling dat ik mijn therapie langzaam ga afbouwen. Hier ben ik nog steeds mee bezig: de Dictator ‘afzetten’ is één van de belangrijkste nog resterende therapiedoelen.

De Dictator als ‘beschermer’

Voor de duidelijkheid; de Dictator is geen echt persoon en geen echte stem in mijn hoofd. Het is een verzamelnaam voor de negatieve, overmatig kritische gedachten die ik over mezelf denk. Tijdens schematherapie heb ik hem als een persoon gevisualiseerd door middel van iets dat de ‘stoelentechniek’ wordt genoemd, waardoor ik tegen hem kon praten (alsof hij op een lege stoel zat) en mij soms ook in hem kon inleven en hem een stem kon geven door te doen alsof ik degene was die deze negatieve gedachten stuurt. (Wat ik in feite natuurlijk ook ben. Ingewikkeld hè?)
Op deze manier heb ik meer inzicht gekregen in waar hij precies voor dient en kon ik ook met afstand (vanuit mijn gezonde volwassene) kijken naar hoe gemeen de Dictator eigenlijk voor mij is en kon ik erachter komen dat hij mij eigenlijk helemaal niet zo goed helpt (als dat hij vroeger wel heeft gedaan toen ik nog bij mijn ouders in huis woonde). Vroeger had ik de Dictator nodig. Als ik andere mensen maar voor was met kritiek hebben naar mezelf, dan overviel het mij niet zo en deed het minder pijn en verdriet dan dat zij eerst kritiek over mij zouden hebben. Elke keer dat ik toch overvallen werd door kritiek van anderen, groeide de Dictator, want dan had hij nieuwe input voor volgende zelfreflectie sessies. Ook groeide de Dictator omdat ik hem meer macht gaf; ik ging steeds meer geloven dat hij de waarheid in pacht had. Zelfs tot het punt dat ik ging geloven dat ik het niet verdiende om te leven en de wereld tot een slechtere plek maakte. Kortom: ik ging mezelf afzonderen (want ik ben anderen tot last), ik ging schoolwerk steeds meer uitstellen (want ik kan het toch niet), ik leerde mezelf te vervagen met de achtergrond (zodat ik minder opval en mensen niet zien wat een mislukkeling ik ben) en ga zo maar door.

De Dictator als belemmering

Hoe ouder ik werd, hoe meer de Dictator mij belemmerde. Een voorbeeld: op de middelbare school moest ik leren debatteren, maar dankzij de Dictator had ik nauwelijks een mening; volgens hem was het immers belangrijker wat anderen vonden, dus paste ik mij voornamelijk aan iemand anders aan. Bij debatteren kan dat niet, want dan ben je het constant met de ander eens. Ik liep hier constant in vast.
Zo ook bij het nadenken over mijn toekomst, zoals bijvoorbeeld mijn studiekeuze, maar ook bij het vormen van een eigen identiteit. Ik was zo gefocust op het aanpassen aan anderen om aardig gevonden te worden en een leuker mens te zijn, dat ik bijna geen idee meer had wie ik nou daadwerkelijk was: Wat zijn mijn karaktereigenschappen? Wat vind ik leuk? Waar ben ik goed in? Ben ik wel ergens goed in? Ik kon wel antwoord geven op deze vragen, alleen waren de antwoorden vooral gebaseerd op wat ik dacht dat anderen zouden willen dat ik zou zijn, leuk zou vinden, of goed in zou zijn. Dit alles vond ik super verwarrend.

Don't change who you are to please others. Be yourself and choose people that choose you.
(Afbeelding van Pinterest zonder duidelijke bron)


Dankzij een klinische behandeling voor jongeren met complexe problematiek (naast bovenstaande had ik immers ook last van o.a. depressies, suïcidaliteit, c-ptss en persoonlijkheids-problematiek), kwam ik erachter dat ik mezelf was kwijtgeraakt door het aanpassen aan anderen. Doordat ik 24/7 in de kliniek verbleef en een intensief therapieprogramma volgde, konden (socio-)therapeuten mij lange tijd observeren. Aan het begin van mijn behandeling raakte ik als ik een evaluatie te lezen kreeg over mijn behandelvoortgang, intens verdrietig en voelde ik mij eenzaam. Ik gaf dan ook steeds aan “dit gaat niet over mij”, maar kon het verder niet uitleggen omdat ik zelf ook niet begreep waarom. Halverwege mijn behandeling kwamen de therapeuten tot de conclusie dat ik een bepaald beeld van mezelf neerzette. Toen mij dit voorgelegd werd, raakte ik in paniek. Ik probeerde zo erg een ‘perfecte cliënt’ te zijn, dat toen zei dit zeiden ik eigenlijk hoorde:
‘je doet wel alsof je een goede cliënt bent, maar eigenlijk doe je alsof en doe je het dus helemaal niet goed’. Een vertaling door de Dictator dus. Herken je zijn stem al een beetje?
Eigenlijk bedoelden de therapeuten dat ik me zo erg probeerde te voegen naar wat anderen van mij zouden willen zien, dat ik niet mezelf was; ik wist überhaupt niet meer hoe dit moest. Tegen het einde van mijn behandeling ging ik het pas een beetje begrijpen, ook al heerste er nog steeds paniek. Ik weet nog goed dat een therapeut tijdens een psychodrama therapie tegen mij zei: “Jij hebt de regie over jouw leven”. Ik schrok ontzettend, want ik dacht serieus altijd dat ik moest doen wat anderen van mij wilden. Het idee dat ik mijn leven zelf mocht bepalen voelde niet eens bevrijdend, maar vooral angstaanjagend. Hoe moest ik dan weten of ik het wel goed zou doen? (Spoiler: later zou de Dictator hier wel invulling aan gaan geven.)
Ook weet ik nog dat ik tijdens een individuele therapiesessie (ik had voornamelijk groepstherapie), ik huilend aan mijn therapeut vertelde dat het voelde alsof iedereen op de wereld een script had waarin staat wat zij moeten doen en dat ik de enige ben zonder script en het zelf moet uitzoeken. De ultieme eye-opener voor mij was het besef dat iedereen ‘eigenlijk maar wat doet’. Dat niemand een script heeft en iedereen doet wat hij zelf denkt dat goed is of wat hij of zij zelf wil. Dat niemand dus zeker weet of ze het wel goed doen, want dat bepalen ze zelf. Een heel erg bizar idee vond ik dat, waar ik lang aan moest wennen.

De invloed van de Dictator in het hier-en-nu

Casette band met daarop de tekst: 'Songs to listen to while you reflect on every awful, awful descision you've ever made throughout your terrible life.'
Mogelijke mixtape door mijn Dictator, voor mij. Wat attent.

Het heeft dus lang geduurd voordat ik mij überhaupt bewust werd van de Dictator in mijn hoofd. Ik had geen idee dat ik een slecht zelfbeeld had, want het was voor mij immers de waarheid dat ik niet zoveel waard was. Anderen die zeiden van niet, zeiden dit naar mijn idee alleen maar om aardig voor mij te zijn. Inmiddels ben ik mij wel degelijk bewust van de Dictator, al blijft het lastig om hem niet meer te geloven en om minder naar hem te luisteren. Als ik slecht in mijn vel zit, lijkt het wel alsof de Dictator een megafoon heeft en ‘met liefde’ overuren maakt; ik ben dan minder weerbaar en grijpt hij zijn kans om de macht weer te grijpen.

Als ik terugkijk merk ik dat de Dictator mijn leven lang ontzettend veel invloed heeft uitgeoefend. Op de middelbare school merkte ik (ondanks de Dictator) dat ik zingen en acteren heel erg leuk vond. Het was voor mij een enorme uitlaatklep; even iemand anders zijn en ontsnappen aan mijn eigen leven. Sommige mensen vonden mij zelfs goed genoeg om daar iets meer mee te gaan doen. Zo groeide langzaam de wens om auditie te gaan doen voor de kleinkunstacademie; een soort theateropleiding waar je verschillende disciplines leert om artiest te kunnen worden waaronder dus ook acteren en zingen. Uiteindelijk besloot ik dit na veel overwegen niet te doen. Ik was al doodsbang voor de toelatings-auditie. En reëel gezien staat het leven van een artiest bekend om dat je constant moet auditeren en vaak (pittige) kritiek te verduren krijgt. Ik had in mijn hoofd al mijn eigen kritische, zure recensent, hoe moest ik de kritiek van anderen daar nog eens bovenop kunnen handelen? Nee, het onzekere leven als artiest was niet aan mij besteed.

Later besloot ik dat ik met mensen wilde werken. Het jarenlang volgen van therapie, maar ook de Dictator hebben mij namelijk een sterk zelfreflectievermogen gegeven, een gevoeligheid voor sfeer en de vaardigheid om op anderen te kunnen afstemmen. Ook leek het mij mooi dat ik de heftige dingen die ik meemaakte zoals de suïcide van mijn broer, het overlijden van mijn moeder en de psychische problemen die ik heb gehad, zou kunnen omzetten in iets positiefs door (o.a.) met deze ervaringen andere mensen te helpen. Ook kwam ik erachter tijdens de klinische behandeling, dat ik mij per ongeluk al ging gedragen als een van de sociotherapeuten (groepsgenoten al helpen voordat de sociotherapeuten dat hebben kunnen doen) en dat dit mij (volgens de socio’s) niet misstond. Ik bleek ook een soort moederrol in de groep te hebben: een jonger groepsgenoot noemde mij zelfs eens per ongeluk ‘mama’, ik werd vaak gekozen voor de rol van iemands moeder tijdens psychodrama en sommige groepsgenoten kwamen naar mij toe om advies te vragen en te spuien.

Zoals jullie misschien wel weten ben ik daadwerkelijk hulpverlener geworden toen ik afgelopen zomer afstudeerde van de opleiding Sociaal Pedagogische Hulpverlening. Deels bewust en deels noodzakelijk ben ik nog niet aan het werk gegaan als hulpverlener: ik kreeg burn-out klachten zoals angst- en paniekklachten, vermoeidheid en vage lichamelijke klachten t.g.v. stress (SOLK). Verder omdat ik weet dat ik niet voldoende hersteld ben om mij volledig op het bijdragen aan het herstel van anderen te richten. Tijdens stages raakte ik zo uitgeput, terwijl ik hetzelfde werk deed als anderen die minder uitgeput raakte dan ik. Natuurlijk labelde de Dictator dit als ‘lui’ zijn en dat ik het allemaal niet zo goed kan als dat zij kunnen, maar vanuit mijn gezonde volwassene besefte ik mij uiteindelijk dat ik zo ontzettend veel energie stopte in mezelf bekritiseren, dat ik meer energie kwijtraakte aan het (faal-)angstig en onzeker zijn, dan aan het doen van het werk zelf. Mijn stagebegeleiders gaven altijd terug dat ik minder bescheiden mag zijn en mijn kwaliteiten wat meer mag profileren. Ook dat ik moet zorgen dat ik wat krachtiger overkom, dus minder kwetsbaar.

Tijdens stages heb ik deze dingen al iets meer geleerd te doen; ik heb immers niet alleen mijn laatste stage gehaald, maar ook mijn diploma. Toch merk ik dat de Dictator nog te veel aanwezig is om goed te kunnen functioneren tijdens werk en ik nu niet voor niets al burn-out klachten heb gekregen voordat ik überhaupt ben gestart met mijn eerste serieuze baan. Het is ook niet helemaal gezond dat ik tijdens stages zo ontzettend opzag tegen (lunch-)pauzes omdat ik dan met collega’s moet socializen, dat ik dan ga zweten, buikpijn krijg en duizelig/misselijk word. Op momenten die bedoeld waren voor ontspanning was ik dus juist gespannen door de sociale faalangst.
Het voeren van intake-gesprekken vond ik ook leuk/interessant, al was ik altijd erg zenuwachtig en was ik achteraf altijd bang dat ik het niet goed had gedaan. Op zulke momenten vroeg ik me dan ook af waarom ik ook alweer met mensen wilde werken… Later kon ik dan weer bedenken, dat ondanks mijn angst en onzekerheid, het werken met mensen mij ook goed afging en dat ik wel degelijk een bekwame hulpverlener ben. Niet alleen (stage-)docenten, maar ook collega’s en cliënten hebben mij dit teruggeven. Jammer alleen dat het zoveel angst en stress oplevert wat mij in de weg zit, dus goed om wat te gaan doen aan die angst en onzekerheid zodat ik nog meer aandacht heb voor mijn werk en cliënten en minder aandacht voor onnodige zelfreflectie.

Leven zonder Dictator

Op dit moment ben ik in therapie hard aan het werk om wat te doen aan mijn angsten en mijn negatieve zelfbeeld. Ze zorgen er nu namelijk voor dat het niet goed lukt een (vrijwilligers-)werkplek te vinden om langzaam te kunnen opbouwen en te re-integreren als starter. Een baan kunnen volhouden is namelijk ook één van mijn laatste therapiedoelen, gezien ik met werk graag meer invulling zou willen geven aan mijn leven, zonder steeds op te branden. Een in eerste opzicht reëel therapiedoel gezien ik in ieder geval al een hbo-diploma heb kunnen halen, maar een lastig doel vanwege de Dictator.
Positief is dat ik dat Dictator steeds vaker zó erg zat ben, terwijl ik vroeger niet eens zo veel ‘last’ van hem had omdat ik hem beschouwde als helper; hij hielp mij immers een beter mens te worden. Ik zie hem nu eerder als brenger van ongeluk, verdriet en onzekerheid; iemand die mijn hele leven lang mij beperkt en mij leuke dingen ontneemt. Ik ben bijvoorbeeld een midweek op vakantie geweest met mijn vriend, zijn beste vriend en diens vriendin. Deze vakantie was ik zo druk met mij druk maken of ik wel leuk gezelschap was en geen zeikerd (vanwege mijn paniekklachten), dat ik erg stressvolle dagen heb gehad en achteraf negatief op de vakantie terugkijk omdat de Dictator besloot bij thuiskomst de momenten uit te vergroten waarop anderen mij misschien lastig, vervelend of irritant hebben vonden. (Terwijl dit misschien helemaal niet aan de hand was.)

Imagine if we obsessed about the things we loved about ourselves.

Gezien mijn therapeut binnenkort een aantal weken met zomervakantie gaat en mijn Dictator de laatste weken heel erg veel aanwezig is, vroeg ik haar of zij iets praktisch weet om (sneller) een beter zelfbeeld te krijgen. Ze raadde mij een zelfhulpboek aan genaamd ‘Negatief zelfbeeld’ door Manja de Neef. Het is een boek waar je structureel oefeningen in kunt doen, die zullen helpen om de gewoonten en gedachten rondom een negatief zelfbeeld langzaam af te leren. Ik ga na het schrijven van deze blog beginnen in dit boek en ben erg benieuwd.


Toch moet ik niet alleen de Dictator minder macht geven, maar ook mijn omgeving. Op de één of andere manier hecht ik nog zoveel waarde aan wat anderen denken en vinden, dat ik soms nog steeds wel eens kwijt raak wat nou mijn eigen normen en waarden en zijn en wat de normen en waarden van een ander zijn. Voorbeeld: op dit moment zit ik thuis zonder werk. Ook al ben ik actief op zoek naar vrijwilligerswerk, ik voel dat sommige mensen in mijn omgeving soms wel een beetje oordelen over dat ik zoveel thuis ben. Ik wil dan zo graag anderen duidelijk maken dat het geen keuze is, maar noodzaak; dat ik echt niet anders kan. Terwijl; wie ben ik verantwoording verplicht? Ik weet zelf wat goed voor mij is en vrienden en familie zouden mij goed genoeg moeten kennen om te bedenken dat ik niet anders kan en wel degelijk een harde werker ben ondanks al mijn klachten. Echte vrienden (en familie eigenlijk ook), zouden juist steunend en begripvol moeten zijn. Ook zouden ze kunnen bedenken dat ik ook zonder werk wel degelijk invulling aan mijn leven kan geven, dus dat ze (naast werk) ook interesse zouden kunnen tonen in hoe het gaat met mij en mijn hobby’s en of het opknappen van ons appartement allemaal lukt. Ik merk nu dat sommige mensen helemaal niets aan mij (durven) vragen, waardoor ik mij nog meer alleen voel in mijn situatie. Natuurlijk is dit niet allemaal de schuld van mijn omgeving (niemand heeft schuld), maar heb ik zelf ook een aandeel in hoe anderen mij bejegenen. Ik heb immers last van zelfstigma, wat soms kan leiden tot een ‘selffulfilling prophecy’; dat anderen de negatieve dingen over mezelf ook gaan geloven omdat ik mij er een beetje naar ga gedragen.

Ik ben dus constant in gevecht met mijn dictator en dus met mezelf. Zo bijvoorbeeld ook over muziek maken. Sinds de middelbare school mis ik het om op te treden. Daar deed ik immers aan schooltoneelvoorstellingen en trad ik op zodra er een muziekavond georganiseerd werd. Na de middelbare school ben ik zo nu en dan zanglessen blijven volgen. Niet alleen omdat ik in de loop der jaren een goede band heb gekregen met mijn zangdocente, maar ook omdat zingen nog steeds iets is wat ik leuk vind ondanks dat ik er een haat-liefde-verhouding mee heb. Deze wordt veroorzaakt door de Dictator die mij blijft voorhouden dat ik beter kan stoppen met zingen/muziek maken en al helemaal met optreden, omdat ik toch niet goed (genoeg) ben.
Wanneer ik de Dictator heb genegeerd en toch heb opgetreden, ben ik zo gefocust op de reacties van mijn omgeving, dat het voelt alsof ik een zesde zintuig heb ontwikkeld waarmee ik aan mensen hun gezicht of uitspraken denk te zien of horen wanneer iemand het niet goed of niet leuk vond. Natuurlijk heb ik geen zesde zintuig en is het de Dictator die alles negatief kleurt of al het negatieve eruit filtert. Dit heeft er mede voor gezorgd dat ik stopte als zangeres bij mijn bandje en überhaupt stopte met zingen/muziek maken. Tot ik kort geleden besloot dat ik mij niet wil laten tegenhouden door die klootzak van een Dictator. Dat ik wil optreden en muziek maken omdat ik het leuk vind en niet omdat ik het wel of niet goed kan. Inmiddels heb ik mij opgegeven om in september een half uur lang bij een evenement op te treden. Alleen ik en mijn gitaar. Ondertussen heb ik al 100 keer spijt gehad en gehuild van ellende (door de Dictator dus), maar het is iets wat ik wil overwinnen omdat ik dit mezelf anders weer misgun en mezelf dingen blijf misgunnen…


Mijn therapeut gaf afgelopen week aan: ‘Het zal erg lang duren voordat je geen last meer zult hebben van je Dictator. Hij is immers zo lang al onderdeel van je leven. Misschien kom je ook nooit helemaal van hem af, maar het is zeker mogelijk om hem minder macht te geven!’

Hij is immers ergens ook nuttig; o.a. dankzij hem heb ik een sterk ontwikkeld reflectievermogen waar ik niet alleen tijdens therapie, maar ook tijdens mijn studie veel aan gehad heb. Hij is alleen op dit moment niet gezond voor mij. De dictator moet minder macht krijgen en dus afgezet worden. In de toekomst zal hij uiteindelijk een duidelijk afgebakende functie krijgen, waarin ik zelf bepaal hoe hij kan bijdragen aan zelfreflectie, zonder dat hij de totale macht grijpt.
Een gehoorzame en milde Dictator. Het klinkt onmogelijk. Het zal in dat geval dan denk ik ook tijd worden om zijn naam te veranderen…

Een liedje van Yentl en De Boer, die hun dictator ‘de slechte raadgever’ noemen.
“Bang voor wat er gebeurt, als ik dat mannetje laat gaan…”



Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s